Libanese kerken bieden hulp in Beiroet: “Het was helemaal niet moeilijk om vrijwilligers te vinden”

Maak ook geld over voor steun aan de slachtoffers van de explosie

Alhoewel Priester Antonius en zijn gemeenteleden uit een regio ten noorden van Beiroet komen, zijn ze onmiddelijk gaan helpen met het opruimen van de schade die door de explosie is ontstaan. "We voelen ons hier thuis. We ervaren de vernieling in Beirut, alsof het bij onszelf is gebeurd."

Ze hebben al in verschillende kerken schoongemaakt. "We begonnen in de kerk van Sint Demetrius in Ashrafieh Pijl naar beneden Wilbert van Saane sprak afgelopen maandag met deken Gabriel, die dagelijks te vinden is in de kerk van Sint Demetrius in Ashrafieh. Deze wijk werd vorige week zwaar getroffen door de enorme explosie in de haven van Beirut. De kerk bevindt zich op slechts 800 meter van de onheilsplek. Lees dit indrukwekkende verhaal, één van de zwaarst getroffen wijken. Deze kerk heeft dezelfde patroonheilige als onze kerk. We hebben daar op donderdag en vrijdag geholpen. We waren met 20 vrijwilligers uit onze kerk. Nu zijn we aan de slag in de kerk van Sint Joris. Ook nu zijn we weer met zo’n 20 personen.

Met een grote glimlach geeft Priester Antonius aan dat het helemaal niet moeilijk was om vrijwilligers te vinden. "We hadden een oproep onder onze gemeenteleden gedaan en iedereen wilde meehelpen."

Voor de Nederlandse kerken heeft priester Antonios een belangrijke boodschap: “Behoud het geloof. We hebben ontdekt dat het geloof het allerbelangrijkste is. En naastenliefde. Naastenliefde verbindt ons met elkaar. God is liefde. Als we bidden voor mensen in nood, dan bidden we eigenlijk voor het hele lichaam van Christus.”

Collecteer voor de slachtoffers in Beiroet - Collectemateriaal zondag 16 augustus

10 aug 2020 Pijl naar rechts
 lees verder
 
Collecteer voor de slachtoffers in Beiroet - Collectemateriaal zondag 16 augustus

Collecteer en maak de opbrengst over naar NL89 ABNA 0457 457 457 t.n.v. Kerk in Actie te Utrecht, o.v.v. 'Hulp slachtoffers Beiroet'.

Het collectemateriaal bestaat uit

 

Collega Wilbert van Saane, uitgezonden namens Kerk in Actie, maakte als inwoner van Beiroet de verschrikking van heel dichtbij mee: "Ik had al beelden op televisie gezien, maar nu ik het zelf in ogenschouw neem, huiver ik. De verwoesting is enorm." Wilbert doet in de meegestuurde video een oproep

 lees verder
 
Maak van de startzondag een ontmoeting met het dorp 

Het kerkelijk leven zag er de afgelopen maanden anders uit. Na een periode met uitsluitend online kerkdiensten startten veel kerken weer voorzichtig met fysieke diensten voor een beperkte groep mensen. Bij een kleine rondvraag in de facebookgroep van de Dorpskerkenbeweging bleek dat het met name de ouderen zijn die de weg terugvinden naar de kerk. Jongeren en gezinnen zijn nog weinig te zien. 

En niet alleen de kerk had te maken met een activiteitenstop. Een groot deel van het sociale leven in het dorp werd door corona stilgelegd. De start van de samenkomsten in de kerk is in veel dorpen een van de eerste tekenen dat het sociale dorpsleven langzaamaan weer op gang kan komen.

Het goede leven

Kunnen we na alles wat er in de coronamaanden is gebeurd weer gewoon van start Pijl naar beneden Verder lezenWeer gewoon van start, of niet?? startzondag Pijl naar beneden Verder lezenStartzondag is ook de aftrap van het jaarthema ‘Het goede leven, bloeien in Gods licht’. Het roept de vraag op hoe dat leven er na de afgelopen maanden uitziet. Voor velen is het meer ‘doorbijten’ geweest dan ‘goed leven’. Het thema nodigt in ieder geval uit om samen zoekend op weg te gaan om het goede leven te ontdekken. En wanneer we sporen ontdekken van het goede leven is dit iets wat je niet alleen voor jezelf wilt houden maar ook wilt delen met de mensen in je omgeving. Juist met je buren en dorpsgenoten. 

Relevant in de context

Dat vraagt om omdenken. De startzondag is vaak een binnenkerkelijke aangelegenheid. Gelukkig komt hierin langzaam verandering. Het verlangen binnen kerken groeit om ook relevant te zijn voor de eigen context. In de wijngaarden rond het Betuwse dorpje Erichem kwamen gemeenteleden, muzikanten en geïnteresseerden vorig jaar samen in een dienst tussen de wijnstokken. Op initiatief van de Protestantse Gemeente Deil en Enspijk werd de startzondag gehouden in de buitenlucht. De plaatselijke fanfare zorgde voor de muzikale ondersteuning en er was vermaak voor jong en oud.

Kerk als inspiratiebron

We mogen ons in de kerk de vraag stellen: wat is het goede nieuws in ons dorp in deze nieuwe tijd? En wat kunnen wij als kerk bijdragen vanuit geloof, hoop en liefde aan onze samenleving? Een kerk die dit wil delen buiten de muren van het gebouw werkt als inspiratiebron om tekenen van hoop te geven aan een samenleving die na een turbulente periode opnieuw vaste grond probeert te vinden.

Het nieuwe jaarthema moedigt aan om, zonder pretenties, met anderen in gesprek Pijl naar beneden Op de themapagina Startzondag zijn diverse gespreksvormen met als thema 'Het goede leven' te vinden te gaan over wat ‘goed leven’ is. Zoals in Rumpt waar de predikant een gespreksgroep organiseerde voor kerkgangers en dorpsbewoners rond het filosofieboek ‘Het goede leven en de vrije markt Pijl naar beneden Meer informatie over dit boekDit boek is uitgegeven door Lemniscaat. ’. De gesprekken bleken in een behoefte te voorzien doordat ze aansloten bij de leefwereld en het alledaagse leven van de dorpsbewoners. Al zoekend kwamen ethische vragen ter tafel, werden geloofsverhalen en wereldbeelden gedeeld, en werden op zijn tijd ook kritische vragen gesteld. 

Kerk-zijn buiten het gebouw

Door het land heen zijn tal van nieuwe initiatieven aan het ontstaan waar ingezet wordt op de ontmoeting met het dorp. Kerkelijk werker Jan van Raalte vertelt dat de wijken in zijn dorp zijn gevraagd om in hun buurt een startzondag vorm te geven. Zo ontstaan er buurtbarbecues waar niet alleen gemeenteleden voor worden uitgenodigd maar ook de buren. Op andere plaatsen worden in september grote boerenschuren leeg gereden om daar op het erf de startzondag te vieren. Met ruimte voor kinderen om te spelen en te kijken bij de dieren. Lokale muzikanten worden gevraagd om voor de ondersteuning te zorgen. Zij brengen vaak ook weer hun eigen netwerk mee aan mensen die niet direct een link hebben met de kerk.

Zo mag de (dorps)kerk een plek van ontmoeting zijn waar iedereen iets van het goede leven mag ervaren. 

 lees verder
 
Gebed voor Beiroet - uitgezonden medewerkers ongedeerd

Steun de slachtoffers van de explosie in Beiroet

Door de enorme explosie in de haven van Beiroet, vlakbij het historisch centrum, zijn volgens de laatste berichten zeker 100 doden gevallen en 4000 mensen gewond. Het onderzoek naar de oorzaak van de ramp is in volle gang. Er zou een loods zijn ontploft waar 2700 ton ammoniumnitraat - zeer explosief materiaal - lag opgeslagen. 

Enorme explosies

Het gebouw van de Near East School of Theology (NEST) ligt in de Beiroetse wijk Hamra, dichtbij het havengebied. Wilbert, Rima en hun kinderen Christina en Pieter wonen en werken in het gebouw van NEST, maar waren op het moment van de explosie buiten de stad. Wilbert vertelt: “We hoorden twee enorme explosies en keken naar buiten. Op dat moment zaten we op een berg, zo’n 7 km hemelsbreed van de plek, dus we zagen al snel dat het bij de haven was.”

Wilbert is vanmorgen bij het gebouw van NEST geweest, op 3 kilometer afstand van de rampplek. “Er is gelukkig niemand gewond geraakt, maar wel veel materiële schade. Sommige sponningen zijn er helemaal uitgeslagen. Toen ik er was, was men al begonnen met schoonmaken. Overal hoor je het geluid van glas dat wordt opgeveegd.”

Tekort aan meel

“Mensen zijn in shock en totaal ontredderd,” vervolgt Wilbert. “Het was een enorme klap die mensen hebben meegemaakt. Bij de haven zag ik vanochtend nog overal ambulances. Graansilo’s zijn zwaar beschadigd. Daar maak ik me wel zorgen over. Nu is men vooral gericht op medische zorg, ziekenhuizen zijn overvol. Maar straks is er het probleem van tekort aan meel. Her en der smeult er nog vuur en proberen brandweerlieden het te doven.”

In shock

Ook andere partnerorganisaties van Kerk in Actie in het gebied zijn getroffen. Het kantoor van de Middle East Council of Churches (MECC) liep beperkt schade op. Alle medewerkers zijn veilig. Maar bij het Manara jongerencentrum van Youth for Christ in Bourj Hammoud, een achterstandswijk in Beiroet, is de schade groot. Nationaal directeur Maher Hajj vertelt: "Alle ramen zijn beschadigd, er ligt overal glas en de houten structuur is kapot. Ook het vocational training centre naast het jongerencentrum is beschadigd, al het glas is gebroken. Daarnaast zijn het kantoor en de huizen van zes medewerkers beschadigd.” 

[Lees verder onder foto]

Ruimte in het Manara jongerencentrum waar kansarme jongeren leren timmeren.

 

Vanochtend zijn de schoonmaakwerkzaamheden al gestart, daarna wordt gekeken wat nodig is voor het herstel van de gebouwen. De verwoestingen zijn hard aangekomen bij alle medewerkers. Maher: “We zijn God dankbaar dat alle staf en hun families veilig zijn, maar ze zijn allemaal in shock."

De explosie en verwoesting van Beiroet komen in een periode dat Libanon al zwaar getroffen is door een economische recessie. De coronacrisis kwam daar nog bovenop. Wilbert: “Het is heel verdrietig voor het land, het zat al zo diep in de problemen. Onzekerheid voor mensen neemt toe, maar het kan er ook toe leiden dat nu eindelijk internationale hulp voor het land op gang komt.”

Uitgezonden medewerker Kerk in Actie

Wilbert van Saane is in augustus gestart als uitgezonden medewerker van Kerk in Actie. Aan NEST zal hij cursussen verzorgen in systematische theologie, missiologie en praktische theologie. Daarnaast is hij studentenpastor en zal kapelvieringen en retraites organiseren.Ook heeft hij een coördinerende rol in programma's voor buitenlandse predikanten om kennis te maken met het Oosters christendom. Wilbert en zijn gezin wonen en werken al geruime tijd in Libanon. De afgelopen zes jaar werkte hij als studentenpastor aan de Armeens-Evangelische Hagazian Universiteit in Beiroet. 

[Lees verder onder foto]

Schade in het gebouw van NEST

 

De Near East School of Theology is het voornaamste theologische opleidingsinstituut van protestantse kerken in het Midden-Oosten en heeft een lange geschiedenis van bijna 90 jaar. Als protestants opleidingscentrum voor onder meer Lutherse, Presbyteriaanse, Anglicaanse en Episcopale kerken in het hele Midden-Oosten, neemt NEST een bijzondere plaats in in de hele regio. Met haar activiteiten wil NEST de christelijke minderheid in het Midden-Oosten ondersteunen in haar aanwezigheid en getuigenis. 

Gebed voor Beiroet

Vader in de hemel,God, we bidden U voor de inwoners van Beiroet,een zware explosie in de haven bracht verwoesting en dood.We voelen ons zo machteloos in dit verdriet,daarom wenden wij ons tot U. U bent de enige die sterker is dan al het leed.Vader, wilt U omzien naar Uw land, Libanon.

Wij danken U dat Wilbert en Rima van Saane en hun kinderen ongedeerd zijn,en veilig temidden van alle verwoesting.Wij bidden U voor hen in deze moeilijke situatie,wees hen nabij in deze tijd. Wij bidden u voor onze partners ter plekke,Near East School of Theology, Middle East Council of Churches en Youth for Christ,plaatsen waar zovelen worden opgeleid om Uw kerk in het Midden-Oosten te dienen.Hun gebouwen zijn zwaar beschadigd.Wilt u hen nabij zijn in deze donkere dagen?

We vragen U om kracht voor de hulpdiensten,voor hulpverleners die hun leven wagen in het zoeken naar slachtoffers,voor artsen en verpleegkundigen die de gewonden behandelen,voor wie hun huizen volledig zijn verwoest,voor iedereen die getroffen is door deze grote ramp. 

Grote God, U ziet al dit leed.Ontferm U over Beiroet.U bent de enige die redding kunt bieden.

En we vertrouwen op U!

Amen

Dit bericht bekijken op Instagram

Christina woont al 6 jaar in Beiroet omdat haar ouders daar werken. "Niemand wist waar het vandaan kwam, niemand wist of het een ongeluk was of dat het expres was. Iedereen was totaal in paniek." Ook de school van Christina ligt vol met glasscherven. Omdat overal het glas uit gebouwen is, zijn mensen ook bang voor plunderingen #Beiroet #Libanon #NOSstories

Een bericht gedeeld door NOS Stories (@nosstories) op 5 Aug 2020 om 7:36 (PDT)

 lees verder
 
‘De joden met hun ster’. Joodse reacties

Willem Barnard is de dichter van het lied 'Jeruzalem, mijn vaderstad Pijl naar beneden Lied 737 in Liedboek. Zingen en bidden in huis en kerk, 2013. Gez. 265 in Liedboek voor de kerken, 1973.Achtergrondinformatie over dit lied op kerkliedwiki'. Het is een bewerking van een 16e eeuws lied, waarin hij de omkering in het Koninkrijk van God bezingt: de laatsten worden de eersten. In couplet 19 staat:

De negers met hun loftrompet,de joden met hun ster,wie arm is, achteropgezet,de vromen van oudsher

Hoe lang blazen de negers nog op hun loftrompet?

Over het woord 'negers' is al lang discussie. De Protestantse Kerk is nu in gesprek met migrantenkerken (met hun overkoepelende organisaties SKIN). “Afhankelijk van hun reactie, wordt hun signaal doorgegeven aan de uitgever van het Liedboek”, zegt scriba René de Reuver Pijl naar beneden Dit zei hij in een interview in dagblad TrouwTrouw: Alles wijst erop: ‘neger’ wordt geschrapt uit het Liedboek. Het woord 'neger' kan niet meer, in de beleving van velen. 

De Joden met hun ster

In hetzelfde lied is er sprake van 'de joden met hun ster'. Hoe kijkt men in de Joodse gemeenschap aan tegen deze combinatie? Welke associaties komen naar voren? Op verzoek van het moderamen heb ik deze vraag voorgelegd aan een aantal Joodse gesprekspartners.  

De context is wat telt

Ruben Vis, algemeen secretaris van het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap, vindt het lastig om hier iets over te zeggen. “De context is wat telt. Over die context zou dus meer duidelijkheid moeten komen, alvorens een oordeel te vellen.” Op de website van het NIK schrijft hij: “De ster is een verwijzing naar de jodenster, en het lijkt niet dat Barnard daar een negatieve bedoeling mee heeft gehad. Daar komt bij dat we nu nog steeds het woord ‘joden’ kunnen gebruiken maar niet meer het woord ‘negers’ dus er is wel sprake van een asymmetrische aangelegenheid Pijl naar beneden Artikel op de website van het NIK.”

Ook Leo Mock, docent Judaica aan de Tilburg University, vraagt door hoe je het lied precies moet plaatsen. “Belangrijker is ook: wat is nu de context en betekenis van dit lied. Over welk Jeruzalem gaat het eigenlijk? En voelt iedereen zich daarin thuis, in die betekenis en verwachting?” Hij vindt niet dat er iets veranderd moet worden: “Het is niet aanstootgevend, schokkend of antisemitisch. Wel is het belangrijk om het gesprek met elkaar hierover aan te gaan - wat bedoelen we met wat we zeggen/zingen?”. Met een kwinkslag voegt hij eraan dat dat Joden dit uiteraard ook moeten doen. Hij wijst er nog op dat het niet aan hem is om als blanke iets te zeggen over de negers met hun loftrompet “anders dan dat het mij wat stereotiep lijkt - alle negers zijn musicaal, alle joden slim etc.”.

Gemarginaliseerden gaan voor

Wat is dan de context van het lied? Barnard publiceerde zijn bewerking al in de liedbundel De tale Kanaäns (1963). Dochter Renata Barnard vertelt aan NIK dat dit lied geschreven is “niet lang dus na de Shoah en in de tijd van de burgerrechtenbeweging in Amerika. Eigenlijk een heel actueel lied dus waarin juist de vermoorden, de gekwetsten, de gemarginaliseerden ‘voorgaan in het Koninkrijk van God’.” Zij voegt eraan toe dat enige vorm van antisemitisme haar vader geheel vreemd was, alle vorm van racisme trouwens. Haar vader heeft zich als theoloog juist sterk verdiept in de joodse wortels van het Tweede Testament. Willem Barnard schrijft zelf dat hij ‘met gepaste vrijmoedigheid’ de oorspronkelijke Engelse tekst heeft ‘misbruikt’: “Mijn strofen 18, 19 en 20 parafraseren het simpele ‘gezegende heiligen’ van de oorspronkelijke tekst Pijl naar beneden Bron: Een compendium van achtergrondinformatie bij de 491 gezangen uit het Liedboek voor de Kerken, 1977, p.629." De nieuwe heiligen die voorop lopen in het Koninkrijk van God zijn dus ‘de negers’ en ‘de Joden’. Het lied verwijst naar de visioenen van het nieuwe Jeruzalem uit Openbaring 21 en 22.

Aandacht voor antisemitisme is goed

Binyomin Jacobs, opperrabbijn van het Interprovinciaal Opperrabbinaat, kan zich goed vinden in de huidige tekst. Hij schrijft: “Persoonlijk lees ik ‘de Joden met hun ster’ als een teken dat de vervolgingen voorbij zijn, maar onmiskenbaar hebben plaatsgevonden en niet worden ontkend. Ik zie dus geen enkel bezwaar, integendeel zelfs. Het lied richt de aandacht op het antisemitisme door de eeuwen heen, en dat is goed.”

Dat sluit aan bij wat Pieter Endedijk, die namens de Protestantse Kerk in dienst was van de Interkerkelijke Stichting voor het Kerklied, schrijft Pijl naar beneden Liedboek compendium over dit lied over ‘de joden met hun ster’: “Ook het bittere lied uit de duisternis van de twintigste eeuw moet gehoord blijven.” 

Jacobs vervolgt: “Op de dezelfde wijze lees ik “De negers met hun loftrompet”, maar om daarover een mening te hebben is niet aan mij. Maar ik wil wel waarschuwen dat we doorslaan.” Hij doelt erop dat antiracisme de nieuwe godsdienst aan het worden is. “Ik zie mensen knielen, ik zie hoe een individu tot heilige wordt verklaard, ik zie hoe er wordt opgeroepen tot een beeldenstorm, ik hoor de antisemitische slogans.”

Wat doet die ster daar?

Toch kan niet iedereen uit de voeten met het woordpaar ‘Joden’ en ‘ster’. Albert Ringer, rabbijn van de Liberaal Joodse gemeente te Rotterdam, schrijft: “Tja, die ster. Ik ga er vanuit dat hier de Jodenster uit de oorlog is bedoeld, als symbool van onderdrukking. Het klinkt gek in mijn oren. Ik denk dat er geen Jood op wereld is die de ster ziet als “mijn” ster, iets van hem of haarzelf. Het dragen is opgelegd door wat in de oorlog de Nederlandse overheid was.” Ook al is het wellicht anders bedoeld, Ringer ziet er toch een vorm van annexatie is, de Joden worden ingelijfd bij de christenen. “De onderdrukking van Joden en van mensen met een kleur is heel vaak gedaan in naam van de Christenheid, verdedigt met de Bijbel in de hand. Het is dan ook wel weer een beetje makkelijk om Joden te coöpteren als mensen die zullen worden gered door het geloof in Jezus.”

Lieve Teugels, universitair docent Semitica en joodse studies aan de Protestantse Theologische Universiteit in Amsterdam, ziet dat ‘de negers’ een positieve rol spelen in dit lied. Maar dat ‘negers’ en ‘Joden’ er als twee groepen samen uitgehaald worden, vindt ze toch ook weer bedenkelijk. Door hen naar voren te halen, zet je hen apart. Je associeert Joden samen met negers “als een “outsider” groep die nu ook mag meedoen”. 

En wat doet de ster daar, vraagt ze zich af. Het is geen muziekinstrument. Je krijgt toch het idee dat “de joden gaan/moeten volgen in het Koninkrijk van God Christelijke stijl. Je moet weten dat ik in deze zeker niet puriteins ben. Ik denk bijv. dat er niks mis is met Jodenkoeken of Moorkoppen. Maar hier spelen theologische vooronderstellingen die ik moeilijker vind.” Lieve Teugels zegt er overigens bij dat ook in de siddoer, het joodse gebedenboek, “dingen staan over de ‘goiem’ die ik niet zo leuk vind.”

Zet er een voetnoot bij of haal het eruit!

Bij Corrie Zeidler, rabbijn van de LJG Brabant en van Gelderland en justitierabbijn, roept het gebruik van "de joden met hun ster" eveneens een negatieve associatie op. “Het klinkt degraderend in mijn oren en kan ook als spot worden gezien/gelezen/gehoord. Maar aan de andere kant, dit is de woordkeus die deze persoon gebruikt heeft, je kan moeilijk in terugwerkende kracht "political correct" worden. Misschien een voetnoot of uitleg erbij vermelden als dit lied gezongen wordt?”

Menno ten Brink, rabbijn van de Liberaal Joodse gemeente te Amsterdam, is stellig. “Ik zou het couplet eruit halen. Zowel negers als de joden met een ster zijn behoorlijk stigmatiserend en hebben een element van discriminatie. De directe gedachte bij mij is aan de jodenster, gedragen in de sjoa, een discriminatoir onderscheidingsteken in de middeleeuwen en in moslimlanden. Ik zou beide persoonlijk niet kunnen zingen. Dus mijn advies is: uit het liedboek verwijderen.” 

Of heeft die ster een andere betekenis?

Tamarah Benina, liberaal rabbijn van de gemeente Beit Ha'Chidush in Amsterdam en van Progressief Joodse Gemeente Noord-Nederland, weet niet goed wat ze van de ster moet vinden. Als je er in plaats van een jodenster een Davidsster van zou maken, zou je in ieder geval geen negatieve associatie erbij krijgen. “De Davidster is een positief symbool, de Jodenster is een symbool van vervolging en moord.”

Leo Mock lijkt in dezelfde richting te denken. Hij vindt allemaal niet echt schokkend met de joden en hun ster. “Wel denk ik dat je het joods zijn wel erg reduceert tot lijden.” Mock denkt associatief aan Numeri 24:17: ‘Een ster komt op uit Jakob’. In de Joodse en christelijke traditie krijgt dit een messiaanse betekenis. Barnard zal dit allemaal niet zo bedoeld hebben, maar zoals het er nu staat roept de tekst veel vragen en verwarring op.

Kan Luther nog wel?

Opperrabbijn Binyomin Jacobs wijst overigens ook op couplet 18, waarin sprake is van Luther en Bach. “Wat mij wel zou kunnen storen zijn Luther en Bach en de hun toebedeelde plaats in het gezang. Maar tijdens de Refo-500 bijeenkomst in de Dom te Utrecht was ik nadrukkelijk aanwezig op voorwaarde dat er publiekelijk afstand zou worden genomen van Luthers antisemitische uitspraken en denkwijze. Dat is zeer hoorbaar geschied en daarmee is voor mij de vermelding van Luther in dit lied of elders niet meer een punt van discussie.” Hij refereert hier aan de Verklaring die door de preses van de Lutherse synode ds. Trinette Verhoeven op 11 april 2016 Pijl naar beneden Verder lezenLuther en de Joden namens de Protestantse Kerk werd gedaan. 

Tot slot

Wat vallen er voor conclusies te trekken uit deze veelkleurige reacties? Voor mij maakt het duidelijk welke vragen en dilemma’s een prachtig lied met goede intenties na verloop van tijd kunnen oproepen. Toen was het een radicaal lied dat de revolutionaire boodschap van de Bijbel naar voren bracht: de tot slaaf gemaakten worden bevrijd, de tot de dood vervolgden krijgen een ereplaats. Maar de tijd schrijdt voort, de taal verschuift, er komen nieuwe bewegingen. Barnard zelf heeft het oorspronkelijke Engelse lied ingrijpend bewerkt en veranderd, aangepast aan zijn tijd. ‘Wij zijn geen middeleeuwers meer!”, schrijft hij. De tijd is gekomen om met ‘gepaste vrijmoedigheid’ het lied van Barnard ‘te misbruiken’ (zijn eigen woorden) om het naar deze tijd te vertalen. Niet zozeer om politiek correct te zijn, maar vanwege het nieuwe verstaan van de bijbelse boodschap in onze tijd.

 lees verder
 
Naar nieuwe vormen van verbinding?

Predikanten reageren op de stelling: Moet de kerk blijven streven naar een uitgesproken en vaste relatie in de vorm van een (belijdend) lidmaatschap?

Paul Blom, predikant Hervormde Gemeente Barneveld

‘Kerk kan trouwe kern niet missen’ 

‘Ik zie de kerk als een huisgezin en als een herberg. De kerk zal nooit die kern kunnen missen van mensen die zich er echt thuis voelen, zich trouw geven en zich willen inzetten met hun gaven. Dus een tijdelijk lidmaatschap voor iedereen zal nooit werken. Natuurlijk krijg je ook weleens iemand te logeren. Dus ja, de kerk kan best een herbergfunctie hebben en meer mogelijkheden bieden om mensen tijdelijk onderdak te verlenen. Dat lijkt me prima. Maar dan zou ik wel zeggen: laat het lidmaatschap een wenkend perspectief zijn.

Ik heb eens meegemaakt dat iemand zei steunlid te zijn, zoals je lid bent van de ANWB. Die persoon wilde wel eens een bijdrage geven maar verder niet. Ik gaf die ruimte, maar maakte tegelijk op allerlei manieren duidelijk dat het in de kerk om veel meer gaat. Je verlangt dat mensen echt groeien naar het lidmaatschap. Daarbij denk ik aan de belijdeniscatechisatie en het moment van de geloofsbelijdenis. Een duidelijk ja-woord dat je uitspreekt tegenover God en de gemeente. Er wordt vaak gewezen op het evangelie waarin Jezus een discipelkring heeft met een schare mensen eromheen. Je ziet dat Jezus die mensen iedere keer bedient. Hij spreekt het woord tot hen en nodigt hen uit om ook echt volgeling te worden.’

Wim van der Wel, predikant van een wijkgemeente in Hardenberg

‘Gun mensen verbinding op hun manier’

‘Heel lang had je in de kerk de categorie ‘blijkgever van verbondenheid’. Dat vond ik een draak van een typering. In onze wijk hebben we vaak te maken met mensen die geen kerklid zijnmaar wel regelmatig langskomen. Dat zijn mensen die je een manier van verbinden gunt die voor hen passend is. In dat kader vind ik vriend een heel mooi en hartelijk woord. Ik kwam dat op het spoor door een boek van Sake Stoppels, die het merkwaardig vindt dat op een kerkwebsite niet staat dat je vriend kan worden. Daarmee heeft hij een punt. 

Eigenlijk zijn vrienden de oude categorie blijkgevers van verbondenheid. Ze mogen geen ouderling worden, maar kunnen wel meedraaien in allerlei commissies en activiteiten. Wij hebben een vriendin die contactdame is in onze gemeente en meedraait in het bezoekteam. Iemand anders is getrouwd met een kerklid van ons. Hij gelooft er weinig van maar hij wil er op zondagochtend toch bij zijn. Nou, dan word je toch een hartstikke leuke vriend! Als jij komt aanwaaien en je bent blij met ons, moet ik je dan onder druk zetten om er vol voor te gaan? Of moet ik zeggen dat het leuk is dat je er bent? Het laatste uiteraard! Het gaat erom een open gemeenschap te zijn.’

Hélène Evers, voorzitter College voor de Kerkorde en predikant in Zwolle

‘Beperking zit in de mens, niet in de vorm’

‘Mijn eerste reactie is: die grote stap om lid te worden, heeft eerder te maken met tot geloof komen dan met het lidmaatschap. Ik vind dat je in de Protestantse Kerk in Nederland al heel gemakkelijk mee kunt doen. We hebben doopleden, belijdende leden en gastleden - mensen die bij andere kerken lid zijn. Dan hebben we nog mensen die 'blijk geven van verbondenheid' met de gemeente. Die noemen we blijkgevers, maar vrienden is ook een prima term. 

Ik ben predikant in Zwolle en zie daar hoe mensen zó bij een kerkdienst kunnen gaan zitten, zó kunnen meedoen aan een cursus. Niemand vraagt of je wel lid bent. Er worden wel eisen gesteld als je ambtsdrager wordt. Maar in zo’n geval kan een gemeente besluiten dat ook doopleden ambtsdrager kunnen worden in plaats van alleen belijdende leden. De kerkorde krijgt vaak de beschuldiging beperkend te zijn maar biedt juist heel veel ruimte. 

Ik kan me wel voorstellen dat de stap om toe te treden om andere redenen moeilijk kan zijn. Vanuit het geloof zelf of vanuit een sociaal element. Als je nieuw in een gemeenschap komt, kun je je een buitenstaander voelen. Maar dat ligt dan aan wat in een mens zit of aan hoe gastvrij een gemeente is.’

Tekst: Jurgen Tiekstra

Woord&weg

Dit artikel verscheen eerder in woord&weg, het gratis maandelijks tijdschrift voor ambts- en taakdragers.

Bekijk het magazine hier online en abonneer gratis.

 lees verder
 
Naar een lichtere kerk

Om als kerk lichter op pad te gaan is het onmisbaar om goed te weten wat de kern van ons kerk-zijn is. Als dat helder is, kan wat niet tot de kern behoort geschrapt worden en kan er gezocht worden naar lichtere manieren van kerk-zijn en organiseren. Als je weet wat je kern is, wat je identiteit bepaalt, dan kun je in het overige flexibel zijn.

Een voorbeeld

Hoe gaat dat in de praktijk, dat lichter kerk-zijn? Een voorbeeld uit de praktijk. Een kerkenraad bezint zich op een zaterdagmiddag over de vraag: ‘Hoe neemt de komende generatie zijn verantwoordelijkheid in onze gemeente?’ Dat is op zich een mooie vraag, doorgaans klinkt eerder: ‘De jongere generatie neemt zijn verantwoordelijkheid niet, ze hebben het te druk met banen, gezin en sport.’ Deze kerkenraad gaat in gesprek met een aantal dertigers. Zij vertellen hen: “Wij willen wel, maar niet op jullie manier, in jullie structuren, op de manier waarop jullie alles hebben bedacht en georganiseerd. We willen met de inhoud bezig zijn en  minder vergaderen. We organiseren wel via app-groepen.” Eén van hen merkt op: “Mijn e-mail lees ik zelden en zeker niet als daar lappen tekst in staan. We vinden dat jullie over-georganiseerd zijn.” De predikant, die deze gemeente mede tot bloei heeft gebracht, waardoor de jongere generaties er weer zijn, is de spin in het web. Hij trekt aan alle touwtjes en organiseert de meeste activiteiten. Ook dat moet anders volgens de dertigers: hij moet veranderen van ‘spin in het web’ naar ‘oliemannetje’. “Laat ons het op onze manier doen, stimuleer ons, maar neem het niet over.”

Lichtere vormen

Nu gaat het niet in elke gemeente zo, toch illustreert dit praktijkvoorbeeld de kloof tussen de manier waarop een oudere generatie gewend is het kerk-zijn te organiseren en de wijze waarop dertigers dit licht, snel, in netwerken en zonder veel te vergaderen doen. Het is voor een kerkelijke gemeente nog niet zo eenvoudig om om te schakelen naar deze vlottere en lichtere manier van werken. In veel gemeenten ligt de cultuur vast. Mensen hechten aan vaste patronen, aan hoe men het gewend is. Aan: ‘zo doen we het hier al jaren.’

In 2016 verscheen het rapport ‘Kerk 2025 Pijl naar beneden Verder lezenKerk2025: terug naar de kern ’. Sindsdien is de Protestantse Kerk druk bezig om haar structuren en werkwijzen te vereenvoudigen. Zo ging de Protestantse Kerk van 75 naar 11 classis. De synode werd kleiner. Er wordt volop nagedacht over vereenvoudiging van de regelgeving voor plaatselijke gemeenten. De focus ligt op de plaatselijke gemeente, op vierplekken in wijk of dorp. De Protestantse Kerk zet dus niet in op grootschalige fusies van lokale gemeenten. De kerk wil heel concreet present zijn in wijken en dorpen. Zij wordt concreet overal waar er twee of drie in Zijn Naam bijeen zijn. Samenwerking tussen gemeenten wordt wel gestimuleerd.

Naast de bestaande gemeente zijn in de afgelopen jaren circa 150 pioniersplekken en ruim 150 kliederkerken van start gegaan: nieuwe vormen van kerk-zijn voor mensen die niet naar de kerk gaan. Een divers palet aan beginnende gemeenschappen. Veel mensen die niet met kerk en geloof zijn opgevoed, vinden daar aansluiting. En doorgaans kennen deze pioniersplekken ook veel lichtere organisatievormen.

Mozaïek van kerkplekken

De praktijk van kerk-zijn binnen de Protestantse Kerk is divers geworden. Dat past ook in een samenleving die steeds diverser wordt. Dit is nodig om missionair relevant te blijven. Wel vraagt dit om een flexibele omgang met kerkordelijke regels en, waar nodig, om aanpassing van deze regels. Eigenlijk is er kerkordelijk gezien al veel mogelijk, maar dan altijd ‘in bijzondere omstandigheden’. Echter, die omstandigheden zijn intussen niet meer zo ‘bijzonder’ maar worden steeds meer regel ook voor langer bestaande gemeenten.

In het rapport Mozaïek van Kerkplekken Pijl naar beneden Verder lezenMozaïek van kerkplekken wordt de praktijk van nieuwe vormen van kerk-zijn besproken en worden voorstellen gedaan om te komen tot lichtere regelgeving. Zo kan een volwassen pioniersplek sinds 2019 ‘kerngemeente Pijl naar beneden Verder lezenGenerale synode stelt beleidskader kerngemeenten vast’ worden. Het genoemde rapport laat zien dat de missionaire praktijk allerlei vragen oproept rond kerk, ambt en sacrament. Wat hoort bij het wezen en de roeping van kerk-zijn? En waar is aanpassing noodzakelijk? .

De meeste reacties op de voorstellen uit het rapport Mozaïek van kerkplekken kwamen vanuit kleine gemeenten. Zij zeiden: “Dit hebben ook wij nodig!” Op grond hiervan besloot de synode om na te gaan de regelgeving voor kleine gemeenten eenvoudiger en lichter kan worden.  

Terug naar de kern 

Om te onderscheiden waar het op aankomt, is het belangrijk de kern van ons kerk-zijn opnieuw te verwoorden. Juist als je weet wie je bent, waar je voor staat en wat jouw identiteit is, kun je meebewegen met wat deze tijd van je vraagt. Onzekerheid over de eigen identiteit maakt dat men zich des te meer vastklampt aan de regels, aan hoe iets altijd is gegaan. Binnen een veelheid aan mogelijkheden is de vraag naar de kern essentieel. Daarom wordt in het rapport Mozaïek van kerkplekken uitvoerig gesproken over de essentie van kerk-zijn.  Vanuit de essentie kun je uitwaaieren naar diversiteit. Vanuit de ene belijdenis ‘Jezus is Heer’ stroomt een diversiteit aan gaven, samengebundeld in het ene lichaam van Christus (1 Korinthiërs 12).

Wat zijn dan de essenties van kerk-zijn? Die kern bestaat uit drie relaties: die met God, met elkaar en met de wereld. Het DNA van de kerk bestaat uit vier strengen: eenheid, heiligheid, katholiciteit en apostoliciteit. Het rapport Mozaïek van Kerkplekken weegt deze zaken en maakt een praktische vertaalslag. Dat resulteert in tien essenties voor kerk-zijn die passen. Zij omschrijven wat minimaal nodig is om een zelfstandige (kern)gemeente van de Protestantse Kerk te zijn. Het gaat om: 

  1. een groep mensen die door de Geest wil leven uit Gods genade in Jezus Christus,
  2. die regelmatig in het openbaar samenkomt rondom Woord en sacramenten,
  3. die samen een doorgaande geloofsgemeenschap wil vormen,
  4. en die zich missionair en diaconaal inzet voor de wereld, te beginnen in de eigen context,
  5. bestaande uit tenminste tien volwassenen die hun gaven inzetten voor de kerkplek,
  6. die zelf de verantwoordelijkheid op zich neemt voor het beleid en de financiën,
  7. onder leiding van een kernraad, met tenminste drie belijdende leden van de Protestantse Kerk die ook een kerkelijk ambt bekleden,
  8. met in de kernraad tenminste één ambtsdrager die bevoegd is om het Woord en de sacramenten te bedienen,
  9. in verbondenheid met de kerk als groter geheel, in het bijzonder de Protestantse Kerk,
  10. en die meewerkt aan toezicht en aan de behandeling van klachten en conflicten.

Deze tien essenties expliciteren een cruciale zin uit de Kerkorde van de Protestantse Kerk:  ‘Levend uit Gods genade vervult de kerk de opdracht van haar Heer om het Woord te horen en te verkondigen’ (artikel I-2). 

Ontmoeting op hartsniveau

Als het gaat over de essentie van kerk-zijn kom je al snel uit bij grote woorden, geladen door theologische tradities. Het is belangrijk om als kerkenraad of parochieraad hierover met elkaar in gesprek te gaan: ‘Wat is wezenlijk voor ons kerk-zijn? Waarom doe ik mee? Wat raakt me? Wat geloof ik over Gods roeping voor mensen? Hoe kunnen wij op onze plek kerk zijn en wat is daarin onopgeefbaar?’ De eerder geformuleerde essenties geven de kaders aan. In de plaatselijk context moeten zij concreet gemaakt worden. Dit vraagt om bezinning en ontmoeting van hart tot hart, op hartsniveau. Met als doel om (opnieuw) te verwoorden waar de geloofsgemeenschap in haar concrete context op dit moment toe geroepen wordt. Als het hart gaat kloppen, wordt gaandeweg ook duidelijk welke activiteiten en structuren nodig zijn en welke ballast zijn. Dan kan er sneller en lichter gelopen worden, net zoals de Emmaüsgangers. Na hun ontmoeting met de levende Heer snelden zij weer terug naar Jeruzalem om het goede nieuws te vertellen. ‘Wij hebben de Heer gezien!’ Kerk-zijn ontspringt als een explosie van vreugde. Vreugdevol leven vanuit de kern van het geloof opent nieuwe en oude wegen. De kramp verdwijnt. We mogen ontspannen leven vanuit de genade en liefde van God voor mensen. De kerk is uiteindelijk zijn zaak, niet de onze. Dit perspectief scherpt onze ogen om te zien waar we wel en niet (meer) toe geroepen zijn. 

De rol van de voorganger 

Wat betekent lichter kerk-zijn voor voorgangers? Voor de predikant, de kerkelijk werker, de priester of pastoraal werker? Zij of hij heeft in dit proces van vernieuwing een essentiële rol. Hij of zij stelt de vraag naar God. Vanuit de theologische kaders en de kennis van de Schrift kan de voorganger de kerkenraad of parochieraad begeleiden. Concreet door te vragen naar wat het betekent om in deze concrete tijd en context kerk te zijn. Door samen te zoeken naar woorden en handelingen die concretiseren waar men zich van Godswege toe geroepen weet. Door inspirerend voor te gaan in gebed, vertrouwen, hoop en liefde. 

Veel voorgangers in de Protestantse Kerk zien zichzelf als voorbijgangers (ze zijn immers maar tijdelijk in een plaatselijke gemeente) en nemen daarom deze rol niet snel op zich. Soms vanuit een bepaald beeld van leiderschap dat niet past bij de kerk (en overigens ook niet bij de huidige seculiere inzichten in leiderschap). ‘Leiders’ worden dan snel gezien als solisten, die wel even zeggen hoe het moet en dat dan (deels) ook nog zelf uitvoeren. Er leven schrikbeelden over de ‘charismatische’ leider die manipuleert en mensen uitsluit. En niet altijd ten onrechte! Het leiderschap dat wij bedoelen is een inspirerend leiderschap in teamverband, stimulerend en faciliterend. Waarbij de specifieke rol van de voorganger vooral ligt in het zoeken en verwoorden van de kern, concentratie op wat wezenlijk is voor de kerkgemeenschap en het inspireren van anderen. 

De verwachtingen binnen de gemeente kunnen intussen torenhoog zijn. Vaak wordt er veel verwacht van jonge predikanten. ‘Nu komen de jongeren weer in de kerk’, hij of zij weet immers hoe we de kerk weer vol krijgen. Dat misverstand kan als een loden last voelen. De voorganger vindt het ei van Columbus niet uit. Hij of zij kan wel inspireren, de Schrift openleggen, vertolken en ideeën inbrengen. Dit alles wil niet zeggen dat daarmee ‘succes’ verzekerd is. De toekomst blijft geschenk! 

Eerste stappen en het vervolg

Hoe geef je vorm aan lichter kerk-zijn? Allereerst door in gesprek te gaan en te blijven over de identiteit van de geloofsgemeenschap. Waar staan we voor? Wie zijn wij? Wat is de essentie die we niet willen opgeven? Een heldere identiteit is onmisbaar. Als tweede gaat het erom zaken die belasten en hinderen los te laten. Om alle balast af te werpen en niet alles in stand te houden omdat we het nu eenmaal zo gewend zijn. Om te leven zonder kramp, met open handen, vanuit genade. 

Lichter kerk-zijn is geen doel op zich. Het is een noodzakelijk middel om in de komende decennia onze haar roeping te kunnen volgen en van betekenis te kunnen zijn in onze samenleving. Om jongere generaties de ruimte te geven en de kans te bieden om volop mee te doen, ook op leidinggevende posities. Om aan te kunnen sluiten bij de groeiende diversiteit in ons land. Dit alles opdat zoveel mogelijk mensen de liefde van Christus zullen ervaren. 

Op het vlak van lichter kerk-zijn heeft de Protestantse Kerk de afgelopen jaren de eerste stappen gezet. Er zijn ook nog vele stappen te zetten.

 lees verder
 
Groene kerken in de zomer

Kerkgebouwen blijven vaak lang koel en er is ruimte is om afstand te bewaren. Een manier om ook in deze tijd van betekenis te zijn in de wijk. Vooral voor ouderen en mensen met chronische beperkingen die extra kwetsbaar zijn voor hitte. Kerk in Actie is samen met Tear en sinds kort ook de Maatschappij van Welstand actief om kerken duurzamer en groener te laten zijn. Al 300 kerken hebben inmiddels het label ‘groene kerk’ gekregen

Een ervan is de Keizersgrachtkerk, eind 19e eeuw gebouwd in de drukke binnenstad van Amsterdam. De kerk fungeert vaak als een inloopplek. Sinds 2016 hangt het bordje ‘Groene Kerk’ op de gevel. Christien Visch, lid van de Klimaat en Geloof-groep van deze kerk vertelde er vorig jaar over: "Dat betekent niet dat we al alles al goed doen, maar dat we in een proces zitten van steeds groener worden. Dat bordje staat voor mij vooral voor een steeds grotere bewustwording van onze verantwoordelijkheid."  

Klimaat-en geloofsgroep

Gemeenteleden hebben veel inbreng in de Keizersgrachtkerk. Zo worden de diensten voorbereid door de leden zelf die hier eens per jaar onderwerpen voor aandragen. Christien: “Je kunt een voorbereidingsgroep zien als een soort gespreksgroep waar mensen zich voor aanmelden. Gedurende een aantal weken ga je dan met elkaar in gesprek over het thema. We diepen het uit en zoeken er bijbelteksten en liederen bij. Duurzaamheid was al langer een thema voor ons. Toen ik hoorde dat de klimaatmars in Amsterdam zou plaatsvinden, ben ik rond gaan appen om voor te stellen om hier als gelovigen aan mee te doen. We wilden dat niet alleen vanuit de Protestantse Kerk doen, maar breder, vanuit verschillende geloofsrichtingen in Nederland, dus ook moslims, Joden, Boeddhisten en Hindoes,” vertelt Christien. “We hebben daarom allerlei geloofsstromingen benaderd om deze mars samen te lopen, onder het motto: Met heel je hart, met heel je verstand, en met heel je ziel. Want het klimaat gaat ons aan het hart,” aldus Christien.

Geduld

Voor Christien is de betrokkenheid vanuit het geloof voor duurzaamheid heel vanzelfsprekend. “Als je de bijbelverhalen leest, dan klinkt daar de opdracht in door om zorg te dragen voor de schepping. Zorgdragen betekent: geen dingen kapot maken en geen mensen of dieren uitbuiten.” Hoewel dit onderwerp leeft in haar kerk, erkent Christien ook dat je soms geduldig moet zijn en goed moet blijven luisteren naar elkaar in de gemeente. “Wat voor mij heel logisch is, hoeft dat voor een ander niet te zijn. Dus blijf steeds goed in gesprek met elkaar en word niet te star.”

Aanrader 

Je wilt geen tweedeling in de kerk, probeer er daarom een gezamenlijk project van te maken, raadt Christien kerken aan. “Wat ook helpt is om inzichtelijk te maken wat je bespaart door investeringen te doen. Probeer gewoon kleine stapjes te maken. Misschien kun je beginnen met het vervangen van gewone lampen voor ledlampen, of door voortaan biologische wijn te schenken bij het avondmaal.”

Ook Groene Kerk worden? Kijk voor alle informatie op

protestantsekerk.nl/duurzaamheid

Dit is een bewerkte versie van een artikel dat eerder op de website van Tear is verschenen. 

 lees verder
 
Materiaal voor vorming en toerusting, gespreksgroep of leerhuis

De uitgaven verschijnen in twee series. Eén serie gaat over de basis van de protestantse traditie, met daarin tot nu toe aandacht voor de eredienst, het geloofsgesprek en de ziel. De andere serie gaat over de rol van de kerk in de samenleving, met daarin een uitgave over veiligheid (terrorisme), een uitgave over migratie (vluchtelingen) en een uitgaven over kerk-zijn in een geseculariseerde context.

Protestantse traditie

Protestantse visie op de zielKijk op de ziel van theologe Martine Oldhoff is een gespreks- en bezinningsboek dat de betekenis van de ziel in het christelijke geloof verwoordt. De ziel duikt overal op. Van seizoenen lang in ‘Kijken in de ziel’ op de televisie tot in het spirituele tijdschrift Happinez. Tegenwoordig nemen veel gelovigen het woord minder gemakkelijk in de mond. Dat is jammer, want eeuwenlang was de ziel een bekend begrip in kerk en theologie. Oldhoff werpt een nieuw licht op dit oude woord. Kijk op de ziel biedt je theologische verdieping, actuele voorbeelden en veel stof tot nadenken. Een bezinningsboek dat leidt tot diepe geloofsgesprekken met vrienden, familie of gemeenteleden. Meer informatie en bestellen

Het geloofsgesprek te midden van verschillen in de gemeenteDe Bijbel in het midden van prof. Maarten Wisse is een pleidooi voor het geloofsgesprek in de kerk. Een gesprek over wat je ten diepste beweegt, over je geloof, je twijfel, over God en over Jezus. Onderlinge verschillen kunnen het geloofsgesprek in de weg zitten. Omdat de kerk een gemeenschap is die bijeen wordt gehouden door de band met Jezus Christus, kan ze niet zonder geloofsgesprekken. Deze handreiking wil geloofsgesprekken stimuleren, en uitdagen ze te voeren. Per hoofdstuk zijn gespreksvragen toegevoegd. In het boek zit ook een een opzet voor een bijbelstudie. Meer informatie en bestellen 

Eredienst en liturgie in de protestantse traditieIn dit boek beschrijft Marcel Barnard de protestantse liturgie, licht de achtergronden ervan toe, en geeft een kleine protestantse theologie van de liturgie. Daarnaast laat hij zien uit welke verschillende tradities de protestantse liturgie wordt gevoed. Barnard is hoogleraar praktische theologie aan de Protestantse Theologische Universiteit te Amsterdam en aan de Universiteit van Stellenbosch, Zuid-Afrika, en hoogleraar liturgiewetenschap aan de Vrije Universiteit. Meer informatie en bestellen

Bekijk ook de vier video’s die de verschillende liturgische stromingen binnen de Protestantse Kerk in beeld brengen.

Kerk in de samenleving

Missionair kerk-zijn in een geseculariseerde contextSinds het ontstaan van de Protestantse Kerk in Nederland staat missionair-zijn en getuigen hoog op de agenda. Dit leidde niet alleen tot veel initiatieven, maar ook tot veel vragen in  gemeenten. In het boek De wil tot vrijmoedigheid komt een van de grootste vragen aan de orde: waar halen wij de vrijmoedigheid vandaan om te getuigen? Is bescheidenheid niet een groter goed?

Gert Noort laat in dit boek zien dat vrijmoedigheid voortkomt uit horen, lofprijzing en gebed. Vrijmoedigheid is geen prestatie maar vrucht, een geschenk van God.

Bij ieder hoofdstuk van het boek zijn gespreksvragen te vinden. Geschikt voor gemeenten die zich willen bezinnen op missionair kerk-zijn of juist moeite hebben met de missionaire drive van de Protestantse Kerk. Meer informatie en bestellen 

Christelijk perspectief op het vluchtelingenvraagstukWeinig onderwerpen zijn zo complex als migratie. Natuurlijk schieten we te hulp als mensen in nood ons land binnenkomen. Maar er lijken ook grenzen te zijn aan wat we aankunnen, zeker als onze eigen identiteit bedreigd wordt. Tijd voor een christelijk perspectief op migratie dat wegblijft bij het klassieke links-rechtsdenken.

Ds. René de Reuver, scriba generale synode, en Dorottya Nagy trappen in het boek Van Migrant tot Naaste af met relevante vragen rond migratie. Wat zegt de Bijbel over migratie? Welke rol speelt macht? Hoe ben ik geworteld? De antwoorden zijn een spiegel voor de lezer.

Zes interviews met migranten geven het vraagstuk een gezicht. Daarnaast bevat dit boek interviews met deskundigen, waaronder Bernhard Reitsma en Kathleen Ferrier. Meer informatie en bestellenTheologische visie op geweld, het kwaad en onze veiligheidIn het essay Heilige Strijd - verlangen naar veiligheid zoekt terrorismedeskundige Beatrice de Graaf naar een theologische visie op geweld, het kwaad en onze veiligheid. Aan de hand van Augustinus' theologie over de mens, diens gebrokenheid en Gods genade, biedt dit essay een cruciale aanvulling op het hedendaags debat over veiligheid. Veiligheid zal in deze wereld nooit volledig zijn, maar we mogen weten dat het kwaad is overwonnen. Vanuit haar geloof hierin mag de kerk het kwaad bestrijden. Meer informatie en bestellen

Bekijk ook de gespreksvragen en videomateriaal bij dit boek. 

De uitgaven die in 2020 en 2021 verschijnen gaan over de ziel in de samenleving (Govert Buijs), de doop (Klaas-Willem de Jong) en voltooid leven (Theo Boer). 

Ideeënbank

Of grasduin tussen de honderden ideeën in de digitale ideeënbank op deze site. Een groot deel van deze ideeën komen van gemeenten die behoren tot de Protestantse Kerk. 

 lees verder
 
De Binnenkamer: Protestants klooster in de cloud

Stil om je heen, stil in jezelf

De behoefte van mensen aan plaatsen waar het stil wordt, stil om je heen en stil ook in jezelf, plaatsen waar je je verbonden voelt met die Ene, is zo oud als de mensheid zelf. De behoefte aan verstilling, verdieping, meditatie is wezenlijk aan ons mensen, we kunnen niet zonder.

In de eerste eeuwen van het christendom is deze traditie overgenomen door de kloosters. Al meer dan vijftienhonderd jaar zijn dat plaatsen van bezinning en gebed. De getijdengemeenschap ‘De Binnenkamer’ vertaalt deze in het vroege christendom gewortelde traditie naar deze tijd. Dat doet de gemeenschap door op een wezenlijk element van de kloostertraditie verder te bouwen, te weten het getijdengebed.

In zelfs de meest stille congregaties wordt meerdere keren per dag de gemeenschappelijkheid opgezocht en de stilte in het klooster verbroken door gemeenschappelijk (gezongen) gebed. De rijkdom van deze traditie is in onze eeuw alleen bereikbaar voor degenen die permanent of tijdelijk in een klooster verblijven. Hoe mooi ook, je zou het meer mensen gunnen!

Virtuele kapel

Binnen de Protestantse Kerk in Nederland groeide de wens om te proberen de onuitputtelijke inspiratiebron van het getijdengebed voor mensen buiten het klooster beschikbaar te stellen, bedoeld voor het dagelijks leven. Uit deze wens kwam ‘De Binnenkamer’ voort. De gemeenschap bidt morgen- en avondgebeden in de kapel van Nieuw Hydepark, het kloppend hart van de Protestantse Kerk. Het biedt mensen de gelegenheid daarbij lijfelijk aanwezig te zijn, maar ook om vanaf afstand via hun eigen smartphone of tablet mee te bidden.

Een volgende stap om de fysieke drempels voor het meezingen en -bidden weg te ne-men is het Klooster in de Cloud. De getijdengebeden worden via dit online-klooster uitgezonden en tevens is het een plaats op internet waar ruimte geboden wordt voorgeestelijke ondersteuning en ontmoeting. Langs deze virtuele weg zijn de getijdengebeden online mee te bidden voor ieder die de behoefte heeft om deze te integreren inhet dagelijks leven. Het klooster biedt steun aan mensen die regelmaat willen in hunbezinning, meditatie en gebed, maar die dat moeilijk alleen lukt.

Naast het getijdengebed richt ‘De Binnenkamer’ zich op gemeenschapsvorming, gees-telijke begeleiding, cursussen en retraites. Centraal hierbij staat de regel ‘Bid en be-min’. Via bezinningsbijeenkomsten gaan we op zoek naar de concretisering van de regel voor ons eigen leven en hoe we elkaar daarbij kunnen ondersteunen. Alle activiteiten worden georganiseerd op Nieuw Hydepark en zullen opvolging krijgen in het Klooster in de Cloud. Het Klooster in de Cloud wordt daarmee een ontmoetingsplaats waarmee we een ieder de mogelijkheid bieden om hun opgedane ervaring thuis voort te zetten en zodoende optimaal invulling te geven aan hun persoonlijke spiritualiteit.

Er zijn verschillende cirkels van verbondenheid waarmee belangstellenden betrokken kunnen zijn bij de Getijdengemeenschap. Op www.bidindebinnenkamer.nl zijn deze tevinden.

Auteur: Ds. Reintje StomphorstDit artikel is eerder verschenen in 'Oecumenische bezinning, nr. 58' van de Raad van Kerken.

 lees verder
 
Waarom zou een mens christen worden? Over ‘bekering’ gesproken

Er zijn zeker goede redenen om op dit punt kritisch naar het verleden te kijken, maar zou dat laatste echt zo zijn? Of zou de meest wezenlijke missionaire dienst van de kerk misschien toch kunnen liggen in het in contact brengen van mensen met Jezus Christus? Zouden ‘zieltjes’ juist in verbondenheid met Hem niet kunnen uitgroeien tot florerende ‘zielen’?

Meer dan het gewone

Die vraag komt natuurlijk direct als een boemerang terug bij de gemeente en ook bij mijzelf: ben ik meer mens geworden door mijn geloof en mijn betrokkenheid bij de kerk? Dat kan een confronterende vraag zijn, maar het is goed als we deze in de gemeente elkaar toch durven te stellen. Want als de gemeente me (onverhoopt) eigenlijk niet helpt in mijn mens-zijn (menswording!), dan is er ook weinig reden anderen uit te nodigen te kiezen voor Jezus Christus. Want dan ‘bekeer’ je je tot meer van hetzelfde. Maar als daadwerkelijk blijkt dat die keuze  tot ‘meer dan het gewone’ leidt, dan ontstaat er een basis om ook niet-gelovigen uit te dagen hun kaarten op Jezus Christus te zetten. 

Via relaties

Het gaat hier om een heel belangrijke zaak. Wat is de plek van het christelijk geloof op de markt van welzijn en geluk? Is het een kraampje als willekeurig elk ander kraampje met ongeveer dezelfde spullen? Of kun je daar iets krijgen dat nergens anders wordt aangeboden? Ik kan me voorstellen dat niet iedereen gecharmeerd is van  dit soort markttaal, maar hoe dan ook zullen we in de gemeente ons over deze vragen moeten buigen. 

We leven in een tijd van beleving, van willen ervaren. Willen mensen iets gaan zien in het christelijk geloof, dan moeten ze de waarde daarvan kunnen proeven, kunnen beleven. Het is dan ook niet verwonderlijk dat bekeringen vaak via relaties verlopen. Iemand proeft iets van het geloof van de ander, wordt nieuwsgierig, gaat op onderzoek uit en besluit christen te worden. Vaak blijkt dat er daarbij vroeger al een vloertje is gelegd: de juf van de zondagschool die zo prachtig vertelde, een oma die met je zong en bad. Onderzoek laat ook zien dat voorgangers nogal eens een rol spelen bij het tot geloof komen van mensen. 

Leven op z´n kop

De stap om in deze tijd christen te worden, lijkt steeds groter te worden. Dat heeft te maken met de vaak grote afstand van mensen tot de wereld van het christelijk geloof en helaas ook met het negatieve beeld dat velen van kerk en geloof hebben. Een jonge vrouw die tot geloof was gekomen, besloot een bijbel te kopen. ‘Het voelde alsof ik voor het eerst condooms ging kopen’, zei ze. Dat laat iets van die kloof zien. Een vrouw die via een pioniersplek het christelijk geloof had ontdekt, vertelde dit: “Ik moest tot mijn eigen verwondering er achter komen dat ik een godsgeloof heb ontwikkeld. Daar heb ik lang mee geworsteld. Ik heb er eindelijk maar aan toegegeven. Ik heb mijn hele leven herzien. Dat is heel helend geweest. Mijn leven is behoorlijk op z’n kop gekomen. Ik doe niet meer zo moeilijk over dat je grootse dingen wilt bereiken.” Ook zij moest ‘wennen’ aan het idee dat er in haar leven echt een knop was omgegaan. 

Nog steeds ontdekken in ons land  mensen de kracht en de schoonheid van het christelijk geloof. Hun ziel leeft op. Zou het kunnen zijn dat we - vertrouwd als we vaak zijn met de kerk en de christelijke traditie - dat helemaal niet meer zo scherp zien? Gelukkig de gemeente die ‘bekeerlingen’ in haar midden heeft....

Aan de slag

Het boek ‘Back to basics’ bevat zeven hoofdstukken over zeven basale thema’s voor de plaatselijke gemeente. Over de inhoud van christelijk geloof, over kerk-zijn, context en contextualisering en de missionaire roeping van de kerk. Bedoeld om het inhoudelijk (geloofs)gesprek te stimuleren. Lees verder: 

Gesprek naar aanleiding van het boek 'Back to basics - zeven cruciale vragen rond missionair kerk-zijn'

Pijl naar rechts
 lees verder
 
Scriba René de Reuver: "Kerk verdient extra steun in de rug"

Temidden van alle onmogelijkheden die het coronavirus de afgelopen maanden met zich meebracht, werd verrassend duidelijk waar de kerk wél toe in staat was. De lofzang werd gaande gehouden, zij het dan online. Het pastoraat ging door, al moest het soms via een raam op een kier. Het diaconaat kreeg een enorme impuls, zowel voor mensen binnen als buiten de kerk. Jongeren mobiliseerden zich om om eenzame ouderen te helpen. Daklozen, vluchtelingen, gevangenen, mensen in armoede, kinderen: ze werden niet vergeten. Op plekken waar er een tekort was aan reguliere zorg, sprongen kerkgangers in. Aan vindingrijkheid en enthousiasme geen gebrek. De kerk is springlevend.

Het elan dat zij liet zien, bleef niet onopgemerkt. In de media verschenen hartverwarmende verhalen, de politiek was onder de indruk en het koningshuis bracht persoonlijk zijn complimenten over.  

Steun in de rug

Het is prachtig om te zien hoe de kerk in het ‘nieuwe normaal’ deze bevlogenheid blijft vasthouden. Door de coronacrisis ingegeven initiatieven krijgen een vervolg. Kwetsbare mensen mogen blijvend op aandacht rekenen. Het helpt hen om op de been te blijven.

Alle extra kosten die dit pastorale en diaconale werk met zich meebrengt, nemen kerken zonder aarzelen voor hun rekening. En dat terwijl er minder geld binnenkomt nu er geen gewone vieringen en dus minder collecteopbrengsten zijn. 

Daarom steun ik de ‘Extra Actie Kerkbalans’ van harte. Met Actie Kerkbalans vragen vier kerkgenootschappen, waaronder de Protestantse Kerk, hun leden jaarlijks om financieel bij te dragen aan het werk dat hun eigen, plaatselijke kerk doet. Deze extra actie geeft kerken een steun in de rug om ‘omzien naar elkaar’ vol te kunnen houden. 

Plek voor iedereen

Omzien naar elkaar betekent elkaar zien door de ogen van God. Het is daarom niet zomaar iets. Door naar elkaar om te zien, maken wij concreet dat God niet wegkijkt, maar ons ziet. Wat veranderde het leven van Zacheüs, die kleine belastingambtenaar uit de Bijbel, voorgoed? Het feit dat Jezus hem zag, belangstelling voor hem had, hem een nieuw perspectief bood. Omzien naar elkaar laat zien dat iedereen erbij hoort. Een plek voor iedereen, dat is wat de kerk wil zijn.

https://kerkbalans.nl/omzien-naar-elkaar

 lees verder
 
Start training: Leidinggeven aan veranderingen

Wat maakt die training belangrijk? Voor wie is die training interessant?BB: Volgens veranderkundigen brengen twee van de drie veranderplannen niet datgene waarop gehoopt werd. Wanneer predikanten, voorzitters van kerkenraden en beleidsouderlingen meer zouden weten over verschillende manieren van veranderen, zal dat de slagingskans zeker verhogen. Dat is ook het geval als gesprekken over verandering anders gevoerd worden. Buiten de kerk wordt onderschat hoe lastig het kan zijn om een veranderingsproces goed te begeleiden.

Dus als predikanten en kerkenraden het beter aanpakken, lukken de veranderingen wel?

BB: Lukt het vaker. Verandering is niet maakbaar; wel beïnvloedbaar. En het deel waar wij invloed op hebben kan vaak beter. Kerken kiezen nogal eens een veranderaanpak die niet kansrijk is. Je zou kunnen zeggen dat we het de heilige Geest regelmatig niet gemakkelijk maken.

Hoe werkt dit in de praktijk?

BB: Afhankelijk van de beoogde verandering en de groep, zijn er een stuk of zes manieren waarop een kerk kan proberen te veranderen. Het idee dat die keus ertoe doet, is vaak nieuw. Want men doet het meestal, zoals men het gewend is En lang niet altijd vanwege de positieve resultaten uit het verleden.

We weten bijvoorbeeld, dat een commissie een plan laten ontwerpen goed werkt, als de leden weinig betrokkenheid hebben bij het onderwerp. Is er meer betrokkenheid, dan werkt het averechts als een denktank plannen ontwerpt, en er daarna draagvlak voor gaat zoeken. Plannen ontwerpen voor anderen, is één van de zes manieren van werken aan veranderen. In de kerk is dát vaak de huisstijl. Ze is kansrijk bij het schrijven van een corona- of AVG-protocol. Maar als het gaat om vitalisering, meer missionair of gastvrij of pastoraal gemeente-zijn of een fusie, dan is een plan ontwikkelen met gemeenteleden kansrijker. Dat vraagt kennis en vooral vaardigheden.

Verandering lukt ook dan niet altijd, maar wel vaker. En dan trekt het een minder sterke wissel op de relaties in de gemeente. Daarnaast geeft dat samen ontwikkelen een boost aan het geloofsgesprek. Als er geen voorstel is, kun je nergens voor of tegen zijn, en zijn gesprekken eerder dialoog dan debat. In de training leren deelnemers onder meer hoe je ‘ontwikkelt met’ naast ‘ontwerpt voor’.

Hoe ziet de training er verder uit?

BB: Naast ‘welke aanpak kies je wanneer’, zitten in de training nog een stuk of acht veranderinzichten en –modellen. Met die kennis en vaardigheden begeleiden deelnemers tijdens en na de training veranderingen anders dan voorheen. Met een grotere kans op de gehoopte uitkomst en minder risico op conflict. Juist nu de kerk kwetsbaar is, doen we er goed aan geen veranderpogingen te starten die op voorhand niet kansrijk zijn; en zeker geen aanpak te kiezen waarvan bekend is dat ze het welzijn van de kerkgemeenschap en individuele leden eerder schaadt dan opbouwt. Deelnemers ontdekken dat dat kan.

In september verschijnt een boek van Bert Bakker bij uitgeverij Ekklesia over veranderen in de kerk: Samenspel: Kansrijk veranderen in de kerk.

Aanmelden training

Wilt u ook dingen echt anders doen? Lees hier meer over de training Leiding geven aan veranderingen en meldt u aan. 

Gemeente als gezin

Een andere nieuwe training die in het verlengde ligt van bovenstaande is de training: De gemeente als gezin. De benadering van rabbijn Edwin Friedman van de gemeente als gezin blijkt met name vruchtbaar als de gemeente vast zit, groei stagneert of de bezorgdheid toeneemt, bijvoorbeeld door krimp. Lees hier meer over de training en meldt u aan. 

Alle trainingen

Bekijk het actuele overzicht van alle trainingen

 lees verder
 
Krijgsmachtspastoraat: Mensen helpen mens te blijven

Als kind groeide ik op in een atheïstisch land, voormalig Tsjecho-Slowakije. Tot mijn vijftiende jaar dacht ik oprecht dat God, kerk en geloof bij de middeleeuwen hoorden. Geschiedenis, een ver verleden, al lang overwonnen. Op mijn achttiende jaar heb ik mijn nieuw ontdekte christelijke geloof bezegeld met de doop.

Ontmaskering van de maatschappelijke orde

Mijn geloof had, in die tijd en nog altijd, alles te maken met bevrijding. God stond garant voor een dimensie waar de alom heersende maatschappelijke benauwdheid en het geweld geen grip op hadden. Ik voelde me bevrijd van angst. Vele woorden van Jezus klonken uiterst actueel in mijn oren. De maatschappelijke orde van mijn tijd werd door de goede boodschap ontmaskerd als een benauwende, manipulerende en totalitaire ideologie. Ik voelde me verwant met de leerlingen van Jezus die alles achterlieten om hem te volgen. De vrijheid die Jezus bracht was het zonder twijfel waard.

Geloof en kerk zijn nauw met elkaar verbonden. Het was voor mij dan ook verrassend en teleurstellend toen ik ontdekte dat de kerken, zowel in Tsjechië als in Nederland, niet bleken samen te vallen met de bevrijdende kracht van het evangelie die mij zo heeft gegrepen. In de Tsjechische kerken heerste voor, maar ook na de politieke omwenteling een sfeer van angst, haat en jaloezie. Dat waren voor mij ook redenen waarom ik Tsjechië in 1998 verliet en naar Nederland kwam.

Angst voor God

Als nieuwkomer en vers gemeentepredikant in Nederland kwam ik tot mijn verbijstering angst voor God tegen. Het duurde even voor ik dit door had. Mensen begrepen niet hoe ik over God als een bevrijdende kracht kon spreken. Geloof en bevrijding? Opvallend vaak was dat niet de combinatie die men verwachtte. Geloof werd velen bijgebracht als een disciplinerende maatregel. Met een God die alles zag. God als strenge rechter. God die met de hemel beloont en met de hel bestraft. En volgens wie maar weinigen in de hemel toegelaten zullen worden. 

Verzet, weerstand en woede. Twijfel en benauwdheid. Angst en depressie, maar ook ongezonde overgave. Ik kwam het tegen bij veel van mijn gemeenteleden. ‘Geloof als verkrachting van het gezonde verstand.’ Woorden van mijn levenspartner, die zelf ook zo’n benauwende, christelijke opvoeding heeft meegemaakt. Een kinderachtig geloof, geen vragen durven stellen, twijfels onderdrukken en leerstelligheden voor waar aannemen. Het is en blijft voor mij een verbijsterende manier van geloven…

Kippenvel

Tijdens mijn marine-jaren waren er bij de bezinningsdiensten aan boord altijd maar twee of drie deelnemers bekend met het christelijke geloof. Er kwamen altijd meer bezoekers – vanwege het uurtje rust,  even je gedachten verzetten en je laten inspireren door de mijmeringen van de geestelijk verzorger, in mijn geval de dominee.

Het verbaasde me elke keer weer hoeveel diepgang er was tijdens de gesprekken. Of het nu in de bezinningsdiensten was, of in de wandelgangen. Ik genoot van de filosofische diepgang die er soms in zat, van de levenswijsheid die de jonge mensen aan de dag legden en van de oprechtheid van hun gedachten en zoektocht.

En op die momenten kreeg ik hetzelfde kippenvel als toen ik zelf ook zo jong was. Dat kippenvel heeft te maken met het naderen van en cirkelen rond het goddelijke geheim. Als God dichtbij is, voel je de kracht van zijn - of haar - geheim…

Hoe langer ik erover nadenk, des te meer het mij helder wordt dat geloof voor mij vooral te maken heeft met een oprechte zoektocht, met eerlijkheid en met openheid. De zoekende ziel voelt haarfijn de weg aan die naar het goddelijke geheim leidt.

Gods boodschapper

Als nieuwkomer in de wereld van godsdienst en kerk voelde ik me vaak gereduceerd tot een object. De kerk, de medegelovigen, ze leken allemaal de behoefte te hebben om mij van alles bij te brengen, uit te leggen en om mij te vormen en te kneden. Ik was toen nog te jong om het zo te kunnen formuleren maar gaandeweg kwam ik er steeds duidelijker achter: ik werd gezien als iemand die nog niet goed genoeg was, als iemand met gebreken die gefikst moest worden. Niet als iemand die ook talenten en kwaliteiten had om te delen.

Het is mijn vurige wens dat de mensen die vandaag de dag op hun levensweg het christendom tegenkomen, gezien en verwelkomd worden als waardevolle mensen die veel te bieden hebben: levenservaring, wijsheid, diepe gedachten en goede ideeën. Maar vooral ook als unieke zielen die wij als Gods boodschapper mogen verwelkomen.

Hannah Nováková

Lees het uitgebreide verhaal van Hannah en/of verhalen van haar collega's in het Jaarschrift 2020 van de Dienst Protestantse Geestelijke Verzorging bij de Krijgsmacht.

 lees verder
 
De Kerkstraat: op bezoek in Werkendam

Veel protestantse gemeenten hebben hun adres in de Kerkstraat. In de nieuwe rubriek 'De Kerkstraat' zoeken we ze op en vragen we naar het kerkelijk leven. Wat gaat er goed en wat kan beter? 

Deze maand vertelt de Hervormde Gemeente Werkendam (twee wijken, twee kerkgebouwen, twee predikanten) bij monde van Theo van Vuuren, ouderling in wijk 2, over haar grootste vreugde en haar grootste verdriet.

Paspoort 

De straat: De Kerkstraat is onderdeel van een lange straat met verschillende namen. Het stukje Kerkstraat is slechts 100 meter lang. De Dorpskerk staat op nummer 5, het verenigingsgebouw De Bron op nummer 3 en de pastorie van wijk 1 op nummer 4.

Het kerkgebouw: De Dorpskerk is in 1952 herbouwd nadat ze was opgeblazen door de Duitsers op 21 april 1945, vlak voor de bevrijding. “Die vernietiging had een enorme impact. Er was wel van tevoren gewaarschuwd omdat de Duitsers geen burgerslachtoffers wilden. Enkele specifieke dingen van waarde zijn nog uit de kerk gehaald, zoals de predikantenborden. Het huidige gebouw heeft een gelaagde bouw en veel achthoeken, waaronder de toren en het doopvont. Onder in de kerk, in het souterrain, zijn vergaderzalen. De kerkenraad komt op zondag vanuit de consistoriekamer via een trapje de kerkzaal in.”

De gemeente: Wijk 1 voelt zich verbonden met de Confessionele Vereniging, wijk 2 met de Gereformeerde Bond. Het totale ledenaantal is een kleine 4000. “Daar zitten veel papieren leden bij.” De ochtenddiensten worden in beide wijken goed bezocht, de avonddienst in wijk 2 ook, in wijk 1 minder. “We doen als wijken veel apart maar gaan goed met elkaar om. Eens per jaar vergaderen we als kerkenraden gezamenlijk. En de diaconie en de kerkrentmeesters trekken veel samen op.”

Kerk door de week: Een vrouwenvereniging, een mannenvereniging, vrouwenochtenden, bijbelstudiegroepen, allerlei clubs voor de jeugd, catechisatie ... “Door de week is er voor alle leeftijden van alles te doen.”

Grootste vreugde

“De grootste vreugde is dat we elke week samenkomen in de erediensten. Dat is ook het belangrijkste van kerk-zijn: het eren, loven en prijzen van God. Dat je er zelf wat aan hebt komt op de tweede plaats. ‘Wie de kerk niet als moeder heeft, kan God niet als Vader hebben' luidt een uitspraak van Cyprianus. Je kunt niet geloven zonder de kerk. Die overtuiging leeft in de beide wijken. Beide zijn orthodox maar verschillend in de liturgie. In wijk 2 zingen we nog de psalmen uit 1773, op hele noten. Wijk 1 zingt uit Liedboek en Evangelische Liedbundel. Beide wijken hanteren de herziene Statenvertaling.”

Grootste verdriet

“Het grootste verdriet is dat het moeilijk is om de oudere jeugd en jonge gezinnen bij de kerk te houden. Mensen die geen belang hechten aan Gods heil lopen gevaar het heil mis te lopen. Ontzettend triest om mensen te zien wegglijden. Het is telkens onderwerp van gesprek. Bij het beroepen van een nieuwe predikant bijvoorbeeld is aansprekend kunnen preken een voorwaarde. We willen dit tij graag keren.”

Lees ook:

De Kerkstraat: op bezoek in Nieuwveen

21 mei 2020 Pijl naar rechts
 lees verder
 
Predikant en componist schrijven 'Loflied op de samenzang'

Tekst van het lied

1. Er is een stilte die kan zingen,een zwijgen dat vervoert,maar nu de lofzang weer mag klinkenzijn wij verrukt, ontroerd.O God, u loven is ons leven,u prijzen zij aan zij -welke gevaren ons omgeven,u was en blijft nabij.

2.Moest Jona in een vis verblijven,zijn bidden werd verhoord;moest Zacharias maanden zwijgen,zijn lofzang klinkt nog voort.Ook onze samenzang verstilde,een leegte daalde in -dit lied wil ons opnieuw verbinden,bezingt een nieuw begin.3. Laten wij opstaan en God dankendat hij ons heeft behoed,hem loven om het licht, de klankenwaarmee hij ons begroet.De tijd van afstand is vergleden,het leven neemt een keer.Wij wensen hier elkaar de vredevan Christus onze Heer.

Downloads

Er is een stilte die kan zingen - loflied op de samenzang (bladmuziek) Er is een stilte die kan zingen - loflied op de samenzang (geluidsbestand)

 

Over de tekstschrijver en componist

De tekst is geschreven door Martin de Geus (1954). Hij is predikant van de Protestantse Gemeente 'De Levensbron' in Ridderkerk. De muziek is geschreven door Dirk Zwart (1962). Hij is kerkmusicus en componist.  

 lees verder
 
Actie Vakantietas: kerken delen 7000 tasjes uit aan kinderen in armoede

Kinderen uit kwetsbare gezinnen kunnen meestal niet op vakantie. Wanneer in de zomervakantie hun klasgenootjes er even tussen uit kunnen en leuke uitstapjes maken, blijven zij thuis achter. Dat ook de meeste kinderactiviteiten deze zomer zijn afgelast vanwege de coronamaatregelen, komt daar nog eens bovenop. In 120 protestantse gemeenten door heel Nederland sloeg men de handen ineen om iets te betekenen voor deze kinderen. 

Duurzame tasjes

Bert Jan Kelder is jeugddiaken in Hervormd Vriezenveen en coördineerde de actie met de jeugddiaconie in zijn gemeente. “De actie wordt georganiseerd vanuit het Diaconaal Platform Twenterand, waarin veel verschillende kerken uit de hele regio zijn vertegenwoordigd. Dit jaar was onze jeugddiaconie aan de beurt om de actie te organiseren.” In Vriezenveen werd gekozen voor de duurzame tasjes, dit jaar nieuw bij Kerk in Actie. Bert Jan: “Je bent toch rentmeesters over deze aarde. Zorg voor de natuur vinden we belangrijk en ook dat er wat overblijft voor de volgende generatie.”

Van stichting Manna, die voedselpakketten voor kwetsbare gezinnen verzorgt in de regio, kreeg Bert Jan de aantallen kinderen door. “Dit jaar waren dat er 224. We hebben 3 verschillende tasjes gevuld voor kinderen in verschillende leeftijdscategorieën (0-4, 5-11 en 12-17 jaar). Voor elke leeftijd was er een passend tasje. We hebben er allerlei leuke dingen als ijslolly´s, zandbakspeelgoed en een vakantiedoeboek in gedaan.”  

Blije gezichten

Ook in Brabant ging men aan de slag voor kinderen in armoede. In de protestantse gemeente Dongen-Rijen werden maar liefst 162 tassen gevuld. Wieger van Dijk vertelt: Het was zo mooi om al die blije gezichten te zien. Kinderen wisten niet wat hun overkwam, en ook hun ouders waren verbaasd. “Ik krijg er kippenvel van,” was de reactie van een alleenstaande moeder uit de buurt. 

De actie Vakantietas werd in Dongen en Rijen in samenwerking met Stichting Leergeld en de werkgroep Arm in Arm georganiseerd. Die werkgroep is een samenwerkingsverband met een aantal kerken uit de regio. Wieger: “Zij hebben zicht op de gezinnen waar het financieel wat minder goed gaat.” In Brabant koos men ervoor een tas aan te bieden aan kinderen van 4 t/m 15 jaar. “Meestal hebben oudere kinderen een vakantiebaantje en kunnen zelf activiteiten ondernemen en ook zelf bekostigen.” De tas is gevuld met een kaartje voor zwembad, inclusief snack en een drankje, een cadeaubon van de Bruna, muntjes voor een ijsje en een vlieger. 

Volgend jaar weer

Zowel in Vriezenveen als in Dongen en Rijen wil men de actie volgend jaar weer organiseren. Bert Jan: “We zagen dat nu in coronatijd de aantallen kwetsbare kinderen toenemen. Dat is confronterend, vooral in je eigen omgeving. Op deze manier word je zelf met je neus op de feiten gedrukt: armoede is ook hier een groeiend probleem.”

Zowel Wieger als Bert Jan doen volgend jaar weer mee als de actie opnieuw wordt georganiseerd. Bert Jan: “Het is absoluut een aanrader om met de actie Vakantietas mee te doen. Op deze manier kunnen we als kerken iets betekenen voor kinderen uit kwetsbare gezinnen. Het is mooi om hen op deze manier iets te kunnen ondersteunen.” Wieger vult aan: “Kinderen die het thuis financieel minder goed hebben kunnen op deze manier in de vakantie toch iets leuks gaan doen.” In Dongen en Rijen wil men van deze actie een terugkerende gewoonte maken. “We proberen ook voor volgend jaar ondernemers enthousiast te maken om de tassen weer goed gevuld te krijgen.” 

Steeds meer kinderen in armoede

Door de coronacrisis zal het aantal kinderen in armoede toenemen. Armoedebestrijders verwachten in september een grote toename van gezinnen die hulp nodig hebben om schoolkosten, contributie van sportclubs of verjaardagen te betalen. Kinderen zullen hiervan de dupe worden. Ook kinderombudsvrouw Margrite Kalverboer waarschuwt voor veel nieuwe armoede onder gezinnen met kinderen: “Al die verloren banen zorgt achter de voordeur voor armoede, ook bij gezinnen die hiervoor niet met armoede te maken hadden. Dat leidt tot extra stress bij ouders, en daarmee ook bij kinderen.”

Meedoen met uw gemeente

Kerk in Actie organiseert de actie Vakantietas samen met kerken in heel Nederland. Bij Kerk in Actie kunnen de vrolijk gekleurde rugtasjes worden besteld en deze worden gevuld door enthousiaste gemeenteleden van kerken uit het hele land. De actie kan het hele jaar door worden georganiseerd, bijvoorbeeld ook in de komende herfstvakantie of kerstvakantie. Alle informatie over de actie en het bestellen van de tasjes is te vinden op kerkinactie.nl/vakantietas.

kerkinactie.nl/vakantietas

 lees verder
 
Is de protestantse gemeente Roermond de ‘kerk van de toekomst’?

Van den Berg: “Ja, Limburg is een krimpregio. Ja, we zien ook de leegloop van de kerken. Mijn predikantsplaats wordt kleiner de komende jaren. En toch weten we omwonenden die behoefte hebben aan zingeving te bereiken. Er is aanloop van christenen uit de omliggende AZC’s. We zien het glas hier liever half vol. We pionieren. We ploeteren. Het is intensief en soms eenzaam. Maar we zien ook heel veel kansen en kiemen voor de toekomst.”

Over die kansen en kiemen gaat het werkbezoek dat Jurjen de Groot aan de Minderbroederskerk in Roermond brengt. Sinds 1 september 2019 zijn ze diaconale presentieplek van Kerk in Actie. Dat betekent dat de gemeente subsidie van Kerk in Actie heeft gekregen om haar werk voor vluchtelingen te kunnen intensiveren.

Aan tafel zitten, naast ds. Judith van den Berg, drie leden van de diaconie: Klaas Baas, Grieta Gootjes en Gerben Huberts. Er is nauwelijks tijd voor de voorbereide presentatie. Vanaf het moment van binnenkomst ontrolt zich een gesprek over alle activiteiten van deze gemeente, de transformatie die in Roermond plaatsvindt en de toekomst van de kerk.

De Groot: “Wat ik hier aantref, is een toekomstgerichte kerk. Ik ben echt onder de indruk. Veel gemeenten noemen zichzelf kleurrijk en gastvrij, maar dat blijven vaak woorden op papier. Jullie leven deze woorden op een hele indrukwekkende manier. Wat mij betreft zijn jullie een inspirerend voorbeeld van de kerk van de toekomst.”

Ontmoeting in consistorie. 

 

Kijken naar wat bindt

Volgens Van den Berg heeft deze gastvrije en open houding te maken met de regionale context. “Protestanten in Limburg zijn zelf vreemden in een katholieke omgeving. Vanuit die ervaring is het wellicht makkelijker om echt open te staan voor nieuwkomers. Je weet hoe het voelt om ‘vreemde’ te zijn. Je herkent de kwetsbaarheid. Daarom staan we echt open voor iedereen. En je ziet, dat transformeert onze geloofsgemeenschap.”

Grieta Gootjes vult lachend aan: “Boven de rivieren kijk je naar wat je scheidt en zoek je een gemeente die bij je past. Hier heb je die ‘luxe’ niet. Er is één protestantse gemeente voor Roermond en 30 omliggende dorpen. Je kijkt dus naar wat je bindt.” 

Sterker nog: in 1975 is deze gemeente ontstaan uit een fusie tussen gereformeerden, hervormden, lutheranen en doopsgezinden. Gootjes: “We waren het SoW-proces dus ver vooruit.”

Vanuit de houding ‘kijken naar wat je bindt’ zijn er contacten gelegd met de azc’s in de omgeving. Al jarenlang weten christelijke migranten hun weg te vinden naar de gemeente. Ze krijgen taalles, ze bezoeken de kerkdiensten, laten zich dopen, draaien mee in de activiteiten en vrijwilligerswerk van de gemeente. 

Van den Berg: “Dat zij aanhaken bij onze geloofsgemeenschap geeft hoop. Daar zitten zoveel kiemen in die ons geloof weer versterken.” 

Zie de ander als maatje

Volgens Van den Berg heb je een beginnetje nodig. “Je moet niet voor de ander iets regelen, maar met de ander iets regelen. Zie de ander als maatje. Ook in onze gemeente was het in eerste instantie wij/zij, maar dat veranderde toen ze gingen koffieschenken. De nieuwkomers waren blij dat ze een bijdrage konden leveren. De trouwe kerkgangers waren blij dat de nieuwkomers een gezicht kregen.”

Ook tijdens dit werkbezoek wordt duidelijk hoe hier vorm aan wordt gegeven. Een kok uit Iran heeft de lunch voorbereid. Bij de lunch schuiven een aantal bewoners van het AZC aan. Er volgen indrukwekkende gesprekken over christen-zijn in Iran, over onvrijheid en vrijheid en over wachten, lang wachten tot je weet of je in Nederland mag blijven. 

De kok is een kleine bescheiden man. Zijn vrouw is nog Iran. Zijn kind studeert in Zweden, vertelt hij met enige trots. Hij is naar Nederland gevlucht, omdat hij christen is. “Ik heb niet voor God en Jezus gekozen. Zij hebben voor mij gekozen. De IND heeft net mijn verzoek afgewezen, maar ik vertrouw op Jezus. Het komt goed.”

Van den Berg: “We zien wel dat we moeten gaan nadenken over een soort ‘maatjessysteem’. Nu helpen ze bijvoorbeeld bij het koffieschenken, maar het zou fantastisch zijn als ze ook kerkenraadslid willen worden of vrijwilliger bij de kindernevendienst. Er zijn echter wat culturele verschillen te overbruggen. We denken dat een maatjessysteem hierbij kan helpen om elkaar beter te begrijpen.”

God geeft zoveel ruimte

En naast de nieuwkomers uit de AZC’s zijn er ook nieuwkomers uit de stad zelf. Zinzoekers, mensen die aanhaken bij bijv. de maaltijd ‘Eat & Meet’. Van den Berg: “Ik wilde een klassieke gespreksgroep over de Bijbel starten. Dat leek me het minste wat een predikant kan doen. Ik had slechts één aanmelding. Tegelijkertijd begonnen we met het initiatief ‘Eat & Meet’. De eerste keer waren er meteen 25 mensen. Er werd over geloof gepraat, er werd gehuild. Het was prachtig.”

Eat&Meet, een maaltijd voor 4 euro, is inmiddels een begrip in de omgeving. Zo komen er bijvoorbeeld van de naastgelegen Jumbo regelmatig personeelsleden mee eten die vervolgens hun weg naar andere activiteiten van de gemeente weten te vinden. Gootjes: “Er is zoveel behoefte aan zingeving. Iedereen heeft een Boeddha in huis staan. Dat zijn allemaal potentiële christenen. God geeft ons zoveel ruimte en mogelijkheden om anderen op te nemen, laten we dat dan ook doen.”

Zorgen zijn er ook

Alhoewel er veel is om dankbaar voor te zijn, zijn ook zorgen. De trouwe kerkgangers hebben soms wat moeite met de ‘verkleuring’ van de gemeente. Ze vinden het lastig dat er Engelstalige onderdelen in de kerkdienst zitten. Of dat er een lied in Farsi wordt gezongen. Van de Berg geeft aan dat het belangrijk is om ook hen te koesteren en hun zorgen en pijn te erkennen. 

Ook de financiën van de gemeente zijn zorgelijk. Er is geen bezit, geen landerijen. De trouwe kerkganger geeft aan Actie Kerkbalans. De nieuwkomers (nog) niet. Van den Berg: “Ik zou het geweldig vinden als een gemeente met meer vermogen ons zou helpen, zoals op de laatste synodevergadering gesuggereerd is.”

Ook de diakenen geven aan dat het intensief is. Gerben Huberts is voor een paar uur per week aangesteld als diaconaal pionier. Hij onderhoudt de contacten met de AZC’s in de regio. “Maar soms voel ik me Jona. Dan wil ik niet meer naar zo’n AZC toe. Toch krijg ik dan altijd net een beetje ademruimte en kan ik meer opladen aan de Bron om vervolgens met frisse moed weer verder te gaan.”

Als ze in Roermond één ding aan andere gemeenten mogen meegeven dan is het wel dat je als gemeente niet alleen op papier moet belijden dat je ‘gastvrij en veelkleurig’ bent, maar dat je dit echt moet doorleven. Het levert in in ieder geval in Roermond een gemeente op waar het zindert van activiteiten en het gonst van geloof.

Van den Berg: “Nieuwkomers hebben behoefte aan een christelijke familie. Door naar hun behoefte te luisteren, zijn we dat ook echt geworden.”

En ook hier 1,5 meter afstand. Minderbroederskerk Roermond.

 

 lees verder
 
Protestantse Kerk en Leger des Heils starten samen pioniersmissie: Op zoek naar nieuwe vormen van geloofsgemeenschap

Het Leger des Heils en de Protestantse Kerk hebben een verschillende manier van kerk-zijn en een verschillende positie in de samenleving. De hoop en verwachting is dat dit leidt tot unieke leermomenten en uitwisseling.

Majoor Richard de Vree, operationeel directeur van het Kerkgenootschap Leger des Heils in Nederland: “We verlangen naar samenwerking op missionair vlak om zo gestalte te geven aan de opdracht van Jezus zoals die te vinden is in het zendingsbevel in Matteüs 28 vers 9. Om nieuwe geloofsgemeenschappen te kunnen vormen, hebben de pioniers begeleiding en training nodig. Een partnerschap met de Protestantse Kerk, die op dit punt al veel ervaring heeft, voorziet hierin. Het uiteindelijke doel is om te komen tot nieuwe, duurzame geloofsgemeenschappen, waar samenleven en geloof met elkaar gedeeld kunnen worden.”

Ervaring Protestantse Kerk

De Protestantse Kerk heeft de afgelopen jaren een leergemeenschap met betrekking tot pionieren opgezet. Bij deze leergemeenschap hebben zich inmiddels diverse andere aangesloten, waaronder de IZB, de Christelijk Gereformeerde Kerk, Kerklab, het Evangelisch Werkverband, Op Goed Gerucht, de CHE, de PThU en Intercultural Church Plants.

Binnen de leergemeenschap is een compleet pakket van training en begeleiding voor pioniers en hun team georganiseerd. De kern van dit pakket zijn toerustingsweekenden en coaching op locatie.

Vincenza la Porta, manager dienstenorganisatie Protestantse Kerk: “We zijn dankbaar dat ook het Leger des Heils aanhaakt bij de pioniersbeweging. Door samen te werken kunnen we nog meer mensen bereiken met Gods verhaal van geloof, hoop en liefde.”

 lees verder
 
Protocol ‘Zingen tijdens de kerkdienst’

Dat hangt af van het aantal bezoekers dat in een van de risicogroepen, bijvoorbeeld ‘kwetsbare ouderen’, valt. En van de grootte van uw kerkgebouw en de mogelijkheden dit goed te kunnen ventileren. Op www.eerstehulpbijventilatie.nl kunnen kerkenraden met behulp van een online rekenmodule eenvoudig zien of het kerkgebouw van de gemeente geschikt is om te zingen.

RIVM-richtlijnen met betrekking tot zingen

De RIVM-richtlijnen schrijven het volgende voor als een kerkenraad besluit dat er gezongen gaat worden:

  • Gezondheidscheck bezoekers (triage)
  • Indien men gaat zingen tijdens de kerkdienst is registratie van kerkgangers verplicht. Ook bij diensten met minder dan 100 bezoekers binnen en meer dan 250 bezoekers in openluchtdiensten.
  • Tussen de kerkgangers is een minimale afstand van 1,5 meter, bij voorkeur in zigzag-opstelling. Dat wil zeggen dat mensen niet recht achter elkaar zitten.
  • Goede ventilatie van de ruimten waarin wordt gezongen is van wezenlijk belang. Ventileer de ruimte waar gezamenlijk wordt gezongen 24 uur per dag.
  • Zorg ervoor dat de ruimte geregeld en afdoende wordt gelucht.

Leeftijd, grootte en ventilatie kerkgebouw

Hieronder leest u eerst de voorwaarden waaronder zang als onderdeel van de eredienst eventueel weer mogelijk is. De overheid geeft echter aan dat hoewel zij geen verbod formuleert, samenzang wel een risico inhoudt en dat de kerken zelf hun verantwoordelijkheid daarin dienen te nemen.

  • Het risico op besmetting (door inademing van aerosolen) in grote oudere kerkgebouwen en in de buitenlucht is klein. Onder groot wordt verstaan: oppervlak groter dan 500m2 en volume van meer dan 3000m3. Onder oud wordt verstaan: gebouwen die gebouwd zijn voor 1945.
  • In een middelgrote kerk (oppervlak kleiner dan 500 m2, volume 1000 tot 3000 m3) hangt het af van de aanwezige mechanische ventilatie.
  • In een kleine kerk of kerkelijke ruimte (volume < 1000 m3 en lager dan 4 meter) kan niet veilig gezongen worden. Als u toch wilt zingen, zijn er forse ventilatiesystemen nodig. 

Ventilatie

  • Ventileren is het voortdurend verversen van lucht. De buitenlucht vervangt telkens (een deel van) de binnenlucht die ‘vervuild’ is door vocht, gassen zoals geurtjes en ziekteverwekkers. Ventileren is mogelijk via natuurlijke ventilatie (bijvoorbeeld roosters of kieren) of via mechanische ventilatie (ventilatiesysteem).
  • Luchten (spuien) betekent dat in een gebouw ramen, luiken of deuren zo tegen elkaar open gezet worden dat er een flinke luchtstroming of -circulatie door de ruimte ontstaat. Soms kan het daarbij nodig zijn om, naast de ramen, luiken of deuren in de gevel of het dak, ook de binnendeuren tussen afzonderlijke ruimten open te zetten. Zorg ervoor dat tijdens het luchten mensen niet in de ruimte aanwezig zijn of, als dat niet mogelijk is, voorkom dat mensen in de luchtstroom achter elkaar zitten tijdens het luchten.
  • Airconditioning, ventilatoren, klimaatregeling gebouw: Vermijd zo veel mogelijk het recirculeren (bijv. via airconditioningapparaten of ventilatoren) van de lucht in de ruimte. Airconditioningsystemen die buitenlucht aanzuigen en deze lucht koelen voordat het in de binnenruimte komt, kunnen worden gebruikt. Gebouwgebonden klimaatregelingssystemen (HVAC: heat , ventilation and airconditioning) die goed worden onderhouden en voldoen aan het Bouwbesluit hoeven niet te worden uitgezet of aangepast.
  • Zie ook Ventilatie en COVID-19.

Meer diensten per zondag zijn mogelijk, mits er tussendoor gelucht wordt. Als de kerkzaal optimaal kruislings geventileerd kan worden door het openen van ramen en deuren tegenover elkaar, volstaat in theorie een luchttijd van ca. 30 minuten. In dat geval adviseren wij een veiligheid in te bouwen door tussen twee diensten minimaal een uur ruimte te houden en stevig te ventileren. Als u slechts beperkt kunt ventileren, omdat er bijvoorbeeld maar aan een zijde openingen zijn, adviseren wij een interval van minimaal 4,5 uur.Bij twijfel over ventilatie en luchtstromen in de kerkelijke ruimte wordt aangeraden om professioneel advies in te winnen.

Verantwoordelijkheid kerkenraad

Wanneer een plaatselijke kerkenraad, na kennisname van de randvoorwaarden, besluit dat het verantwoord is om samenzang in de eredienst te laten plaatsvinden, dient dit te worden vastgelegd in het gebruiksplan van het betreffende kerkgebouw.

Belangrijk in de besluitvorming is de verantwoordelijkheid die de kerkenraad draagt voor een verantwoorde toepassing van de richtlijnen en adviezen ten aanzien van gezondheid en zingen in een kerkgebouw.

Bekijk hier het volledige protocol:

Protocol kerkdiensten en andere kerkelijke bijeenkomsten

14 mei 2020 Pijl naar rechts
 lees verder