|
Ds. Hans van Solkema benoemd tot classispredikant Overijssel-Flevoland
Ds. Van Solkema zal per 1 augustus 2026 in deze functie beginnen. Hij volgt ds. Klaas van der Kamp op die deze rol sinds 2018 vervult en in 2023 werd herbenoemd. Ervaren predikant met regionale wortelsHans van Solkema (1964) begon zijn loopbaan in de kerk als jeugdwerker en werd in 2000 predikant in zijn eerste gemeente in Laren (Gld.). Sinds 2011 is hij predikant van de Protestantse Gemeente Heino. Daarnaast is hij werkzaam als interimpredikant binnen de Protestantse Kerk in Nederland. In die rol heeft hij in de afgelopen jaren meerdere gemeenten begeleid in tijden van verandering en overgang. Door zijn eerdere werk kent Van Solkema de regio’s Salland, de Achterhoek en Twente goed. Ook is hij vertrouwd met de classis Overijssel-Flevoland: van 2013 tot 2022 was hij voorzitter van de classis en daarmee nauw betrokken bij het classicale werk en de ontwikkeling van de huidige structuur. Naast zijn werk als predikant volgde hij opleidingen op het gebied van geestelijke begeleiding en het begeleiden van gemeenten in veranderprocessen. Zijn ervaring als interimpredikant en geestelijk begeleider maakt dat hij vertrouwd is met de vragen die in gemeenten leven en met de diversiteit aan vormen van kerk-zijn in de regio. Elkaar blijven opzoekenDs. Van Solkema ziet het als zijn roeping om gemeenten met elkaar te verbinden en te ondersteunen in hun roeping in deze tijd. “De kerk staat midden in een samenleving die snel verandert”, zegt hij. “Juist dan is het belangrijk dat we elkaar blijven opzoeken, luisteren naar wat er leeft en samen onderscheiden wat ons te doen staat.” lees verder |
||
|
Je doop gedenken op Stille Zaterdag
Weinig mensen zijn zich bewust van hun doopdatum. Anders zou dat een mooie gelegenheid zijn om de doopkaars die je bij de doop hebt ontvangen even te laten branden. Op bijzondere momenten in het leven, en zeker op bijzondere liturgische momenten, kan dat ook, in de kerk of thuis. Misschien denken mensen aan hun doop als ze de geloofsbelijdenis in de kerk spreken of zingen, omdat het sacrament van de doop alle christenen verbindt in de ene heilige katholieke en apostolische kerk. Bij de paaswakeEen vanzelfsprekend moment om als gemeente stil te staan bij de doop, afgezien van doopdiensten zelf waarbij ieder ook altijd aan zijn eigen doop herinnerd wordt, is de paasnacht. Al sinds de kerk in de eerste eeuwen wordt in de liturgie van de paaswake op Stille Zaterdag gedoopt. Het Dienstboek van de kerk kiest voor een moment van doopgedachtenis nadat de paaskaars, die het licht van de opgestane Christus symboliseert, is binnengedragen. Het is ook niet onmogelijk dat het ervóór gebeurt, omdat de doop het thema van ‘doortocht’ symboliseert: door de dood (het water) heen opstaan naar nieuw leven.Doop bevestigenAls de gemeenteleden hun doopVerder lezenDe doop: teken en zegel van Gods goedheid en trouw gedenken, past daar Psalm 42 bij, die het verlangen uitspreekt bij God te willen horen. Het is mooi die woorden rond of op weg naar het doopvont te zingen. Rond het doopvont, met het zicht op het water, kan de gemeente de geloofsbelijdenis aanheffen. Als het een grote gemeente betreft, kan de voorganger bij het doopvont gaan staan en zijn de ogen daarop gericht. Beide elementen zijn vast onderdeel van de liturgie van de doopgedachtenis. Vervolgens kan de doopgedachtenis tastbaar worden door opnieuw in fysiek contact te komen met het water in het doopvont. Daarbij gaat het altijd om een gedachtenis aan de doop die ooit geweest is. De doop wordt ‘bevestigd’, niet herhaald. Levend waterMaar hoe kom je nu in contact met dat water? Daar is nogal eens discussie over. Soms kan het water even aangeraakt worden door er met de hand doorheen te strijken als de gemeenteleden een voor een langs het doopvont lopen. Of wie dat wil bekruist zijn eigen voorhoofd er even mee. In andere gevallen is het de voorganger die de mensen bekruist, en daarbij zegt: “Wees getekend met het levende water.” Met de laatste vorm speelt ambtsopvatting een rol. Deze praktijk komt voort uit de overtuiging dat de predikant in zijn ambt de werkelijkheid die ons door God wordt aangezegd representeert. Zij zegt de mensen aan wat zij zelf niet kunnen: de herinnering aan de belofte een kind van God te zijn. Voor anderen is het juist belangrijk dat ze zelf het water aanraken, omdat het om de eigen relatie met de Schepper gaat.DiversiteitEen predikant reikte het volgende aan: waarom zouden we beide zienswijzen tegen elkaar uitspelen? Er is diversiteit van geloven en diversiteit in ambtsopvatting. Waarom kan niet de ene kerkganger het water beroeren en de andere een kruisje op zijn eigen voorhoofd maken, terwijl de predikant bij het doopvont blijft staan om de mensen te bekruisen die het zich willen laten aanzeggen? En misschien zijn er ook wel mensen die elkaar even met het doopwater bekruisen, de doopgedachtenis is immers een vreugdevol moment voor heel de gemeente. Het probleem wordt dan een kans. Het levende (= bewegende) water herinnert eraan dat we ooit gedoopt zijn, eenmalig symbool dat God een nieuw begin met ons heeft gemaakt. Eigenlijk is het waterkruisje een heel mooi parallel symbool met het askruisje veertig dagen eerder. Toen werd er gezamenlijk herdacht dat we mensen uit stof zijn. Nu mogen we weer voluit leven in Gods licht.Uit de praktijk“Je beaamt en gedenkt je doop zélf”“Ik heb regelmatig gesprekken gevoerd met mensen die als kind gedoopt waren en aangaven dat ze zich nóg weleens 'echt' zouden willen laten dopen, omdat ze daar dan zelf bewust voor kozen. In onze kerk heet dat 'overdopen' en daar doen we niet aan. Wat er bij de kinderdoop van Godswege is gebeurd hoeft en kan niet worden overgedaan. Maar je kunt wél alsnog van harte met je vroegere doop instemmen en die zelfbewust beamen, bij voorkeur in de paasnacht. Je wórdt gedoopt, als kind of als volwassene, maar je beaamt en gedenkt jouw doop zélf. Je brengt dus ook zelf het waterkruisje aan, nadat je uit eigen beweging naar het doopvont bent gekomen. En ja, dat kan elke paasnacht opnieuw.” Reinder Reitsma, emeritus predikant lees verder |
||
|
Collecteren tijdens een speciale viering
Hieronder vind je een overzicht van collectesuggesties voor bijzondere momenten in het jaar. Via de links kun je meer lezen over de betreffende projecten. DoopdienstCollecte Kerk in Actie: Een betere toekomst voor straatkinderen in Indonesiëkerkinactie.nl/straatkinderenindonesie BelijdenisdienstCollecte Kerk in Actie: Kerk als plek van hoop, hulp en verzoening in Rwandakerkinactie.nl/kerkrwanda Stille Week / VesperdienstenAansluiten bij een van de projecten uit de veertigdagenperiode MoederdagCollecte Kerk in Actie: Maatje voor gezinnen zonder ouders in Zambiakerkinactie.nl/kinderenzambia HemelvaartCollecte Kerk in Actie: De kracht van bijbelverhalen in de Golfstatenkerkinactie.nl/bijbelingolfstaten VaderdagCollecte Kerk in Actie: Kinderen in achterstandswijk Colombia weerbaar makenkerkinactie.nl/kinderencolombia ExamenuitslagenCollecte Kerk in Actie: Jongeren aan het werk in Ghanakerkinactie.nl/jongerenghana Dag afschaffing slavernijCollecte Kerk in Actie: Geen kindslaven in de visserij in Ghanakerkinactie.nl/kindslavenghana ZomervakantieCollecte Kerk in Actie: Kerken geven kinderen een toekomst in Moldaviëkerkinactie.nl/kinderenmoldavie WereldarmoededagCollecte Kerk in Actie: Kerk helpt kwetsbare mensen in Moldaviëkerkinactie.nl/diaconaatmoldavie HervormingsdagCollecte Kerk in Actie: Bijbelcompetitie stimuleert bijbellezen in Egyptekerkinactie.nl/bijbelinegypte WereldaidsdagCollecte Kerk in Actie: Opvang en scholing van kwetsbare kinderen in Rwandakerkinactie.nl/kinderenrwanda lees verder |
||
|
Bestel nu: flyer met uitleg voor gemeenteleden over bijdrage aan solidariteitskas
Alle plaatselijke gemeenten dragen jaarlijks bij aan de solidariteitskas. Een gemeente die financiële steun nodig heeft om een vernieuwend plan uit te voeren kan subsidie aanvragen bij de solidariteitskas. SubsidiemogelijkhedenGemeenten kunnen subsidie aanvragen voor samenwerkings- en revitaliseringskosten en fusieprocessen met andere gemeenten. Ook kan een bijdrage worden verstrekt in de kosten van nieuwbouw, verduurzaming, restauratie van een kerkgebouw of kerkorgel, als de gemeente hiervoor zelf niet voldoende financiële middelen heeft. Samen één gemeente, een eigen vierplekEen voorbeeld van zo'n subsidie is de perspectiefsubside uit de solidariteitskas, die de protestantse gemeenten in Uden-Veghel en Cuijk aanvroegen toen in Cuijk de kerkenraad bijna ophield te bestaan. Dankzij de perspectiefsubsidie konden beide gemeenten een externe adviseur inschakelen die het samengaan begeleidde. Nu vormen Uden-Veghel en Cuijk samen één protestantse gemeenteVerder lezenSamen sterker: waarom twee protestantse gemeenten in Brabant kiezen voor één toekomst , met behoud van een eigen vierplek in Cuijk. Het samengaan bood nieuwe mogelijkheden: de gemeente kon weer een voltijdspredikant beroepen, waardoor er meer pastorale zorg gegeven kan worden en er meer aandacht voor de leden is. Bestel de nieuwe flyerMet de flyer informeer je gemeenteleden aan de hand van een voorbeeld over het doel en de noodzaak van een bijdrage aan de solidariteitskas. Bestel de flyer voor 2026 gratis via de webwinkel van de Protestantse Kerk. lees verder |
||
|
Waar komt de openbare geloofsbelijdenis vandaan?
Belijdenis, doop en catecheseIn het boek Handelingen in het Nieuwe Testament lezen we over mensen die tot geloof in Jezus de Messias komen en direct gedoopt worden (bijv. Handelingen 2:41, 8:12, 8:36-38, 16:15). De bekering ging doorgaans samen met een vorm van onderwijs van een apostel. In de christelijke gemeenten van de eerste eeuwen werd je in principe gedoopt na een catechesetraject. Belijdenis en doop hoorden bij elkaar, want de meeste dopelingen waren bekeerlingen. Zij beleden het christelijk geloof na onderwijs te hebben gekregen en werden gedoopt. Dit gebeurde vaak in de Paasnacht. Al snel begonnen gelovigen zich af te vragen of een klein kind gedoopt kan worden. Die vraag werd verschillend beantwoord. In de loop van de middeleeuwen zie je dat de doop van kleine kinderen steeds meer de standaardpraktijk werd. In de tijd van de Reformatie, de 16e eeuw, was de kinderdoop zodanig de norm geworden dat je in de liturgische boeken geen speciale doopordes voor volwassenen meer kon vinden. In de late middeleeuwen kwamen er boekjes met instructies om je voor te bereiden op de jaarlijkse (!) viering van de eucharistie, het heilig avondmaal. Het advies ging over hoe je waardig deel kon nemen. Dat had ook te maken met het sacrament van de biecht. Toch was er geen structurele catechese in de kindertijd om de sacramenten en het geloof te leren begrijpen. Ondertussen was het normaal dat kleine kinderen, zuigelingen nog, gedoopt werden: Gods genade begint! Het belang van catecheseIn de Reformatie leefde breed het idee dat er catechese nodig was opdat mensen de genade van God zouden leren verstaan. Geloof moest iets van mensen persoonlijk worden. God redt de zondaar en dat maakt vrij om het goede te doen. Maar dan moet je dat wel kunnen horen en leren. CatecheseVerder lezenCatechisatie. Hoe doe je dat? vond bijvoorbeeld plaats tijdens de middagdiensten. Dan werd uit de catechismus gepreekt en moesten kinderen die voor in de kerk opzeggen. Catechese was ook het leren van en over het geloof thuis en op school. Reformatoren hadden verschillende ideeën over hoe deze catechese precies werd afgerond: bijvoorbeeld met een vorm van openbare toetsing, geloofsbelijdenis of handoplegging. Ze waren het er in ieder geval over eens dat er een vorm van catechese en belijden nodig was voordat een kind deelneemt aan het heilig avondmaal. De reformator CalvijnVerder lezenWie was Johannes Calvijn? (1509-1564) wilde in de gemeente een geloofsbelijdenis aangevuld met een grondige catechisatiepraktijk ‘waarmee kinderen of jonge mensen getuigenis van hun geloof kunnen afleggen ten overstaan van de gemeente’. De catechese moest een voorbereiding zijn op het ontvangen van het avondmaal, maar Calvijn zag het ook als uitgesteld dooponderricht. Hij dacht aan kinderen vanaf 10 jaar, maar ook aan volwassenen. In ieder geval dachten de reformatoren bij de catechese en toelating aan het avondmaal aan wat wij tegenwoordig oudere kinderen en jongeren noemen. ToelatingsvragenIn de gereformeerde Reformatie ontstond een praktijk van belijdenis doen die inhield dat je catechese volgde en daarna toelatingsvragen beantwoordde. Er was geen formulier voor het afleggen van belijdenis zoals er formulieren waren voor de bediening van de doop, het vieren van het avondmaal en het zegenen van een huwelijk. De toelatingsvragen beantwoorden had op die manier geen aparte status. Het beantwoorden van deze vragen, ‘belijdenis doen’ zoals wij het nu noemen, was sterk verbonden met de praktijk van het vieren van het avondmaal. Het ging erom dat je als gelovige instemde met de leer (het evangelie zoals we dat vinden in de Bijbel), beloofde daarnaar te leven en je wilde onderwerpen aan de kerkelijke tucht. Hoe ging dat er in de Nederlanden aan toe? Situatie in de NederlandenUit de eerste kerkboeken met teksten en instructies voor eredienst en catechese uit Londen (1554), de Palts (1563) en Dordrecht (1574) weten we dat er praktijken waren ontstaan waarbij toelatingsvragen voor het avondmaal moesten worden beantwoord door degenen die toegang verlangden. Voordat dat gebeurde, was er catechisatie. In de Nederlanden ontstonden verschillende praktijken van toelatingsvragen, en al bij de synode van Dordrecht (1574) zien we dat er een belijdenis in twee delen ontstaat: eerst de examinatie door een vertegenwoordiging van de kerkenraad en vervolgens een, bij voorkeur publieke, bevraging waarop de belijdende instemmend diende te antwoorden. Dit kennen we in verschillende protestantse gemeenten nog steeds: een gesprek met een vertegenwoordiging van de kerkenraad en vervolgens een publiek ‘ja’. 19e en 20e eeuwWe maken een flinke sprong in de tijd. Met het ontstaan van de Nederlandse Hervormde Kerk in 1816 kreeg dit landelijke georganiseerde kerkgenootschap een Algemeen Reglement. Nu kwam de synode met toelatingsvragen. Bovendien kreeg de viering van de openbare geloofsbelijdenis een eigen vorm: ‘de bevestiging van lidmaten’, en ze werd verplicht openbaar. Ondertussen was de leeftijd van belijdenden in de eeuwen hiervoor omhooggegaan. In de hervormde kerkorde van 1951 werd gesproken van ‘openbare belijdenis des geloofs’. Ook werd opgenomen dat men ‘gewoonlijk’ 18 jaar oud moest zijn om met belijdeniscatechese te beginnen. In deze kerkorde staat ook dat er gebruikgemaakt zou worden van een formulier. Er zou nu dus voor het eerst een formulier komen in de Hervormde Kerk. In de Gereformeerde Kerken was er sinds 1923 een formulier. Hier zien we dat de openbare geloofsbelijdenis steeds zelfstandiger werd en een extra betekenis kreeg: getuigen van het geloof en verantwoordelijkheid nemen in de gemeente. De openbare geloofsbelijdenis werd nog wel begrepen als een moment waarop je van je geloofskennis getuigde en toegang tot het avondmaal kreeg. Huidige kerkordeDe kerkordeVerder lezenKerkorde van de Protestantse Kerk in Nederland van de Protestantse Kerk in Nederland van 2004 noemt geen minimale leeftijd voor de belijdenis(catechese) meer. We zien daarin ook de sterke verbinding van de belijdenis met de doop, het belang van getuigen van de Heer en medeverantwoordelijkheid dragen voor de gemeente: De ‘[...] openbare geloofsbelijdenis wordt afgelegd om de doop te ontvangen of te beamen, als blijk van de bereidheid om van de Heer te getuigen, medeverantwoordelijkheid te dragen in de gemeente van Christus en te blijven bij de gemeenschap van Woord en sacramenten.’ Nog iets anders valt op: dat wat niet geschreven staat als het specifiek over de openbare geloofsbelijdenis gaat. Dat de openbare geloofsbelijdenis toegang zou verlenen tot de Maaltijd van de Heer. Die praktijk is ook verschillend in de gemeenten van de Protestantse Kerk. Toch zie je hier dat er wel iets is veranderd in de loop van de tijd: wat in de Reformatie begon als een praktijk van toelatingsvragen voor het heilig avondmaal wordt in sommige delen van de kerk vooral begrepen als doopbeaming. En in de breedte van de kerk is denk ik te zien dat belijdenis-doen wordt beleefd als een manier om persoonlijk ‘ja’ te zeggen, te getuigen van het geloof en de persoonlijke toewijding. Wat valt van de geschiedenis te leren?Het idee van ‘toelatingsvragen’ kan ons tegen de borst stuiten. Maar in het licht van de historische verandering van het samengaan van belijden en dopen naar dopen zonder persoonlijk belijden, is het begrijpelijk dat tijdens de Reformatie praktijken van catechese en persoonlijk belijden ontstonden. Doop en avondmaal nodigen uit tot een beamen van Gods genade. Catechese in de kerk en thuis – en voor sommigen op school – is dus cruciaal. Dat was de inzet van de Reformatie en die is ook vandaag de dag nog relevant. Geloofstraining is nodig om de ‘wedstrijd van het geloof’ te kunnen spelen. Bij een volwassene die gedoopt wordt, is er eerst catechese en gaat de doopVerder lezenDe doop: teken en zegel van Gods goedheid en trouw samen met het persoonlijk belijden: wie gedoopt wil worden, wordt ook gevraagd de Heer te belijden. Geweldig dat we dat als kerk meemaken! De heilige Geest vindt ook mensen die niet in een christelijk gezin opgroeien. Bij de doop van kleine kinderen is persoonlijk belijden nog niet aan de orde. Ouders of doopgetuigen beantwoorden niet in de plaats van hun kinderen de doopvragen. Ze beantwoorden die voor zichzelf en beloven het kind voor te gaan op de weg van het geloof, in de hoop dat het zelf zijn of haar doop zal beamen. Het kind mag later zelf de Heer belijden. Dat kan iemand van 12 zijn, maar ook een 70’er. Je bent niet snel te jong of te oud om de Heer – naar vermogen – te belijden in woord en daad. Belijdenis is een stap onderweg, geen eindpunt. We blijven een leven lang leren. Brug tussen doop en avondmaalDe gereformeerde Reformatie plaatste catechese en toelatingsvragen dus tussen (kinder)doop en avondmaalVerder lezenWat is het Heilig Avondmaal? Betekenis, viering en deelname binnen de Protestantse Kerk. De doop van kleine kinderen nodigt namelijk uit tot een persoonlijke belijdenis. Je zou kunnen zeggen dat zo doop en persoonlijk belijden net zoals in de vroege kerk weer steviger met elkaar verbonden konden worden door de toelatingsvragen en bijbehorende catechese. Het persoonlijke belijden wordt dan als het ware bij de doop gevoegd als een uitgesteld belijden. Deze vorm van persoonlijke ‘belijdenis’ en het bijbehorende onderwijs was in de gereformeerde traditie de brug tussen doop en avondmaal, bedoeld om het geloof en de sacramenten te begrijpen en te leven. Het was een belangrijk uitgangspunt dat zij die aan de Maaltijd van de Heer deelnemen, Hem ook – naar vermogen – belijden en daarnaar willen leven. Iedere keer dat er heilig avondmaal wordt gevierd belijdt de gemeente ook samen het geloof. Van de geschiedenis leren we dat de toelatingsvragen niet waren bedoeld als een speciaal en groots ritueel. Als de openbare geloofsbelijdenis tegenwoordig nog functioneert in de plaatselijke gemeente, zien we vaak dat ze snel als een zelfstandig sacrament ervaren wordt. Bij een volwassendoop zie je gelukkig weer goed wat de plaats van de openbare geloofsbelijdenis is: wat God doet in de doop staat centraal, en afhankelijk van de orde die gebruikt wordt, belijdt de dopeling voor of na de doop het geloof. Ook bij belijdenden die als kind gedoopt zijn kun je het verband met de doop natuurlijk op veel manieren uitlichten. In een deel van de kerk functioneert de openbare geloofsbelijdenis naast doopbeaming ook als een toelating tot het heilig avondmaal, zoals de toelatingsvragen ten tijde van de Reformatie dat deden. Zo is belijdenis doen heel direct verbonden met doop en avondmaal. Voor wie hier uitgebreider over wil lezen: zie het artikel ‘Een beknopte geschiedenis van de openbare geloofsbelijdenis verbonden met Doop en Avondmaal’ in Kerk en Theologie 76.3 (2025) 1-23. Zie Kerk en Theologie | Amsterdam University Press Journals Online lees verder |
||
|
Moderamen vrijdag aanwezig bij synodevergadering
Utrecht, 17 maart 2026 Aan de organisatoren van de bijeenkomst op 20 maart Zusters en broeders, Op 20 maart hebt u aangekondigd om in Utrecht, op het terrein van de dienstenorganisatie van de Protestantse Kerk in Nederland bijeen te komen, voor een liturgische bijeenkomst/demonstratie in de 40-dagentijd. De waardigheid van de zaak die u behartigt staat voor ons niet ter discussie. U weet, die delen we met elkaar. Als het gaat om Israël en Palestina hebben we de afgelopen maanden geluisterd, geschrevenVerder lezenBrief van de scriba: 'De situatie in het Midden-Oosten verscheurt mij', geleerdVerder lezenIsraël en Palestina, gehandeld, gebeden, gereisdVerder lezenOntmoetingen in Israël en Palestina: diepe trauma’s, schrijnend onrecht én geloofsmoed , gelobbyd, ons uitgesproken en gecommuniceerd. U kunt onderaan deze open brief een paar van die fragmenten lezen en zien. We snakken immers gezamenlijk naar recht en veiligheid, gemeenschap en vreugde, en we committeren ons daaraan. We zien het als roeping van onze kerk om te werken aan netwerken van mensen die dát delen. Tijdens onze laatste reis waren we onder de indruk van Israëli’s en Palestijnen, joden, moslims en christenen, die elkaar vasthielden in hun gezamenlijke strijd voor recht en vrede. Op die weg trekken we graag met elkaar op. Voorafgaande aan deze door u geplande bijeenkomst schrijven we u graag over het volgende. Als moderamen kunnen we er vrijdag niet zelf bij zijn. Op 20 maart staat de vergadering van de kleine synode gepland. Een belangrijke taak voor ons als moderamen is het leiden en uitwerken van synodevergaderingen en dat heeft voorrang. Pepijn Trapman, operationeel directeur van Kerk in Actie en Eeuwout Klootwijk, wetenschappelijk beleidsmedewerker en teamlid van de recente reis, zijn aanwezig in Utrecht en beschikbaar om eventueel iets in ontvangst nemen. Wij zullen er dus zelf niet zijn, maar we willen u met klem vragen om te waken over de waardigheid van de bijeenkomst en de veiligheid van anderen, ook van onze medewerkers. We weten dat u die verantwoordelijkheid serieus neemt en dat waarderen we. Het is een onstabiele en onbestemde tijd. Er zit een gewelddadige toon in de samenleving; verharding en intimidatie nemen toe. Ook onderling. Ook in de kerk. We rekenen erop dat u dat verdisconteert in uw spreken en uw houding. Tijdens onze reis naar Palestina en Israël, twee maanden geleden, benadrukten verschillende stemmen het belang van 'change the conversation'Verder lezenScriba Kees van Ekris: 'Verander het gesprek'. Het is makkelijker om de ander los te laten, zo zeiden zij, dan om haar vast te houden. Het vraagt meer energie en innerlijke ruimte om de levenswerkelijkheid van de ander te erkennen dan om een karikatuur van hem te maken. Dat vraagt energie en geloof, maar dat geeft ook energie en geloof. Je kunt daarna samen in actie komen. Je kunt elkaars felheid gebruiken ten goede. Wij weten dat dit ook geldt in Nederland. Het onderling beschuldigen van antisemitisme of van ‘bloed aan je handen hebben’, het elkaar bestoken op social media, het is makkelijk, maar het helpt niemand iets verder. Het schrikt een nieuwe generatie ook af, merken wij als ze zien hoe er met elkaar omgegaan wordt. Wie durft zich in dit gesprek nog te mengen? Maar wat wel helpt is dat we als kerk gezamenlijk sterke projecten en personen steunen in hun harde en vaak gevaarlijke werk voor recht en vrede, en daarvan leren en dat door laten werken in onze kerk. In het recente synodestukVerder lezenSynode aanvaardt nota ‘Uw koninkrijk kome’ over relaties met Joden en Palestijnse christenen 'Uw Koninkrijk kome’ staat het woord pelgrims (‘Uw Koninkrijk kome. Als pelgrims onderweg met Joden en Palestijnse christenen’). Een belangrijk woord in de Bijbel is dat. Een pelgrim staat niet stil en graaft zich niet in. Een pelgrim is onderweg en leeft met een visioen. Hopelijk kunnen ook wij elkaar zo zien, als medepelgrims, en kunt u elkaar zo zien, komende vrijdag. Wij zien in ieder geval u zo. Laten we elkaar blijven versterken in het zoeken naar beleid en taal waarmee wij de veiligheid en de vrede van Palestijnen en Joden dienen. Verbonden in ons gebed en onze hoop op recht en vrede. Moderamen van de Protestantse Kerk in Nederland, Leo Blees, Trijnie Bouw, Kees van Ekris, Bianca Groen Gallant Zie ook: Brief van de scriba - Moeden de themapagina: Israël en Palestinalees verder |
||
|
Voor diaconieën: informatieavonden over Oekraïne
Tijdens de avonden staan we stil bij de uitdagingen waar mensen dagelijks mee te maken hebben, maar ook bij hoopvolle initiatieven waarin we samen met gemeenten door heel Nederland bij betrokken mogen zijn. Wat kun je verwachten?
Data en locaties
De avonden beginnen om 19.30 uur, inloop met koffie/thee, aanvang programma 19.45 uur. AanmeldenDeze avonden zijn voor diakenen, zwo-leden en iedereen die zich betrokken voelt en wil inzetten voor Oekraïne. Meld je hier aan. We hopen op mooie avonden van ontmoeting, betrokkenheid en verbondenheid. Je aanwezigheid wordt zeer gewaardeerd. Van harte welkom! lees verder |
||
|
Kerkvertegenwoordigers zijn kritisch op verharding asielbeleid
OPEN BRIEFOVER DE ASIELWETTEN EN DE STRAFBAARSTELLING ILLEGAAL VERBLIJFDen Bosch / Utrecht, 16 maart 2026 Geachte leden van de Eerste Kamer der Staten-Generaal, Binnenkort behandelt de Eerste Kamer twee belangrijke wetsvoorstellen: de Wet invoering tweestatusstelsel en de Asielnoodmaatregelenwet, inclusief de daarvan onderdeel uitmakende novelle aanpassing strafbaarstelling illegaal verblijf. Als vertegenwoordigers van de Rooms-Katholieke Kerk in Nederland en de Protestantse Kerk in Nederland willen wij via deze open brief onze zorgen delen en onze bezwaren kenbaar maken. Zorgen over verhardingDe Wet invoering tweestatusstelsel en de Asielnoodmaatregelenwet zullen, als ze door de Eerste Kamer worden aangenomen, een aanzienlijke verharding van het asielbeleid tot gevolg hebben. In een eerder stadium heeft de Raad van Kerken in Nederland zijn zorg over deze verharding van het asielbeleid duidelijk verwoord in het document Maar wij geloven: geloven in tijden van verharding: Wanneer we vreemdelingen als een bedreiging gaan zien, doen we niet alleen hen maar ook onszelf tekort. Wanneer angst en wantrouwen worden gevoed, verdort de gemeenschap. De verharding jegens de vreemdeling kan dan ook ieder van ons persoonlijk beschadigen, als wij onze harten verharden en hartelozer worden. Onze zorgen over deze verharding van het asielbeleid zijn onverminderd groot en actueel. Vanuit de Bijbel voelen we ons geroepen de vreemdeling lief te hebben als onszelf (Leviticus 19, 34). In dit verband raakt ons niet alleen de verharding van het beleid. Wij zijn ook diep bezorgd over de verharding van het sentiment jegens vreemdelingen in onze samenleving. Wij merken in onze kerken de schok die het geeft, en de verontwaardiging wanneer in ons land een politieke atmosfeer ontstaat, waarin juist zo’n kwetsbare groep mensen opgejaagd wordt. Onze diaconieën en vele kerkleden zijn betrokken op allerlei plekken waar barmhartigheid en menselijkheid gezocht wordt, onze kerken zelf zijn zulke plekken. Daarom maken wij ons zorgen en uiten we die zorg aan u. Omdat we denken dat we bondgenoten zijn in onze cultuur: politiek, overheid, samenleving en kerken.Bezwaren tegen de strafbaarstellingAan de asielwetten is tijdens de behandeling in de Tweede Kamer ook de zogenoemde ‘strafbaarstelling illegaal verblijf’ toegevoegd. Door die strafbaarstelling leiden de asielwetten niet alleen tot een verharding van het beleid, maar ook tot een aanscherping van de uitvoering. Door de criminalisering van onrechtmatig verblijf wordt ieder mens die zonder de juiste verblijfsdocumenten in ons land verblijft, pleger van een strafbaar feit en als zodanig dus tot crimineel gemaakt en als crimineel behandeld. Wij zijn van oordeel dat deze strafbaarstelling daarmee een fundamentele aantasting betekent van de onvervreemdbare waardigheid van iedere menselijke persoon. Als vertegenwoordigers van de Rooms-Katholieke Kerk in Nederland en de Protestantse Kerk in Nederland willen we u graag laten weten, zwaarwegende bezwaren te hebben tegen deze strafbaarstelling van illegaal verblijf. De menselijke waardigheid is een essentieel onderdeel van de sociale leer en ethiek van onze kerkelijke tradities. Deze onvervreemdbare menselijke waardigheid is echter ook een belangrijke pijler van onze democratische rechtsstaat. De strafbaarstelling illegaal verblijf tast naar onze overtuiging daarmee ook de juridische waarden van onze democratische rechtsstaat aan.Haaks op de menselijke waardigheidHet bovenstaande komt direct voort uit een doorleefde praktijk. Vanuit kerkgemeenschappen en bij kerkelijke organisaties werken talloze vrijwilligers en beroepskrachten met statushouders, mensen zonder verblijfsdocumenten en slachtoffers van mensenhandel. Vanuit dit werk bereiken ons grote zorg en ongerustheid over de verwachte gevolgen van de Asielwetten, en in het bijzonder over de strafbaarstelling van onrechtmatig verblijf. Kerken fungeren in de praktijk als laagdrempelige en veilige plekken waar mensen ondersteuning zoeken, juist wanneer zij reguliere instanties mijden uit angst voor handhaving. De strafbaarstelling zet deze vertrouwensrelatie onder druk en vergroot de drempel om hulp te zoeken of signalen van uitbuiting, geweld of mensenhandel te delen. De strafbaarstelling illegaal verblijf staat dan ook haaks op de menselijke waardigheid. Zij bedreigt bovendien een essentieel maatschappelijk vangnet. Hoezeer kinderen in dit alles nog eens extra kwetsbaar zijn, werd recentelijk pijnlijk duidelijk gemaakt door de Nationale Kinderombudsvrouw, prof. dr. Margrite Kalverboer. In een interview in Trouw van 3 maart jl. zei zij het daarover: Op het moment dat je illegaliteit strafbaar stelt, dan maak je van kinderen een soort onderduikers. Die kunnen zich niet meer laten zien. Je school wordt een plek waar je vader of moeder opgepakt kan worden. Medische zorg ga je mijden. Een kind weet: mijn ouders zijn er voor mij en zorgen voor mij. Die basale zekerheid staat op het spel. Deze zorg klinkt ook door in de signalen die ons bereiken vanuit de opvanghuizen, inloopplekken, Wereldhuizen en al die andere vormen van ontmoeting en hulp, die mede vanuit onze kerkelijke gemeenschappen wordt geboden. Dit werk leert ons onder meer hoe enorm divers de groep mensen zonder papieren is en hoe uiteenlopend en verschillend de aanleidingen en achtergronden zijn van hun verblijf in Nederland. De werkelijkheid is veel gevarieerder en complexer dan velen vaak denken. De simpele criminalisering van illegaal verblijf berokkent onnoemlijke en onherstelbare schade aan de levens van heel veel mensen, die in kwetsbare omstandigheden al zoveel leed en tegenslag (hebben) moeten doorstaan.Onbarmhartige verscherpingVanuit een direct ervaren evangelische roeping openen kerken hun deuren voor mensen in moeilijke situaties. Vanuit diezelfde evangelische roeping openen velen hun harten voor mensen zonder papieren die met grote problemen kampen, financieel en fysiek, mentaal en menselijk. Die evangelische roeping horen zij bijvoorbeeld in deze bekende woorden uit Matteüs 25: ‘Heer, wanneer hebben wij U hongerig gezien en U te eten gegeven, of dorstig en U te drinken gegeven? Wanneer hebben wij U als vreemdeling gezien en opgenomen, U naakt gezien en gekleed? Wanneer hebben wij gezien dat U ziek was of in de gevangenis zat en zijn we naar U toe gekomen?’ En de koning zal hun antwoorden: ‘Ik verzeker jullie: alles wat jullie gedaan hebben voor een van de geringsten van mijn broeders of zusters, dat hebben jullie voor Mij gedaan.’ De hierboven geciteerde tekst uit Matteüs 25 staat ook bekend als het evangelie over de ‘werken van barmhartigheid’. De tekst zegt ons dat menselijke waardigheid bij uitstek moet worden gezocht bij de geringsten van onze broeders en zusters. Het is daarom niet alleen vanwege de principiële aantasting van de onvervreemdbare menselijke waardigheid dat wij bezwaar maken tegen de strafbaarstelling. De signalen van mensen die vanuit barmhartigheid hun harten en deuren openen, versterken ons besef dat de strafbaarstelling een uiterst onbarmhartige verscherping betekent van een asielbeleid dat zich op zichzelf genomen toch al wordt verhard.Strafrechtelijke risico’s voor hulpverlenersVoorts tekenen wij bezwaar aan tegen de strafbaarstelling illegaal verblijf, omdat hulpverleners nog steeds onderwerp kunnen worden van strafrechtelijk onderzoek en vervolging. Niet alleen door de Raad van State zijn er fundamentele bezwaren geuit tegen de inhoud en juridische argumentatieopbouw van de novelle. Door juristen en meer specifiek door advocaten en advocatenkantoren zijn gefundeerde bezwaren ingebracht tegen de novelle. In de brief over de strafbaarstelling van het bondgenootschap Stop de asielwetten aan de leden van uw Eerste Kamer d.d. 24 januari jl. worden deze bezwaren helder verwoord. We zijn ervan doordrongen dat het amendement over de strafbaarstelling expliciet bedoeld was om een ruimere inzet van het strafrecht ten aanzien van hulpverleningsorganisaties mogelijk te maken. We hebben er nota van genomen dat de indieners daarbij ook expliciet op kerken doelden (zie: Tweede Kamer, Verslag van een wetgevingsoverleg over de novelle aanpassing strafbaarstelling illegaal verblijf). En we concluderen dat de vragen en bezwaren, die door deskundigen tegen de novelle zijn ingebracht, voldoende aanleiding bieden tot gerede twijfel over de werkzaamheid ervan. Naar onze overtuiging biedt de novelle aanpassing strafbaarstelling illegaal verblijf geen afdoende reparatie van de bedoeling en mogelijke werking van het aangenomen amendement. De novelle biedt bovendien onvoldoende basis voor een vertrouwen op de rechtsbescherming van de overheid. Wij vrezen dat hulpverleners en hulpverlenende organisaties, indien de Asielwetten worden aangenomen, in de toekomst niet gevrijwaard zullen blijven van strafvolging. En we spreken daarover als vertegenwoordigers van onze kerken grote bezorgdheid uit. Dit raakt ons als kerken in het hart van wie wij zijn. We merken in onze kerken dan ook de verontwaardiging hierover en het verzet.AfsluitingDoor adviesorganen en uitvoeringsorganisaties van de Rijksoverheid zijn vele principiële en praktische bezwaren verwoord jegens de Asielwetten en meer specifiek jegens de strafbaarstelling illegaal verblijf. Groot is verder het aantal maatschappelijke organisaties dat bezwaren heeft uitgesproken. Bezwaren over rechtmatigheid, uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid, bezwaren over proportionaliteit en effect. Als vertegenwoordigers van de Rooms-Katholieke Kerk in Nederland en de Protestantse Kerk in Nederland willen we met deze brief duidelijk maken, dat wij vanuit onze geloofsovertuigingen en christelijke waarden grote zorgen hebben over de verharding van het asielbeleid. Met betrekking tot de strafbaarstelling illegaal verblijf gaan we een stap verder: tegen deze maatregel tekenen we via deze brief bezwaar aan. Alles afwegende roepen wij u daarom op uw steun niet te geven aan deze novelle strafbaarstelling illegaal verblijf. Wij sluiten deze open brief af met een passage uit de encycliek van paus Franciscus uit 2021 over broederschap en sociale vriendschap, Fratelli tutti: Men zal nooit zeggen dat [migranten] geen mensen zijn, maar in de praktijk laat men met de besluiten en de wijze waarop ze behandeld worden, zien dat men hen als minder waardevol, minder belangrijk, minder menselijk beschouwt. Het is onaanvaardbaar dat christenen deze mentaliteit en houding delen door soms bepaalde politieke voorkeuren te laten prevaleren boven diepe overtuigingen van het eigen geloof: de onvervreemdbare waardigheid van iedere menselijke persoon ongeacht afkomst, huidskleur of religie, en de hoogste wet van de broederlijke liefde. Met vriendelijke groet en hoogachting,Mgr. dr. G.J.N. (Gerard) de Korte bisschop van ’s-Hertogenbosch en referent voor Kerk en Samenleving vanuit de Bisschoppenconferentie Ds. dr. C.M.A. (Kees) van Ekris predikant en scriba van de Protestantse Kerk in Nederland Meer lezen: Wat doet de Protestantse Kerk voor vluchtelingen?lees verder |
||
|
Lianne van Jaarsveld-de Bruijne wordt interim-directeur van de dienstenorganisatie
Van Jaarsveld-de Bruijne brengt een brede bestuurlijke ervaring met zich mee vanuit organisaties waarin veel veranderingen plaatsvonden en vanuit haar vrijwilligersfuncties. Ze werkte de afgelopen jaren onder meer bij Rabobank Nederland, bij aaff. en bij PricewaterhouseCoopers. Vanaf oktober 2024 was ze werkzaam als interim-directeur Mens & Organisatie bij zorgverzekeraar VGZ. Lianne heeft een achtergrond in het strategisch Verandermanagement en HR. Naast de dagelijkse leiding over de organisatie vraagt het moderamen haar te werken aan een toekomstgerichte dienstenorganisatie. Daarbij ligt de nadruk op herstel van een gezonde werkomgeving en het leggen van de basis voor een financieel gezonde organisatie. lees verder |
||
|
Bekijk een uniek online concert van hardstyle-dj Sefa
Geniet hier van een exclusief online klassiek concert van Sefa Podcast 'Als alles duister is'Hardstyle-dj Sefa komt in samenwerking met de Protestantse Kerk in Nederland met een podcastserie over het geloof en zijn leven in de hardstylewereld. Met vijf predikanten gaat hij in gesprek over grote levensvragen en zijn levensstijl. Sefa Jeroen Vlaarkamp (24) is hardstyle-dj en christen. Sefa treedt op bij grote dancefestivals als Defcon.1 en begeeft zich daarmee in een omgeving die haaks lijkt te staan op de kerkelijke. Over of deze werelden met elkaar te rijmen zijn, praat hij met dominees Bert-Jan Mouw, Gerard van Zanden, René de Reuver, Pieter Veerman en Bart de Bruijn in de podcast ‘Als alles duister is’. ConcertenNaast deze podcastserie organiseerde de Protestantse Kerk in samenwerking met Nachtzon Media een reeks concertavonden met Sefa. Op 15-jarige leeftijd ontdekte Sefa via de barok de cantates van Bach. Door deze muziek ging hij zich ook verdiepen in de religieuze concepten waarover Bach componeerde. Tijdens deze avonden werd de muziek van Sefa verbonden met klassieke muziek en inhoudelijke gesprekken gevoerd aan de hand van de Heidelbergse Catechismus. Dit project wordt mede mogelijk gemaakt door fonds Kerk en Wereld. lees verder |
||
|
Scriba Kees van Ekris over twintigers en de kerk: ‘Durf door hun ogen te kijken’
Haar honderdduizenden volgers op Instagram en TikTok konden het van dichtbij volgen. Influencer Widya Soraya (29), die jarenlang in de new age-wereld verkeerde, kwam recent radicaal tot geloof en besloot haar oude leven achter zich te laten. In de podcastserie ‘Widya zoekt God’ gaat ze nu op zoek naar de kern van het christelijk geloof. Wat betekent het om Jezus te volgen? Welke keuzes maak je als je gelooft? En hoe zit het eigenlijk met de kerk? Luistertip: podcast Widya zoekt God9 feb 2026WeerbarstigHet verhaal van Widya lijkt niet op zichzelf te staan. Recente onderzoeken suggereren dat er onder jonge mensen een nieuwe openheid is voor geloof en kerk. Daan Molenaar, conceptontwikkelaar bij de EO, en Paul van der Niet, directeur bij christelijk mediabedrijf NEEMA-Vuurbaak, volgen het soort verhalen als dat van Widya al een tijdje op de voet. Van der Niet: “Sinds corona is het aantal jonge mensen dat op zoek is naar ‘meer’ behoorlijk toegenomen. Dat heeft te maken met verschillende dingen. Jonge mensen ervaren continu de druk van de onlinewereld. De druk om mooi te zijn, om slim te zijn, om de boel goed voor elkaar te hebben. Maar dan blijkt het toch lastig om je studie te halen, om een huis te vinden. Het leven blijkt weerbarstig, minder maakbaar dan gedacht. Dat leidt tot grote teleurstelling.” Daarbij komt dat we niet moeten onderschatten welke invloed de covidperiode heeft gehad op jonge mensen, benadrukt hij. “Veel van hen raakten in een heel bepalende levensfase in een isolement.” Bodemloze putMolenaar ziet dat jonge mensen die openstaan voor een ander verhaal dan het seculiere, via algoritmes in verschillende werelden terechtkomen. “Jonge mannen komen vaak in conservatieve kringen terecht, terwijl vrouwen via Instagram al snel in de esoterische hoek belanden. Ze komen dan in aanraking met spirituele of religieuze ideeën die uitgaan van verborgen kennis of krachten waarmee je als mens de werkelijkheid kan beïnvloeden. Het esoterisme lijkt in eerste instantie best wat te bieden. Het lijkt een manier te zijn om meer inzicht te krijgen in jezelf en in wat er gaande is in de wereld. Maar vervolgens komt er steeds meer een geestelijke component bij. En dan blijkt het esoterisme, als het gaat om spiritualiteit, een bodemloze put. Het blijkt nooit genoeg te zijn. Het idee is: als je maar goed genoeg je best doet, kun je alles bereiken: rijkdom, gezondheid, wat je maar wilt. Je kunt het universum voor je laten werken. Maar als dat vervolgens niet lukt, is het ook echt je eigen schuld. Dat is enorm ongenadig.” Hij hoort regelmatig verhalen van met name vrouwen die na ervaringen met het esoterisme bij het christelijk geloof uitkomen. “Vaak omdat ze een soort Christuservaring hebben gehad, zoals Widya, of juist een ervaring met het kwaad. Het christelijke verhaal – van liefde, van genade - kan dan aantrekkingskracht hebben. Hoewel ik niet direct een enorme revival zie, ervaar ik wel een soort nieuw elan voor het geloof.” TraditieloosIn de podcastserie ‘Widya zoekt God’ gaat Widya onder andere in gesprek met Kees van Ekris, scriba van de Protestantse Kerk. Want hoe zit het met de kerk, als je net tot geloof bent gekomen? Kun je in je eentje geloven, of heb je toch iets van een gemeenschap nodig? In het gesprek vertelt Van Ekris waarom de kerk voor hem zo belangrijk is. “Het geloof heeft een heel persoonlijke kant, en die is belangrijk. Maar er zijn heel wat tijden en momenten geweest dat ik het niet in mijn eentje kon. Dat anderen mij erbij hielden, me inspireerden. Of me juist tegenspraken: wat doe je nu, wat denk je nu? Mijn les is wel dat ik niet in mijn eentje kan geloven.” Van Ekris is onder de indruk van de toewijding van Widya voor de kerkelijke gemeenschap waar ze onderdak gevonden heeft. “Ze dacht aanvankelijk geen gemeenschap nodig te hebben, maar ervaarde toen tóch dat haar een soort verlangen daarnaar werd gegeven. Dat is bijzonder, als je zelf 'traditieloos’ bent. ‘De eerste in de rij’, zoals ze zelf in het gesprek zegt.” GemeenschapservaringWat voor vragen roept dit eigenlijk op voor de kerk, deze hernieuwde openheid van jonge mensen voor geloof en kerk? Van Ekris wil hier de komende tijd graag verder over in gesprek. “Ik denk dat het begint met het besef dat er meer van deze twintigers in onze omgeving zijn dan we denken. Het kan je kleindochter zijn, je collega. Het is belangrijk om met hun blik te durven kijken: als zij in onze kerk over de drempel zouden stappen, wat zouden ze dan voelen, zien en denken?” Openheid voor een jonge generatie kan er op verschillende plekken verschillend uitzien, denkt hij. “Niet elke plek heeft dezelfde opdracht, niet elke dominee hoeft op sociale media te zitten. Wel denk ik dat we kunnen nadenken over de gemeenschapservaring. Hoe kunnen we jonge mensen gelijk het gevoel geven: ‘wat bijzonder dat je hier bent’? Het kan een verademing zijn als er aandacht voor je is. Leeftijdsverschillen vallen dan weg.” Tegelijkertijd zijn jonge mensen op zoek naar méér dan alleen een community of een kop koffie, ziet Van Ekris. “Jong-gelovigen als Widya hebben een sensor voor Geestkracht, voor de aanwezigheid van Jezus. Dat past mooi bij het nieuwe jaarthema van de Protestantse Kerk, over ‘kerk-zijn in het krachtenveld van Christus’. Kunnen we als kerk zo ‘beweeglijk’ zijn dat mensen met verschillende geestelijke ervaringen en geestelijke vragen ruimte ervaren als ze over de drempel komen? Of als ze aan hun moeder of een vriendin vragen: ‘vertel eens over je geloof?’ Ik ben heel benieuwd hoe lokale kerken met dit thema bezig zijn. En ik verwacht dat we hier het komende jaar hele vruchtbare gesprekken over kunnen voeren.” Bekijk hier materialen voor twintigers en dertigers lees verder |
||
|
Ds. Marjolijn de Waal: “We moeten ons richten op wat vreugde geeft”
Hoe ervaar je je roeping?“De liefde voor de kerk heb ik van jongs af aan meegekregen. Mijn ervaringen met lijden in de wereld hebben bij mij het verlangen gewekt om woorden te vinden die recht doen aan het leven op aarde én aan het leven met God. Toen ik 15 was, bezocht ik mijn zus in Moldavië, waar ze in een kindertehuis voor jongens met een handicap werkte. Het contrast met mijn eigen leven was groot; ik werd geconfronteerd met een realiteit waarvoor ik mijn ogen niet kon sluiten. Iemand zei ooit tegen me: dat je je zo kunt laten raken, laat dat je roeping zijn. Langzaam ontdekte ik dat mijn plek in de kerk ligt: een plek waar je recht doet aan het leven op aarde en tegelijk aan wat God daarmee te maken heeft. Waar hemel en aarde elkaar raken.” Wat heb je nodig om met vrucht en vreugde te werken?“De ontmoeting met de gemeente en hun levensverhalen geeft mij energie. Ik mag meekijken, meedelen en verbinden met God. Dat is voor mij belangrijk. Daarnaast heb ik behoefte aan wat ik ‘suddertijd’ noem: momenten waarin mijn agenda niet volgepropt is, zodat er ruimte ontstaat voor stilte, spiritualiteit en creativiteit. Een preek schrijf ik niet in één keer; vaak werk ik er elke dag een uurtje aan, zodat woorden en gedachten kunnen sudderen. Die creatieve ruimte is onmisbaar.” Hoe zorg je ervoor dat je niet opbrandt?“Ik werk parttime en combineer dat met het moederschap, wat soms een zoektocht is. Ik ervaar het moederschap ook als een roeping. In mijn werk merk ik steeds meer dat het niet zozeer om de hoeveelheid uren gaat, maar om hoe je aanwezig bent: kwaliteit boven kwantiteit. Daarop vertrouwen helpt me loslaten dat ik overal altijd beschikbaar moet zijn. Het beeld van de vlinder, dat al sinds mijn 16e met me meegaat, illustreert dat. Een vlinder fladdert, komt en gaat weer. Maar wanneer hij er is, brengt hij luchtigheid en kleur. De cocon geeft ruimte om terug te trekken en daarna weer aanwezig te zijn.” Welk onderdeel van je werk doe je het liefst?“Het pastoraat, de ontmoeting met mensen, en het maken van liturgie vind ik het mooist. Bij het voorgaan voel ik altijd wel een drempel, en toch is het het mooiste wat er is. Zodra ik er sta, denk ik: ja, hier doe ik het voor.” Welke (na)scholing heb je voor het laatst gevolgd?“Ik volgde een jaar lang de cursus Zorg voor de Ziel en verbleef daarvoor zes keer drie dagen in een klooster. Daar kon ik, even weg uit de drukte van het dagelijks leven, tijd nemen voor mijn eigen ziel, om vandaaruit weer te kunnen delen.” Zie je in je werk in de kerk dat Gods Geest aan het werk is?“Dat is een spannende vraag, maar het is zeker zo! Door het bijwonen van de conventies van de charismatische werkgemeenschap ben ik vrijmoediger geworden om erover te spreken en erop te vertrouwen dat de Geest haar werk doet. In mijn vorige gemeente in Weesp had ik pastoraal contact met een vrouw van 95. Ze vertelde dat ze als 12-jarige stiekem naar de kerk was gegaan, tegen de wil van haar vader, en sindsdien nooit meer was weggebleven. Haar verhaal had ze nooit gedeeld, maar ik mocht het tijdens de pinksterdienst met anderen delen. Tegelijkertijd was er een meisje van 14 dat uit zichzelf naar de kerk kwam. Het was bijzonder om te zien hoe de geschiedenis zich herhaalde. Tijdens de doopdienst overhandigde deze vrouw aan het meisje een bijbel. Voor de vrouw zelf was het ook bevrijdend dat haar verhaal nu gedeeld was. Daarin zie ik dat Gods Geest aan het werk is.” Welk boek, welke serie, film of podcast raad je je collega’s aan?“Als voorbereiding op de dienst luister ik altijd naar de podcast Working Preacher van een luthers seminarie in de VS. Drie theologen bespreken daarin de bijbelteksten van het leesrooster. Hun gesprekken helpen mij bij de preekvoorbereiding, omdat zij zich al hebben verdiept in de teksten. Een boek dat mij recent inspireerde is Reclaiming Quiet van de Amerikaanse theologe Sarah Clarkson. Het gaat over cultivating a life of holy attention: leren kijken naar de kleine dingen met een heilige blik en ervaren dat God juist in het kleine aanwezig is. Clarkson schrijft op een doorleefde manier, met aandacht voor ritme en dagelijkse spiritualiteit.” Is er een bijbeltekst die met je meegaat?“Dat is Psalm 27:14: ‘Wacht op de Heer, wees dapper en vastberaden, ja, wacht op de Heer.’ Dat is een mooie tekst, voor mezelf en voor anderen. We willen vaak te snel oplossingen voor problemen, maar God heeft misschien een ander tempo – en daar kun je op vertrouwen. Dapper zijn heb ik zelf nodig om dingen te doen, maar het geldt ook voor de wereld om ons heen.” Wat hoop je voor de toekomst van de kerk?“De doop van twee tieners in Weesp liet me beseffen hoe relevant ons werk in de kerk is. Zelfs bij doorgewinterde kerkgangers kan er iets gebeuren wanneer er ineens mensen van buiten willen aansluiten. Daarom is het belangrijk door te gaan, zonder te somberen over de toekomst van de kerk, want somberen doet afbreuk aan de vreugde. Het is veel mooier je te richten op wat vreugde geeft. Zo komt de vreugde terug en kun je blijven geloven in wat je doet.” lees verder |
||
|
Help mensen in Libanon aan onderdak en eerste levenshulp
Door het geweld in het Midden-Oosten zijn in Libanon in korte tijd honderdduizenden mensen hun huis ontvlucht. Gezinnen slapen op straat of zoeken wanhopig naar een veilige plek. Kerk in Actie helpt samen met lokale kerken met noodhulp, maar de behoefte is groot. “Mensen slapen op straat”“In Libanon zijn ongeveer 500.000 mensen hun huizen ontvlucht vanwege de oorlogsdreiging”, vertelt Wilbert, die namens Kerk in Actie in het land werkt. “De bombardementen hebben al honderden slachtoffers geëist, waaronder bijna 90 kinderen. Geen wonder dat mensen de oorlogsgebieden in het zuiden en de zuidelijke wijken van Beiroet ontvluchten.” Ongeveer 110.000 mensen verblijven in opvanglocaties die door de overheid zijn aangewezen. Anderen vinden tijdelijk onderdak bij familie of vrienden. Maar veel mensen hebben nergens om naartoe te gaan. “We zien dat hier om ons heen”, zegt Wilbert. “Er zijn mensen die nog geen plek hebben gevonden en nu noodgedwongen op straat leven.” Grote behoefte aan eerste levenshulpVeel gezinnen zijn halsoverkop gevlucht en hebben bijna niets kunnen meenemen. “Er is dringend behoefte aan noodhulp in de vorm van opvang, bedden, dekens, kleding en voedsel”, zegt Wilbert. “Samen met lokale partners helpt Kerk in Actie waar dat kan.” Kerken komen in actieSamen met kerken en partnerorganisaties ondersteunt Kerk in Actie mensen die alles zijn kwijtgeraakt. Zij zorgen voor onderdak, delen voedsel uit en verstrekken dekens, kleding en andere eerste levensbehoeften. Tegelijk blijft de hoop op vrede levend. “We hopen dat de strijdende partijen snel tot een vergelijk komen en een weg vinden om vreedzaam samen te leven, zoals dat in Libanon al eeuwenlang gebeurt”, zegt Wilbert. Help meeJuist nu is hulp hard nodig voor mensen die alles zijn kwijtgeraakt. Help mee en geef voor noodhulp in Libanon. Wellicht kun je als diaconie overwegen een (extra) collecte te organiseren of bij te dragen vanuit de reserves? Je kunt je gift voor het noodhulpprogramma van Kerk in Actie overmaken via rekeningnummer NL89 ABNA 0457 457 457 o.v.v. noodhulp. Voor diaconieën zijn een collecteafkondiging, kerkbladbericht en een collectesheet beschikbaar om de collecte onder de aandacht te brengen. lees verder |
||
|
Doe mee aan het kerkbrede gesprek over solidariteit en geld
Aanleiding is de onrust die ontstond rondom nieuwe regelingen voor het quotum en de Solidariteitskas. Uit de reacties van gemeenten bleek dat de zorgen verder gaan dan de regelingen zelf. De zorgen raken ook aan een dieper gevoel van onvoldoende vertrouwen in de landelijke kerk. De kleine synode besloot de regelingen in te trekken en riep op tot een breder gesprek. Dat gesprek vindt nu plaats en iedereen is welkom om mee te doen. Tijdens de kerkbrede bijeenkomsten krijgt u inzicht in de financiële stromen van de kerk en de dienstenorganisatie. Het onderlinge gesprek richt zich op de thema's: transparantie van geldstromen, de besteding van middelen en onderlinge solidariteit. De bijdrage van ds. Kees van Ekris staat in het teken van 'common ground'. Waar vinden we gezamenlijke grond als het gaat om geld en goed? Hoe gaan we lokaal en landelijk om met tekort en gebrek? En tegelijkertijd: hoe delen we met elkaar en gunnen we elkaar iets? Hoe stimuleren we lef en creativiteit? Naast de kerkbrede bijeenkomsten zijn er ook luisterrondes. Deze luisterrondes vinden plaats voorafgaand aan de regiobijeenkomsten van de VKB kerkrentmeesters. Tijdens deze bijeenkomsten staan we stil bij de vraag hoe nieuwe regelingen er eenvoudig en gedragen uit kunnen zien Van harte welkom. Bekijk de data en locaties op de evenementenpagina: Kerkbreed gesprek – aanmelden Luisterronde – meer informatie lees verder |
||
|
Koert Jansen: “Wij maken het voor gemeenten gemakkelijker om te beleggen”
Wat doet een portefeuillehouder beleggingen in de kerk?“Voor de landelijke kerk bereid ik de besluitvorming over het beleggingsbeleid voor. Ik volg de ontwikkelingen van de beleggingsportefeuille van de kerk en onderhoud daartoe contact met de uitvoerders. Recent kwam daar de advisering van plaatselijke gemeenten bij. De kleine synode heeft het beleggingsbeleid van de kerk vastgesteld. Dat leidde tot de instelling van twee fondsen: het Boaz Duurzaam Beleggingsfonds en het Boaz Impact Beleggingsfonds. Deze fondsen zijn nu ook voor plaatselijke gemeenten toegankelijk. Daarmee is mijn functie meer gericht op de behoeftes en vragen vanuit het land. Als belijdend lid van de Protestantse Gemeente Amersfoort ken ik de plaatselijke gemeente van binnenuit. Ik ben voorzitter van de wijkkerkenraad in de Emmaüskerk.” Met welke vragen kloppen plaatselijke gemeenten bij u aan?“Ik word regelmatig gebeld door gemeenten die overwegen te beleggen en hoorden over de Boaz-beleggingsfondsen. Laatst belde een gemeente die haar pastorie voor een miljoen euro verkocht. Dat geld was niet direct nodig, en de vraag was of beleggen een goed idee zou zijn. Ik woonde hiertoe de vergadering van het College van Kerkrentmeesters bij. Mijn eerste vraag was: hoe lang kunnen jullie het geld missen? Zeven, acht jaar? Dan is beleggen een goede optie. Moet binnen drie jaar het dak van de kerk gerestaureerd worden? Dan is beleggen geen goed idee. Ook de hoogte van het beschikbare bedrag is een belangrijke factor. Voor de Boaz-fondsen geldt een minimuminleg van honderdduizend euro.” Hebben kerken zo veel geld dat beleggen een optie wordt?“Er is een beperkt aantal gemeenten dat over belegbaar vermogen beschikt. Maar ze zijn er dus.” Helpt u een gemeente die daadwerkelijk wil gaan beleggen verder?“Dat is niet mijn taak. Daarvoor zijn er de classicale colleges voor de behandeling van beheerszaken, de CCBB’s. Zij houden toezicht op de financiën van de gemeenten in hun classis. Een gemeente die wil gaan beleggen moet goedkeuring krijgen van haar CCBB. Een gemeente moet in een zogenaamd beleggingsstatuut vastleggen hoe ze het bestuurlijk gaat regelen en wat haar beleid is, waar ze wel en niet in wil beleggen. Daar zijn modellen voor beschikbaar op de website van de Protestantse Kerk, waar ik gemeenten op wijs. Ook de Vereniging Kerkrentmeesterlijk Beheer beschikt over veel deskundigheid.” Best ingewikkeld, of niet?“Klopt, juist daarom is de mogelijkheid geopend om in Boaz-fondsen te beleggen. Kerken met vermogen worden soms bestookt met allerlei beleggingsvoorstellen van partijen van twijfelachtige afkomst. Soms zie je door de bomen het bos niet meer. Google ‘duurzaam beleggen’ en er komen duizenden hits, onoverzichtelijk en niet altijd betrouwbaar.Voor het Boaz Duurzaam Beleggingsfonds is een aantal zaken uitgesloten: tabak, de winning van olie en gas, mijnbouw, wapenindustrie. Daar kun je over discussiëren, voor nu zijn deze keuzes gemaakt. In de resterende sectoren beleggen wij uitsluitend als bedrijven het, in vergelijking met concullega’s, goed doen op het gebied van milieu en sociaal beleid. Wij maken daarbij gebruik van onderzoeksbureaus die bedrijven op deze twee thema’s door de molen halen. Van de bedrijven die daarna overblijven onderzoekt de bank Van Lanschot Kempen welke het financieel het beste doen.” Op deze manier maakt u het gemakkelijker voor lokale gemeenten om te gaan beleggen.“Exact, hiermee ontzorgen wij gemeenten met een fonds dat inhoudelijk en financieel goed in elkaar zit, met een gedegen, deskundig bestuur. Voor gemeenten die een stap verder willen gaan is er het Boaz Impact Beleggingsfonds. Daarvoor geldt het uitgangspunt dat alleen wordt belegd in sectoren met een positieve maatschappelijke impact, zoals duurzame energie, duurzame landbouw en recycling.” Waarom dragen de fondsen de naam Boaz?“Boaz, uit het Bijbelboek Ruth, was een goede rentmeester, een inspirerende figuur. Hij maaide de randen van zijn akker niet, om over te laten aan armen, weduwen en wezen. Boaz ging, net als wij, niet voor maximaal rendement ten koste van alles.” Meer over het Boaz Beleggingsfondsen lees verder |
||
|
Scriba Kees van Ekris: 'Verander het gesprek'
Munther Isaac is een van de stemmen uit een lijdende kerk en van een lijdend volk. Ik heb hem hoog. Het was een voorrecht om tijdens onze reisVerder lezenOntmoetingen in Israël en Palestina: diepe trauma’s, schrijnend onrecht én geloofsmoed toegelaten te worden tot het innerlijke leven van veel Palestijnse christenen. We hoorden over de ondraaglijke vernederingen, de doden, de woede. Het raakt me om te horen dat er in verschillende media nu het beeld is ontstaan alsof we niet geluisterd hebben. Dat neem ik ter harte. Ik heb Munther Isaac persoonlijk geschreven om dit te zeggen en om sommige dingen uit te leggen. Ik ga dat niet publiekelijk doen. Discussies in kranten en fitties op social media brengen ons niet verder. Ik kan wel een paar dingen verhelderen. Het is onjuist te suggereren alsof Palestijns leed en onrecht toegedekt worden. Mijn eerste scribabriefVerder lezenBrief van de scriba - Moed in oktober ging over het onrecht aangedaan aan Palestijnen: over de verwoesting van de infrastructuur van Gaza, de dood van duizenden mensen, de schending van mensenrechten, de assymetrie van de macht. Die werkelijkheid heb ik geprobeerd te beschrijven. Uniformiteit in al die stemmenMijn eerste reis was naar Israël en Palestina. Dat was een teken van respect. Tijdens het synodegesprek (zie video) in onze kerk heb ik verteld over de Westbank, over hoe een systeem in wording is, juridisch en van beton, die Palestijnse bewoners van hun land verdrijft en daarmee een existentiële dreiging vormt voor hun bestaan in het land. Als er serieuze aanwijzingen zijn voor genocidaal geweld in Gaza, en die zijn er, dan is er horror gaande. In politieke en diplomatieke sfeer hebben we dit geagendeerd en dat blijven we doen. Tekst loopt door onder video Ik kan nog wel meer noemen, maar dat helpt ons niet verder. Op onze reis door Israël en Palestina hebben we veel stemmen gehoord. We zijn op meerdere plekken geweest en we hebben een diversiteit aan stemmen gehoord. Maar er is een bepaalde uniformiteit in al die stemmen, die ook onze drijfveer zou moeten zijn. Het is het verlangen naar veiligheid en recht. Ik weet niet of de meeste mensen deugen, maar ik weet wel dat de meeste mensen veiligheid willen. We hebben het non-stop gevoeld: de angst. Van een Palestijnse moeder die vertelde dat haar zoon niet meer een rondje in de buurt durft te fietsen, bang om kolonisten tegen te komen die hem mishandelen of vermoorden. De angst van Joodse moeders en dochters over de gevolgen van de opleving van antisemitisme en over de innerlijke demonen die door 7 oktober weer springlevend zijn geworden. Zijn wij veilig in deze wereld? Begrijpen van de bestaanservaring van de anderVoor de goede orde: het gaat me er niet om de verschillende stemmen gelijk te stellen. Het gaat niet om symmetrie. In Gaza en op de Westbank is er militaire, financiële, juridische en technologische asymmetrie, en dat maakt het conflict zo gevaarlijk en dodelijk. Juist daarom moet degene die asymmetrisch veel macht heeft, aangesproken worden op de verantwoordelijkheid die dat geeft. Waar het mij om gaat is dat je iets moet begrijpen van de bestaanservaring van de ander, van de traumatische angst die zorgt voor verharding en geweld. Waarom denk je dat het Rossing Center een programma heeft over ‘Healing Hatred’: omdat we bij de angst en de haat moeten komen om een beweging te maken die het geweld stopt en hopelijk enige toenadering en verandering creëert. Dáár is het om te doen. Dáár is iedereen bij gebaat. De veiligheid van de een heeft te maken met de veiligheid van de ander. “Het heeft geen zin om onvruchtbare, harde gesprekken te voeren die tot niets leiden dan tot verdere verharding.” Het pleidooi dat wij van veel stemmen hoorden is juist daarom: change the conversation. Word onderdeel van een andere omgang met elkaar. Het heeft geen zin om onvruchtbare, harde gesprekken te voeren die tot niets leiden dan tot verdere verharding. De mensen die ons deze termen leerden, een Palestijnse en een Joodse vrouw, waren fel op dit punt. Zij proberen een andere plek te creëren, een brave space, waar je als Palestijn (seculier, moslim of christen) en Jood (seculier of religieus) iets opbouwt dat een tegengeluid is. Zij worden door radicale stemmen om hen heen agressief bejegend. Juist zij zeiden tegen ons: ‘Het heeft geen zin om met theologische, ideologische of morele hooivorken klaar te staan om de ander te intimideren en te kleineren.’ Die weg helpt niet om te komen tot wat wij nu moeten doen. Daarom: change the conversation. Doe iets, hoorde ik vaak, waardoor je juist met de ander, die misschien wel je tegenstander is of je vijand, contact maakt, luistert, argumenteert. Natuurlijk: probeer de ander te overtuigen, doe een appel, word woedend of treurig, maar zonder elkaar komen wij hier niet uit. Zonder elkaar werkt het gif van de haat door. En dat beschadigt iedereen dieper. Dat is een zelfkritische vraag voor iedereen die zich hierover uit: doe ik mee aan de haat? Hoe stop ik de haat? Volwassen conversatieZoek naar een weg die hierbovenuit gaat, hoorden we als opdracht. Zonder onrecht te verzwijgen. Natuurlijk niet. In de echte, soms heftige maar steeds oprechte gesprekken die wij gevoerd hebben, zijn alle grote begrippen, en alle grote werkelijkheden achter die begrippen, op tafel geweest: genocide, apartheid, etnische zuivering, de angst dat het Palestijnse christendom verdwijnt, verdreven wordt, antisemitisme, Hamas, Iran, de ander willen vernietigen. Benoem dat allemaal in die macabere diversiteit. In een volwassen conversatie kan dat. De intentie van die conversatie is steeds: recht, veiligheid, gemeenschap, het hervinden van een perspectief om met elkaar te leven. Er zijn meerdere wegen om aan gerechtigheid te werken. Change the conversation is niet change the subject. Het gaat om gerechtigheid, en om met elkaar leven. Zo veel mensen, op zo veel plekken, zag ik op onze reis, willen daar dagelijks aan werken, op heel verschillende manieren. Ik heb door deze reis een diepere liefde gekregen voor concrete plekken en concrete mensen die, midden in de horror, de harde, weerbarstige weg gaan van het dagelijks zoeken naar recht en vrede in verbinding met elkaar. Terwijl ik dit schrijf, hoor ik dat het leger van de Verenigde Staten en Israël, Iran hebben aangevallen. Toen wijzelf daar waren, dreigde dat al. De noodtoestand is in Israël uitgeroepen. Dit zal opnieuw veel doen aan het klimaat van de angst. Er zal meer geweld komen, ik vrees in allerlei vormen. Het recht en de veiligheid van gewone mensen staat nog meer op het spel. Ik heb dit geleerd: als geweld toeneemt, heb je netwerken nodig van mensen die elkaar vertrouwen, elkaar informeren, voor elkaar opkomen en voor elkaar bidden. Die weg hebben wij ingezet als kerk en die weg zullen we vervolgen. lees verder |
||
|
Ds. Kees Jan Rodenburg: "Als kerk moeten we pleitbezorger van vrede zijn"
Hoe ervaar je je roeping?“Voor mij begint roeping bij het besef dat je deel uitmaakt van een groter geheel, het koninkrijk van God. Het is een innerlijk weten dat je uitnodigt een rol of verantwoordelijkheid op je te nemen en iets te kunnen betekenen binnen een gemeenschap die God vertegenwoordigt. Steeds opnieuw dienden zich momenten aan waarop ik voelde: dit is een stap die ik in vertrouwen mag zetten. Het gaat niet om mezelf, maar om hoe ik God kan dienen op deze plek. Als hoofdkrijgsmachtpredikant betekent dat een dienende rol voor zo’n 45 geestelijk verzorgers: hun persoonlijke zorg handen en voeten geven, zoeken naar onze opdracht en hoe we die samen vormgeven. Tegelijk zijn we een schakel tussen de militaire wereld en de kerk. Ik hoop gesprekken met kerken te initiëren en hen te stimuleren: niet alleen nadenken over oorlog en vrede, maar ook concreet hulp bieden aan militairen, bijvoorbeeld door gebed of praktische steun aan hun gezinnen als zij in het buitenland zijn. Kerken kunnen daarnaast ook een belangrijke rol spelen tijdens een eventuele crisis, bijvoorbeeld door nu al water en hulpgoederen in te slaan. Zo kunnen die twee werelden dichter bij elkaar komen staan.” Wat heb je nodig om met vrucht en vreugde te werken?“Twee dingen: collegialiteit en spiritualiteit. Samen optrekken met anderen, elkaar inspireren, maar ook de dag beginnen met rust, inkeer en stilte. Een bijbeltekst lezen geeft een gevoel van verwachting en openheid. Samen optrekken is belangrijk, omdat ons werk in de militaire wereld vaak individueel is, in omstandigheden waarin niet altijd duidelijk is wat onze rol zal zijn. Juist omdat we soms alleen werken, is het van groot belang om te ervaren dat we dit niet alleen doen.” Hoe zorg je ervoor dat je niet opbrandt?“Ik probeer mijn werk van tijd tot tijd te relativeren. Focussen op waardering kan teleurstellen, maar werken vanuit vertrouwen geeft rust. De dag beginnen met een open houding maakt een kort gesprek van vijf minuten al waardevol. Daarnaast doe ik naast werk ook andere dingen: wandelen, kunst bekijken, musea bezoeken en vrijwilligerswerk. Zo doorbreek je de focus op werk en ontdek je dat er ook elders veel waardevols gebeurt.” Welk onderdeel van je werk doe je het liefst?“Ik vind het mooi om op een kazerne of tijdens een oefening in Europa tussen militairen te lopen en de spanning te voelen: wat gaat er nu gebeuren? Ga ik iets horen, gaat er iemand naar me toe komen? Welke gespreksonderwerp wordt aangekaart? Vaak onderhoud je contact met mensen die je al eerder hebt gesproken. Soms komen grotere persoonlijke zaken aan het licht, zoals problemen thuis. Het gaat vaak om persoonlijke begeleiding: hoe kan iemand zich herpakken, welk ‘huiswerk’ is er voor hen, en hoe kan ik helpen bij concrete stappen? Daarbij speelt levensbeschouwing ook een rol: hoe iemand in het leven staat, zie je terug in hoe hij of zij de rol vervult. Begrip hebben voor jezelf blijkt vaak de sleutel om weer verder te kunnen.” Welke scholing heb je voor het laatst gevolgd?“Ik volgde een jaaropleiding Geweldloze (verbindende) Communicatie. Daarbij leer je te onderzoeken welke behoeften er achter woorden en emoties schuilgaan. Het vraagt empathie, je kunnen verplaatsen in de ander én het helder verwoorden van je eigen behoeften. In de militaire wereld is deze manier van communiceren niet vanzelfsprekend, maar het is vaak een eyeopener: achter heftige emoties blijken menselijke behoeften te zitten. Wie anders leert communiceren, bereikt vaak meer dan verwacht.” Zie je in je werk dat Gods Geest aan het werk is?“Dat is een lastige vraag, omdat het suggereert dat je Gods Geest aan bepaalde tekenen kunt aflezen. Zelf denk ik dat de Geest overal aanwezig is, ook in mensenlevens. Bij Defensie zie ik creatieve krachten in hoe mensen naar elkaar omzien, elkaar aanmoedigen en steun bieden; dat kan een uiting zijn van die kracht. Of het Gods werk is, weet ik niet precies, maar het verbindt mensen op manieren die eigenlijk niet te verklaren zijn. Verder geloof ik dat de Geest wereldwijd actief is, en ik haal veel troost en moed uit de wereldwijde kerk, waar zoveel leven te vinden is.” Welk boek, welke film of welke podcast raad je collega’s aan?“Door mijn tijd in Israël ben ik vaak bezig met de Joodse bijbelexegese, onder andere via het werk van Avivah Zornberg. In haar commentaren, ik lees nu een boek over Mozes, laat zij zien hoe geloof samengaat met groeien in verantwoordelijkheid nemen voor je eigen rol in de wereld. Zeer aanbevolen.” Is er een bijbeltekst die met je meegaat?“Dat is geen tekst, maar het lied Nada te turbe uit Taizé. Een bekend, meditatief lied op een gebed van Teresa van Ávila: ‘Laat niets je verontrusten, laats niets je beangstigen. Wie God heeft ontbreekt het aan niets. God alleen is genoeg.’ Op cruciale momenten klinkt het in mijn hoofd en denk ik: als het erop aankomt, is dit wat me vasthoudt.” Wat hoop je voor de toekomst van de kerk?“Ik hoop dat we als kerk onze ogen openen voor wat er in de wereld gebeurt en ons daar actief mee bezighouden. Concreet betekent dit nadenken over vragen rond oorlog en vrede, met elkaar in gesprek gaan over onze rol hierin en over hoe we pleitbezorgers van vrede kunnen zijn. Belangrijk is dat we ons voorbereiden op wat kan komen, ons vizier op vrede blijven richten, en tegelijk stevig verankerd blijven in wat ons ten diepste draagt: de liefde van Christus.” lees verder |
||
|
Brief van de scriba - vasthoudendheid
Geachte collega’s, Begin februari vond er een inspiratiedag voor geestelijk verzorgers plaats. Met 150 collega’s luisterden we naar Michelle van Tongerloo, de Rotterdamse straatarts die verbonden is aan de Pauluskerk. Anderhalf uur lang vertelde ze over haar leerweg van de afgelopen jaren. Dat klinkt wat abstract, terwijl het fysiek is en geestelijk. Ze vertelde over mensen en over systemen. Over concrete fysieke nood, etterende wonden, erbarmelijke leef- en arbeidsomstandigheden, systemen waar mensen in nood niet in passen en die hen buitensluiten. Systemen van verzekeringen, registraties, documenten en artsenopleidingen. Je kunt er dood aan gaan. Letterlijk. “ ‘Ik verplicht me tot jouw nood’” Straatarts Michelle van TongerlooWat mij raakte was haar vasthoudendheid. En ook het onconventionele van haar aanpak. ‘Ik verplicht me tot jouw nood’, hoorde je haar zeggen tegen mensen op haar spreekuur. ‘Ik ga voor je bellen, ik ga voor je pleiten, ik ga ruzie maken, ik ga je wonden laten zien zodat mensen schrikken, als het moet zet ik een crowdfunding voor je op en je krijgt sowieso mijn mobiele nummer voor als het niet meer gaat.’ Je voelde aan alles dat dit meer dan een baan voor haar is. Er was die morgen een mens aan het woord die de noodkreet van een ander tot haar door liet dringen als een roeping. Iemand die vragen stelt over onze samenleving, vragen over waar wij aan wennen. Aan zichzelf, aan haar beroepsgroep, aan mensen met macht. Iemand die bereid is tot het uiterste te gaan. Onstuimiger communicerenHet zette mij aan het denken over de kerk. Ik denk dat er op veel plekken in ons land collega’s zijn die ook tot het uiterste gaan. Die als pastor in een instelling, als pionier of als dorpspredikant, zich verplichten tot de mensen die God op hun weg brengt. Die pastorale, intellectuele, organisatorische en geloofsenergie inzetten voor anderen. Die op een eigen manier ook gewond kunnen raken, en moe, soms woest, soms op. Ik denk dat we als kerk heel dicht op dat soort energie moeten zien te komen. Dat we die energie moeten laten zien aan elkaar en aan onze tijd, deze moeten eren en ervan leren. Dat die energie door moet stromen in het beleid van de kerk. Dat de kennis van al de verschillende collega’s ontsloten moet worden en omgezet in taal en in inventiviteit waar anderen wat aan kunnen hebben. Er is leven genoeg in de kerk. Kunnen we in het beleid van onze kerk dichter op de energie komen die ik voelde op deze morgen? We leven te midden van een volk waarin op de een of andere manier veel gaande is. Veel onrust, veel eenzaamheid, veel onbestemdheid, veel hardheid, veel vreemde goden die mensen uitputten. Zouden we, in plaats van abstracte taal voortbrengen en nog eens een paar gedachten formuleren over secularisatie en toekomstige kerkmodellen, niet onstuimiger moeten communiceren aan mensen om ons heen: Ik ga voor je bidden, ik ga voor je exegetiseren, ik ga iemand voor je bellen, ik ga mijn positie gebruiken om voor je op te komen, ik mobiliseer onze gemeenschap omdat ik denk dat je er een thuis kunt vinden. Als het moet zamelen we geld voor je in, of zorgen we voor bed, bad en brood. We spreken de discriminatie waar jij onder lijdt tegen. Jij kunt van ons op aan! Gezamenlijke geloofsenergieAls we het in de kerk hebben over de ambtsdiscussie, over predikanten, pastores en kerkelijk werkers, dan is dat voor een deel een technische discussie die gaat over arbeidsvoorwaarden, opleiding en de doordenking van een transitie. Dat doet ertoe en dat proberen we zorgvuldig te doen. Maar waar het om gaat is dat we werken aan een gezamenlijke geloofsenergie die versterkend en aanvullend werkt. Dat we vanuit verschillende talenten en soorten roepingen met elkaar een bepaalde energie uitstralen en beleven. Dat we zo ook door elkaar gestimuleerd worden en iets voelen van de gezamenlijke geloofsroeping die ons drijft. Juist als je zo’n dag meemaakt met al die heel verschillende collega’s waar je voelt dat een geloofsvuur ons drijft, krijg je zelf ook iets van die energie mee. Annemarie Roding, die met haar team de dag organiseerde, vroeg me of ik een overdenking wilde schrijven. Het ging in die dagen in het leesrooster over de Bergrede en wat het betekent om ‘zout van de aarde’ genoemd te worden. Het kwam voor mij op een wonderlijke manier bij elkaar. De toewijding van Michelle van Tongerloo, het gezamenlijke gevoelen met veel collega’s dat haar bijdrage iets in ons aanvuurt van waaruit wij ook leven en werken, en die schitterende tekst van de Bergrede. Mijn overdenking is onderaan deze brief te lezen. “Misschien moeten we als kerk niet nog langer miezemuizen over de vraag of we wel of niet relevant zijn. Show, don’t tell – denk ik vaak.” Ds. Kees van EkrisWeerbaarheidTrouwens, de week daarna was ik te gast bij de Marekerk in De Meern. Collega Annemarie Six-Wienen had een avond georganiseerd over ‘weerbaarheid’. Het is een groot thema voor de overheid: mentaal en praktisch burgerbewustzijn. Wat doen wij als de infrastructuur van energie/elektriciteit, geldstromen en internet gesaboteerd worden en wij als samenleving op zwart gaan? Annemarie had Beatrice de Graaf uitgenodigd, haar broer, burgemeester Jos Wienen, en mij. Zomaar 200 mensen doken op in de kerk en waren benieuwd naar verhalen over wat het betekent om mens te zijn als de nood misschien toeslaat en we elkaar nodig blijken te hebben. Plotseling blijkt de kerk een gemeenschapsruimte te zijn van reflectie en bewustwording. Ook een plek waar iets bewaakt wordt, als het gaat caritas, certitudo en communicatas. De avond sloot voor mij aan bij de energie die ik eerder voelde bij de geestelijk verzorgers. Misschien moeten we als kerk niet nog langer miezemuizen over de vraag of we wel of niet relevant zijn. Show, don’t tell – denk ik vaak. Wij zijn een van de levende gemeenschappen in onze cultuur die leven vanuit een geloofsovertuging, en die stellen we graag beschibaar. Laten we eens samen kijken wat we aan elkaar kunnen hebben, als overheid, als cultuur, als dorp. Later zag ik dat het CIO, het Interkerkelijk Contact in Overheidszaken, een handreiking heeft opgesteld voor de vragen rond weerbaarheid. Je zou het eens in een kerkenraadsvergadering of tijdens een werkgemeenschap kunnen bespreken. Wat is het eigene van wat wij als kerk in deze tijd vol deining beschikbaar kunnen stellen? Ik schrijf je deze collegiale brief in het begin van de vastentijd. Dat is een bevoorrechte tijd in de kerk, vind ik. Elk jaar wordt onze inwijding in het geloofsmysterie van Jezus Christus verdiept, en ontvangen we tijd voor contemplatie en versobering. Ik denk dat de thema’s van toewijding, geloofsenergie en weerbaarheid alles te maken hebben met de geloofsthema’s waaruit wij leven: sterven en opstaan, verzoening, en de weg van de vrede. Hoe dieper deze inwijding, des te meer de vreugde bewaakt wordt in ons leven. En hoe dieper de vreugde, des te bruikbaarder we zijn in een tijd vol schreeuwers. Met collegiale groet Kees van Ekris, scriba Overdenking bij Matteüs 5,13-16: Jullie zijn het zoutDe Bergrede opent met Jezus die ‘de schare’ ziet. De schare is die grote menigte van mensen die verbonden zijn in hun rafeligheid en hun onbestemde verlangens. Jezus heeft hen op het oog, Hij is een man van de straat. Elke dag heeft Hij wel een ontmoeting met iemand van die schare. Met het oog op hen ‘klimt Hij op een berg’. Dan begint de toespraak die de eeuwen door mensen heeft geïntrigeerd en bezield. Een heel aparte groep mensen, leerlingen, wordt zaliggesproken: zij die treuren, zachtmoedig zijn, hongeren naar gerechtigheid, zij die ontfermers zijn, vredestichters, bereid om te lijden en vervolgd te worden. Waarom? Wat is het geheim? ‘Jullie zijn het zout van de aarde’, zegt Jezus. Boeiende vraag voor vandaag: zie je jezelf als zout op jouw werkplek? Wat wordt ermee bedoeld? Zout heeft in ieder geval drie betekenissen. Het speelt een rol in de theologie van het verbond, van het offer, en het is bederfwerend. ‘Elk offer’, staat in Leviticus 2, ‘zul je zouten met zout, het is het zout van het verbond met je God.’ Jullie zijn zout. Jullie zijn een zichtbaar teken voor de schare van het verbond dat God in Jezus Christus heeft gesloten met deze wereld. Dat teken moet zichtbaar zijn voor de ogen van de mensen. Zonder dat signaal, dat teken, voelt de wereld zich beroofd van verbond en van verbinding. Daarom, denk ik, moeten jullie dicht bij het verdriet blijven, bij de armoede, bij de rafeligheid, bij het onrecht. Daarom moet je vol ontferming zijn, zodat je leven voor deze concrete mensen een signaal is van het verbond en van verbinding. Zie je jezelf als zout op je werkplek? Ben je een signaal, een teken dat mensen zich opgenomen voelen in verbinding met God? Zout is ook bederfwerend. Wie zout is, wiens werk, wiens persoonlijkheid, wiens roeping gezouten is, die werkt mee aan het behoud van de wereld. De tijden waarin wij leven hebben een sterke uit elkaar vallende trek. Het bederf zit in de dingen. Mensen worden uit elkaar getrokken, verschillen worden geaccentueerd, hardheid is everywhere. Deze wereld ziet weinig allure in mensen die tijd hebben voor verdriet, voor zachtmoedigheid, voor de wil tot vrede. De wereld lijkt soms geëquipeerd voor brutale, nietsontziende mensen. Er zit iets tirannieks in onze tijd. Een doodsdrift, zei Jacques Ellul. Wie belichaamt het signaal van de verbondenheid van God en mensen en van mensen onderling? Jullie, zegt Jezus tegen zijn leerlingen, jullie zijn het zout van de wereld, jullie gaan het bederf tegen doordat je anders kijkt en denkt en doet. Ik las vorige week (ik was grieperig en had behoefte aan een zacht boek) flarden van de biografie van ds. J.H. Gerretsen, een oude hofprediker aan het begin van de vorige eeuw. Hij was een bevlogen theoloog, hij leefde in de sfeer van J.C. Blumhardt, die wonderlijke evangeliegetuige die zowel radicaal sociaal als radicaal evangelisch was. Gerretsen stierf jong, na zeven inktzwarte jaren vol depressie. Zijn zoon schreef over hem: ‘Er was een sfeer van werende liefde om mijn vader heen, wij leefden thuis binnen de kring van de bescherming van mijn vader. De wereld werd een beetje geweerd door hem, en wij voelden de bescherming daarvan in ons gezinsleven.’ Zou dat ‘zout’ zijn: mensen van verbinding, mensen die leven vanuit het verbond van God met ons mensen en met de dieren, mensen die de krachten afweren die dat willen vernielen. Wat heb je een bevoorrechte roeping als er ‘werende liefde’ in je is, waardoor mensen zich om jou heen een beetje beschut voelen. Op deze bijzondere inspiratiedag voor geestelijk verzorging zijn dat stimulerende gedachten. Hoe werk je mee aan het behoud van deze wereld, aan het bederfwerende? Hoe ben je een geestelijk signaal van verbond en verbinding? Daar hebben we steeds weer inspiratie voor nodig, roeping, anderen ontmoeten waarin je het een beetje ziet en voelt. Het valt mij op dat de Bergrede in het meervoud spreekt: een gemeenschap wordt aangesproken. Jullie. En het valt me op dat het om zichtbaarheid gaat: het moet zichtbaar worden wie jullie zijn vanuit Jezus. Jezus wil dat het gezien wordt, dat het ervaarbaar is, dat het de straat op gaat, en dat het belichaamd wordt. Dat past bij een dag als deze. Een grote groep pastores wordt zichtbaar. Kijk om je heen. Je ziet elkaar, en je kunt je aan elkaar optrekken. Als kerk trekken we ons ook aan jullie op. Er is zoveel gaafheid in onze kerk, onder zoveel soorten mensen, maar we gaan er zo gebrekkig mee om. Het lukt zo slecht om die kennis en die kunde te bundelen en te laten stromen. Dit is ook een dag om dat te erkennen, dat jullie in je roeping en in je toewijding te weinig gezien zijn en te weinig erkend. Je zult je vaak alleen voelen en in de steek gelaten. Dit is een dag om dat uit te spreken en om een andere beweging in te zetten. Hoe gaaf zou het zijn als op weg naar een nieuw visiedocument de kennis van de straat, de kennis van tranen, de sensitiviteit naar de tirannie die zich ontwikkelt, doorstromen in het beleid van de kerk? Geestelijk verzorgers zijn kenners van de sounds of existence, zij zijn daarbij in de buurt. Zij kunnen dat verwoorden, zij zitten op de huid van de tijd, in de zorg, in de psychiatrie, in de krijgsmacht, in de jeugdzorg. De Bergrede opent met Jezus die de schare ziet. Dat zou het opschrift boven alle kerkelijk beleid moeten zijn: Dit is wat wij zien en wie wij willen zijn met het oog op de schare. De inspiratie om ‘mens van de Bergrede’ te willen zijn, en steeds weer te worden, is geen luxe. Wij slijten aan de tijd en daar moet je je niet voor schamen. Het mens-zijn van Jezus in deze tijd zorgt ook voor verwondingen. Je moet zelf ook verzorgd worden door iemand die halthoudt bij jouw tranen of het onrecht dat je verdragen moet. De inspiratie waar het vandaag over gaat heeft daarnaast ook iets van een rebellie. Paul Kingsnorth, de activist en de denker die zo verontrust is over onze wereld, over de machine die door de tijd raast, schreef: Rebellion is necessary if we are to remain human at all. We have to construct a border around humanity. Het is keihard werken en rebels nee zeggen om mens te blijven en om menselijkheid te blijven bewaken. Het is rebels om in een tijd van welvaart, haast, haat en zelfgerichtheid te blijven luisteren naar de schreeuw die je hoort, en die schreeuw beleven als een roeping. Nijkerk, februari 2026 lees verder |
||
|
Ds. Margo Jonker: “We waarderen erkenning voor onze lutherse identiteit”
Als synodepresident is Jonker (1966) voor 20% aangesteld ten behoeve van het werk van de lutherse synode, een landelijke taak. Daarnaast is voor 80% gemeentepredikant in de Evangelisch-Lutherse Gemeente Zwolle. De lutherse synode zet zich in om binnen de Protestantse Kerk in Nederland de lutherse traditie bekend en levend te houden. Wat doet een president van de evangelisch-lutherse synode?“Samen met vicepresident ds. Willy Metzger zit ik de lutherse synodevergaderingen voor, twee keer per jaar. Wij bereiden de vergaderingen voor en werk dat eruit voortkomt voeren we in overleg uit. Er is een synodale commissie, een soort dagelijks bestuur, die eens per vijf weken bijeenkomt. Het geheel wordt ondersteund door een secretariaat.” Hoeveel lutherse gemeenten zijn er?“Er zijn momenteel 23 lutherse gemeenten, met bijna allemaal een eigen gebouw. Dat zijn veelal kleine gemeenten met een grote drive en werkkracht om de gemeente levendig te houden. Dat vraagt veel van mensen, het is niet altijd gemakkelijk. Daarnaast heeft de lutherse synode de taak om binnen de Protestantse Kerk de lutherse traditie kenbaar te maken en te bewaren en haar spiritualiteit dienstbaar te maken aan het geheel van de kerk. De lutherse synode heeft een krachtige plek in haar kerkorde.” Welke vragen leven er in lutherse gemeenten?“Veel gemeenten zeilen in onbekend vaarwater: hoe ga je om met krimp, hoe kunnen we met weinig mensen doen wat nodig is? Het is goed om te weten dat je niet voortdurend zelf het wiel hoeft uit te vinden: je kunt een beroep doen op hulp en deskundigheid vanuit de dienstenorganisatie. Ik denk dat de dienstenorganisatie zich meer bewust wordt van wat er leeft in kleine gemeenten met specifieke vragen. Zeker kleine gemeenten, zoals de lutherse, hebben behoefte aan maatwerk. Lutheranen vinden het fijn als ze herkend en erkend worden in hun lutherse identiteit. Dat geldt overigens voor meer gemeenten met een eigen karakter. Het gaat om iemand die vanuit jouw perspectief meedenkt over wat te doen in jouw specifieke situatie.” Wat is er bijzonder aan vragen vanuit lutherse gemeenten?“In lutherse gemeenten speelt wat in alle kerkelijke gemeenten speelt: hoe kunnen we kerk zijn in deze tijd, mensen helpen te geloven, te dienen, te leven. Daarnaast zijn lutherse gemeenten meestal klein tot zeer klein, en karakteristiek. Sinds de fusie in 2004 zijn lutherse gemeenten deel van de Protestantse Kerk in Nederland. Er zijn plaatsen waar een lutherse gemeente zelfstandig is blijven bestaan. Op andere plekken gingen lutherse gemeente samen met een protestantse gemeente, zoals in Breda en Almere. Lutherse gemeenten hebben altijd aandacht voor de klassieke liturgie en kerkmuziek. Dat is een gave van de traditie die rust en herkenning geeft, en ruimte biedt aan verdieping en creativiteit.” Weten lutherse gemeenten de dienstenorganisatie te vinden?“Sommige gemeenten denken er niet direct aan om een vraag te stellen aan de dienstenorganisatie. Ik had dat als gemeentepredikant ook: ‘We lossen het zelf of samen wel op.’ Ik ontdekte dat het fijn is als een complexe vraag overzichtelijk beantwoord wordt door iemand die goed bij informatie kan komen. Gemeenten aarzelen soms om met een vraag bij zo’n grote organisatie aan te kloppen. Ik ben vast niet de enige die afstand ervaart. Ik hoop dat kerken de dienstenorganisatie kunnen vinden. Dat gemeenten geholpen worden met antwoorden op grote en kleine vragen en op maat gegeven adviezen. We waarderen het als er erkenning is voor onze lutherse identiteit.” Waarmee hielp de dienstenorganisatie de lutheranen in Zwolle?“Wij maakten gebruik van het programma Veilige Kerk dat kerken helpt om een veilige gemeente te zijn. Het biedt een programma dat helpt grensoverschrijdend gedrag te voorkomen en aan te pakken. Het helpt dat de landelijke organisatie een stap voor is op wat gemeenten moeten doen en dat die informatie beschikbaar is voor lokale gemeenten.” lees verder |
||
|
Luther en het vasten
Het vasten als religieuze praktijk in het vroege christendom is overgenomen en aangepast vanuit de joodse traditie. Maar wat vond Luther er later van en wat zei hij daarover? Ik las een gedeelte uit zijn preek over Matteüs 6,16-18* waarin het volgende staat: "Wanneer jullie vasten, doe dan niet als de huichelaars met hun sombere gezichten, want zij vertrekken hun gezicht om iedereen te laten zien dat ze aan het vasten zijn. Ik verzeker jullie: zij hebben hun loon al ontvangen. Maar als jullie vasten, was dan je gezicht en wrijf je hoofd in met olie, zodat niemand ziet dat je aan het vasten bent, alleen je Vader, die in het verborgene is. En jullie Vader, die in het verborgene ziet, zal je ervoor belonen."** Bedrieglijke vormOver de praktijken van het vasten in de Rooms-Katholieke Kerk was Luther kritisch. Hoewel de oorspronkelijke bedoelingen goed waren, zag hij dat er in de praktijk van zijn tijd veel misbruik ontstaan was. Het vasten is veel erger geworden, zei hij, dan in de tijd van de joden en de farizeeërs. Zij vastten tenminste nog echt, hoewel zij er wel op uit waren om iedereen te laten zien hoe goed zij dat deden, zoals we ook in de tekst van Matteüs kunnen lezen. Maar wanneer men het vlees laat staan en zich in plaats daarvan vol eet met vis, en vervolgens meent dat dit een goed werk is, was dit volgens Luther niet het juiste vasten. Sterker nog: hij noemde het bedrog, misbruik, een klap in het gezicht van Christus, wanneer mensen op zo'n manier menen boete te doen en absolutie van hun zonden te krijgen. Matigen is goedMaar wat is volgens Luther dan wel het juiste vasten? Hij zag daar twee manieren voor. De eerste is, verrassend genoeg, een wereldlijk vasten opgelegd door de burgerlijke overheid. Het zou goed zijn wanneer de overheid de mensen gebiedt om één of twee dagen per week geen vlees te eten, omdat dat goed is voor het land. Een inzicht dat in onze tijd heel langzaam begint te groeien bij mensen; Luther zag het 500 jaar geleden al! En in het verlengde van dit wereldlijke vasten zei hij dat het goed is om af en toe 's avonds niet te veel te eten en te drinken, zich niet vol te proppen, zoals 'wij Duitsers' doen, omdat een beetje matigheid goed is. Doe het oprechtDe tweede vorm van vasten is wel een christelijke vorm, die het kerkelijk jaar markeert. Een paar dagen vasten voorafgaand aan Pasen, Pinksteren en Kerst maakt ons bewust van de tijd van het jaar waarin we leven en wijst ons zo op de werken van Christus. Luther wees het vasten dus niet volledig af, maar zag er wel degelijk iets goeds in. Echter: hoe streng iemand ook vast en moet afzien, wanneer de achterliggende bedoeling is om zich erop te beroemen, dan is het vasten niet oprecht. Wanneer je wilt vasten, bedenk dan eerst of je een vroom mens bent en op de juiste manier gelooft en liefhebt. Niet met het vasten zelf, maar met geloven en de naaste liefhebben dienen wij God. Houd lust en verleiding wegEcht vasten betekent volgens Luther totaal afzien van eten en drinken, het lichaam kastijden. Maar deze vorm van vasten, zo bekende hij heel eerlijk, kon hij zelf niet volbrengen en wilde hij ook niemand opleggen. Bovendien zei hij zo'n manier van vasten met oprechte bedoelingen nooit te hebben gezien, waaruit duidelijk wordt dat niemand dit kan volbrengen. Beter is het voor een christen om in matigheid te leven en je lichaam te tuchtigen, niet alleen op bepaalde dagen, maar altijd. De functie van het vasten is om lust en verleiding weg te houden van ons lichaam, zoals het geloof dat voor ons hart doet. Om het leven niet om vreten, zuipen en feesten te laten draaien. Maar wanneer men daarin af en toe zwak blijkt te zijn, dan is er vergeving, zo zegt Luther in deze preek. Gelukkig maar. *WA 32**Vertaling NBV21 lees verder |
||

