Kerken vragen aandacht voor welzijn zeevarenden in Nederlandse havens

In het welzijnswerk voor zeevarenden spelen predikanten en kerkelijk werkers een grote rol. Samen met ruim 200 vrijwilligers zijn ze actief in de Nederlandse zeehavens. Jaarlijks worden zo’n 4.600 scheepsbemanningen aan boord bezocht. Kerken hebben bij zeevarenden een goede reputatie. Daarbij worden betrouwbaarheid, onbaatzuchtigheid en geestelijke steun als redenen genoemd.

Zorgelijke situatie

De situatie in Nederlandse havens steekt schril af bij die van omringende landen. Daar kan een zeevarende in elke haven van enige betekenis een zeemanshuis bezoeken. Nederland heeft in 2005 de subsidie voor zeemanshuizen stopgezet zonder te waarborgen dat deze zorg zelfstandig kan worden geëxploiteerd. Men ging er destijds vanuit dat havenbedrijven, gemeenten, kerken en sponsoren dit werk lokaal zouden ondersteunen. Maar in Rotterdam zijn inmiddels drie goed bezochte zeemanshuizen gesloten. Andere zeemanshuizen staan op het punt van omvallen. Vanwege de beperkte leefruimte aan boord zijn zeemanscentra een populaire plek om even de zinnen te verzetten. Deze centra lijken op een clubhuis en beschikken soms over een kapel.

Oplopend exploitatietekort

Door de coronacrisis is de situatie voor zeemanshuizen nog lastiger. Veel zeevarenden mogen en willen uit angst voor besmetting niet meer van boord. Hierdoor lopen de exploitatietekorten van de centra nog verder op. Terwijl de behoefte aan een luisterend oor en morele steun nu groter zijn dan ooit. Bij het bezoekwerk dat door vrijwilligers en beroepskrachten aan boord van schepen wordt verricht, is de basis van een zeemanshuis een voorwaarde.

Aanbieden petitie

Op 6 oktober om 13:15 uur overhandigt de NZC een petitie aan de commissie van Sociale zaken en werkgelegenheid van de Tweede Kamer om deze situatie aan de orde te stellen. De NZC hoopt met de petitie te bereiken dat het welzijn van zeevarenden in onze Nederlandse havens weer op de agenda komt.

 lees verder
 
Aangepaste situatie kerkelijke bijeenkomsten na nieuwe coronamaatregelen

Dringende oproep

Ook na 29 september kunnen kerkdiensten georganiseerd blijven worden zoals we nu gewend zijn, rekening houdend met alle richtlijnen. De dringende oproep is de RIVM-richtlijnen rond reserveren, triage en placeren goed te blijven uitvoeren. Een gebruiksplan voor kerkdiensten vindt u hier. Het verzorgen van online-kerkdiensten blijft een goed aanvullend alternatief.  

Bijeenkomsten anders dan kerkdiensten

De landelijke overheid heeft ook aan kerkelijke bijeenkomsten anders dan kerkdiensten vooralsnog geen nadere beperkingen gesteld. Wel doen we een dringende oproep aan alle gemeenten om terughoudend te zijn met andere bijeenkomsten dan kerkdiensten door deze uit te stellen of indien mogelijk digitaal te verzorgen. 

Wanneer een bijeenkomst anders dan een kerkdienst alleen in fysieke vorm gehouden kan worden, roepen we gemeenten dringend op zich te conformeren aan de maatregelen van de landelijke overheid; maximaal 30 personen binnen, maximaal 40 personen buiten en maximaal 3 gasten ontvangen in de thuissituatie. Ook voor deze bijeenkomsten gelden de richtlijnen van het RIVM en het protocol van de Protestantse Kerk

Voor gemeentebijeenkomsten die nodig zijn om een predikant of andere ambtsdragers te verkiezen, adviseren wij om deze te organiseren in aansluiting op de kerkdienst. Kerkelijke huwelijksinzegeningen, begrafenisplechtigheden/herdenkingsdiensten blijven uitgezonderd van de (aangescherpte) landelijke maatregelen van de overheid, net zoals bijeenkomsten voor jongeren tot 18 jaar van bijvoorbeeld jeugdverenigingen en catechisaties. Aansluitende recepties en/of partijen kunnen niet in het kerkgebouw plaatsvinden. Verhuur van het kerkgebouw valt niet onder de uitzonderingen die de kerken genieten.

Gemeentezang

Vanwege de grote toename van het aantal besmettingen roepen wij u dringend op om van de gemeentezang af te zien. Het advies van de werkgroep ‘Zingen in de kerk’ is leidend voor deze oproep. De inzet van maximaal 5 voorzangers met een minimale afstand van 5 meter ten opzichte van de overige kerkgangers blijft een alternatief. Met de gemeente zacht zingen raden wij af. Als kerkenraad kunt u zonodig opnieuw afwegen of zingen in uw kerkgebouw verantwoord is of niet. Wanneer er toch gemeentezang zal plaatsvinden, is ons advies dit - met strikte inachtneming van de richtlijnen - alleen te doen in de regio’s waar sprake is van risiconiveau 1 'waakzaam'. In de regio’s waar sprake is van risiconiveau 2 ‘zorgelijk’ en risiconiveau 3 ‘ernstig’ is het advies van de werkgroep ‘Zingen in de kerk’ om geen gemeentezang te laten plaatsvinden. Voor verdere adviezen en de risicotaxatie verwijzen wij u naar de website van eerste hulp bij ventilatie. Kijk voor de indeling op risiconiveaus per regio op het coronadashboard van de overheid.

In alle gevallen raden wij u aan de informatie van de Rijksoverheid en het RIVM te lezen: www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/coronavirus-covid-19. Voor de regionale situatie kunt u de site van de GGD in uw regio bekijken: www.ggd.nl. Wanneer de landelijke maatregelen vragen om aanpassing van bovenstaande informatie, zullen we daarover communiceren. Houd daarvoor de website in de gaten. 

We komen opnieuw terecht in een onzekere periode, ook als kerk. Scriba René de Reuver: "Het virus waart helaas nog volop rond, ook onder ons. We weten niet hoe lang het nog duurt, dat is moeilijk en valt tegen. We willen alle gemeenten van onze Protestantse Kerk oproepen in deze situatie niet de grenzen op te zoeken, maar eigen verantwoordelijkheid te nemen. Wij wensen alle gemeenten Gods nabijheid in deze tijd toe."

 lees verder
 
Actie Vakantietas in de herhaling: maakt uw gemeente kwetsbare kinderen blij?

“Meedoen is eenvoudig”, legt Bac uit. “Via de website van Kerk in Actie bestelt u kleurrijke tasjes die u als gemeente vult. Daarna deelt u ze uit onder kwetsbare kinderen, eventueel samen met lokale partners. Op de website vindt u leuke tips om de tasjes te vullen.”

Hartverwarmende medewerking

In Alphen aan den Rijn organiseerden Nieske De Meij en Gerda Siereveld (foto), beiden diaken in de PKN-gemeente Goede Bron, afgelopen zomer actie Vakantietas. Maar liefst 96 kinderen kregen een tasje uitgereikt. “We hebben tasjes besteld en deze leeg uitgedeeld aan gemeenteleden”, vertelt De Meij enthousiast.  “Aan ieder tasje zat een kaartje waarop stond of deze voor een jongetje of meisje bestemd was, en voor welke leeftijd. Gemeenteleden hebben de tasjes gevuld. Ook hadden we kaartjes laten maken waarmee gemeenteleden de kinderen een fijne zomer konden toewensen.” 

De diakenen vonden daarnaast een aantal sponsors bereid om mee te werken. “Dankzij hen hebben we kinderen van de voedselbank tussen de vier en twaalf jaar twee entreekaartjes voor Avifauna kunnen geven, een ijsbon bij Kwalitaria en een bon voor limonade met wat lekkers bij een sociaal-maatschappelijke buurtrestaurant. De kinderen waren er erg blij mee. Het was een hele mooie actie, die ons veel voldoening heeft gegeven. Het was echt hartverwarmend dat onze gemeente zo spontaan meewerkte.”

Extra actie in de donkere maanden

Afgelopen zomer deden 120 protestantse gemeenten mee met de Actie Vakantietas. Ondanks alle coronamaatregelen hebben zij manieren gevonden om de tassen te vullen en uit te delen. Daardoor zijn bijna 7.000 kinderen blij gemaakt met een vakantietas vol leuke spullen. Doet uw gemeente mee aan deze extra najaarsactie Vakantietas? Juist in deze tijd van het jaar, waarin kinderen meer binnen zitten en misschien opzien tegen de donkere maanden, kunnen zij een hart onder de riem voor bijvoorbeeld de herfst- of kerstvakantie zo ontzettend goed gebruiken! Deed uw gemeente deze zomer al mee? Geen probleem, u kunt nu opnieuw meedoen. Samen komen we in actie om zoveel mogelijk kinderen blij te maken. Ga naar www.kerkinactie.nl/vakantietas voor meer (bestel)informatie.

Direct naar kerkinactie.nl/vakantietas

Actie Vakantietas: kerken delen 7000 tasjes uit aan kinderen in armoede

15 jul 2020 Pijl naar rechts
 lees verder
 
Kerken luiden noodklok voor vluchtelingenkinderen Griekenland

Acht minuten en 20 seconden, dat is precies 500 tellen. 500 is het aantal minderjarige asielzoekers dat Nederland op zou moeten nemen uit vluchtelingenkampen op de Griekse eilanden. Dat vinden meer dan 100.000 ondertekenaars van de petitie #500kinderen (www.500kinderen.nl).

Dinsdag om half tien overhandigen 12 organisaties, waaronder VluchtelingenWerk, Defence for Children, Stichting Vluchteling en Kerk in Actie, de petitie aan de woordvoerders asiel & migratie van de Tweede Kamer. Deze petitie wordt gesteund door 173 gemeenten en 5 provincies, net als vele kerken, artsen, wetenschappers, (oud)politici van alle kleuren, prominenten, de groep voormalig onderduikkinderen en vele mensenrechten- en noodhulporganisaties. 

Waken

Ds. Derk Stegeman van de Protestantse Kerk Den Haag: “We hopen dat onze noodklokken niet alleen op het Plein maar in heel Nederland te horen zullen zijn, en dat veel plaatselijke kerken dit gebaar over zullen nemen. Na het aanbieden van de petitie willen we vanuit de Haagse Gemeenschap van Kerken ook een wake houden voor de #500kinderen. Waken, dat betekent voor mij wakker zijn, alert blijven en oog hebben voor mensen in nood. Waken is een verbindend gebeuren: iedereen, christelijk, anders religieus of niet-religieus kan eraan meedoen en wakker blijven, waken. Laten we ons hart openen voor de kinderen uit Griekenland!”

De wake voor de #500kinderen wordt gehouden in de Grote of Sint-Jacobskerk (adres: Rond de Grote Kerk 12, 2513 AM Den Haag). Het is een wake van 30 minuten. Belangstellenden zijn van harte welkom deel te nemen, na het aanbieden van de petitie. Het is ongeveer 15 minuten wandelen van Plein (aanbieden petitie) naar de Grote Kerk.

Luid de klokken - open de kerk

Doet u ook mee? Wat zou het mooi zijn als in vele gemeenten in Nederland om 9.30 uur de kerkklokken worden geluid - en wakes worden gehouden. We hopen dat u hieraan mee wilt doen. Alvast bedankt en heel fijn als u een foto van uw lokale activiteit met ons wilt delen (#500kinderen). U kunt uw foto sturen naar info@protestantsekerk.nl

Lees ook: gebed voor onze politici bij de opvang van vluchtelingenkinderen uit Griekenland

 lees verder
 
Is er een toekomst voor de kerk zonder dertigers/veertigers?

Arjan Markus, predikant in Rotterdam-Delfshaven, Oude of Pelgrimvaderskerk.

“Ze komen voor de inhoud”

“De groep dertigers en veertigers vormt misschien wel de grootste groep in onze gemeente. Ze komen voor de inhoud, het moet gaan over het dagelijkse en seculiere leven, en over levensdilemma's. Dat zij zo vertegenwoordigd zijn is een godsgeschenk. Het is hier jong en levendig, we hebben dit jaar 16 belijdeniscatechisanten en elk jaar wel zo’n 20 dopelingen. Maar als het over betrokkenheid gaat is het niet altijd feest. Jonge mensen komen nooit allemaal, er komt voor hen best vaak iets tussen. Twintigers en dertigers zijn druk met de opbouw van hun leven en hun carrière, en sommigen met hun gezin. Veertigers zijn druk met hun werk. Als ze al vrijwilligerswerk doen, dan één project tegelijk.

Dat roept bij mij twee reacties op. De eerste is: kom op, iedereen heeft het druk, handen uit de mouwen en ga wat doen. De tweede is mededogen. Het levenswater staat deze mensen vaak tot aan de lippen. Als ze er nog iets bij moeten doen, vallen ze om. We moeten hen ook helpen, perspectief bieden om het vol te houden. We gunnen hen dus tijd om op adem te komen in de kerk, maar we hebben ook menskracht nodig. Ze willen soms wel wat doen als het bij hen aansluit. Daar kun je als kerk op anticiperen. Niet alleen zelf activiteiten verzinnen maar ook vragen wat zij op het hart hebben. Je kunt op beide sporen beleid maken.”

“Ik ben meer bezig met de dertigers zelf”

Thea de Ruijter, predikant in de Protestantse Gemeente Dronten

“Ik ben aangesteld met de opdracht ‘extra aandacht voor dertigers’, in de hoop dat zij naar de kerk komen. Maar in mijn ogen is op zondag in de kerk zitten niet het doel. Ik heb een andere taak: open interesse naar mensen in die leeftijdsfase, binnen en buiten de kerk. We hebben hier meerdere doopdiensten per jaar. Mensen zeggen weleens: hun ouders zien we verder nooit. Dat komt omdat de kerk niet hun wereld is, maar ze vinden de doop wel waardevol. In dat spanningsveld werk ik en ontwikkel ik activiteiten. Zo bezoek ik alle baby's. Dan heb je contact met de ouders over dit live event, de geboorte. Soms volgt een traject naar de doop toe. Op een gegeven moment vraag ik dan of ze aan willen haken bij een kring. Ik ben hier nu vijf jaar en heb veel dertigers kunnen betrekken. Ik verbind hen ook aan elkaar in een kring, ze vinden graag herkenning bij leeftijdsgenoten.

Ik ben meer bezig met de toekomst van de dertigers zelf dan met de toekomst van de kerk. In een gespreksgroep van jonge ouders merk ik dat zij bezig zijn met het bepalen van hun eigen positie in wat zij van huis uit hebben meegekregen en hoe dat te integreren in hun leven. Daar kan de kerk behulpzaam in zijn. Ik zie het als een kans wat je als kerk aan deze generatie kunt geven. Dat geef je dan uit handen, want de kerk van de toekomst gaat er heel anders uitzien.”

“Kerk vindt ook plaats in andere vormen”

Johan Meijer, predikant in de Protestantse Gemeente Borne

“Op een reünie van mijn basisschool vertelden een paar vroegere klasgenoten dat ze niets hadden gehoord van de kerk toen ze ziek waren of in scheiding lagen. Dat raakte me diep. Wat doen we verkeerd? Maken we wel goed contact? Als veertiger heb ik veel contact met mijn generatie in mijn gemeente. Er is, uit een jaarlijkse ontmoetingsdag, een zelfstandig netwerk ontstaan van generatiegenoten. Facebook speelt daarin een belangrijke rol, net als het meeleven met elkaar. Verder hangt het ook samen met mijn persoon. Ik ben heel open, maak makkelijk contact. Daarnaast word ik gezien als iemand die staat in het ambt. Als zo’n persoon oog heeft voor jouw verhaal, dan blijkt dat meer te betekenen dan aandacht van een willekeurige generatiegenoot. De geloofsdimensie komt erin mee. Maar of de kerk daarin mee komt? 

Mijn generatiegenoten zijn er eerlijk over. ‘Ik ben bezig met het geloof, word geïnspireerd door wat je zegt, maar de kerkdienst is mijn vorm niet.’ Overigens hoor ik die geluiden ook weleens van anderen. Het koffiedrinken na de dienst wordt in deze tijd van online diensten nog het meest gemist. Daar vindt de verbinding plaats. 

Ik weet niet wat dat betekent voor de toekomst van de kerk. De fysieke kerkdienst moet blijven bestaan om de lofzang en de verkondiging gaande te houden. Ook als het voor een kleine groep mensen is. Maar daarnaast vindt kerk plaats in allerlei andere vormen. Luister naar wat mensen nodig hebben en houd persoonlijk contact.”

“Echt ruimte voor verandering maken”

Dorothée Berensen-Peppink, werkt in de Protestantse Gemeente Zeewolde voor de groep 25 tot 45 jaar.

“Deze vraag wordt veel gesteld. Er klinkt teleurstelling en zorg in door. En ik proef er het verlangen in dat dertigers en veertigers zich weer thuis voelen in de kerk. Zijn we misschien op een bepaalde manier al aan die terugloop gewend geraakt? Ik hoop en bid dat dat besef ons back to basics, terug bij Jezus brengt. Hoop voor de toekomst van de kerk heb ik als we van jong tot oud in gesprek gaan over de vraag door wie we ons laten bezielen en binden. Ik geloof in de kerk als plek waar díe vraag centraal staat, en waar mensen gezien worden. Dat kan door te werken aan een cultuur waarin ruimte is voor kwetsbaarheid, waarin je met andere generaties kunt delen wat je lastig vindt in het leven en hoe je ermee om moet gaan, een plek voor twijfel en geloof.

Mijn ervaring is dat wanneer je de mens achter de vrijwilliger ziet, er vaak ook ruimte en zin komt om vorm te geven aan creatieve ideeën die leven voor de kerk. De kerk zou een plek moeten zijn die de verbinding maakt tussen de 2% van de zondagochtend en de 98% van de drukke werkweek. Dat betekent echt ruimte maken voor verandering. Er zijn hoopvolle initiatieven als ‘Samenrondetafel’ en pioniersplek Christelijk Spiritueel Centrum. Uniek blijft dat de kerk een plek is waar generaties elkaar van hart tot hart kunnen ontmoeten.”

Woord&weg

Dit artikel staat in het oktobernummer van woord&weg. Meer lezen? Neem een gratis abonnement:

Abonneer gratis

 lees verder
 
Aan de slag met het beleidsplan van uw gemeente

De voormalige voorzitter van de kerkenraad te Boven-Hardinxveld schreef bij het beleidsplan van zijn gemeente:

Dit beleidsdocument kwam tot stand vanuit de sterke wens een plan op te zetten waar onze kerk de komende jaren werkelijk iets mee kan! Niet een dik rapport om te voldoen aan onze plicht en dit vervolgens laten verstoffen in de kast. Wél een document dat leeft; waarin we onze veelkleurige gemeente herkennen, waaraan we ons kunnen toetsen, waardoor we geïnspireerd worden en waarmee we de komende jaren met plezier kunnen werken. En bovenal leuk en interessant om te lezen!’

Beleidsplan schept helderheid

Beleid is de vertaling van de visie, het verlangen, bijvoorbeeld het antwoord op de vraag wat voor kerkgemeenschap u in 2025 wilt zijn. In het beleidsplan wordt vastgelegd hoe de gemeente van plan is deze visie te realiseren over een periode van vier jaar. 

In ordinantie 4 artikel 7 van de kerkorde staat als taak van de kerkenraad: ‘Het vaststellen van het beleidsplan ter zake van het leven en werken van de gemeente.’ Het beleidsplan geeft het kader aan voor de begrotingen van het college van diakenen en het college van kerkrentmeesters. De begroting is een financiële vertaling van de plannen van de gemeente. Zowel de kerkenraad, de Colleges van Kerkrentmeesters en Diakenen als werkgroepen zijn verantwoordelijkheid voor het beleid. 

[Tekst gaat verder onder video]

Door te kijken en analyseren vanuit Gods Woord, kerk en wereld én vanuit het verlangen wordt de visie van de gemeente ontwikkeld. De vertaling daarvan zijn de plannen, het beleid. Het beleid wordt uitgevoerd in de praktijk. Daarna vindt er evaluatie plaats en kan de kerkenraad het nodige bijstellen. 

Voordelen

Het is goed te beseffen dat niet iedereen gelijk enthousiast is om een beleidsplanproces te starten en/of eraan mee te werken. Het maken ervan kost tijd, en sommigen vrezen dat het onderin een la terecht komt. Door het beleidsproces goed aan te pakken en te beginnen bij het verlangen kunnen teleurstellingen voorkomen worden. Laat ook de voordelen zien.

Voordelen zijn:

  • Voor kerkenraad en gemeente wordt het geheel van de inspanningen in samenhang gezet. 
  • Het bevordert doelgerichtheid in het werk van iedereen met een functie in de gemeente.
  • Het biedt de gemeente de mogelijkheid tot (her)bezinning. Het geloof in God mag aan de orde komen. Waartoe roept God ons als gemeente op dit moment?
  • Het geeft continuïteit aan opvolgers. 
  • Het geeft transparantie in bestuur en beleid.
  • Het helpt om keuzes te maken en prioriteiten te stellen. Niet het vele is goed, maar het goede is veel.

In de commissie

Denk bij de keuze van een commissie met kerkenraadsleden en enkele jongere en oudere gemeenteleden aan:

  • mensen die er affiniteit mee hebben
  • zowel denkers als doeners
  • een evenwichtige afspiegeling van de gemeente
  • een goede voorzitter 
  • de balans tussen een bedrijfsmatige aanpak en een proces waarbij de geloofsdimensie een rol speelt.

Begeleiding van buitenaf Pijl naar beneden Er zijn vragen waarvoor u iemand nodig heeft die naar uw gemeente toekomt en u als kerkenraad of gemeente begeleidt om samen een oplossing te vinden. De dienstenorganisatie brengt u graag in contact met een deskundige begeleider.Ga naar het overzicht met zelfstandig begeleiders is aan te raden: een neutrale begeleider kan de inbreng en/of belangen van een ieder waarderen.[Tekst gaat verder onder video]

Aandachtspunten 

Het proces om te komen tot een beleidsplan kan van start gaan. Neem er de tijd voor. Het gaat erom met elkaar plannen te maken voor de toekomst. 

Er zijn meer aandachtspunten:

  • Sla het gesprek over visie en verlangen niet over. Trek er gerust een dag voor uit. Je kunt pas beleid maken als je weet waar je heen wilt. Het gesprek zal bemoediging en inspiratie opleveren. Het gaat om een beter leren verstaan van elkaars diepste beweegredenen.
  • Betrek de gemeente bij het proces door er regelmatig over te publiceren. Geef informatie over de stand van zaken tijdens bijeenkomsten of na afloop van kerkdiensten. Openheid is wezenlijk.
  • Neem bezwaren in het proces serieus. Niemand is ermee gediend het tempo hoog te houden door bezwaren weg te wuiven. Laat mensen zich uitspreken als ze kritiek hebben. Probeer in gesprek te blijven en uit te leggen wat de beleidsplancommissie beweegt.
  • Laat het een zaak van de hele kerkenraad zijn, en niet alleen van degenen die in de beleidsplancommissie zitten. De hele kerkenraad moet achter het proces staan wil het kans van slagen hebben.
  • Stel het werkplan, dat uit het beleidsplan voortvloeit, praktisch op in uitvoerbare en controleerbare stappen.

Het beleidsplan en het werkplan keren regelmatig terug op de agenda. Ze kunnen ook een plek hebben in het jaargesprek Pijl naar beneden Het jaargesprek is bedoeld om in verband met ieders inzet voor de opbouw van de gemeente tot een goede afstemming te komen. Meer informatie over het jaargesprek met de predikant(en). En welke punten gaan mee naar de volgende beleidsperiode?

Meer weten?

De beleidsplancommissie kan kiezen om het beleidsplan op te stellen naar aanleiding van een bepaalde methodiek. Er zijn er verschillende methodieken:

  • Download een stappenplan voor het maken van een beleidsplan (incl. voorbeeld inhoudsopgave)
  • In de gratis e-learning 'Beleid & Bestuur' van ca. 1,5 uur maakt u kennis met de verschillende fasen van het beleidsproces. U leert hoe u beleid kunt ontwikkelen, welke stappen u daarvoor doorloopt en hoe u in de gemeente samen tot goede keuzes komt. De e-learning volgt u individueel, op een plaats en tijd die u goed uitkomt.
  • Wilt u beginnen bij bezinning vanuit geloofsperspectief op uw gemeente, dan is de training Richting kiezen vanuit geloof aan te raden.
  • Ook de methodiek ‘Levende gemeente’ aan de hand van 'Handboek gezonde gemeente' van Robert Warren is heel bruikbaar.
 lees verder
 
Jongerenprijs Kerk en Wereld 2020: “jonge wereldverbeteraars in gesprek over hun idealen voor een betere wereld”

Iedere twee jaar organiseert fonds Kerk en Wereld de Jongerenprijs. Hiermee wil Kerk en Wereld jongeren stimuleren om de wereld mooier te maken met projecten op het grensvlak van geloof en samenleving. Marieke den Braber, voorzitter Kerk en Wereld: “Met de Jongerenprijs 2020 laten we zien dat we geloven in de daadkracht van jonge wereldverbeteraars. En dat niet alleen, we geven ze hiermee ook een stem en een platform om elkaar te inspireren, van elkaar te leren en elkaar te ontmoeten.” 

Plannen herzien

De coronacrisis gooide in maart van dit jaar veel plannen in de war. Ook de uitreiking van de Jongerenprijs 2020 tijdens het Wereldverbeteraarsdiner op 19 maart kon door de ingevoerde maatregelen niet doorgaan. “Eigenlijk kregen alle deelnemers door de coronacrisis een uitdaging,” vertelt Marieke den Braber. “Enkele ingediende plannen moesten worden herzien nu we in een nieuwe werkelijkheid belandden.” Om alle inzenders de kans te geven elkaar juist in deze tijd te ontmoeten en hun idealen voor een betere wereld uit te wisselen, vindt op 15 oktober alsnog het Wereldverbeteraarsdiner plaats. Tijdens dit diner wordt ook de Jongerenprijs 2020 uitgereikt. Op die dag maakt de jonge jury van Kerk en Wereld aan de deelnemers bekend wie de 10 prijzen van € 1.000,- ontvangen evenals de hoofdprijs ter waarde van € 10.000,-.

Succesvol participeren

‘The Girl Movement’ is een van de kanshebbers op de Jongerenprijs. De Edese stichting wil meiden en jonge vrouwen met een vluchtelingenachtergrond stimuleren om succesvol te participeren in de lokale samenleving. “Wij doen dit door een netwerk aan te bieden waarin deze meiden en jonge vrouwen zichzelf kunnen zijn, “ vertelt oprichter Marije van den Berg. “Op deze manier worden ze op een ongedwongen manier uitgedaagd om succesvol te participeren en integreren. Ons team bestaat uit vrijwilligers die hun leven graag met de meiden en jonge vrouwen delen.”

In contact met elkaar

Het Wereldverbeteraarsdiner vindt op 15 oktober plaats in de Gelderlandfabriek in Culemborg, een ruimte die groot genoeg is om alle inzenders coronaproof te verwelkomen, aan het diner te laten aanschuiven en via creatieve vormen met elkaar in contact te brengen. Kerk en Wereld wil jongeren tijdens het evenement via nieuwe vormen van ontmoeting en uitwisseling inspireren om hun idealen vorm te blijven geven. 

Alle inzendingen zijn te zien via jongerenprijs2020.nl. Hier worden na het Wereldverbeteraarsdiner ook de prijswinnaars bekendgemaakt.

Direct naar jongerenprijs2020.nl

 lees verder
 
Aan het werk als ambulant predikant: “Ik kan de mobiliteitspool echt aanraden”

Ambulant predikant

Regelmatig zijn er gemeenten die behoeften hebben aan een predikant voor een korte periode, bijvoorbeeld bij ziekte of in vacaturetijd. Maar er zijn ook andere redenen waarom een gemeente graag tijdelijk een predikant zou willen hebben, zoals in dit geval bij een fusieproces. Ambulant predikanten worden als predikant in algemene dienst verbonden aan de gemeente. Hiermee kan het gemeentewerk doorgaan. 

Ds. Arlette Brabander-Schuytvlot (46) is na haar studie beroepen als predikant. Daarna is zij ook een aantal jaar niet werkzaam geweest als predikant. Toch bleef het beroep trekken. Ds. Brabander-Schuytvlot: “Het mooie aan predikant zijn vind ik het vertalen van Gods woord naar deze tijd. Ik vind het erg leuk om preken voor te bereiden, een exegese van de bijbeltekst te maken. Ook breng ik graag pastorale bezoeken aan mensen.” 

De mobiliteitspool hielp haar weer om het werk als predikant op te pakken. Ds. Brabander-Schuytvlot: “Ik heb een aantal jaren fulltime voor mijn kinderen gezorgd. Mijn man heeft een drukke baan en is gebonden aan een locatie. Door al die omstandigheden was het voor mij lastig om bij gemeentes weer in beeld te komen. Toen heb ik aangeklopt bij de mobiliteitspool. Hier kreeg ik hulp van Klaas Dijkstra, de consulent voor het beroepingswerk. Hij bracht deze mogelijkheid naar voren.”Door bemiddeling en contacten met gemeenten ondersteunt de mobiliteitspool predikanten en proponenten. Ds. Brabander-Schuytvlot: “Ik zou de mobiliteitspool echt aanraden. Mocht je om wat voor reden dan ook behoefte hebben aan een andere richting van je loopbaan, dan is contact opnemen met de mobiliteitspool een hele goede manier om weer in beweging te komen.”

Aanstellen ambulant predikant 

Na een aanvraag van een gemeente kan er al binnen enkele weken een predikant uitgezonden worden. Ds. Brabander-Schuytvlot: “Binnen twee maanden na mijn kennismaking met het mobiliteitsteam kreeg ik deze vacature toegestuurd. Op grond van de omschrijving van de gemeente en vacature kon ik besluiten tot een kennismakingsgesprek met de gemeente.” 

“Na het eerste kennismakingsgesprek waren we er al uit, ik zou de gemeente gaan ondersteunen. Dat voelde een beetje als springen in het diepe, we kenden elkaar nog niet echt goed. Toch was dat eerste gevoel goed, we passen bij elkaar, ik heb het enorm getroffen in mijn gemeente. En zij kunnen met mij als ambulant predikant de periode van vereniging overbruggen. ”

Werken als ambulant predikant

Ds. Brabander-Schuytvlot: “Ik zeg altijd tegen mijn vrienden en kennissen: ‘Ik ben gedetacheerd als predikant’. Ik ben uitgezonden als predikant in een gemeente voor een afgebakende tijdsperiode waar een concrete hulpvraag ligt. Ambulant predikant zijn is een goede oplossing om snel een vacante positie op te vullen. Een nadeel is dat de aanstelling maar voor een korte periode is. Je doet het werk hier en nu, je investeert niet in de toekomst.”

Ambulant predikanten kunnen voor verschillend werk in de gemeente ingezet worden. Zo ook in dit geval. Ds. Brabander-Schuytvlot: “Ik ben met name aangesteld als ouderenpastor. Alle gemeenteleden boven de tachtig vallen onder mijn hoede. Mijn werkweek bestaat voornamelijk uit pastorale bezoeken, begrafenissen, erediensten, vergaderingen, stukjes voor het kerkblad schrijven.” 

De ambulant predikant is door de synode in het leven geroepen ter bevordering van mobiliteit van predikanten en tegelijkertijd het ontzorgen van gemeenten bij het vinden en aanstellen van een predikant voor vervangingswerkzaamheden. Ook Ds. Brabander-Schuytvlot erkent dit. “Er is ontzettend veel in beweging. Er is vanuit predikanten en vanuit gemeenten behoefte aan maatwerk.” 

“Het is belangrijk om je flexibel op te blijven stellen. Dat geldt ook voor mij. Ik hoop twee jaar te blijven bij deze gemeente en daarna weer een fijne plek als ambulant predikant te vinden. De ontmoetingen met mensen met verschillende achtergronden en geloofsovertuigingen vind ik bijzonder boeiend en inspirerend.”

Ambulant predikanten gezocht

De dienstenorganisatie van de Protestantse Kerk in Nederland is op zoek naar ervaren, flexibele predikanten die een uitdagende nieuwe stap zien in de functie van ambulant predikant. 

Bekijk hier de vacature.

De Mobiliteitspool 

Lees hier meer over de mobiliteitspool en het aanstellen van een ambulant predikant. Pijl naar beneden De mobiliteitspoolVacature in uw gemeente?

 

 lees verder
 
Als kerk naar buiten, maar hoe? Ontdek het tijdens een online verkendag pionieren! 

Dit najaar worden de verkendagen in verband met de coronamaatregelen online georganiseerd. Rob van Mourik, pionier in kliederkerk Spijkenisse, vertelt in een van de online sessies over zijn eigen ervaringen onder de rook van Rotterdam. “Ik vergelijk pionieren met een klein bootje dat de haven binnenvaart. Het manoevreert makkelijker op de golven dan een groot containerschip. Dat is bij de kerk net zo. De inhoud hoeft niet te veranderen, maar de manier waarop we de boodschap brengen, daar moet naar gekeken worden.” 

Een extra poot aan de kerk

Rob begon 4 jaar geleden met kliederkerk in Spijkenisse. “Als wijkgemeente wilden we écht kerk voor de wijk zijn en iets voor kinderen en jonge gezinnen doen. We zijn toen gestart met kliederkerk, en het is echt een succes. Kliederkerk is echt voor alle generaties, iedereen is welkom en kan meedoen aan onze activiteiten.” Voor de gemeenteleden van de wijkgemeente is het soms wennen, zo´n pioniersplek erbij. “Mensen vragen me wel eens: wanneer komen ze nu naar de ‘echte’ kerk toe? Ik leg ze dan uit dat kliederkerk juist hún geloofsgemeenschap is. Ook daar kunnen mensen groeien en bloeien. Het is als een extra poot aan de kerk.’

Lessen doorgeven

Als beginnende pioniersplek hoef je niet alleen het wiel uit te vinden. “Je krijgt steun vanuit de landelijke kerk, een training en coaching,” vertelt Rob. Dat begint met een online verkendag. Hier krijg je allereerst alle basisinformatie over het starten van een pioniersplek en kun je hier vragen over stellen. Tijdens de sessies worden ook ervaringen en ideeën uitgewisseld: “We vertellen een aantal lessen die wij als pioniersplek geleerd hebben, en willen mensen helpen niet in dezelfde valkuilen te stappen als beginnend pionier.” 

Naar de mensen toe

Kliederkerk Spijkenisse wordt maandelijks door zo´n 50 mensen bezocht. Rob: “We komen bij elkaar in een school, dat is laagdrempeliger. Voor sommige mensen is de drempel van de kerk letterlijk te hoog. Op deze manier komen wij naar de mensen toe.” Rob is dankbaar dat pioniersplekken nu zelfstandig kerngemeente binnen de Protestantse Kerk kunnen worden. “Het is een erkenning. De kerk beweegt zich ook in een andere richting dan alleen de bestaande wegen. Zo kan de kerk verder groeien, ook voor jongere generaties voor wie het traditionele begrip ‘kerk’ lastig uit te leggen is.”

Aanmelden online verkendagen

Ook geïnteresseerd in pionieren? Meld u dan snel aan voor een van de online sessies dit najaar. Drie van de verkendagen zijn algemeen van karakter. Daarnaast is er een verkendag waar er in het bijzonder aandacht wordt gegeven aan ‘ruimzinnig’ pionieren. Ook is er een verkendag waar in het bijzonder aandacht wordt gegeven aan de startbegeleiding door de IZB. Voor alle bijeenkomsten geldt dat er een middagsessie van 16.00 tot 17.00 is voor predikanten en kerkelijk werkers, en een avondsessie van 20.00 tot 21.00 voor geïnteresseerde kerkenraadsleden en gemeenteleden. 

Direct aanmelden voor een van de online verkendagen

Bekijk een sfeerimpressie van kliederkerk Spijkenisse:

 lees verder
 
Kerk in Actie zoekt collectanten voor landelijke huis-aan-huiscollecte

In vluchtelingenkampen in heel Griekenland verblijven duizenden kinderen. Ze zijn hier, soms helemaal alleen, aangekomen vanuit het Midden-Oosten en Afrika, op zoek naar een veilige plek. Hun situatie is nu urgenter dan ooit. Kerk in Actie helpt met voedsel, kleding en onderwijs en probeert deze kinderen op een betere plek te krijgen. Daarom gaat Kerk in Actie in zoveel mogelijk plaatsen in Nederland huis aan huis collecteren.  

Collectanten gezocht

Door het organiseren van een landelijke huis-aan-huiscollecte hoopt Kerk in Actie ook dat nog meer mensen in Nederland betrokken raken bij haar werk. Inmiddels zijn al voor 600 plaatsen in Nederland collectecoördinatoren geworven, vanaf nu start de zoektocht naar (nog meer) collectanten. Wilt u zich ook inzetten voor vluchtelingenkinderen? Meld u dan aan via kerkinactie.nl/huisaanhuiscollecte. Hier is ook alle informatie over de collecte te vinden.

Wereldwijd hulp bieden

Kerk in Actie is het diaconale programma van de Protestantse Kerk in Nederland. De organisatie zet zich wereldwijd in tegen armoede en onrecht. De projecten van Kerk in Actie richten zich op mensen die slachtoffer zijn van rampen en conflicten, mensen die niet in vrijheid kunnen geloven en mensen die leven in armoede. Een belangrijk deel van het werk van Kerk in Actie richt zich op kinderen die in de knel zitten door oorlog, armoede of uitbuiting. 

Direct naar kerkinactie.nl/huisaanhuiscollecte

 

 

 lees verder
 
Hoe agendeer je als kerkenraad een gesprek over de toekomst van je gemeente?

In hoeverre speelt het onderwerp ‘toekomstbestendigheid’ bij gemeenten, op welke manier, en kan de dienstenorganisatie een rol spelen in deze hulpvraag? Dat was de vraag waar onderzoeksbureau Ipsos eind 2019 mee aan de slag ging. In diepte-interviews en groepsgesprekken werden tientallen taak- en ambtsdragers - representatief verdeeld over stad/platteland en de verschillende ‘stromingen’ - uitvoerig bevraagd. Het leidde tot een duidelijk beeld: het onderwerp ‘toekomstbestendigheid’ is voor vrijwel alle gemeenten een erkend en ‘top-of-mind’ probleem. Tegelijkertijd is het onderwerp zo complex dat het lastig is om het aan te kaarten, laat staan aan te pakken.

Somber beeld

Het onderzoek schetst in eerste instantieeen behoorlijk somber - hoewel niet verrassend - beeld. Veel gemeenten worstelen met krimp en vergrijzing, waardoor het steeds lastiger wordt om ambten en taken te vervullen. Het behouden en betrekken van jongeren en jonge gezinnen - breed gezien als de sleutel tot toekomstbestendigheid - wordt als ingewikkeld ervaren. En het aantrekken van nieuwe jeugd is vaak al helemaal een brug te ver.

Bij verschillende gemeenten noopt de financiële situatie tot actie, blijkt uit het onderzoek. Het leidt tot concrete oplossingen als het verkopen van het kerkgebouw, of het fuseren met een andere gemeente. Ook worden vanuit de gevoelde noodzaak om jeugd en jonge gezinnen aan te trekken praktische, afgebakende initiatieven opgezet. Tegelijkertijd is men zich er onderhuids van bewust dat de gemeente op deze manier weliswaar voor even uit de problemen is, maar dat er op de langere termijn nog meer bezuinigingen en/of nieuwe initiatieven nodig zullen zijn om het hoofd boven water te houden, concludeert Ipsos. Veel gemeenten realiseren zich: we moeten ontdekken hoe de kerk weer écht relevant wordt in de maatschappij en voor jonge mensen.

“Angst voor verandering speelt een rol bij het agenderen van de toekomst van de gemeente”

Belemmeringen

Wat weerhoudt gemeenten er dan toch van om structureel met dit onderwerp aan de slag te gaan? Het onderzoek brengt herkenbare barrières in beeld. Angst voor verandering speelt een rol: blijven de bekende en vertrouwde elementen van de eredienst en liturgie wel behouden? Moeten we straks verplicht met allerlei missionaire activiteiten aan de slag? En leidt het initiëren van verandering niet onvermijdelijk tot conflicten en ruzie? Tegelijkertijd zijn er praktische belemmeringen. De kerk draait op vrijwilligers met beperkte tijd en soms ook beperkte competenties. Logischerwijs gaat hun voorkeur vaak uit naar afgebakende en kortetermijntaken. Ook predikanten zien zichzelf vaak niet als de aangewezen persoon om een veranderproces te begeleiden. Ze zien zichzelf meestal als ‘voorbijganger’ in de gemeente, en zien bestuurlijke veranderprocessen bovendien niet als hun centrale taak.

Externe hulp

De situatie kan leiden tot een gevoel van moedeloosheid, signaleert Ipsos. Sommige gemeenten zien de toekomst als een gelopen race, zeker als er (bijna) geen jeugd meer aan de gemeente verbonden is. Bovendien leeft sterk het gevoel dat er geen geschikte hulp ‘van buiten’ beschikbaar is. De dienstenorganisatie? Die wordt niet geassocieerd met de gewenste persoonlijke, aandachtige benadering, en ook niet met de benodigde strategische expertise. Bovendien verwacht men dat dergelijke trajecten veel geld kosten. Er valt dus veel winst te behalen, is de logische conclusie - op verschillende fronten. Ipsos doet verschillende aanbevelingen die de dienstenorganisatie kunnen helpen een geloofwaardige partner voor gemeenten te worden. Want ondanks de initiële weerstand bij veel gemeenten tegen externe hulp, beseft men wel dat die in veel gevallen noodzakelijk is om tot een structurele oplossing te komen.

‘Succesfactoren’

Het Ipsos-onderzoek schetst overigens niet alleen maar een somber beeld. Het onderzoeksbureau heeft ook langdurig gesproken met predikanten van gemeenten die stabiel zijn of zelfs groeien. De gemeenschappelijke delers van die gemeenten? Sterk leiderschap, een eenduidige positionering, maatschappelijke relevantie en de omarming van diversiteit. En het belangrijkste: veranderingsgezindheid. De bereidheid om kritisch te kijken naar de huidige activiteitenagenda, het taalgebruik, de liturgische vormen, organisatie en sfeer, en de durf om indien nodig, in goed overleg, veranderingen aan te brengen.

Vragen ter bespreking in de kerkenraad

• Welke aspecten uit het onderzoek roepenherkenning op?• Welke drempels bemoeilijken het gesprekover toekomstbestendigheid?• Van wie wordt leiding verwacht?

Woord&weg

Dit artikel staat in het oktobernummer van woord&weg. Meer lezen? Neem een gratis abonnement:

Abonneer gratis

 lees verder
 
Bekijk de vijfdelige online serie over meditatief leven

  • 1 oktober: Egbert van der Stouw, specialist monastiek kerk-zijn, wordt geïnterviewd over ‘meditatief leven’.  Ds. Alberte van Ess leidt een meditatieoefening over ‘vrij zijn’. 
  • 8 oktober: Interview met ds. Niels Gillebaard, blogger en vlogger voor MijnKerk, over het thema ´Hoe breng je met dankbaarheid meer rijkdom in je leven?´. Rob Boersma leidt een bewegingsmeditatie met het Onze Vader.
  • 15 oktober: Interview met Ricky Rieter, pelgrim, retraite begeleidster en actief in de Franciscaanse beweging, over het thema ´meditatief leven als duurzame weg´. Rieter is schrijfster van het boek ´Pelgrimeren; lopend stilstaan´. Ds. Niels Gillebaard leidt een meditatieoefening over drie vormen van meditatie in de natuur.
  • 22 oktober: Interview met Eddy de Pender, coach, mediator en betrokken bij het Netwerk Vredestichters, over het thema ´Vrede stichten, hoe doe je dat?´. Ds. Henri ten Brinke leidt een meditatie op basis van bijbelteksten over dit thema.
  • 29 oktober: Interview met Seintje Bos, pastor en geestelijk begeleider, aangesloten bij het Netwerk Geestelijke Begeleiding, over het thema ´de weg van de stilte´. Saskia Leene, pastor van Nijkleaster, leidt een meditatie rond dit thema.

Na iedere uitzending is het mogelijk om via de Facebookgroep Monastiek en Meditatie te reageren en met elkaar over de film in gesprek te gaan. 

Deze serie is een initiatief van Vacare, platform voor meditatief leven in en vanuit de Protestantse Kerk. Vacare organiseert jaarlijks op de eerste zaterdag van oktober de Vacaredag. Vanwege de corona-beperkingen kan deze dag dit jaar niet georganiseerd worden. 

Als alternatief voor deze dag zijn deze vijf films (van 30-40 min.) gemaakt. De filmpjes zijn gemaakt in de kapel van Nieuw Hydepark en op het gelijknamige landgoed van de Protestantse Kerk in Doorn. De productie is gedaan door Linda Zwart

Abonneer u hier op het YouTube kanaal van de Protestantse Kerk, zodat u geen aflevering mist. 

 lees verder
 
Shana tova - gelukkig nieuwjaar!

Aan de Joodse gemeenschap in Nederland,

Ter gelegenheid van Rosj Hasjana brengt de Protestantse Kerk in Nederland haar hartelijke nieuwjaarswensen aan u over. Wij hopen dat u een gelukkig en vredig nieuwjaar tegemoet kunt zien en wensen u alle goeds toe. Shana tova! 

Het afgelopen jaar is voor ons allen een bijzonder en ingrijpend geweest. Alle vieringen en herdenkingen ter gelegenheid van 75 jaar bevrijding zijn anders dan gedacht verlopen. Het Covid-19 virus heeft tot op heden grote gevolgen gehad, sociaal, economisch, spiritueel. Het plaatst ons allen voor nieuwe vragen en alleen samen kunnen wij de complexe problemen waarmee onze wereld geconfronteerd worden tegemoet treden.

Als Protestantse Kerk weten we ons verbonden met de Joodse gemeenschap in Nederland, net zo divers en veelkleurig als de hele samenleving. 

Het is onze wens dat wij ook in het nieuwe jaar wegen naar elkaar weten te vinden, zodat wij elkaar steeds beter leren verstaan om samen de samenleving waarin wij gesteld zijn te kunnen dienen. Wij hopen dat de Joodse gemeenschap als een vitaal deel van onze samenleving in alle vrijheid en vrede zonder antisemitische incidenten samen met alle anderen van goede wil verschil ten goede kan maken in het komende nieuwe jaar.

 lees verder
 
Iedere keer weer even thuiskomen in de Nederlandse kerk in Duitsland

De Nederlandse Kerk in Duitsland - onderdeel van de Protestantse Kerk in Nederland - (NKiD) is relatief onbekend. “Veel Nederlanders in Duitsland weten niet dat we er zijn,” vertelt ds. Jan Adriaanse. Hij is sinds een paar jaar predikant van de Regio West van de NKiD en is daarmee tegelijkertijd verbonden aan de protestantse gemeente Duisburg-Ruhrort. “Omdat wij geen adressen doorkrijgen van de kerken - de NKiD kent geen ingeschreven leden - is het lastig mensen actief te benaderen.”

In eigen taal

Bezoekers van de kerkdiensten zijn vooral Nederlanders die vanwege werk of relatie in Duitsland wonen. Mensen vinden het prettig om in hun eigen taal een dienst bij te wonen en contacten te leggen met andere Nederlanders. Ds. Adriaanse: “Er gaat niets boven zingen en bidden in de eigen taal.”

In de meeste van de dertien kerngemeenten van de NKiD is een keer per maand een dienst. De predikanten gaan voor in verschillende gemeenten en wisselen dat af. “Mensen rijden soms wel 60 kilometer om naar de dienst te komen, ze komen echt voor de ontmoeting. We zijn een soort vriendengroep met elkaar,” vervolgt ds. Adriaanse. ”Er is altijd koffiedrinken na de dienst met “Kaffee und Kuchen”. Er worden taarten gebakken en meegenomen. We zijn zeker geen gesloten groep, regelmatig komt er iemand mee die gewoon in ons midden wordt opgenomen.” 

Thuiskomen

Ds. Adriaanse merkt dat veel jongere mensen die tijdelijk of voor langere tijd in Duitsland gaan wonen niet weten van het bestaan van Nederlands kerkelijk leven en op deze manier sneller los raken van hun achtergrond. “Dat is jammer, want voor veel mensen is onze kerk een plek om even thuis te komen. Nederlanders in Duitsland zoeken elkaar graag op, ook al woon je al generaties lang hier. Maar heel veel Nederlanders weten niet automatisch van ons bestaan af. We bereiken minder mensen dan we zouden willen.” 

Tekst gaat verder onder foto

Op de foto: ds. Jan Adriaanse, predikant van de NKiD

Op dit moment komt in veel gevallen vooral een oudere generatie naar de kerk. Mensen die lang geleden naar Duitsland zijn geëmigreerd om er te wonen en te werken. Vanuit een Nederlandse gemeente werd je via een attestatie overgeschreven. Ds. Adriaanse: “Op die manier kwamen mensen naadloos in de Nederlandse gemeente in Duitsland terecht. Tegenwoordig is dat niet meer zo: mensen die verhuizen naar het buitenland raken eerder tussen wal en schip. Degenen die zelf gemotiveerd en betrokken zijn, zoeken het wel op. Maar een hele grote categorie dus niet. Wij weten niet van hun bestaan af, dus is het nu veel lastiger om je doelgroep op te sporen.” 

Kerk in coronatijd

Het afgelopen half jaar was het door de coronacrisis ook in Duitsland heel anders dan anders in de kerk. Er werden korte vieringen door de drie predikanten opgenomen en via de website gedeeld. Ds. Adriaanse had vooral telefonisch contact met zijn gemeenteleden. “Mensen waardeerden het heel erg dat er aan hen werd gedacht.” In augustus had hij voor het eerst na lange tijd weer een echte dienst. “Een dag buiten, met eten en elkaar ontmoeten. Iedereen had elkaar echt gemist.”

In de samenleving

Voordat hij in Duitsland ging werken was ds. Adriaanse jarenlang predikant in protestantse gemeenten in Nederland. Wat zijn volgens hem de verschillen? “Hier is het toch wat kleinschaliger. Mensen zijn meer bij elkaar betrokken, ook al woon je niet in dezelfde wijk of hetzelfde dorp.” Als predikant voelt hij zich de spin in het web. “We hebben hier geen kerkelijke organisatie als in Nederland met kerkenraad en een kader eromheen. Het komt meer op ons aan.”

De kerk neemt in Duitsland een belangrijke plaats in. “De kerk staat wat minder aan de rand of buiten de samenleving dan in Nederland. Voor de overheid geldt de kerk ook meer als een serieuze gesprekspartner dan in Nederland.”

Ds. Adriaanse hoopt dat Nederlanders die nieuw zijn in Duitsland de kerk weten te vinden. “Ik zou graag willen dat mensen weten dat we bestaan, en dat we als kerk een geestelijke thuisbasis willen zijn. Iedereen is welkom bij ons in de kerk.”

 lees verder
 
In Julianadorp doen ze aan beleid achteraf en dat werkt uitstekend

Eén keer in de maand trekken Jurjen de Groot, directeur dienstenorganisatie, en René de Reuver scriba generale synode, het land in. Ook Marjolein Willemsen en Nynke Dykstra reisden dit keer weer mee. Deze keer werd de classis Noord-Holland bezocht. Samen met classis-predikant Peter Verhoeff brachten zij onder anderen een bezoek aan de Protestantse Gemeente Julianadorp. Ds.Wilko Nijkamp is daar sinds vijf jaar predikant.

Weefsel van talenten en verlangens

Ds. Wilko Nijkamp beschrijft de gemeente als een weefsel van talenten en verlangens. “We doen hier aan beleid achteraf. Dat is heel wezenlijk. We bedenken niet iets en gaan dat dan top down doen. Er is iemand die iets wil, die een verlangen heeft én een talent. Daar geven we ruimte aan.

En zo schetst ds. Nijkamp in zijn presentatie het ene initiatief in deze gemeente na het andere. In ontmoetingen met gemeenteleden hoorde hij voortdurend: ‘Ik schilder graag’. ‘Ik kook graag’. Door daar ruimte aan te geven, is een hele reeks op elkaar voortbouwende initiatieven ontstaan, tot een vier gangen maaltijd op witte donderdag – met avondmaal, voor de hele gemeente - aan toe. Het is een buitengewoon verbindend initiatief. “Toch zullen we het niet vaker dan 3 jaren doen – zo de witte donderdag gedenken. Er ontstaat vast wel  weer iets nieuws.”

Verschillen accepteren

De kerkenraadsleden knikken instemmend. Ze geven toe dat het helpt dat deze predikant een oog voor talent heeft. Maar het is minstens zo belangrijk dat er in deze gemeente (na een conflictsituatie zo’n dertig jaar geleden) bewust gestreefd wordt naar een sfeer waarin men elkaar wat gunt. “We accepteren van elkaar dat we verschillend zijn en dat een ander soms iets gewoon heel graag wil.”

Het verlangen van ds. Nijkamp was het om op woensdagmorgen een ochtendgebed in de kerk te houden. “Gewoon voor mezelf. Stil in de kerk zitten en op adem komen. Als er niemand was gekomen, was het ook goed geweest. Maar inmiddels draait het vijf jaar en is er een rooster van mensen uit de gemeente die om de beurt de leiding hierin nemen. Omdat zij dat wíllen.”

Niet drukmaken over wegblijven jeugd

Opvallend in deze gemeente is dat ze zich niet extreem druk maken over het wegblijven van jeugd en jongeren. Ds. Nijkamp: “Tussen 12 en 18 hebben we amper gemeenteleden. We kunnen dan verlangen dat jongeren in het dorp iets zouden móeten verlangen – maar dat werkt niet. We richten ons op de mensen die er zijn en met wie we contact hebben; dat is al waardevol genoeg.”

Zo zijn er bijvoorbeeld ieder jaar 750 ouders en kinderen die naar de kerstvieringen van de christelijke basisschool komen. Nijkamp: “Zullen we eens onderzoeken wat ouders van kinderen op de verschillende basisscholen wél leuk zouden vinden? En betekenisvol?” Uit die vraag is het pioniersproject ‘Dorper Herbergh’ ontstaan – de start van een netwerk van ouders met jonge kinderen in het dorp. 

Alles is er al

Ds. Nijkamp: “Ten diepste geloven we dat alles er al is. We hoeven niks te maken, of te bouwen. We hoeven op de gemeente geen managementmethodes los te laten. We hoeven alleen maar te luisteren naar elkaar, te ont-dekken. We doen iets met onze eigen verlangens en talenten en van wie op ons pad komen. Het is geen beleidskeuze, maar een houding. Zo geven we ruimte aan onze verschillen in spiritualiteit. Samen. Naast én met elkaar.” 

Iedere maand brengen Jurjen de Groot (directeur dienstenorganisatie) en René de Reuver (scriba generale synode) een bezoek in het land. De ene maand is het een bezoek aan een classis. De andere maand een bezoek aan een gemeente die activiteiten organiseert die passen bij de thema’s van de Protestantse Kerk.

Deze keer een bezoek aan de classis Noord-Holland. Classispredikant Peter Verhoeff was verantwoordelijk voor het programma van deze dag. Op het programma stond ook een bezoek aan de Protestantse Gemeente Broek op Langedijk en een presentatie van ds. Niels Gillebaard over millennials en de kerk.

 lees verder
 
Wat be-ziel-t jongeren op het platteland?

Vanzelfsprekende geborgenheid...

In de documentaire ‘Brommers kiek’n’ neemt Geertjan Lassche ons mee in het leven van jongeren in de kleine dorpen Espelo en Nieuwleusen (Overijssel). Deze reportage van 2DOC en andere bronnen, zoals de Plattelandsjongeren NL en Stimuland, beide gesprekspartners van de Dorpskerkenbeweging, geven ons een inkijkje in het leven van jongeren op het platteland. Welke thema’s spelen er en hoe kunnen dorpskerken zich met de jongeren verbinden? 

Wanneer je in een klein dorp opgroeit, zijn de eerste contacten buiten je familie die met leeftijdsgenoten. Je zit bij elkaar in de klas, je groeit samen op. Het is niet de vraag met wie je vrienden gaat worden, je vriendengroep is er al. Dat geeft een zekere geborgenheid, omdat iedereen weet dat je op elkaar aangewezen bent. Lassche zegt daarover: “Pietje is gek, Jantje stottert, maar toch is het een vriend van ons.”  

… en tot elkaar veroordeeld zijn

Een vaste vriendengroep is mooi, maar de jongeren zeggen zelf dat je ook geen keus hebt. “Je moet met elkaar verder dus hè, of je nu ruzie maakt of wat.” “Het komt altijd weer goed hier.” “Ik denk ook wel omdat je het met elkaar moet doen, anders heb je niet zoveel meer.” Aldus de documentaire. Het ‘anders heb je niet zoveel meer’ raakt aan een teer punt, namelijk eenzaamheid. Want waar vinden jongeren die niet zoveel hebben met koeien, autoracen en in een keet zitten hun vrienden? 

Drankgebruik

Zonder alle jongeren op het platteland te stigmatiseren, kunnen we niet om het feit heen dat  onderzoeken van het Trimbos instituut, de GGD’s en het RIVM uitwijzen dat er op het platteland veel meer alcohol wordt gedronken door jongeren dan in steden. Met name in Twente, de kop van Noord-Holland, Friesland, Groningen en Zeeland drinken middelbare scholieren tussen 12 en 15 jaar aanzienlijk meer dan in andere regio’s. Twente is een uitschieter. Een bekend fenomeen is de 'zuipkeet'. "Veel jongeren die nog geen 18 zijn, drinken op eigen terrein in een keet," zegt Marieke Weenink van GGD Twente. Het is de regio met het hoogste percentage binge-drinkers. "Het is moeilijk om daar iets aan te doen, omdat de ouders het goedkeuren.” 

Bemoeienis van de kerk 

Het blijkt niet zo eenvoudig te zijn om dorpskerken te vinden die zich bezighouden met dit fenomeen. De kerk die zich bemoeit met wat jongeren en volwassenen drinken, blijkt een gevoelig onderwerp. Toch zijn ze er wel. Ds. Marjan Riedijk vertelt op de facebookpagina van de Dorpskerkenbeweging: “Op Schouwen-Duiveland hebben we twee jaar geleden in samenwerking met de gemeente een ‘homeparty’ voor ouders georganiseerd. Dit hebben we met meerdere kerken gedaan. De preventiemedewerker van Indigo (nu Emergis) kwam langs met een koffer met materialen en veel praktische informatie. Jongeren werden wel al bereikt via scholen. Maar kerkelijke ouders waren moeilijker te bereiken. Zo lukte het wel. Het was zeer leerzaam en juist ook mooi om met verschillende kerkelijke gemeenten te organiseren.’ Ook in Krimpen aan den IJssel sluit de Protestantse Gemeente De Rank de ogen niet voor drank- en drugsgebruik onder (ook kerkelijke) jongeren.

Het christelijk geloof kent geen verbod op alcohol. Ook in de Bijbel lezen we hoe wijn de feestvreugde kan vergroten (denk bijvoorbeeld aan de bruiloft In Kana, Johannes 2:1-11). Prediker spoort jongeren zelfs aan om te genieten van hun jeugd (Prediker 11:9). De zorgen ontstaan daar waar de veiligheid van jongeren zelf en die van anderen in het geding is. Denk aan schade aan de hersenen, maar ook aan verkeersongelukken. Daarnaast is het goed om te letten op jongeren die in hun eentje gaan drinken om zorgen, frustraties of angsten te verdoven. Dan zijn levensvragen in het geding en is de kerk aan zet. Voor werkvormen om het gesprek over alcoholgebruik te voeren, kijk hier.

Waarom iets anders als je gelukkig bent?

We moeten niet vergeten dat veel jongeren het op het platteland goed naar hun zin hebben.

Voor hen hoeft verandering niet zo nodig. In de documentaire van Lassche zien we hoe er hard gewerkt, flink gefeest en veel gesleuteld wordt. Misschien ligt daar ook wel een deel van de verklaring dat het voor de dorpskerk moeilijk is om aansluiting bij deze jongeren te vinden. Veel jongeren op het platteland (en trouwens ook volwassenen) zijn doeners en geen denkers of praters: “Het is ongelofelijk wat er allemaal uit hun handen komt”, zegt Mike Slot van Plattelandsjongeren NL. Wordt er op die kennis en kunde ooit een beroep gedaan, kunnen we ons afvragen. (Suggesties om met meer praktisch ingestelde jongeren aan de slag te gaan zijn te vinden bij het project #durfte.) 

Jongeren als aanjagers leefbaarheid 

Zo‘n beroep doen de stichting Stimuland en Plattelandsjongeren NL op jongeren. Laat de jongeren aanjagers worden van de leefbaarheid op het platteland, zegt Mirjam Arends van Stimuland. “Een sterke jongerenorganisatie levert een belangrijke bijdrage aan het platteland, door de creativiteit, het enthousiasme en de betrokkenheid van jongeren te benutten.” Tegelijkertijd worden ook de belangen van jongeren onder de aandacht gebracht, zoals voldoende geschikt werk en passende woonruimte. Op deze manier blijft het platteland leefbaar voor alle generaties.

De rol van dorpskerken

Dorpskerken vormen een onderdeel van het leven op het platteland. Die rol lijkt misschien bescheiden, maar is zeker niet onbelangrijk. De Dorpskerkenbeweging stimuleert dorpskerken om (voor zover ze dat nog niet doen) aanwezig en zichtbaar te zijn in hun leefomgeving, wanneer er vragen spelen rond zingeving, spiritualiteit en leefbaarheid. 

Deze vragen leven, al dan niet bewust, ook bij jongeren. Bovengenoemde thema’s als verbondenheid, eenzaamheid, drank- en drugsgebruik en praktisch bezig zijn, kunnen aanknopingspunten zijn om contacten te leggen met de jongeren in het dorp. 

De dorpskerk kan daarbij samenwerken met andere organisaties in het dorp die vergelijkbare doelen nastreven. Denk bijvoorbeeld aan de Dorpsraad of de Plattelandsjongeren. Wilt u aan de slag met de jongeren uit uw omgeving? De dorpskerkenambassadeurs komen graag langs om u te ondersteunen.

Kijk voor contactadressen, suggesties en tips op de website van de Dorpskerkenbeweging.

Dorpskerkenbeweging

 lees verder
 
Ds. René de Reuver over een nieuw seizoen in coronatijd: 'Hoopvol leven, in vertrouwen'

We leven in een vreemde tijd. Wie dacht klaar te zijn met het coronavirus heeft het mis. Het virus waart nog volop rond, ook onder ons. De beperkende maatregelen zijn weer aangescherpt en we houden ons hart vast voor een tweede golf in de herfst. 

Een nieuw seizoen

De crisis raakt ons als kerk heel sterk. Gelukkig kunnen we weer samenkomen. Maar wel beperkt: we kunnen amper zingen en elkaar ontmoeten. Voor mensen met een extra kwetsbare gezondheid blijft het riskant. Hierdoor is het aantal mensen dat de diensten bezoekt gering. Er zijn gemeenten die zelfs helemaal nog geen diensten houden. En dit terwijl het nieuwe seizoen zich aandient. 

Hoe geven we in dit komende seizoen vorm aan ons kerkenwerk? Verliezen we elkaar door de crisis en de beperkende maatregelen niet heel gemakkelijk uit het oog? En hoe houd je het zelf vol? Hoe blijf je geïnspireerd, als gemeentelid, als kerkenraadslid, als voorganger? 

De onzekerheid en de beperkingen vanwege de crisis maken het samen kerk zijn niet eenvoudig. Ze zetten het komende seizoen onder druk. Juist ontmoeting, samen bidden, zingen, luisteren naar de Schrift en delen in elkaars verhalen vormen onze gemeenten. Zonder dat verdampt de gemeenschap, kan de moed je in de schoenen zinken en de vraag zich opdringen: wat blijft er over van ons gemeente-zijn?  

Van zekerheid naar vertrouwen 

De crisis bepaalt ons bij de kern van het kerk-zijn. Het zet een streep door onze vertrouwde vormen, gewoontes en zekerheden. Zoals het altijd kon, kan het nu niet meer. Dit vraagt om omdenken en vertrouwen. Vertrouwen op God. Hij laat ons niet aan ons lot over. Jezus heeft onze nood en onze dood gedeeld. Als gekruisigde en opgestane gaat Hij ons voor. En Gods Geest neemt ons zuchten, en dat van de schepping, over, als trooster. Hij zal ook in het komende seizoen zeker wegen wijzen waarlangs onze voeten kunnen gaan. 

De crisis ontneemt ons onze zekerheden en daagt ons uit, persoonlijk en als gemeenten, om in vertrouwen op de drie-enige God te zoeken naar verantwoorde vormen die mensen samenbrengen en hoop bieden. Juist in de nood, vanuit de diepten (Psalm 130), roepen we tot God en zoeken we samen zijn aangezicht. 

Creatief en bezonnen 

Er is veel creativiteit nodig om dit in het komende seizoen op een verantwoorde manier te doen. Gelukkig is er veel creativiteit in de kerk. De afgelopen maanden hebben dit bewezen. Het is bijzonder te zien wat er allemaal, met inachtneming van de regels en de beperkende maatregelen, is gebeurd. Opvallend is dat men bij al deze nieuwe initiatieven niet startte bij wat allemaal niet meer mogelijk is, maar bij bij wat wel mogelijk is. Deze volgorde is belangrijk. Zeker, er is veel niet mogelijk, maar we beginnen te denken bij wat gegeven de situatie wel mogelijk is. Bij waar we ons in deze tijd toe geroepen weten. Er verschijnen steeds meer publicaties die ons helpen bij de doordenking van de vragen en de uitdagingen waar de coronacrisis ons voor plaatst Pijl naar beneden Zeer toegankelijk en uitdagend zijn: Tom Wright, God en de pandemie. Een theologische reflectie op het coronavirus en wat volgt en: Kerk in tijden van corona. Diagnose, dilemma, duurzame toekomst, ed. Leo Fijen. Meer informatie over het boek 'God en de pandemie'Meer informatie over het boek 'Kerk in tijden van corona'.

Samen vieren, in kerkgebouw en huiskamers

Het allereerste waar we ook in het komende seizoen toe geroepen worden is samen vieren. Het nieuwe visiedocument Pijl naar beneden Verder lezenVisienota 'Van U is de toekomst' van onze kerk opent met de typering van de kerk als een gemeenschap van Woord en sacrament. We leven als kerk van het heil in Christus. Zondag aan zondag wordt dit in de grondtoon van genade gevierd, verkondigd en bezongen.

Nu staat uitgerekend dit samen vieren onder druk. Gelukkig zijn er allerlei mogelijkheden om een kerkdienst uit te zenden. Hierdoor kunnen velen de onlinedienst thuis volgen. Omdat het virus de komende maanden zeker nog onder ons zal zijn, is het van groot belang om de zondagse eredienst te blijven (of weer te gaan) vieren, met inachtneming van de voorschriften, en deze online te blijven (of te gaan) uitzenden. 

Juist om het samen kerk zijn meer vorm te geven is het waardevol om gemeenteleden te stimuleren niet in hun eentje naar de onlinedienst te kijken, maar om dit samen met anderen (maximaal zes anderen dan gezinsleden) te doen in huiskamers. Zo kunnen we ondanks alle beperkingen meer samen kerk zijn, wordt de onlinedienst veel meer een gezamenlijke viering en vormen zich in huiskamers kleine geloofsgemeenschappen die volop de gelegenheid hebben om onder het genot van het vertrouwde kopje koffie lief en leed met elkaar te delen. Bovendien is een huiskamer heel geschikt om iemand die niet gewend is om naar de kerk te gaan ook eens uit te nodigen. 

Mee-lijden 

Het tweede waar het in het komende seizoen op aankomt is oog en hart te hebben voor mensen die lijden aan de crisis. Voor de meest kwetsbaren: mensen die ziek worden, verliezen lijden, hun baan kwijtraken, vereenzamen, hun perspectief verliezen… Dit vraagt om een scherpe pastorale en diaconale antenne. Om oprecht meevoelen en doorleven van elkaars nood en verdriet, angst en onzekerheid. Christus is tot in onze diepste nood afgedaald om ons daar heilzaam nabij te zijn. Hij roept ons op Hem te volgen. Heel concreet door daar te zijn waar het leven zwaar is. Waar mensen lijden, geen perspectief meer hebben en hun kracht hebben verloren. Waar één lid lijdt, lijden alle mee. Zoek elkaar op. Hoor en deel elkaars verhalen. Bid en draag zorg voor elkaar. Pastoraal en diaconaal staat ons veel te doen.

Hoopvol

Juist in deze onzekere tijd komt het aan op mensen die hoop belichamen, op kerken als vindplaats van hoop. Op mensen die nood niet bagatelliseren of wegverklaren, maar delen in de nood van anderen en het eronder uithouden. Die er voor elkaar zijn, met open hart, oren en handen. Hoopvol, omdat Jezus ons is voorgegaan en Gods Geest ons zuchten deelt. Deze hoop verbindt, geeft perspectief en troost. 

Juist in dit komende seizoen waarbij zekerheden ons uit handen geslagen worden, komt het aan op hoopvol leven in vertrouwen. Gedragen door de belofte, ‘door die hoop worden wij gered’ (Romeinen 8:24).  

Geloof, hoop en liefde en de meeste van deze is de hoop op geloof in de liefde (Liselore Gerritsen)

Een heel goed en hoopvol nieuw seizoen toegewenst!

 lees verder
 
Pastoraat in coronatijd - “Het werk doet er meer toe dan ooit”

Binnenvaartpastor Dirk Meijvogel

Binnenvaartschippers leven vrij geïsoleerd op een schip, dus qua ziekte heeft corona niet zo veel bereik, meldt binnenvaartpastor Dirk Meijvogel. “Anders was wel dat hele gezinnen een aantal maanden dag in dag uit met elkaar aan boord waren; scholen en internaten waren immers gesloten. Economisch gezien gaan de zaken achteruit maar de schippers zijn nog niet in het nauw.”

Samen met collega Louis Krüger werkt Meijvogel voor zo’n 450 schippersfamilies die varen op de waterwegen van West-Europa. Ze zijn er in crisissituaties, bij ziekte, financiële zorgen, maar ook bij vragen over geloofsopvoeding en relatieproblematiek. Ze reizen soms behoorlijke afstanden, maar veel van het werk gaat per telefoon en e-mail. “We doen wat we kunnen, bellen en mailen kan altijd. Het boordbezoek kon een tijdlang niet plaatsvinden maar nu weer mondjesmaat. De kerkdiensten in onze ‘havenkerken’ in Duisburg en Mannheim hebben nog geen doorgang. Dat heeft grote impact, het zijn plaatsen van ontmoeting waar schippers vaak een paar honderd kilometer voor willen rijden. En verder zijn vrijwel alle activiteiten, zoals de toerustingsweekenden, gecanceld.”

De appgroepen binnen het binnenvaartpastoraat, bijvoorbeeld die voor bijbelstudie, gaan gewoon door. “Een uitkomst, dat medium. Online kunnen schippers namelijk ook niet regelmatig bij elkaar komen, altijd zijn er wel een paar aan het laden of lossen.”

Behalve binnenvaartpastor is Meijvogel ook interim-predikant in Bergambacht. “De online vieringen zijn nu nadrukkelijk ook gericht op de schippers. Zij worden speciaal welkom geheten, er wordt voorbede voor hen gedaan, we nemen afkondigingen met betrekking tot hen mee. De schippers vinden dit heel gaaf.”

Meijvogel en Krüger verzorgen samen met vrijwilligers het pastoraat aan de opvarenden van de Nederlandse binnenvaartvloot, in Nederland en daarbuiten.

Meer informatie over binnenvaartpastoraat Pijl naar beneden Binnenvaartpastoraatbinnenvaartpastoraat.nl

 

Luchthavenpastor Marieke Meiring

Luchthavenpastor Marieke Meiring

Reizigers opvangen

Ondanks de kleine stroom passagiers bleef het stiltecentrum op Schiphol gewoon open. “Als pastores ontvangen we daar reizigers die deze plek zelf weten te vinden”, vertelt luchthavenpastor Marieke Meiring. “Daarnaast zijn we de afgelopen maanden regelmatig opgeroepen om reizigers op te vangen. We hebben altijd te maken met emotionele verhalen, maar nu waren ze extra gecompliceerd door de spanning rond reizen zelf. In het begin konden mensen nog relatief eenvoudig terug naar huis. Daarna werd dat anders. Onderweg liepen ze soms tegen gesloten grenzen aan of hadden speciale documenten nodig. Onderweg kon de teleurstelling toeslaan. Een Amerikaanse vrouw bijvoorbeeld die naar haar dochter in Italië wilde reizen kon hier vanwege dichte grenzen niet verder. Ze was intens verdrietig, voelde zich machteloos en wanhopig. Op dat soort momenten worden wij gebeld. Gelukkig kon ze terugkeren naar Amerika. Later kan ze een nieuwe poging doen. We moeten de maatregelen scherp in de gaten houden, ze kunnen ineens weer veranderen. Dat maakt ons werk gecompliceerder.”

Bodem

“Soms werden we erbij gehaald als een repatriëringsvlucht aankwam. De meeste passagiers waren opgelucht en blij, maar sommige hadden thuis bijvoorbeeld een overleden familielid. De anderhalvemetermaatregel maakt het nabij zijn moeilijker. Ik luister nu nog sterker, vraag wat er nu nodig is voor deze persoon. Ik zet sterker in op woorden, en op non-verbale communicatie. Ik laat zien dat de teleurstelling en het verdriet erkend worden.” 

Soms liep Meiring dagen met mensen mee. “Een gezin uit Oost-Europa dat een Green card had gewonnen in een loterij om zich te vestigen in de Verenigde Staten, strandde op Schiphol. Een droom die uit was gekomen verwaterde plotsklaps. Ik heb het gezin bijgestaan, en samen met andere instanties op de luchthaven van alles voor hen geregeld. Ze zijn uiteindelijk per auto teruggekeerd naar Oost-Europa. Op Schiphol waren wij de bodem die onder hun bestaan weggeslagen was. Het werk doet er meer dan ooit toe, dat laten mensen ons ook weten.”  

Meiring werkt namens de Protestantse Kerk. Ook de Rooms-Katholieke Kerk, de Oud-Katholieke en de Anglicaanse Kerk hebben een pastor op Schiphol.

Meer informatie over luchthavenpastoraat Pijl naar beneden Luchthavenpastoraat

Geestelijk verzorger Tim van Iersel

Geestelijk verzorger Tim van Iersel

Ingrijpend

“Het is een heel ingrijpende en heftige tijd voor alle betrokkenen” zegt Tim van Iersel, geestelijk verzorger in drie verpleeghuizen in Den Haag voor mensen met dementie en niet-aangeboren hersenletsel. “In de piek van de coronacrisis kon ik niet op bezoek, er waren geen beschermende materialen voorhanden. Juist in een tijd waarin mensen behoefte hadden aan iemand die begeleidt en woorden geeft aan wat er gebeurt.” Inmiddels komt hij weer op de afdelingen waar geen besmetting is. 

Van Iersel begeleidt bewoners en hun familie, en ondersteunt bij ethische dilemma's. Tijdens de eerste weken van de coronacrisis werkte hij vanuit huis. “Ik wilde van waarde blijven. Ik ben online huiskamervieringen gaan organiseren, kleinschalig, met een beetje interactie en met herkenbare voorwerpen. Ze worden uitgezonden via een intern tv-kanaal. Zo kan ik toch wat betekenen voor de bewoners.” Daarnaast legde hij zich toe op het begeleiden van de familieleden. “Ik heb veel met hen gebeld. Zij gaven daar de meerwaarde van aan omdat ik het huis ken, en hun partner, vader of moeder. De eerste paar weken waren ze nog vol goede moed, daarna ging de rek er uit. Angst was vooral dat de partner of ouder haar of hem niet meer zou herkennen.”

Herder

Van Iersel is de term ‘pastor’ de afgelopen maanden heel toepasselijke gaan vinden. “Ik noem mezelf nooit zo, maar nu voel ik me toch een soort herder. Voor de bewoners, voor de familieleden, voor de teams in de huizen. Ook het personeel heeft behoefte aan een luisterend oor.”

Kerkelijke vrijwilligers die nu niet in de huizen op bezoek kunnen, kunnen een kaarsje opsteken voor het huis, en de bewoners gedenken in hun gebeden, tipt hij. “Je staat met lege handen, maar je kunt je handen wel vouwen. Ik ben de waarde van het gebed meer gaan ontdekken.”

Binnen de gezondheidszorg (ziekenhuizen, verpleeghuizen, instellingen) zijn honderden protestantse geestelijk verzorgers actief.

Pastoraat in coronatijd - “Wij waren de bodem die onder hun bestaan weggeslagen was”

27 aug 2020 Pijl naar rechts
 lees verder
 
Vluchtelingen in Israël krijgen hulp van Assaf

De organisatie komt sinds 2007 op voor de positie van vluchtelingen in Israël, waarvan er zo’n 35.000-40.000 in het land verblijven. Hun leven is niet gemakkelijk en is door de coronacrisis alleen maar verslechterd. Velen zijn voor hun inkomen afhankelijk van baantjes in hotels of de horeca. Er wordt geschat dat driekwart nu werkloos is en de helft nu de huur niet kan betalen. En bij gebrek aan spaargeld of een sociaal vangnet, is er niks om op terug te vallen. Gelukkig zijn er organisaties als Assaf die zich het lot van deze asielzoekers aantrekken.

Wie zijn deze vluchtelingen? Het overgrote deel komt uit Afrikaanse landen, met name uit Soedan en Eritrea, maar ook Ethiopië, Nigeria en Ivoorkust. Deze mensen vluchten voor oorlog en geweld of het gebrek aan perspectief in eigen land. Velen zijn getraumatiseerd geraakt. Deze Afrikaanse vluchtelingen vluchten via de Sinaï-woestijn vanuit Egypte naar Israël. Inmiddels staat daar nu een hoog hek, waardoor het aantal asielzoekers dat Israël binnenkomt sinds 2018 is afgenomen. De Israëlische regering ziet deze asielzoekers liever gaan dan komen. Alleen Soedanezen en Eritreeërs ontvangen een tijdelijke verblijfsvergunning die elke 3 maanden verlengd dient te worden. Zij kunnen immers op grond van internationaal recht niet uitgezet worden vanwege de situatie in hun thuisland.

Assaf heeft in de afgelopen jaren veel ervaring opgebouwd in de hulpverlening aan de meest kwetsbare groepen asielzoekers. Het gaat dan om minderjarigen, alleenstaande moeders, vluchtelingen met een fysieke of mentale beperking en slachtoffers van huiselijk geweld. Naast humanitaire hulp, biedt Assaf psychosociale ondersteuning aan. Getraumatiseerde vluchtelingen ontvangen individuele begeleiding en groepstherapie. Dit belangrijke werk ondersteunt Kerk in Actie de komende jaren in samenwerking met het Joods Humanitair Fonds (JHF). Het JHF is opgericht door het Centraal Joods Overleg in Nederland met als doel het Joodse leven in Midden- en Oost-Europa te versterken en hulp te bieden aan slachtoffers van conflicten. Als Joodse gemeenschap en Protestantse Kerk herkennen we elkaar in de diaconale roeping om hulp te bieden aan hen die geen helper hebben. De Hebreeuwse Bijbel vormt hierin een gezamenlijke inspiratiebron. Zo gaan dialoog en diapraxis hand in hand.

http://assaf.org.il/en/

 lees verder
 
Pastoraat in coronatijd - “Wij waren de bodem die onder hun bestaan weggeslagen was”

Studentenpastor Martin Jans

“Ik heb vanaf half maart mijn werk een beetje opnieuw moeten uitvinden. Je zou denken dat werken met studenten veel online zou zijn, maar zij hebben juist behoefte aan fysieke, echte ontmoeting. Nu creëer ik andersoortige ontmoetingsmogelijkheden om te kunnen praten over de zin van het leven en zingeving. Sommige studenten ervaren deze tijd een beetje als vakantie, andere verpieteren op een studentenkamer. Het is heel divers wat deze tijd met hen doet.” 

Er zijn

“Ik werk als studentenpastor voor alle studenten in de stad Zwolle. Mijn werk draait erom daar te zijn waar de studenten zijn, in de gebouwen van de onderwijsinstellingen. Een kwart van mijn werk bestaat uit een-op-een ontmoetingen met studenten. Verder gaat het om gastlessen, groepsactiviteiten en groepsgesprekken. In april zouden studenten en gevangenen samenkomen in de gevangenis om samen een kunstwerk te maken. ‘Uitzicht’ was het thema: om het uitzicht van de gevangenen te verbeteren en om mensen met elkaar in contact te brengen die elkaar normaal gesproken niet tegenkomen. Dat ging natuurlijk niet door.”

Het moet zinnig zijn

“Nu ben ik online daar waar de studenten zijn. Individuele gesprekken gaan door, via bijvoorbeeld Teams. Via Instagram en Facebook plaats ik berichten om te laten zien wat er gebeurt. Zo heb ik een online filosofisch café in het leven geroepen, om de geest te scherpen en met andere dingen bezig te zijn. Dat werkt; na corona gaan we daar misschien wel mee verder. Verder reik ik online meditatie aan; daar doen tussen de 10 en 30 studenten aan mee. Samen met een student Journalistiek maak ik een wekelijkse podcast met een gast, om inspiratie aan te reiken. Zo hadden we rapper Typhoon als gast, maar ook een monnik die sprak over leven in afzondering. Best toepasselijk voor de eerste maanden van de coronacrisis. De kunst is om er een goede vorm aan te geven. Leuke ideeën bedenken is niet moeilijk, maar het moeten zinnig zijn, aansluiten bij de belevingswereld van studenten, en het moet werken.

Het lijkt erop dat dit nog wel even de manier van werken zal blijven. Ik neem ervan mee dat ik met wat creativiteit prima online wat kan betekenen voor studenten. De echte ontmoeting kan het natuurlijk nooit vervangen.”

Martin Jans werkt namens drie onderwijsinstellingen en vijf plaatselijke kerken.

Koopvaardijpastor Helene Perfors

Koopvaardijpastor Helene Perfors te midden van zeelieden

Corona heeft op zeevarenden veel impact, weet koopvaardijpastor Helene Perfors. “Schepen worden wel toegelaten in de havens, maar zeevarenden mogen niet van boord. Dat heeft gevolgen voor hun aflossing. Er ontstaan treurige situaties. Niet alleen voor zeevarenden zelf maar ook voor het thuisfront: wanneer kan iemand naar huis? Het aantal suïcides aan boord is significant toegenomen. Voor Filipijnse zeevarenden geldt dat als ze nu niet af kunnen lossen, dus niet aan boord kunnen, ze niet worden betaald. Ook dat is treurig. Praktische zaken, zoals het vervangen van een kapotte bril, kunnen ook al niet geregeld worden; alleen de loods komt aan boord, verder niemand. En het gebrek aan sociaal contact buiten het schip is buitengewoon moeilijk.”

Zeevarenden geven aan onzekerheid te ervaren en het gevoel echt opgesloten te zijn. Bovendien moeten ze het met elkaar zien uit te houden aan boord. “Geestelijke verzorging is nu cruciaal. We hebben beschermingsmiddelen ter beschikking gekregen. Op verzoek kunnen we nu aan de gangway komen, een gesprekje op het dek voeren, en een broodnodige telefoonkaart meenemen.” 

Enorme zet

De crisis biedt echter ook kansen. “Het boort creativiteit aan. Het contact met de zeevarenden gaat digitaal, deels was dat al zo. Ik gebruik de mail, Facebook en Messenger om contacten te onderhouden, meestal met zeevarenden die ik al wat beter ken. Nu stuur ik op zondag iedereen een vriendelijk woord en een mooie foto om hen moed in te spreken. Daarnaast maak ik meditatieve momentjes, filmpjes, van ongeveer 3 minuten.” 

De digitalisering heeft een enorme zet gekregen. In plaats van gastlessen die Perfors geeft op de zeevaartschool in Rotterdam en op Terschelling geeft ze nu met een collega online les en hebben ze e-learning modules gemaakt. “Die komen op een internationaal e-learning platform. We bereiken daar ook weer anderen mee. Het is een periode van veel opnieuw bedenken, van elkaar leren, en meer contact met de collega's. Het levert echt iets op.”

Namens de Protestantse Kerk werkt ds. Helene Perfors in de havens van Rotterdam-Rijnmond en ds. Leon Rasser in de havens van Amsterdam-IJmond. Zij werken samen met vrijwilligers, collega’s uit andere kerkgenootschappen en andere organisaties die zich richten op zeevarenden en hun omgeving, zoals de zeemanshuizen en de Nederlandse Zeevarendencentrale.

Meer informatie Nederlandse Zeevarendencentrale Pijl naar beneden Verder lezenNederlandse Zeevarendencentrale

Krijgsmachtpredikant Johan Kromhout van der Meer

Krijgsmachtpredikant Johan Kromhout

Begin dit jaar ging krijgsmachtpredikant Johan Kromhout van der Meer, werkzaam op vliegbasis Eindhoven, op uitzending naar Irak. Een trainingsgroep en een ondersteunende groep, ca. 45 man, verbleven daar vierenhalve maand. Kromhout van der Meer zou drie periodes aanwezig zijn. Corona gooide roet in het eten, het bleef bij één periode van zesenhalve week. “Dat voelde heel erg onaf. Het motto van de luchtmacht is: één team, één taak. Maar ik kon het team niet compleet maken. Nu was ik afhankelijk van contact leggen via de groepsapp. Ik volgde precies wat er speelde. Gelukkig was ik er enkele weken bij geweest dus ik had er een beeld bij. Ik plaatste af en toe een bericht in de groepsapp. Als er meer aan de hand was, hoorde ik dat gelukkig ook en appte dan een-op-een, pakte de telefoon, of mailde. Maar het op afstand werken was veel minder bevredigend. De missie was voor mijn gevoel niet compleet.”

Het werk zelf opzoeken

Kromhout van der Meer is op de vliegbasis een ‘binnenslaper’ zoals ze dat bij Defensie noemen. “Ik heb daar mijn eigen kamer en slaap daar na activiteiten 's avonds. Je maakt je werk zelf, je moet het opzoeken. Voor mij betekent dat het goed lezen van mails en nieuwsbrieven, zodat ik weet wat er speelt. Ik zoek altijd de mensen op hun werkplek op, ook bij oefeningen. Of ik stap rond koffietijd het kantoor binnen voor een praatje. Ik loop heel zichtbaar rond. Mensen weten mij te vinden.” 

Online bezinning

In mei, enkele weken voordat de groep weer terug naar Nederland zou gaan, kwam uit de groep het verzoek voor een online bezinning. “Prachtig dat dat verzoek uit de groep zelf kwam” vindt Kromhout van der Meer. “Ik voldeed daar natuurlijk met liefde aan.” Hij verzorgde op de vrijdagavond na Hemelvaartsdag een online viering die aansloot bij de dagelijkse realiteit van de groep in Irak. “Vanuit mijn huiskamer was ik live met hen verbonden. De liederen voor de dienst had ik per app doorgegeven. Na een kort woord van welkom luisterden we naar ‘Brother in Arms’ van The Dire Straits. Daarna volgde het ritueel van het aansteken van de kaarsen en luisterden we naar ‘Coming Home’ van John Legend. In de overdenking sprak ik over dat ‘thuiskomen’. Aan de hand van een samenvatting van de periode van uitzending vroeg ik: Wat neem je mee? Wat laat je achter? Hoe voeg je je straks weer bij je geliefden? Daarna luisterden we naar ‘Vaarwel’ van Stef Bos. Ten slotte sprak ik een zegen uit. Het was indrukwekkend, voor mij net zo goed als voor de groep.”

De Werkgroep Kerk en Krijgsmacht is namens de Protestants Kerk verantwoordelijk voor pastorale zorg en begeleiding van de krijgsmachtpredikanten die als ambtsdragers werkzaam zijn bij Defensie. 

Meer informatie kerk en krijgsmacht Pijl naar beneden Verder lezenKerk en krijgsmacht

Dovenpastor Frans van Dijke

Dovenpastor Frans van Dijke

“De gangbare mogelijkheden om met dove mensen op te trekken zijn weggevallen. Kerkdiensten, het persoonlijke geloofsgesprek, bijbelstudiegroepen en andere bijeenkomsten gaan allemaal niet door op de manier die we gewend waren. Dat doven niet als groep bij elkaar kunnen zijn, raakt hen diep. Het kerkelijke aanbod dat specifiek op hen gericht is, is voor een aantal van hen een van de weinige mogelijkheden om in de eigen taal met anderen te kunnen communiceren.”

Eigen diensten

Opeens moest alles digitaal. Er zijn zo'n 20 kerken in ons land waar dove mensen lid zijn die zelf voor een tolk gebarentaal in de kerkdienst zorgen. Als zo'n kerk digitaal gaat, gaat de tolk gebarentaal mee. Van Dijke: “Sinds half maart maken we de linkjes naar de diensten van deze kerken beschikbaar voor dove mensen. Verder hebben we als dovenpastoraat onze eigen diensten voor dove mensen, wekelijks, verspreid over het land. Dit zijn diensten die speciaal gericht zijn op doven en hun familie en vrienden, of reguliere diensten waarin horenden en doven samen een dienst houden. Deze zogenaamde gecombineerde diensten proberen we zo vorm te geven dat iedereen mee kan doen.”

Daarnaast is aan kerken die online gingen, gevraagd te denken aan de inzet van tolken gebarentaal, zodat doven de dienst mee kunnen maken. Het vraagt extra techniek, menskracht en dus budget. Doven worden vaak in de plannen niet meegenomen, ziet Van Dijke. “We sporen omroeporganisaties aan om waar ze in hun programma’s het evangelie verkondigen ook te denken aan dove mensen. Met een tolk gebarentaal en waar mogelijk ook ondertiteling kom je een heel eind. Maar ook hier laat het beschikbare budget het meestal niet toe.”

De dovenpredikanten maken nu ook zelf korte diensten in gebarentaal. Elke week is er een nieuwe beschikbaar. Vanaf september verzorgen ze wekelijks een volledige dienst die via een livestream te volgen is.

Creatief

Bijbelstudie gaat momenteel schriftelijk. Van Dijke stuurt een bijbelstudie naar de deelnemers en vervolgens wordt daar via een appgroep een gesprek over gevoerd. “Dat is erg behelpen natuurlijk, opeens moeten de deelnemers in geschreven taal gaan communiceren.” 

Een aparte groep binnen de dovenwereld vormen de doofblinde mensen. Zij wonen vaak in speciale zorghuizen. “Spreken met hen gaat via aanraaktaal, via de handen. Daar kan nu geen sprake van zijn. Zij leven al in een isolement, nu komt het corona-isolement erbij. Gewone doven hebben tenminste nog het beeldscherm.” 

Er ontstaan ook creatieve initiatieven. In Woerden is er bijvoorbeeld met enige regelmaat een gezellige avond in een café waar doven en horenden bij elkaar komen. Doven leren horenden gebarentaal, in minicursussen. Het café ging nu digitaal, de gebarencursus online, en het glas wordt geheven via het beeldscherm. “Een prachtige oplossing, en het levert technische know how op die in de toekomst nog van pas kan komen.”

Het Interkerkelijk Dovenpastoraat (IDP) is een samenwerkingsverband van vier kerken: de Protestantse Kerk, de Christelijke Gereformeerde Kerken, de Nederlands Gereformeerde Kerken en de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt. Als ‘hulpdienst’ van deze kerken helpt het IDP hen zo goed mogelijk invulling te geven aan het kerkelijk werk met en onder dove mensen.

Meer informatie doof en kerk Pijl naar beneden Verder lezenDoof en kerk

Martin van Hemert, justitiepredikant 

Martin van Hemert

Samen met andere geestelijk verzorgers werkt Martin van Hemert in het justitieel centrum Zaanstad, een grote inrichting met 950 gedetineerden. In ‘normale’ tijden loopt hij veel op de afdelingen van zijn clusters rond. Hij houdt vier keer per week een groepsgesprek, en heeft een-op-eengesprekken. “Als ik op de afdeling rondloop, schieten mensen mij nog weleens aan. ‘Bent u de dokter?’ ‘Nee, ik ben de dominee.’ Zo ontstaat soms een gesprek dat uitmondt in meer.” Ook bezoekt hij de mensen die zich aanmelden voor de kerkdienst. “Ook dat kan het eerste van meer gesprekken zijn.”

In coronatijd

Om het aantal ‘bewegingen’ te beperken, werken de geestelijk verzorgers in deze coronatijd nog maar op één cluster. Daarbij zijn ze er voor álle levensbeschouwingen. Dat is best lastig, vindt Van Hemert. “Kan ik hen die gevraagd hebben om bijvoorbeeld een humanistisch verzorger of een imam net zo goed bijstaan?” Nu het stiltecentrum is gesloten, zit Van Hemert met zijn gespreksgroepen op de afdelingen. “Daar zijn veel meer prikkels zijn dan in de beslotenheid van het stiltecentrum. Deelnemers kunnen zich moeilijker concentreren op het thema waarover we in gesprek zijn. De afstand tot elkaar maakt het niet beter.”

De kerkdienst is digitaal. “Een groepje gedetineerden maakt muziek voor de kerkdienst. Ik film dat met mijn iPad. Verder laat ik weleens mensen reageren op een stelling. Dat film ik dan ook. Die filmpjes krijgen een plek in de viering. Zo is deze toch iets van ons samen.”

Verveling slaat toe

Drie maanden lang kregen de gedetineerden geen bezoek. Nu is het weer mogelijk, met gebruik van plexiglas schermen. Veel beter, maar toch ook beperkt. “Een man in een van de gespreksgroepen zei laatst: ‘Ik had een doktersbezoek en realiseerde me toen dat ik drie maanden lang niet door iemand was aangeraakt.’ Dat zo'n man dat durfde te zeggen in de groep, dat vond ik heel bijzonder. Je realiseert je dit soort dingen wel in je hoofd, maar nu voelde ik het ook.” 

Ook verder hebben de gedetineerden veel beperkingen. “Een maand lang was er geen mogelijkheid om te sporten. Dat kan nu weer, buiten, maar minder vaak. Bibliotheekbezoek is nog niet mogelijk. Onderwijsactiviteiten kunnen ook niet, net als activiteiten in het stiltecentrum. De tijd dat gedetineerden op hun afdeling moeten verblijven is veel groter. De verveling slaat toe.”

Saamhorigheid

Toch levert deze tijd ook iets moois op, vindt Van Hemert. “Veel gedetineerden proberen er met elkaar het beste van te maken. Ze doen hun best om elkaar te bemoedigen, de saamhorigheid groeit. Meer nog dan anders heb ik ontmoetingen met mensen die zich willen openen. Dat maakt ook iets open bij mij. Er ontstaat wisselwerking, een samenspel. Er is meer gelijkwaardigheid.”

In ons land zijn ongeveer 30 protestantse predikanten werkzaam in verschillende inrichtingen van Justitie, Jeugdinrichtingen en Forensisch Psychiatrische Centra. 

Meer informatie Dienst Justitiële Inrichtingen Pijl naar beneden Verder lezenDienst Justitiële Inrichtingen zoek op: protestans geestelijke verzorging.

Pastoraat in coronatijd - “Het werk doet er meer toe dan ooit”

31 aug 2020 Pijl naar rechts
 lees verder