Kort en krachtig: aan de slag met jongeren en diaconaat

1. Waarom is het belangrijk om jongeren enthousiast te maken voor het diaconaat?

“Wat mij betreft gaan ‘hoofd, hart en handen’ hand in hand. We zijn in het jeugdwerk wel eens geneigd om vooral te praten over ‘de theorie’ of het ervaren van geloof, maar het is goed om geloven ook concreet te maken. Hoe ben je mens in relatie tot anderen? En hoe ga je om met mens, dier en aarde? Diaconaat is bij uitstek de tak van sport waarin je dat leert en oefent.”

2. Hoe laat je jongeren kennismaken met het diaconale werk?

"Dat kan heel eenvoudig: nodig eens iemand van de diaconie uit tijdens de club of catechese, en laat diegene vertellen wat hij of zij doet en waarom. Of besteed tijdens een catecheseles of een jeugdviering aandacht aan diaconale onderwerpen. In de werkvormendatabase van JOP is allerlei geschikt materiaal te vinden, voor verschillende leeftijden. Wat ook kan: doe met je kindergroep of jeugdgroep mee aan het spel Sirkelslag. Daar zitten vaak diaconale elementen in om kinderen en jongeren op een laagdrempelige manier kennis te laten maken met diaconaat.

3. Jongeren echt betrekken is nog een stap verder. Hoe doe je dat?

“Bezoek met de jeugdclub bijvoorbeeld eens een diaconale activiteit zoals de Voedselbank. In het najaar komt hiervoor het nieuwe programma 'Jong in Actie' beschikbaar, met een voorbereiding vooraf en gespreksmateriaal achteraf. Je gaat dan met jongeren in gesprek over vragen als: ‘Wat heeft dit bezoek met je gedaan?’ en ‘Roept het vragen bij je op, over de wereld of over God?’”

4. Kunnen jongeren een structurele rol vervullen in het diaconaat?

“Ja, maar vraag ze niet alleen om zich te voegen in de bestaande structuren en ambten. Kijk ook hoe ze op hun eigen manier aan kunnen haken, misschien voor een kortere termijn. Geef ze daarbij eigen verantwoordelijkheid: draag bijvoorbeeld tijdelijk een klein deel van het diaconale budget over. De diaconie en jeugdleiding kunnen jongeren uiteraard coachen bij het beheer daarvan.”

5. Waar kunnen gemeenten meer informatie vinden over dit onderwerp?

“Op jop.nl/diaconaat zijn allerlei werkvormen en programma’s beschikbaar, waar gemeenten mee aan de slag kunnen. Ook is daar meer achtergrondinformatie te vinden."

 »lees verder»

 

Vraag het de ouders

Wil je sterk jeugdwerk in je gemeente, dan moet je investeren in gezinnen, daar was jeugdwerker Esther van Maanen van overtuigd. Inmiddels alweer een aantal jaar geleden bezocht zij samen met een aantal vrijwilligers alle gezinnen in de Protestantse Gemeente De Brug, in het kader van het bezoekproject ‘Gezinnen, kerk en geloof’. 

De vrijwilligers kregen eerst een training. Voor de bezoeken lag er een vragenlijst klaar. Aan de hand daarvan konden ouders vertellen waar zij tegenaan liepen in de geloofsopvoeding, wat de behoeften zijn van hun kinderen en hoe de kerk ouders en kinderen hierbij zou kunnen helpen. Een paar uitkomsten van het onderzoek: organiseer cursussen voor ouders en stel een speciale ouderling voor gezinnen aan. 

Verschil

De huidige ouderling gezinnen, Els Zijlstra, is moeder van twee dochters van 16 en 19 jaar. Ook bij haar thuis kwam destijds iemand langs met een vragenlijst. “Alle gezinnen in de kerk zijn bezocht en geïnterviewd.” Toen de kerkenraad aan de slag ging met het beleid voor de gemeente, heeft ze rekening gehouden met de resultaten van het bezoekproject. “Het onderzoek heeft destijds echt verschil gemaakt.” 

Els noemt als voorbeeld de cursussen: “Niet elke ouder zit te wachten op een cursus, maar voor een aantal ouders gaven deze avonden antwoord op vragen waar ze mee rondliepen. Ook kregen ze zo de gelegenheid om andere ouders te leren kennen.” Zo waren er avonden voor ouders die zonder partner de geloofsopvoeding vormgeven, en een avond over het creatief inzetten van bijbel en gebed in het gezin. 

“Het is belangrijk om als gemeente opvoedondersteuning aan te bieden”, stelt ze. “Onze cursus duurde maar vijf avonden, maar het hoeft ook niet groots. Het is belangrijk dat de mogelijkheid er is en dat ouders hiervan op de hoogte zijn. Op die manier is er in ieder geval een plek waar ouders elkaar kunnen ontmoeten en waar ze terecht kunnen met vragen over opvoeding en geloven.”

Taak in de kerk

Zelf heeft ze ervaren dat de kerk van belang is geweest voor haar gezin. “Onze jongste mopperde een tijdlang als we naar de kerk gingen. Ik heb toen gestimuleerd dat mijn kinderen betrokken zouden worden bij de oppas.” Dat had effect: “Zodra mijn jongste dochter stond ingeroosterd, ging ze uit zichzelf mee naar de kerk. Ik merkte toen hoe belangrijk het is dat mijn kind een taak had in de kerk.” Wanneer kinderen en jongeren actief worden ingeschakeld, voelen ze zich eerder volwaardig onderdeel van de gemeente. Bovendien stimuleert dit ook de aanwezigheid van gezinnen in de kerkdienst.

Ook het hebben van vrienden in de kerk, is cruciaal voor kinderen en jongeren, heeft Els gemerkt. “Als je kinderen in de kerk een band opbouwen met anderen, maakt dat de geloofsopvoeding voor mijn gevoel makkelijker. Wil je als gemeente zorgen dat gezinnen betrokken blijven, dan zijn goed jeugdbeleid en een jeugdwerker heel zinvol. Een jeugdwerker kan een aanspreekpunt zijn voor jongeren en groepsvorming stimuleren.”

Druk, druk, druk

Juist doordat ze als moeder had gemerkt hoeveel impact het heeft als de kerk aandacht heeft voor gezinnen, was ze meteen enthousiast toen ze werd gevraagd om ouderling gezinnen te worden. “Die taak is wel lastiger dan ik dacht”, geeft ze toe. “Veel gezinnen zijn druk, druk, druk. En in al die drukte krijgt de kerk niet altijd de prioriteit, merk ik. Stuurde ik bijvoorbeeld een mailtje naar alle gezinnen om een afspraak te maken, dan lukte dat niet.” 

Ze moest haar eigen weg vinden, want “er zijn niet heel veel ouderlingen met een speciale opdracht voor gezinnen”, weet ze. Ze legt nu meteen al contact zodra er een kind is geboren. “Als de doopkaart gebracht moet worden bij het gezin, maak ik een afspraak. Dat is een mooie manier, want zo kan ik kennismaken met het jonge gezin én hoor ik wat er leeft onder gezinnen.” 

Ze loopt er regelmatig tegenaan dat openheid lastig is. “Soms wéét je dat er iets speelt in een gezin, maar merk je dat ouders het gesprek liever mijden. Juist als het gaat om geloofsopvoeding is openheid naar elkaar belangrijk.” Zelf merkte ze hoe belangrijk openheid is toen ze vorig jaar een cursus voor ouders van tieners organiseerde. “Tijdens de cursus trokken we vijf avonden met elkaar op. De openheid die dan ontstaat, is fijn voor ouders.” 

Zelfs als het lijkt alsof er weinig behoefte is aan betrokkenheid van de kerk, dan is het tóch belangrijk dat de kerk zich hiervoor inzet, benadrukt ze. “Ouders weten dan in elk geval waar ze terecht kunnen.”

Els: “We blijven als gemeente inzetten op geloofsopvoeding en de gezinnen. Het is mooi om te merken dat ook in de kerkenraad het belang hiervan wordt ingezien. Het aantal ambtsdragers in de gemeente is een tijdje geleden verminderd om efficiënter te zijn, maar daarbij is duidelijk gekozen om de ouderling voor gezinnen wel te behouden. Wij als gemeente ervaren namelijk dat de gemeente sterker is als gezinnen en geloofsopvoeding de aandacht krijgen die nodig is.”

Ook een bezoekproject laten uitvoeren in uw gemeente? Dit kan heel eenvoudig, kijk hiervoor op jop.nl/bezoekprojectgezinnen.

Dit artikel verschijnt in het komende magazine woord&weg & JOP, Jong Protestant van 27 september a.s.. U kunt gratis een abonnement nemen 

 »lees verder»

 

Studentenpastoraat: vanaf nu subsidieaanvraag op projectbasis mogelijk

Heeft u passie voor studenten en hun leefwereld? Vraagt u zich af hoe uw gemeente deze jongeren (nog) beter kan bereiken? Of bent u zelf werkzaam als studentenpastor en wilt u uw werkzaamheden uitdiepen? Dan bent u bij de Protestantse Kerk aan het juiste adres. 

De Protestantse Kerk in Nederland beschouwt het studentenpastoraat als een wezenlijk onderdeel van haar roeping en verantwoordelijkheid. Vorig jaar heeft de generale synode besloten om vanaf 2020 het studentenpastoraat op projectbasis in te richten. Dit houdt in dat alle huidige studentenpastoraten en nieuwe studenteninitiatieven een subsidie kunnen aanvragen voor een projectplan van maximaal vijf jaar. Doel van deze nieuwe flexibele projectstructuur is om het studentenpastoraat kwalitatief toekomstbestendig te maken. 

Lokaal draagvlak

Essentieel voor een projectaanvraag is aantoonbaar lokaal draagvlak. De generale synode moedigt aan dat het project op studenten gericht is en van onderaf gedragen wordt door diverse partners. Zo wordt bij de inhoudelijke beoordeling gekeken naar de verhouding tot de universiteit, hogeschool, lokale kerkelijke gemeente(n), stichting en/of studentenvereniging. Eén van de partners of initiatiefnemers dient bij voorkeur een kerkelijke gemeente van de Protestantse Kerk te zijn, maar er kunnen ook andere kerken bij betrokken worden. 

Voor wie is de subsidie? 

De subsidie betreft een bijdrage in de salariskosten van de (nog aan te stellen) studentenpastor of kerkelijk werker in het studentenpastoraat. Vooralsnog wordt de huidige verdeling van de salariskosten in stand gehouden: 80% van de salariskosten ten laste van de Protestantse Kerk in Nederland en 20% ten laste van lokaal draagvlak. 

Ook alle huidige studentenpastoraten dienen te participeren in de nieuwe projectstructuur die vanaf 2020 geïmplementeerd wordt. Vanaf september 2019 kunnen zij en nieuwe initiatiefnemers hun aanvraag indienen bij de Commissie Steunverlening (Solidariteitskas). Als het budget vanuit de solidariteitskas niet voldoende is om de projectaanvragen te honoreren, zal de bijdrage van de Protestantse Kerk navenant worden teruggebracht na overleg met de lokale partners. 

Hoe werkt het?

Lees eerst goed de subsidievoorwaarden door en vul daarna het aanvraagformulier in.


Op basis van bovengenoemde inhoudelijke criteria van het projectplan brengt de landelijke Werkgroep Studentenpastoraat advies uit aan de Commissie Steunverlening, die de subsidie al dan niet toekent voor een periode van maximaal vijf jaar.

Leden gezocht Werkgroep Studentenpastoraat
De landelijke Werkgroep Studentenpastoraat die onder andere de inhoudelijke beoordeling van de subsidieaanvragen voor haar rekening neemt, is momenteel nog op zoek naar leden. Wil je concreet een bijdrage leveren aan het toekomstbestendig maken van het studentenpastoraat? Kijk dan
hier voor de vacature.

 »lees verder»

 

Shana tova - gelukkig nieuwjaar!

Aan de Joodse gemeenschap in Nederland,

Ter gelegenheid van Rosj Hasjana wil de Protestantse Kerk in Nederland haar hartelijke nieuwjaarswensen aan u overbrengen. Wij hopen dat u een gelukkig en vredig nieuwjaar tegemoet kunt zien en wensen u alle goeds toe. Sjana tova! 

Als Protestantse Kerk weten we ons verbonden met de Joodse gemeenschap in Nederland. Naast de regelmatige contacten die wij in het afgelopen jaar met elkaar hebben gehad, is er samen met de Rooms-Katholieke Kerk in Nederland een gezamenlijke verklaring geweest tegen antisemitisme. Daarin staat o.a. : “Voor de kerken is het blijvende gesprek met de Joodse gemeenschap in Nederland van groot belang. We rekenen het ook tot onze verantwoordelijkheid er alles aan te doen om antisemitisme in de hele samenleving tegen te gaan en om initiatieven te ondersteunen die daar een dam tegen opwerpen.”

 

Het is onze wens dat wij ook in het nieuwe jaar wegen naar elkaar weten te vinden, zodat wij elkaar steeds beter leren verstaan om samen de samenleving waarin wij gesteld zijn te kunnen dienen.

 »lees verder»

 

Tien tips om de collecte in uw gemeente meerwaarde te geven

1. Vraag het collecterooster 2020 aan

In het collecterooster vindt u alle collecten voor de Protestantse Kerk, Kerk in Actie en JOP (Jong Protestant) die in 2020 op het collecterooster staan, met een korte omschrijving per collecte. Verder biedt de brochure een overzicht van ondersteunende collectematerialen, praktische tips en alle benodigde gegevens voor afdracht van de collecten. Vraag het collecterooster gratis aan.

2. Collecteren op actuele momenten in 2020

Een aantal collecten sluiten aan bij actuele momenten in het jaar. Zo collecteren we op de zondag voor 5 mei, de dag waarop we vieren dat Nederland 75 jaar geleden werd bevrijd, om traumaverwerking voor slachtoffers van geweld in Nigeria mogelijk te maken. Op zondag 21 juni, de dag na Wereldvluchtelingendag, is de collecte bestemd voor opvang en hulp voor ontheemden in Colombia. En op 6 december, de zondag na Sinterklaas, staat een collecte voor Kids in Actie op het rooster, het kinderlabel van Kerk in Actie om kinderen bij (wereld)diaconaat te betrekken. Vraag het collecterooster gratis aan

3. Collecten tijdens speciale momenten en vieringen

Naast de collecten op het landelijke collecterooster, zijn er andere momenten waarop een collecte passend kan zijn: op bid- en dankdag bijvoorbeeld voor boeren in het droge noorden van Kameroen. Of met moederdag aandacht vragen voor moeders die gevangen zitten. In de brochure die hiervoor is samengesteld vindt u daarnaast ook collectesuggesties voor deze bijzondere momenten in het jaar, zoals een doop- of belijdenisdienst, Hemelvaartsdag of Armoededag. Vraag de brochure gratis aan

4. Steun een project langer

Als gemeente is het ook mogelijk een project langer te steunen. Alle projecten van Kerk in Actie zijn ondergebracht onder 1 van de 5 thema´s. Meer informatie op www.kerkinactie.nl.thema

5. Gebruik thermometer-posters

Er zijn speciale thermometer-posters om de stand van de geldwerving van een project in uw gemeente bij te houden. Er is een algemene posters, en daarnaast ook 3 posters met een speciaal thema: rampen bestrijden, kerken versterken, kinderarbeid stoppen.

6. Spaardoosjes voor kindernevendienst of zondagsschool

De speciale spaardoosjes van Kerk in Actie zijn én leuk om samen met de kinderen van uw kindernevendienst of zondagsschool in elkaar te knutselen. Tijdens de samenkomsten met de kinderen kunt u de kinderen iets vertellen over het project van Kerk in Actie en wekelijks samen met de kinderen sparen. Er zijn verschillende spaardoosjes verkrijgbaar. Vraag ze gratis aan: Spaardoosje Kerst , Spaardoosje 40dagentijd, Kids in actie spaarpot en Kids in actie spaardoosje.

7. Zet uw talenten in

In Matteüs 25 vertelt Jezus een verhaal over talenten. Wat doen uw gemeenteleden met hun talenten? Wij geloven dat je door het delen van talenten kunt vermeerderen. Organiseer een talentencampagne in uw gemeente, deel talentenkaarten uit en maak meer van 1, 2 of 5 euro voor kinderen in de knel of een ander project van Kerk in Actie. Vraag de talentenkaarten gratis aan.

8. Geef uw leeftijd

Een leeftijdscollecte is een leuke werkvorm om de hele gemeente te betrekken bij het project wat u gezamenlijk steunt. Tijdens een kerkdienst vraagt u iedereen om een bedrag te geven dat gelijk staat aan de leeftijd van de gever. Als iemand bijvoorbeeld 56 jaar is kan hij 56 euro geven, € 5,60 of € 0,56 of een ander bedrag dat mensen bij hun leeftijd vinden passen. Uw gemeenteleden licht u van te voren in over de actie via publiciteit. 

9. Vast mee in de Veertigdagentijd

Vasten is een beproefde manier om u voor te bereiden op Pasen. Ook in 2020 start Kerk in Actie een vastenactie om in de Veertigdagentijd extra aandacht te geven aan de naaste, dichtbij en wereldwijd. Doet u ook (weer) mee?

10. Vraag de brochure Samen in Actie aan

De brochure Samen in Actie is een handreiking met tips en ideeën om uw collecten en acties nog beter onder de aandacht te brengen van gemeenteleden. Vraag de brochure gratis aan

direct naar kerkinactie.nl

 

 »lees verder»

 

Ds. Saskia van Meggelen treedt terug als preses

Van Meggelen: “Ik heb de Protestantse Kerk met hart en ziel gediend en was dat graag blijven doen. Preses zijn is een mooie maar zware taak. Door de diverse verantwoordelijkheden die mij in deze fase van mijn leven zijn toebedeeld ben ik niet in staat de rol van preses optimaal te vervullen. Dat heeft mij ertoe gebracht dit verdrietige besluit te moeten nemen.”

Het moderamen van de Protestantse Kerk respecteert haar keuze en bedankt haar voor haar bevlogen inzet. 

In de komende vergadering van de kleine synode wordt afgestemd wat de vervolgstappen met betrekking tot de invulling van de positie van de preses zullen zijn.

 »lees verder»

 

Geestelijke Begeleiding: Onderscheidend luisteren en kijken naar de sporen van God in het leven van een mens

Verlangen 

Een predikant is geen manager. Voorgangers worden niet geroepen om het kerkelijk bedrijf te runnen, als succesvolle ondernemers met de juiste marketingstrategieën, concurrerende collega's en tevreden of ontevreden klanten. Voorgangers zijn geroepen om aandacht te geven aan de werking van God in de levens van mensen, in de gemeenschap en in hun eigen bestaan. Bidden, bijbellezen en geestelijke begeleiding, dat zijn de dragende delen van hun ambt: zich uitspreken voor het aangezicht van God, gehoor geven aan het spreken van God in hun bestaan en mensen begeleiden in hun ontmoeting, hun relatie met God.

In het jaar 1999 las ik tijdens mijn eerste studieverlof het boek 'Dragende Delen' van Eugene Peterson, dat in deze trant begint. Die woorden raakten mij, ze raakten aan een verlangen: 'Dit is wat ik wil!'. In 2003 las ik het boek van Gideon van Dam over geestelijke begeleiding voor en door pastores: 'Dichter bij het Onuitsprekelijke'. En opnieuw werd dat verlangen gewekt: 'Dit is wat ik wil!' Al een heel aantal jaren was er op de achtergrond de wens om nog eens een grondige vorm van nascholing te doen en daarbij dacht ik dan aan de Klinisch Pastorale Vorming. Maar nu ontdekte ik een ander spoor en daar werd ik naartoe getrokken. In 2005 was er een gespreksgroep in onze gemeente, waarin het ging over het werk van de Geest. Als je iets met hart en ziel wilt, dan is dat misschien wel de Geest die jou trekt en dan is het goed om die weg te volgen. Zo heb ik me toen opgegeven voor de 3-jarige opleiding Geestelijke Begeleiding Pijl naar beneden , die in dat jaar met de tweede lichting begon. 

Geestelijke begeleiding ontvangen

In het eerste jaar van de opleiding ondervonden we in allerlei oefeningen wat het betekent om geestelijke begeleiding te ontvangen. We noteerden twee weken lang onze spirituele praxis: wat we deden om 'het contact met God te onderhouden', of waar we in de drukte juist niet aan toe gekomen waren(!). We schreven onze spirituele autobiografie: hoe is je leven gegaan, waar ontdekte je sporen van God in je bestaan of juist van Gods afwezigheid? We oefenden vormen van onderlinge geestelijke begeleiding en van een aandachtig, 'heilig' luisteren naar elkaar, waarin de ziel tot spreken kan komen. Er waren momenten van stilte, lezing, gebed, wandelen, dans, tekenen, zingen en meer, om tot onszelf te komen, tot de bron, tot God in ons. 'U in mij en ik in U', deze woorden van Augustinus vormden één van de teksten die we tijdens de bijbehorende colleges aan het Titus Brandsma Instituut in Nijmegen leerden proeven. 'In de theologie spreken we in de regel óver God, hier spreken we mét God' was een ander woord dat vanaf het begin van de colleges met me meeging. Net als de gevleugelde uitspraak: 'God kijkt jou tevoorschijn'. In de ruimte van de onvoorwaardelijke liefde kan het beeld van God in ons tot volle wasdom komen. Daarop is de geestelijke begeleiding gericht. De liefde van God trekt ons en ons verlangen is niet anders dan de achterkant van diezelfde liefde.  

Onderscheiden waar het op aankomt

Het tweede en derde jaar van de opleiding stonden in het teken van het geven van geestelijke begeleiding. Waar en wanneer krijgt je werk als pastor de kleur van 'zorg voor de ziel'? We bespraken van iedereen een preek, verbatim of casus, om te leren onderscheiden, waarin het verlangen aangeraakt werd of waar iets van Gods werking te bespeuren was. Onderscheiding is een centraal begrip op de geestelijke weg, in het omvormingsproces dat door de ontmoeting met de Eeuwige wordt uitgelokt. Waar ontwaar je sporen van de Eeuwige? Wat leidt naar God toe of wat leidt juist af? Wat zijn hulpbronnen of juist struikelblokken op de weg? Waar blijf ik cirkelen om mijzelf, mijn eigen behoeftige ik, en waar word ik uit mijzelf getrokken, in de ruimte van de onvoorwaardelijke, belangeloze liefde van God, de Eeuwige, de Bron... ? Juist in die ruimte van God kom ik tot mijn diepste zelf. Zoals Etty Hillesum zegt: 'Het wezenlijkste en diepste in mij dat luistert naar het wezenlijkste en diepste in de ander. God tot God.' Of zoals Dag Hammarskjöld schreef:  ''surrendered' zijn wat God - in mij - van zichzelf aan zichzelf geeft.' Elders gebruikt hij het beeld van een lens. Waar word ik doorschijnend voor de werking van God of waar sta ik met mijn eigen vertroebelingen de Geest in de weg? Want dat is een ander centraal gegeven: geestelijke begeleiding is vooral niet-doen, niet in de weg staan. De Geest zelf is immers de eigenlijke begeleider. De geestelijk begeleider staat met haar of zijn eigen proces-in-ontmoeting-met-de-Eeuwige ter beschikking van het proces-in-ontmoeting-met-de-Eeuwige van de ander. 

Aanbod in de permanente educatie

Ondertussen hebben meer dan honderd predikanten en kerkelijk werkers de opleiding Geestelijke Begeleiding gevolgd. In deze kring is het Netwerk Geestelijke Begeleiding ontstaan, om in en vanuit de Protestantse Kerk meer aandacht te geven aan geestelijke begeleiding. Dit netwerk heeft een aanbod van geestelijke begeleiding ontwikkeld voor predikanten en kerkelijk werkers in het kader van de permanente educatie (PE) Pijl naar beneden . Deze ontwikkeling viel samen met het synodebesluit eind 2016 om binnen iedere PE-cyclus van 5 jaar reflectie op het eigen werk op te nemen. Die reflectie kan de vorm krijgen van een begeleidingstraject van supervisie, coaching of geestelijke begeleiding. Het aanbod van de geestelijke begeleiding omvat een kennismakingsgesprek en zes vervolggesprekken. Vaste elementen in het traject zijn: een contractsluiting, het verhelderen van de vraag/het verlangen van de begeleide, de mogelijkheid van diverse werkvormen, huiswerk/opdrachten, reflectie en evaluatie. 

>Bekijk ook de training 'Zorg voor de ziel'. Deze training start in februari 2020. De jaargang Zorg voor de ziel is door de commissie Permanente Educatie erkend als begeleidingstraject van geestelijke begeleiding in groepsverband. 

Een predikant vertelt over de ontvangen geestelijke begeleiding:
De begeleiding heeft mij tot nadenken gebracht over mijn manier van werken als predikant. De vraag is verschillende keren boven gekomen: ben ik wel bezig met de dingen waarmee ik bezig moet zijn? Ben ik misschien te veel bezig met organiseren, gaten opvullen en te weinig bezig met geestelijk werk?

Dat nadenken is bijzonder gestimuleerd door de praktijk die mij werd aangeraden:

  • 's morgens beginnen met een stukje te lezen en daarover te mediteren met het oog op de komende dag, vervolgens een gebed uit te spreken en af en toe hierover iets op te sórijven wat bovenkomt.
  • 's avonds eindigen met hetzelfde stukje te lezen en daarover te mediteren met het oog op de dag die voorbij is, opnieuw een gebed uit te spreken.
  • halverwege de dag uit te roepen: 'Waar ben ik in Gods Naam mee bezig?'

Uiteindelijk ben ik door de Geestelijke Begeleiding God beter op het spoor gekomen. Ik sta er meer bij stil wanneer dingen van God aan de orde zijn. lk benoem het meer en ik probeer het meer te zoeken dan in het verleden.

Dat heeft een vervolg gekregen in mijn werk. Momenteel ben ik veel meer bezig op mijn eigen manier het overgeleverde geloof door te geven aan anderen door het op een authentieke manier onder woorden te brengen of door het in een werksituatie in mijn handelen zichtbaar te maken.

Misschien mag je zeggen: aan het begin van de begeleiding was ik God een beetje kwijtgeraakt in mijn leven en werken. Nu ben ik hem weer op het spoor gekomen.

 »lees verder»

 

Kerkenraad-anders: elkaar leren kennen in het geloof

Het is taaie kost, waarschuwt Burret Olde, die de afgelopen tijd met het onderwerp ‘Kerkenraad 2025’ het land doorging. “Als je iets aan een organisatie of aan structuren wilt veranderen, kom je vaak weerstand tegen. Toch levert het uiteindelijk veel nieuwe energie op om als kerkenraad na te denken over de vragen die aan de basis staan van Kerk2025. Waarom zijn wij kerk? En nemen we niet te veel overtollige ballast mee?”

Goede sfeer

De afgelopen twee jaar sprak Olde verschillende kerkenraden die met deze vragen aan de slag gingen. “Veel kerkenraden lopen tegen knelpunten aan: het is lastig om nieuwe ambtsdragers te vinden en de kwaliteit van bestuur staat onder druk. Dat kan een goede aanleiding zijn om met elkaar te kijken: kunnen we dit ook anders doen?” Het doel moet niet alleen meer efficiëntie zijn, bepleit Olde. “Het motto van Kerk2025 is ‘terug naar de kern’. Als je als kerkenraad meer tijd weet te nemen voor het Woord en voor elkaar, wordt de sfeer onderling milder. Je vergadert anders als je elkaar kent, als je weet wat de ander heeft meegemaakt. Een predikant uit Enkhuizen vertelde me: ‘Als kerkenraad eten en vieren we nu samen. Dat werkt verbindend en zorgt voor een goede sfeer. Bijna alsof we een huisgemeente zijn.’”

“Je vergadert anders als je elkaar kent”

Een goede sfeer in de kerkenraad heeft allerlei positieve effecten, ziet Olde. “Het wordt aantrekkelijker om kerkenraadslid te worden, en het positief met elkaar omgaan straalt af op de rest van de gemeente. Daarom zijn de vragen vanuit ‘Kerk2025’ niet alleen relevant voor gemeenten die tegen knelpunten aanlopen.”

Durf te delegeren

Olde heeft tal van voorbeelden van gemeenten die na een inhoudelijke bezinning drastisch hebben ingegrepen in hun vergaderstructuur. “De kerkenraad in Enschede heeft het aangedurfd om taken over te dragen aan de verschillende werkgroepen in de gemeente. Die werkgroepen worden weer aangestuurd door commissies. De kerkenraad zelf vergadert nog maar vijf keer per jaar. Ze beginnen elke vergadering samen in de kerkzaal, nemen vervolgens een half uur de tijd voor bezinning en spreken dan in drie kwartier de agenda door. De voorzitter vertelde me: ‘We hebben nu een kleinere kerkenraad, en toch leunen we achterover.’” 

Durf dingen los te laten, is dan ook Oldes advies. “Geef dingen uit handen en deel verantwoordelijkheid. Dat werkt twee kanten op. De kerkenraad is minder druk en gemeenteleden voelen zich meer betrokken en gehoord.” Immers: veel mensen vervullen graag een taak, maar niet iedereen is geschikt om te besturen en te vergaderen. “Niet iedereen hoeft ambtsdrager te zijn.”

Er valt nog veel te winnen, ziet Olde. “Ik zie ook dat de hele kerkenraad twintig minuten over de kleur van het bankstel in het jeugdhonk praat. Dat wil je toch niet? Durf dat soort beslissingen over te dragen. Dan is er tijd om elkaar te leren kennen in het geloof, om de kracht van de Geest te ervaren, om op een positieve manier te besturen. Op die manier geeft het energie om in de kerkenraad te zitten.”

 »lees verder»

 

Materiaal Advent & Kerst 2019 beschikbaar: van liturgisch bloemschikken tot levende adventskalender

Van kerstengel-project tot missionaire kerstnachtdienst

In de digitale ideeënbank op de website van de Protestantse Kerk zijn diverse ideeën te vinden die passen bij Advent en Kerst. Zoals een draaiboek voor een levende adventskalender of een kerstengelproject, maar ook zinvolle tips voor een missionaire kerstnachtdienst.

Van kerstmusical tot kliederkerk-kerstviering

In de werkvormendatabase van Jong Protestant zijn diverse ideeën voor kinderen en jongeren te vinden zoals bijvoorbeeld een kliederkerk-kerstviering of de suggestie om met kinderen een eigen adventskalender te maken. Op deze site is ook een overzicht van adventsprojecten en ander materiaal te vinden.

Liever een musical voorbereiden met de kinderen? Kies dan uit één van deze
kerstmusicals. Of wat denkt u van een escaperoom-achtig spel van een klein uur voor jongeren van 13 tot en met 16 jaar? Organiseer dan de Kerstchallenge

Van kerstgedicht tot kerstverhaal

Wat u ook organiseert, het is altijd handig het boekje 'Volg de sterren' bij de hand te hebben. Het boekje bevat korte aansprekend kerstverhalen voor speciale kerstvieringen zoals een buurtmaaltijd, een ouderenviering, een bijeenkomst met kinderen of een vrouwenkring.

Liever iets uitdelen? Bestel dan de adventseditie van het blad Petrus vol met inspirerende interviews, kerstwandelingen, aan tafel met jong en oud, op pad met een kerststuk, meditatief schilderen, ontroerende verhalen over hoe de kerk in Moldavië hoop biedt, en nog veel meer in dit nummer van Petrus. Nú met gratis adventskalender! Levering eind november 2019

Van Nederland tot Zambia - Geef licht!

Voor miljoenen kinderen op deze wereld is het elke dag donker. Ze moeten leven met oorlog, armoede of ziekte. Advent inspireert ons om uit te zien naar iets nieuws, iets mooiers, een belofte die uitkomt. De geboorte van Jezus brengt licht in een donkere wereld. Met de kerstcampagne van Kerk in Actie wordt dit licht gedeeld met kinderen in Zambia, Colombia, Nederland, Myanmar en Moldavië. Doe als gemeente mee aan deze campagne en zamel via de collecten geld in voor deze kinderen in de knel. Voor deze campagne zijn diverse collectematerialen beschikbaar

Nog in ontwikkeling

Er is nog meer materiaal in ontwikkeling. Dit materiaal komt in de loop van november beschikbaar. Het gaat om: 

  • Adventskalender om uit te delen
  • Voorbeeldmateriaal Liturgisch bloemschikken. 

Op de hoogte blijven? Neem een abonnement op de wekelijkse nieuwsbrief.

Themapagina Advent&Kerst

Bezoek de themapagina Advent&Kerst voor nog meer inspiratie.
 »lees verder»

 

Ontmoet je buurtbewoners in de kerktuin in Nijmegen

Pastor Joska van de Meer van de Ontmoetingskerk in Nijmegen is enthousiast over de tuin pal naast de kerk. ¨In de wijk Dukenburg wonen veel mensen in flats, er is armoede en ook veel eenzaamheid. We dachten, wat zou het fijn zijn als alle mensen in de flats in de zomer ook heerlijk buiten konden zitten. Rond onze kerk hebben we toen een Ontmoetingstuin aangelegd.¨ In de tuin kunnen buurtbewoners elkaar ontmoeten, even tot rust komen op een bankje en genieten van de prachtige beplanting. ¨En ook wij kunnen hier andere mensen uit de wijk gewoon ontmoeten,¨ aldus Van de Meer.

Aangename plek

Bij de aanleg van de tuin is er succesvol samengewerkt tussen kerk, stad en meerdere maatschappelijke organisaties. “We hebben de tuin zo ingericht dat er rustige plekken zijn waar kan worden gemijmerd en gemediteerd of rustig een boek gelezen kan worden. Het open pleintje kan naast zomerterras ook gebruikt worden als plek voor activiteiten en gesprekken.¨ Henk Voskuilen is een van de vrijwilligers die de beplanting aanlegde. ¨We wilden bijbelse planten, bijenplanten en langdurig bloeiende planten. Dan staat de tuin voortdurend in bloei. Iedereen mag hier komen zitten, iedereen is welkom op deze plek.¨ Pastor Joska van de Meer vult aan: ¨Deze plek nodigt uit om te verstillen, om vanuit de natuur God heel dichtbij te vinden.¨

De tuin is een groot succes. Buurtbewoonster Hette Morien ervaart het als een bijzonder gegeven dat de tuin er is: ¨Een cadeautje voor de buurt.¨

Zelf kerk in de buurt zijn

Wilt u zelf als gemeente ook van betekenis zijn voor uw eigen dorp of wijk? Kerk in de buurt helpt u daarbij! Aan de hand van een praktische startgids ontdekt u hoe uw buurt eruit ziet en wat past bij uw gemeente. Daarna kunt u een van de voorbeeld-initiatieven kiezen om mee aan de slag te gaan in uw buurt of een eigen initiatief vormgeven. De Ontmoetingstuin in Nijmegen is een van deze voorbeeldinitiatieven. Het project Kerk in de Buurt is een gezamenlijk initiatief van de Protestantse Kerk Nederland, Kerk in Actie, de Christelijke Gereformeerde Kerk, Nederlands Gereformeerde Kerk en de Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt. 

Direct naar:

Kerk in de buurt

 

 »lees verder»

 

In memoriam prof. dr. Henri Wijnandus (Hans) de Knijff (1931-2019)

‘Als God ons niet redt, waar blijven we dan?’ Over de leefbaarheid van de aarde in de toekomst was hij niet optimistisch en al in de jaren ’90 was hij teleurgesteld over de mate van gesprek en debat in de gemeenten en de synode over de verantwoordelijkheid voor het milieu. Hij hoopte dat na zijn boek Tussen woning en woestijn christenen meer de voorhoede zouden zoeken met een beweging van bewust tegengaan van de uitbundige groei van auto- en vliegverkeer. Maar hij wilde ondanks alle voortekenen van dreigende onbewoonbaarheid van onze planeet hoop houden. ‘De mens is niet veroordeeld tot zwartgalligheid.’ 

Met het overlijden van professor Hans de Knijff in zijn laatste woonplaats Groningen is een markant leraar van de kerk heengegaan. Een hele generatie predikanten die theologie studeerden in Utrecht is door hem gevormd. Vanaf 1974 was hij verbonden aan de kerkelijke opleiding van de Nederlandse Hervormde kerk bij de theologische faculteit van de Rijksuniversiteit Utrecht, eerst als docent, later tot zijn emeritaat in 1996 als hoogleraar, voor de vakken dogmatiek, ethiek en bijbelse theologie.

Sommige titels van zijn boeken zijn veelzeggend: Woorden tegen willekeur. Tegenwoordigheid van geest als Europese uitdaging, of ook Solidair en solide (de vriendenbundel met opstellen bij zijn afscheid als hoogleraar). Studenten van verschillende kerkelijke achtergronden wist hij aan te spreken met boeiende beschouwingen over de invloed van moderne natuurwetenschap op het leven, de geschiedenis van de hermeneutiek (de uitlegregels van de Bijbel, met het heldere boek Sleutel en slot (1980) als resultaat), of met werkcolleges over grote én minder grote theologen. 

Zijn Noord-Hollandse tongval, gevatte opmerkingen, pijp en pet gaven hem extra charme. Hij verbond een kritische en pessimistische kijk op de moderne, westerse, geseculariseerde cultuur met een diep gewortelde geloofsovertuiging, een grote liefde voor de Bijbel en een diepe bewondering voor de theologen van de generatie Barth, Miskotte en Noordmans. Hij had nog college gelopen bij Barth in Bazel en was een voortreffelijke gids in diens reusachtige dogmatiek. Maar zijn eigen stijl van theologiseren leek meer op die van de Friese theoloog Oepke Noordmans: beknopt, fijnzinnig, spiritueel. 

Aan Noordmans’ bijbelse meditaties had hij zijn theologisch proefschrift gewijd: Geest en gestalte, met een prijs bekroond. Later was hij nauw betrokken bij het grote project van de uitgave van Noordmans’ verzamelde geschriften, evenals de uitgave van drie delen Verzameld Werk van de negentiende-eeuwse grondlegger van de ‘ethische theologie’ Daniël Chantepie de la Saussaye. Hij stond stevig verankerd in deze theologische traditie van ethische theologie die cultuur, wetenschap en geloof steeds verbond met een groot accent op persoon, geweten en bewustzijn. Het paste ook bij hem als artistiek en vioolspelend mens en bij zijn grote belangstelling voor de Europese geschiedenis, in het bijzonder ook de kunstgeschiedenis, de filosofie en ontwikkelingen in de natuurwetenschap. Het stelde hem in staat om vanuit ‘Utrecht’ waar heel anders theologie bedreven werd een brug te slaan naar ‘Amsterdam’: de school van exegese van Breukelman die óók gevormd was door de theologie van Barth en Miskotte.
Juist als het ging om de uitleg van de Heilige Schrift was hij met genoegen altijd zelf ook leerling. Ik zie nog voor me hoe hij met een fijn pennetje met het Griekse Nieuwe Testament voor zich ijverig aantekeningen zat te maken bij een lezing van een collega over het Evangelie van Johannes.  

Een reeks leerlingen is bij hem gepromoveerd waaronder Eef Dekker, Guus Labooij, wijlen Henri Veldhuis, zijn opvolger Jan Muis en de oud-scriba van de synode van de Protestantse Kerk ds. Arjen Plaisier. Zelf was ik in 2002 de late hekkesluiter. Hij begeleidde met zachte hand, altijd respectvol. Aan de kerkfusie heeft hij onder meer bijgedragen door het voorzitterschap van de werkgroep ‘Kernen van Belijden’ die verschillen in kerkvisie moest overbruggen. Na zijn emeritaat had hij nog jarenlang een kring voor belangstellenden over theologische vragen naast een enorme moestuin. En het was hem niet te min om vrijwillig met enveloppen op pad te gaan voor de Actie Kerkbalans. 

Niet iedereen had een antenne voor zijn nuance en zijn aversie van provocerende uitspraken en van oppervlakkigheid. Uit zijn leeropdracht ethiek vloeide een studie voort over de geschiedenis van de westerse visie op seksualiteit, Venus aan de leiband. Het leverde hem grote waardering op, maar ook kritiek. Hoe ruimdenkend zijn pleidooi voor verdere humanisering van deze belangrijke dimensie van ons menszijn ook was, het was menigeen nog te rolbevestigend.

Milieuzorg was een ander ethisch hoofdthema. Zijn levenslange passie voor ecologie en het thema van de natuur als onze ‘woning’ kwam volgens hem zelf voort uit zijn jeugd in Den Helder, bij de duinen, in de natuur met de Waddeneilanden om de hoek. Als scholier was hij al actief lid van de Nederlandse Jeugdbond voor Natuurstudie. Misschien kwam in Tussen woning en woestijn nog wel het meest tot uitdrukking dat hij in drie plaatsen dominee was geweest, een pastor van mensen die wel gewoon hun werk moeten doen. Eigenlijk gaat het over de innerlijke moeilijkheden om tegelijk gewetensvol te zijn zonder ‘morele vakantie’ te nemen van onze permanente verantwoordelijkheden en dan toch niet te zwichten voor doemdenken dat dan zo voor de hand ligt. Het eindigt met de woorden dat het werk aan deze wereld zinvol is omdat de Schepper in Christus heeft getoond dat Hij het werk niet laat varen, dat zijn hand begon.

Moge zijn nagedachtenis ook de Kerk in de toekomst tot zegen zijn. Zijn vrouw Magdaleen en zijn kinderen en kleinkinderen wensen we vrede!

 »lees verder»

 

Eerste ambulant predikant aan de slag: ds. Els Visser en Spijkenisse hebben de primeur

Het blijkt dat de gemeenten die op zoek zijn naar een tijdelijk predikant de dienstenorganisatie goed weten te vinden. Op 1 september, de officiële ingangsdatum, is er contact met 16 gemeenten over een ambulant predikant en zijn er zes overeenkomsten getekend.

De belangstelling en het enthousiasme van predikanten is groot; de medewerkers van de mobiliteitspool van de dienstenorganisatie voerden vele gesprekken. Er is nu een lijst met bijna 60 predikanten die ingezet willen worden als ambulant predikant. Zij nemen een schat aan ervaring mee waar gemeenten echt mee geholpen zullen zijn. 

Spreiding is goed

Opvallend is dat de spreiding van ambulant predikanten over het land goed is, maar dat de verzoeken uit gemeenten zich concentreren in Noord- en Zuid-Holland, Groningen en Friesland. De hoop is dat ook het midden en zuiden van het land zullen volgen. De meeste gemeenten vragen om een predikant voor 16 tot 18 uur, maar minder is ook mogelijk.

Ook iets voor uw gemeente?

Heeft uw gemeente een periode waarin de predikant afwezig is? Bijvoorbeeld door ziekte of zwangerschapsverlof? Of zoekt u een predikant voor het reguliere werk in de vacaturetijd? Dan is een ambulant predikant de oplossing voor uw gemeente.

Kenmerkend voor ambulant predikanten is dat zij hun ervaring als gemeentepredikant koppelen aan een flexibele inzet. Zij kunnen de taken vervullen die gemeenteleden niet zelf over kunnen nemen. Zo wordt een gat in het gemeentewerk voorkomen. 

U kunt contact opnemen met de dienstenorganisatie voor meer informatie.

 

 

 

 »lees verder»

 

Bouw de kerk in Syrië weer op - Kerk in Actie start campagne voor herstel van de kerk in Syrië

Bijna 400.000 doden, 12 miljoen vluchtelingen en zo’n 14 miljoen mensen die in armoede leven. Dat is de trieste balans van acht jaar oorlog in Syrië. En nog steeds is er geen uitzicht op vrede. Er zijn nog altijd gebieden waar gebombardeerd of gevochten wordt. De situatie is uitzichtloos voor miljoenen ontheemden en inwoners die geen huis en werk meer hebben. Zonder steun is de toekomst donker voor hen. De kerk in Syrië doet - als grootste particuliere hulpverlener in het land - wat ze kan om te werken aan herstel. Kerk in Actie wil hen steunen in hun missie om een teken van hoop te zijn voor deze mensen in nood.

[Tekst gaat verder onder video]

De Groot bezocht kerkgemeenschappen in Damascus, Homs en Aleppo. Als één van de weinige Nederlanders wist hij door Syrië te reizen om met eigen ogen de verwoesting én de hulp te zien. De verwoestingen in de kerken zijn enorm, zowel aan de gebouwen als het interieur van de kerken. Donderdag 12 en 19 september (16.10 uur) is hiervan een reportage te zien over de hulp die de kerk biedt in het NPO2 programma Met Hart En Ziel (KRO-NCRV). 

Cruciale rol kerk

De Groot is onder de indruk van de inspanningen van de kerk. “Wat mij raakt is dat de kerk een cruciale rol inneemt in het herstel van dit land. De kerk is betrokken bij de herbouw van huizen, bij onderwijs van kinderen, bij het zorgen voor zieken en oude mensen. En dat is nu precies waar Kerk in Actie de kerk in wil ondersteunen. Ik vind de mensen in de kerk enorm moedig. Dat spat er vanaf.”

Licht in de duisternis

Het is goed om de kerk in Syrië te ondersteunen in hun missie om teken van hoop en herstel te zijn. Maar volgens De Groot kunnen wij, naast collecteren en bidden voor broeders en zusters in Syrië, ook veel van hen leren. “Het is me echt opgevallen in de vele gesprekken die ik voerde: de kerk in Syrië ziet het als haar taak om als Lichaam van Christus het licht in de duisternis te zijn. Ook in de bizarre omstandigheden van een oorlog. Ik hoop dat de kerk in Nederland zich hierdoor uitgedaagd voelt. De omstandigheden hier zijn heel anders, maar voeren wij dezelfde inspanning om zichtbaar Lichaam van Christus te zijn? De kerk in Syrië laat zien hoe we mensen van hoop kunnen zijn.” 

[Tekst gaat verder onder video]

Najaarscampagne Kerk in Actie voor Syrië

Kerk in Actie start een driejarige campagne om (kerk)gebouwen in Syrië te herstellen en het werk van Syrische kerken te steunen, zodat zij een teken van hoop kunnen zijn voor mensen in nood. Op 15 september en tijdens de landelijke actieweek daarna collecteren meer dan duizend Nederlandse kerken voor het herstellen van gemeenschapscentra, zoals scholen en kerken, maar ook voor werkgelegenheidsprojecten, om mensen die terugkeren naar Syrië weer aan het werk te helpen.

Meer informatie op www.kerkinactie.nl/najaarscampagne

Lees ook:

Wat u kunt doen

 »lees verder»

 

Liefdegaven. Wat zegt de kerkorde over geldwerving en vermogensbeheer?

Geld - een beladen term

In de christelijke traditie is geld een beladen onderwerp. Geld behoort tot de stoffelijke zaken, het slijk der aarde. In de hemel is geen geld (noch bier). In het evangelie is geld het veldteken van de Mammon: de god met eurotekens in zijn ogen, die mens en samenleving aanzet tot geldzucht en gierigheid.                                           

De Willibrordvertaling vertaalt ‘mammon’ met ‘geldduivel’. Dat is goed gevonden: de Mammon als tegenstrever van God, die Liefde is. ‘Je kunt niet God dienen en de Mammon’, zegt Jezus tegen zijn leerlingen. En toen Jezus zijn leerlingen erop uit stuurde om de onreine geesten - waaronder de geldzucht - uit te drijven, droeg Hij hen op niets mee te nemen voor onderweg, geen brood, geen reistas en al helemaal geen geld. Ze mochten geheel vertrouwen op de wervingskracht van de Liefde.

Liefdegaven

In de kerkorde wordt daarom over geld gesproken als liefdegaven. Artikel V lid 3, waarin de specifieke roeping van de verschillende ambten wordt beschreven, noemt als eerste taak van de diakenen: ‘de dienst aan de Tafel van de Heer en het inzamelen en uitdelen van de liefdegaven’. Wie wordt opgenomen in de gemeenschap van de Liefde die zich in Jezus heeft gegeven als brood en wijn voor de mensen, leert zijn of haar geld te zien als een gave van God om liefde uit te delen. Aan de tafel van de Heer wordt geld geheiligd tot een middel om liefde te doen. Natuurlijk is dat een taak voor diakenen. Zij zijn de kelners aan de tafel van de Heer. Zij staan er met de neus bovenop en zijn het beste in staat om ons daarin voor te gaan.

Vermogensrechtelijke aangelegenheden

Even eerder in Artikel V-3 komen we nog een andere term voor geld tegen, als gesproken wordt over de taak van de ouderlingen-kerkrentmeesters Pijl naar beneden . Die omvat ‘de verzorging van de vermogensrechtelijke aangelegenheden van de gemeente van niet-diaconale aard’. De hervormde kerkorde sprak Bijbels verantwoord over ‘stoffelijke aangelegenheden’. In de huidige kerkorde is een meer zakelijke term gekozen die bovendien de moderne lading van de materie dekt: ‘vermogensrechtelijke aangelegenheden’. Het is een verzamelterm voor financiële en andere materiële zaken van de gemeente: gebouwen, archieven en registers, en het beheer daarover; maar ook: geldwerving, traktementen en salarissen, arbeidsovereenkomsten, verzekeringen en rechtshandelingen. Het werven en besteden van de gelden en de administratie daarvan is daar een onderdeel van.                                             

De uitdrukking ‘van niet-diaconale aard’ herinnert aan het principiële onderscheid dat we in onze kerk hanteren tussen diaconale en niet-diaconale geldstromen. Niet-diaconaal is alles wat te maken heeft met het functioneren van de gemeente als organisatie. Die kunnen we beter niet vermengen met het geld dat bestemd is voor de dienst van de barmhartigheid. 

Collecte en vrijwillige bijdrage

De kerk is geen vereniging van leden die contributie betalen of ‘kerkbelasting’, zoals vroeger, toen kerk en staat niet strikt van elkaar waren gescheiden. In ons land zijn bijdragen aan de kerk vrijwillig. Dat vrijwillige karakter past goed bij het doel waarvoor die zijn bestemd: bouwen aan en in stand houden van een gemeenschap van de Liefde. Verplichte liefde is geen liefde. In de Bijbel is liefde een wegwijzing, een kans. ‘Je ziet het pas als je het doorhebt.’ 

In de Lutherse Kerk in Groningen, waar ik af en toe mag voorgaan, is het gebed over de gaven een belangrijk moment in de kerkdienst. Als de gaven der dankbaarheid bijeen zijn gebracht, gaat de diaken naar de gerfkamer om even later terug te keren met een zilveren offerschaal met daarin het ingezamelde geld, afgedekt met een wit geborduurd kleedje. Voordat de diaken de schaal op de tafel plaatst, dankt de voorganger voor deze gaven, met als slotzin: ‘Want het komt alles van U en wij geven het U uit uw hand.’

Geldelijke bijdragen van gemeenteleden worden in de kerk gezien als ‘offergaven’, het uitdelen van wat ons gegeven is. Die bijdragen zijn niet verplicht. Maar wel nodig, zeer nodig zelfs. De organisatie kerk (en de diaconie) kan niet van de wind leven. Daarom doen de diakenen en ouderlingen-kerkrentmeesters vrijmoedig een beroep op ons om ruimhartig bij te dragen aan diaconie en gemeente. Zij voelen zich daarin gesteund door een mooie zin uit de kerkorde: ‘Alle leden zijn geroepen en gerechtigd hun gaven aan te wenden tot vervulling van de opdracht die Christus aan de gemeente geeft (art. IV-2).’

Omgaan met geld 

In de kerkorde staan enkele aanwijzingen over de wijze waarop we in de kerk met geld omgaan. Die omgang moet transparant zijn tot op de kern van kerk-zijn, leerden we van Kerk 2025. Het is dan ook een goede greep van de Protestantse kerkorde om te spreken over ‘ouderling-kerkrentmeester’. De term ‘kerkrentmeester’ hebben we ontvangen van de Lutherse traditie. En zij op haar beurt vanuit het Nieuwe Testament. Daar heette zo iemand een ‘oikonomos’, een econoom. Dat was een openbaar bestuurder, die het vermogen van een stad beheerde of iemand die een huishouding bestierde. Een rentmeester naar Bijbels ontwerp voert het beheer over het bezit van de gemeenschap en heeft de volmacht om dat te besteden of uit te delen.

Beleidsplan, begroting en jaarrekening

De wijze waarop het geld van de gemeente wordt beheerd dient volgens de kerkorde doelgericht en verantwoord te geschieden. Om twee redenen:

  1. het geld is bestemd om ‘de lofprijzing van de Naam des Heren en de dienst aan de wereld’ mogelijk te maken en in stand te houden (Art. IV lid 3);           
  2. het geld is bijeengebracht door vrijwillige bijdragen en giften van gemeenteleden.           

Van de colleges van kerkrentmeesters en diakenen wordt dan ook verwacht dat zij ‘bij het beheren van en het beschikken over de aan hen toevertrouwde vermogensrechtelijke aangelegenheden van de gemeente binnen de grenzen blijven van het door de kerkenraad vastgestelde beleidsplan en de door de kerkenraad vastgestelde begroting’. Daarmee zijn meteen ook de verhoudingen binnen de kerkenraad helder: de kerkenraad bepaalt, na overleg met de gemeenteleden en de organen van bijstand, in het beleidsplan de doelen van het leven en werken van de gemeente. Aan de colleges is de zorg over de vermogensrechtelijke aangelegenheden, die voor het bereiken van die doelen nodig zijn, toevertrouwd. Zij stemmen hun beleid af op het beleid van de kerkenraad en rapporteren daarover aan de kerkenraad. 

Een belangrijk instrument voor de aansturing van het beheer over de huishouding van de gemeente is de jaarlijkse begroting Pijl naar beneden . Daarin worden de jaarlijkse inkomsten van de gemeente en de diaconie geraamd en bepaald aan welke doelen deze zullen worden besteed. Deze begroting wordt voorbereid door de colleges en de kerkenraad samen en vastgesteld door de kerkenraad. Bij het opstellen van de begroting stelt de kerkorde de randvoorwaarde dat de colleges elk jaar met de kerkenraad en de daarvoor in aanmerking komende organen van de gemeente overleg voert over de samenhang tussen beleidsplan, begrotingen en het collecterooster Pijl naar beneden (ord. 11-5-1).

De colleges leggen elk jaar achteraf verantwoording af van hun beheer aan de kerkenraad en de gemeente door middel van het opstellen van een jaarrekening van de gemeente en de diaconie, die door de kerkenraad moet worden vastgesteld. 

Voorafgaande betrokkenheid van gemeenteleden

Het bepalen van het beleid en de financiële vertaling daarvan raakt alle gemeenteleden in hun geloofsleven. En in hun portemonnee. Dat kan en mag volgens de kerkorde dan ook niet buiten hen omgaan. In artikel V-5 is bepaald dat ‘de kerkenraad geen besluiten neemt in aangelegenheden die voor het leven van de gemeente van wezenlijk belang zijn, zonder de leden van de gemeente daarin gekend en daarover gehoord te hebben.’ Dit is een algemene regel die altijd geldt. Om misverstand te voorkomen wordt deze regel bij belangrijke momenten door de kerkorde nog eens expliciet voorgeschreven (zie ord. 4-7).                                                                                                                        

Dat is ook het geval bij het opstellen van de begroting en jaarrekening. De kerkorde bepaalt dat deze stukken niet door de kerkenraad worden vastgesteld ‘voordat de gemeenteleden in de gelegenheid zijn gesteld van de inhoud daarvan kennis te nemen en hun mening daarover kenbaar te maken’ (Ord. 11-5-4 en 11-6-2).

Geldwerving

Als het goed is weten we op deze wijze precies wat er van ons als gemeenteleden wordt verwacht aan vrijwillige bijdrage en diaconale giften. Gezamenlijk hebben wij ons immers gecommitteerd aan de beleidsdoelen en wijze van financiering daarvan.                             

Maar dat valt in de praktijk vaak tegen. Meestal kampen de diakenen en kerkrentmeesters met een jaarlijks tekort omdat de vrijwillige bijdragen en de zondagse collecten achterblijven bij de ramingen.

De praktijk leert dat wij als gemeenteleden telkens geprikkeld moeten worden om aan onze verplichtingen te voldoen. Als we weten wat er met ons geld gebeurt, willen we wel dieper in de buidel tasten.Het jaarlijkse gezamenlijk overleg over het collecterooster en de geldwerving is daarvoor een belangrijk moment voor de kerkrentmeesters en diakenen. Het biedt de kans om vooraf een plan de campagne te maken voor een effectieve en slimme geldwerving. Een verzoek om een jaarlijkse vrijwillige bijdrage vraagt op zijn minst om een toelichting op de begroting van de gemeente en de doelen en prioriteiten die daarin zijn gesteld.


En een mededeling van een collectedoel kan niet volstaan met de zin: ‘
De eerste rondgang is voor de diaconie en de tweede voor de kerkrentmeesters.’ Je weet dan zeker dat de collectezak weinig geldpapier zal bevatten.

De kerkorde gaat ervan uit dat gemeenteleden en ambtsdragers hun roeping nakomen. Maar daarbij moeten we elkaar wel een stevig handje helpen. Geld speelt dan geen rol. Dat is er in onze samenleving meer dan genoeg. 

 »lees verder»

 

“Kerken moeten investeren in vernieuwing”

Wat betekent uw christelijk geloof voor u?

“De essentie van geloof is voor mij: laten zien waar geloof voor staat. Zorg en liefde voor een ander, voor de wereld. Mijn gemeente wil er zijn voor het dorp. Ik wil kerken en geloven met de mensen die ik doordeweeks ook tegenkom bij de Jumbo. In een kerkdienst kan ik geraakt worden, door muziek, beelden, teksten soms. Ik vind het fijn om dat na de dienst met anderen te delen. Zo vorm je een geloofsgemeenschap, in de kerkdienst en bij de koffie erna.

Ik was jeugdouderling en daarna voorzitter van de kerkenraad. In die functie was ik betrokken bij de totstandkoming van de Protestantse Gemeente Amerongen-Overberg in 2017. In Overberg hebben we een hervormde wijkgemeente, in Amerongen een fusie van de hervormde gemeente in de Andrieskerk en de gereformeerde kerk in De Ark. De Ark is ons kerkelijk centrum, de kerkdiensten vinden plaats in de monumentale Andrieskerk.”

Aan die fusie zat vast ook een financiële kant.

“Er was geld nodig om de Andrieskerk toekomstbestendig te maken. We namen de gemeente mee in onze plannen. Een deel van de opbrengst uit de verkoop van twee gebouwen investeerden we in de verbouwing. Er is nu een open liturgisch centrum, ruimte voor multimedia, en er zijn nevenruimtes voor de kinderen. Qua duurzaamheid konden we weinig met dit rijksmonument. Geen zonnecollectoren, geen dubbelglas.

Een kerkenraad moet zijn gemeenteleden goed informeren over wat hij met hun geld doet. Wij lieten zien hoe je met geld goede, toekomstgerichte dingen kunt doen. Zo trokken we ook de meeste twijfelaars over de streep.”

U werkte voorheen als fondsenwerver bij Youth for Christ en Simavi.

“Welk werk je ook doet, het belangrijkste is dat je werkt vanuit je hart, je diepste drijfveren. Dat geldt ook voor mij, als directeur van ASN Bank. Ik heb een open blik en kan creatief denken vanuit wat de ander nodig heeft. Bij Simavi richtte ik een aantal fondsen op, onder andere voor oogzorg. Als bestuursleden vroeg ik mensen uit de branche, zoals de directeur van Pearle. Dat werkte prima. Zo organiseerde ik betrokkenheid en bereikte ik nieuwe netwerken met mogelijke geldgevers.

“De impact van wat kerken doen is enorm”

Zoiets kunnen kerken ook doen, en mogen daarin gerust minder bescheiden zijn. We vinden wat we doen min of meer normaal, het is tenslotte wat Jezus ons heeft voorgedaan. Maar de impact van wat kerken doen, als een van de grootste vrijwilligersorganisaties, is enorm. Denk aan pastoraat, onzichtbaar en zo belangrijk. Denk aan diaconale projecten, stille hulp, ondersteuning van jeugd. In Amerongen organiseren wij al jaren Kamp Vrijuit, een vakantieweek voor kinderen die daar anders niet aan toekomen.

De kerk doet zoveel goeds en is zoveel meer dan een gebouw. Het is Gods werk én mensenwerk. Bedenk als gemeente hoe je dat kunt laten zien. Werk daaraan, organiseer betrokkenheid, ook van mensen buiten de eigen kring. Dat gaat niet van de ene op de andere dag, je hebt een lange adem nodig. Stel je doelen hoog, daag je organisatie uit, wees niet bang voor mislukkingen. Misschien mislukken drie van de tien dingen die je bedenkt. Geen probleem, je hebt het toch geprobeerd. Een groep jongeren uit onze kerk bracht voor een diaconale reis naar Moldavië € 20.000 bij elkaar. Ze organiseerden allerlei acties, waaronder een sponsordiner in een kersenboomgaard.”

Hoe voert een kerk verstandig financieel beleid?

“Elke bankier zegt: wie verstandig is, houdt een spaarpotje voor moeilijke tijden en een reserve voor onderhoud van je gebouw. Investeer daarnaast als kerk in vernieuwing, essentieel voor de toekomst van je gemeente. Investeer in je vrijwilligers, zij vormen je grootste kapitaal. Bevorder hun deskundigheid, vergroot hun vaardigheden. Zorg dat ze zich prettig voelen in hun kerkenwerk.

Kijk voor mogelijke inkomsten ook buiten je gemeente. Voor de verbouwing van de Andrieskerk schreven wij externe fondsen aan, met succes. De dienstenorganisatie van de Protestantse Kerk heeft een lijst van allerlei fondsen.

Er zijn gemeenten die succesvolle financiële acties voerden. Leer daarvan. En als je spaart of belegt, doe dat dan duurzaam. Bij ASN Bank, bijvoorbeeld.”

Is het bankwezen een totaal andere wereld?

“Dat valt reuze mee. Ook wij doen goede dingen met geld. De ASN werd in 1960 opgericht vanuit de vakbeweging. De eerste bestuurders waren ervan overtuigd dat alles wat de bank doet, moet bijdragen aan een duurzame, rechtvaardige wereld. Dat zit stevig in ons DNA. Ik vind het een eer en een grote verantwoordelijkheid om in dat spoor verder te gaan.

We zijn een betrekkelijk kleine speler. Daarom delen we alles wat we doen met anderen. Met veertien andere financiële instellingen werken we bijvoorbeeld aan een leefbaar loon voor werkers in de kledingindustrie. We zoeken verbinding met onze klanten en gaan het land in om met hen in gesprek te gaan. Ook werken we samen met de Jonge Klimaatbeweging en laten ons inspireren door jonge geesten. 

“Alle kleine beetjes helpen; de druppel op de gloeiende plaat bestaat niet”

Tip voor gemeenten: ga in gesprek met jongeren, dan stroomt er een frisse beek door je gemeente. We investeren alleen in bedrijven die passen binnen ons duurzaamheidsbeleid. Zo draagt een bank, net als een kerk, bij aan een betere wereld. Ik heb voor mijn werk veel van de wereld gezien. Zo weet ik dat alle kleine beetjes helpen. De druppel op de gloeiende plaat bestaat niet.”

 »lees verder»

 

Welke multiculturele groep wil materiaal rond het bijbelverhaal van Ruth testen? 

 »lees verder»

 

De hervormde gemeente De Rank in Staphorst kiest voor creatieve aanpak Actie Kerkbalans

Twee kerkrentmeesters en twee leden van de commissie Kerkbalans kijken terug op de Actie Kerkbalans van de afgelopen jaren. Voor 2020 moet opnieuw iets origineels bedacht worden. “Dat verwachten de gemeenteleden”, legt kerkrentmeester Alice ten Brinke uit. “Het materiaal dat we ervoor ontwikkelen wordt gezien als een cadeautje van de kerk. Het blijft tot het laatst een verrassing.”

Steengoed

Dat de hervormde gemeente De Rank te Staphorst-Rouveen bijzonder materiaal ontwikkelt, blijkt uit de prijzen die hun folders kregen van de organisatie achter Kerkbalans. In 2016 kregen ze de derde prijs, in 2017 zelfs de eerste prijs. ‘Draag uw steentje bij’ was dat jaar het motto. Het kwam tot uitdrukking in een folder vol legosteentjes en -poppetjes. De teksten haakten erop in. ‘Ook de Rank bestaat uit heel veel stenen. Hier wordt gebouwd met liefde en waardering voor elke bouwsteen, hoe klein ook.’ En: ‘Laten we er samen een steengoed jaar van maken.’

“Natuurlijk stimuleerde die derde prijs ons”, geeft Kim van Dijk toe. Ze is lid van de commissie en houdt zich ook professioneel bezig met marketing. “Maar mooi was vooral dat het effect had. We hadden dat jaar een hogere opbrengst.”

Op tafel ligt de oogst van een aantal jaren. In 2018 kreeg iedereen het ‘daarom draag je bij-spel’, inclusief een dobbelsteen en een paar pionnetjes. Zoals bij Ganzenbord kom je als speler langs vakjes die met de gemeente te maken hebben. ‘Dank voor je extra bijdrage, daarvan kunnen we een jeugdwerker aanstellen. Ga snel door naar 19.’ Ook creatief zijn de vierkante kaarten waarop gemeenteleden voor een bedrag van vijf euro – of meer – een zelfgeschreven ‘tegeltjeswijsheid’ mochten inleveren. De opbrengst wordt gebruikt voor de uitbreiding van het kerkgebouw. Op de achterwand zullen de tegeltjes samen een kunstwerk vormen. Er werden er zo’n honderd aangeleverd. 

Meerwaarde

“Juist wanneer je het anders vormgeeft, gaat Actie Kerkbalans over meer dan enkel geld werven. We zetten in op betrokkenheid”, legt Alice ten Brinke uit. “Wat kan de kerk voor jou betekenen, en wat kun jij voor de kerk betekenen? Het gaat om wie we zijn en wat we doen. Het gaat om gemeente-zijn.” “Door foto’s van onze eigen activiteiten en van onze eigen leden - bekenden uit het dorp die we hun verhaal laten vertellen - geven we weer wat we allemaal doen in de kerk. Daardoor wordt heel concreet zichtbaar waarvoor er geld nodig is”, vult Kim van Dijk aan. “De folder wordt breed verspreid, ook onder mensen die niet wekelijks in de kerk zitten”, vertelt Peter Weststrate, eveneens lid van de commissie. “Daar kun je dus veel mensen mee bereiken. Om ervoor te zorgen dat iedereen de folder pakt en gaat lezen, moet de folder aantrekkelijk zijn en het verhaal pakkend. Dat heeft meerwaarde boven de standaardfolder van Actie Kerkbalans.”

Ook de standaardbrief wordt altijd herschreven en soms geïntegreerd in de folder. “Het moet zo kort mogelijk”, weet Weststrate. “Een lang verhaal wordt niet gelezen.” En ook van het toezeggingsformulier wordt steeds een eigen versie gemaakt. Zo werd eens gesuggereerd dat je misschien 5% méér zouden kunnen geven dan het jaar ervoor, waarbij direct aangegeven werd op welk bedrag de aangeschrevene dan zou komen. Hoe de tekst opgesteld is, steekt nauw, vult Van Dijk aan. “Je moet het zo brengen dat de zachte drang mensen toch ook een glimlach ontlokt.”

Instroom van jonge mensen

Geldwerving is en blijft gewoon nodig. De Rank splitste zich in de jaren zestig van de vorige eeuw af van de hervormde gemeente rond de Dorpskerk in Staphorst. De nieuw gevormde gemeente deed dat zonder vermogen of bezittingen uit het verleden en kan dus niet terugvallen op ‘oud geld’. 

Dat de gemeente zich nog steeds ‘hervormd’ noemt, heeft als reden dat het Samen op Weg-proces in de jaren negentig stil kwam te liggen. Toch betreft het hier een moderne gemeente binnen de Protestantse Kerk met een mannelijke én een vrouwelijke predikant en waar kinderen het avondmaal meevieren. Het is ook een jonge gemeente. “Laatst was de oudste ambtsdrager in de dienst 41 jaar”, vertelt kerkrentmeester Jarno Harink. “We hebben hier nogal wat instroom van jonge mensen die zich in de meer behoudende kerken in Staphorst en Rouveen niet meer zo thuis voelen. Dat is een extra reden voor een uitgekiende Actie Kerkbalans. Velen van hen kennen zoiets niet uit hun vorige gemeente, waar Dankdag en Oudjaarsdag de geëigende momenten waren om gul te offeren.”

Talent

De Rank weet zich gezegend met mensen die de capaciteiten en de creativiteit hebben om een klus als Actie Kerkbalans effectief op te pakken. Zou het in gemeenten die dat ontberen verstandig zijn om er een professional voor in te huren? Van Dijk twijfelt. “Belangrijk is dat je iemand hebt met een missie en een visie die aansluit bij de betreffende gemeente. Zo iemand moet aanvoelen wat er speelt, wat de gemeente wil én wil uitdragen.” Zelf doet ze het als lid van de gemeente. Ze is zich ervan bewust dat ze mooie dingen kan maken en dat dat hier heel goed van pas komt. “Ik vind het heel mooi dat ik het talent dat ik ontvangen heb hier als het ware terug kan geven”, met een verwijzing naar het bijbelverhaal. “Dat geeft me veel energie.”

Kerkbalans 2020: Geef voor je kerk
Van zaterdag 18 januari tot zaterdag 1 februari doen 2.000 kerken mee aan Actie Kerkbalans. Duizenden vrijwilligers zamelen geld in voor hun plaatselijke kerk. Voor iedereen is de kerk op een andere manier van waarde. Parochies en gemeenten krijgen geen subsidie. Om te kunnen bestaan hebben kerken een financiële bijdrage nodig van hun leden. Zo blijven ze van waarde voor hun leden en de samenleving. ‘Geef voor je kerk’ is het thema voor Actie Kerkbalans 2020. Voor organisatoren en kerkrentmeesters biedt https://kerkbalans.nl/ inspiratie en praktische tips om Actie Kerkbalans in hun eigen kerk te organiseren.

 »lees verder»

 

De kerk komt naar de mensen toe in Beilen

Predikant Magda Hazeleger van de protestantse gemeente Beilen nam het initiatief voor het bouwen van een ‘oecumenisch mobiel kerkje’. De kerken in Beilen staan niet centraal in het dorp, en mede daarom leek het een goed idee om een mobiel kerkje te bouwen dat bij hoogtijdagen en events ‘present’ is. 

Een andere ruimte instappen

In het kerkje is gelegenheid een kaarsje aan te steken, een gebedskaart in te vullen, en eventueel een mailadres achter te laten. ¨Als je het kerkje binnengaat, dan stap je eigenlijk even een andere ruimte in,¨ vertelt Magda, ¨we hopen dat het mensen goed doet en ze er misschien wel iets van God ontmoeten.¨ Gecombineerd met het kerkje is er een gebedsboom, waar de gebeden in gehangen kunnen worden. De kerk is ongeveer zo groot als een wachthuisje. Er is ruimte voor een persoon, eventueel samen met een kind. De achterwand bestaat uit een spiegel. Die spiegel roept verstilling op en soms ook ontroering. ‘Ik had niet gedacht dat ik mezelf in de kerk zou tegenkomen’ was een reactie van een van de bezoekers. 

Het kerkje is in ongeveer 6 weken door vrijwilligers vanuit de kerken in elkaar getimmerd. ¨Nu je er echt mensen in ziet gaan, is dat heel leuk en dat doet je goed,¨ vertelt vrijwilliger Nees Boele. 

Het kerkje is gemaakt door gemeenteleden en het staat opgeslagen bij weer een ander gemeentelid. Met dit ‘mobiele kerkje’ wordt het geloof; de ‘herinnering aan een heilige ruimte’ present gesteld. De mobiele kerk in Beilen is al bij diverse evenementen in Beilen ingezet, waaronder de Kerstmarkt en de Fietsvierdaagse. Ds.Magda: ¨We proberen hier met het kerkje iets positief te laten zien, namelijk dat we als kerk aandacht hebben voor mensen én dat we iets uit te delen hebben: goed nieuws!¨ 

Zelf kerk in de buurt zijn

Wilt u zelf als gemeente ook van betekenis zijn voor uw eigen dorp of wijk? Kerk in de buurt helpt u daarbij! Aan de hand van een praktische startgids ontdekt u hoe uw buurt eruit ziet en wat past bij uw gemeente. Daarna kunt u een van de voorbeeld-initiatieven kiezen om mee aan de slag te gaan in uw buurt of een eigen initiatief vormgeven. Het mobiele kerkje in Beilen is een van deze voorbeeldinitiatieven. Het project Kerk in de Buurt is een gezamenlijk initiatief van de Protestantse Kerk Nederland, Kerk in Actie, de Christelijke Gereformeerde Kerk, Nederlands Gereformeerde Kerk en de Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt. 

Direct naar: Kerk in de buurt




 »lees verder»

 

Maak van de collecte een moment van betekenis

Marten van der Meulen, universitair docent godsdienstsociologie aan de PThU en wetenschappelijk beleidsmedewerker in de dienstenorganisatie, zou de collecte aangrijpen om de gemeentevisie te ondersteunen. “Vertel bijvoorbeeld: ‘We staan als gemeente voor deze uitdaging en dat betekent dat we dit bedrag bijeen willen krijgen.’ In de praktijk blijkt dat gemeenten met een breed gedragen visie vaak vitaal zijn.” De geefbereidheid is er, maar gemeenteleden geven minder automatisch dan vroeger. “Ze willen weten waar ze voor geven. Maak dat inzichtelijk.” Aan een collecte voor een diaconaal project kun je een concrete geefvraag verbinden. “Maar als kerk je eigen gemeenschap instandhouden of geld bijeenbrengen voor een vernieuwend project is ook heel legitiem. Het hoeft niet moeilijk te zijn om daar een goed verhaal bij te maken.” 

Geef uw leeftijd

De Protestantse Gemeente Kleverskerke in Zeeland bedacht een alternatieve collecte. ZWO-lid Petra van den Berge: “Om geld op te halen voor ons ZWO-project hebben we aan het begin van de Veertigdagentijd een klein bruin envelopje uitgedeeld. Eén envelopje per gezin. Met daarop de actie ‘Geef uw leeftijd’. Als je 65 bent bijvoorbeeld geef je 65 keer 1 cent, 65 keer 2 cent of 65 keer 10 cent, net wat je wilt. Met Pasen konden de envelopjes weer ingeleverd worden. Dit leverde vijf keer zoveel op.”

Haal meer uit de collecte

Zonder nadenken een euro in de zak stoppen? Deze manieren zorgen dat geven in de kerkdienst echt van betekenis wordt:

  • Deel collectefolders uit met daarin de omschrijving van het project waarvoor u collecteert. Zie bijvoorbeeld de collectefolders van Kerk in Actie.
  • Bestel de gratis brochure 'Samen in Actie' met tips voor de collecte of fondsenwervende actie van uw gemeente.
  • Houd een omkeercollecte. Iedereen mag een munt van twee euro úit de zak halen, met de bedoeling dit in de periode daarn te vermeerderen. Zie de tips van ds. Berensen.
  • Een variant op de omkeercollecte is de talentenactie. Ook hier krijgen gemeenteleden in eerste instantie geld om er vervolgens met hun talent meer van te maken. Via Kerk in Actie zijn gratis talentenkaarten te bestellen en is een bijbehorend stappenplan te downloaden.
  • Laat een bijbelkring, jeugdgroep of kindernevendienst een doel kiezen en in de dienst vertellen waarom dit doel een bijdrage verdient. 
  • Ga als (delegatie van de) gemeente op bezoek bij een project dat de gemeente steunt of nodig mensen uit om iets te vertellen. 
  • Benoem concreet wat er met het geld van de collecte gefinancierd wordt. Dus in plaats van ‘eredienst en pastoraat’: ‘Dankzij uw bijdrage kunnen we elke week een ouder gemeentelid blij maken met een mooie bos bloemen.’
  • Maak in je beleidsplan inzichtelijk hoeveel geld je voor het waarmaken van je gemeentevisie nodig hebt en verwijs daarnaar tijdens de collecte. 
  • Vraag geen geld, maar haal eens iets materieels op. Speelgoed voor de speelgoedbank, knutselspullen voor de kindernevendienst of oud papier voor de oud papier-actie. 
 »lees verder»

 

Vijf kerkenraden delen tips hoe ze meer tijd creëerden voor bezinning en minder tijd kwijt zijn aan vergaderen

“We hebben een grote kerkenraad met meer dan 20 mensen; het liefst willen we met z'n allen over alle details beslissen. Onze verantwoordelijkheden zijn bovendien niet helder. Dit frustreert menigeen en schrikt mensen af. Hoe kan het anders?”

1. Denk met elkaar na over de betekenis van de kerkenraad, leiderschap en ambt

Kerken lijken tegenwoordig meer aandacht te besteden aan leiderschap en stijl van leidinggeven dan voorheen. De inhoud en roeping van het ambt kennen en je geloofsleven met God delen is van oudsher een goede insteek om te kijken naar de betekenis van de kerkenraad. Als we over de kerkenraad spreken, moeten we eerst een definitie van de term geven. Bekijken we het bestuurlijk-organisatorisch, theologisch of juist agogisch? 

De kerkorde geeft in ordinantie 4, art. 6 en 7 aan dat de kerkenraad, die gevormd wordt door de ambtsdragers van de gemeente, ten eerste de zorg voor de dienst van Woord en sacramenten heeft, en leidinggeeft aan de opbouw van de gemeente in de wereld. Taken en werkwijze worden in de kerkorde helder beschreven. Het lijkt misschien veilig om het kerkenraadswerk vanuit die taken in te vullen en uit te voeren. 

Er bestaan echter verschillende beelden van de kerkenraad. Vorm je met elkaar enkel een bestuur? Ben je geroepen tot het ambt en voer je - persoonlijk en gezamenlijk - die roeping uit? Kies je voor dienend leiderschap? Schep je ruimte om een lerende kerkenraad te zijn? Verschillende beelden kunnen meningsverschillen opleveren maar ook betekenisvol zijn. Het is waardevol hier als kerkenraad over in gesprek te gaan.

Eerst en vooral is het goed om te spreken over de bedoeling van het ambt, de bijbelse wortels van het ambt en het imago van het ambt. Het ambt wordt soms als ‘zwaar’ ervaren. Veel mensen zien het niet zitten om ambtsdrager te worden. Het helpt om te bespreken wat het ambt inhoudt. Dat het bedoeld is om taken af te bakenen en te verdelen. Dat de mensen die een ambt op zich genomen hebben gezamenlijk de kerkenraad vormen die leidinggeeft aan de gemeente. Als ambtsdragers zelf helderheid hebben over hun ambt en dat ook uitdragen in de gemeente, kan dat het imago van het ambt verbeteren en het vinden van nieuwe ambtsdragers vergemakkelijken. 

Een zinvol gesprek over het ambt houdt niet op bij het bespreken van de taakomschrijving in de kerkorde. In bijvoorbeeld Handelingen 6 lezen we over de aanstelling van de eerste diakenen. Om het gesprek te kunnen voeren, vindt u hier een paar richtvragen:

  • Kunt u zich het probleem in de eerste gemeente voorstellen en zich vinden in de oplossing van de apostelen? Zijn er in uw gemeente signalen of problemen die aanleiding geven om de organisatie aan te passen?
  • Wat zegt de taakverdeling uit de tijd van de eerste gemeente over de ambten in de kerk in onze tijd? 
  • In het Oude Testament komen we de functie van priester, koning en profeet tegen. Is er een parallel te trekken met het ambt van diaken, ouderling en predikant? 

Een hulpmiddel is de training ‘nieuwe ambtsdragers’ voor nieuwe én ervaren ambtsdragers. Door gesprek en training, maar zeker door de tijd nemen voor het Woord en de onderlinge ontmoeting, wordt een kerkenraad een lerende gemeenschap. Het onder de loep nemen van het eigen functioneren en daarin stappen durven zetten, draagt bij aan goed bestuur.

2. Voer onderling het geloofsgesprek

Veel kerkenraadsleden missen tijdens het bestuurlijke werk de inhoud van het kerk-zijn: het delen van het geloof in God. Vergaderingen lijken bedoeld om te besturen en besluiten te nemen. Soms voelen kerkenraadsleden wel aan dat ze meer tijd willen besteden aan het geloofsgesprek en de onderlinge ontmoeting, maar het komt er niet van. De opening met een bijbelgedeelte is toch voldoende? De voorzitter en scriba voelen zich vaak gedwongen om (te) veel onderwerpen in de agenda te zetten. 

Uit de praktijk: Waarder
In de Gereformeerde Kerk Waarder heeft de kerkenraad de bakens verzet: in plaats van 10 keer vergadert de grote kerkenraad nog 6 keer per jaar. Het breed moderamen (kleine kerkenraad) vergadert maandelijks en bereidt ook de vergadering van de grote kerkenraad voor. Daarnaast bespreken de wijkouderlingen 4 keer per jaar pastorale zaken, waarbij zij ook in gesprek gaan over ‘hoe bid je in het pastoraat, hoe lees je in de Bijbel, hoe kom je tot een pastoraal gesprek?’ Dat bevalt beter. Ook heeft men de tijd gevonden om een training te volgen.

 

3. Durf werk te delegeren

Veel kerkenraden zuchten elk jaar bij de vraag hoe de vacatures weer vervuld te krijgen. Gemeenteleden vinden om uiteenlopende redenen het ambt niet aantrekkelijk. Het model kerkenraad met werkgroepen van ordinantie 4 artikel 9, waarin het gaat over de organisatie van kerkenraad, kleine kerkenraad en werkgroepen, biedt een mogelijke oplossing. Het gaat erom verantwoordelijkheid te delegeren, overlaten aan gemeenteleden in werkgroepen. Gemeenteleden zijn vaak wel bereid een tijdelijke taak op zich nemen. Veel kerkenraden hebben al ontdekt dat de formule van tijdelijke werkgroepen goed werkt.

Uit de praktijk: Enschede
Tot 2017 had de Protestantse Gemeente Enschede vijf wijkkerkenraden en één algemene kerkenraad. Nu is er nog één kerkenraad met twee colleges, vijf commissies en een aantal werkgroepen. De kerkenraad vergadert max. 10 keer per jaar, net als het moderamen. Drie keer per jaar vergadert de kerkenraad met de commissies samen, inclusief een viering. De kerkenraad volgt samen met de colleges en commissies belangstellend het werk in de werkgroepen. Elke kerkenraadsvergadering begint met geloofsinspiratie rond het Licht van Christus in de verbouwde kerkzaal. De afgelopen tijd sprak de raad onder meer over bidden, mozaïek van kerkplekken, en ‘waarom zijn we eigenlijk kerk?’ Na de bezinning gaat men in vergadering.

4. Verbeter het samenspel tussen moderamen en kerkenraad

Ook in het samenspel tussen moderamen en kerkenraad kan vaak wat verbeterd worden, bijvoorbeeld door een goede voorbereiding van de vergaderingen waardoor men slagvaardiger te werk kan gaan. 

Uit de praktijk: Den Bosch
Het moderamen van de Protestantse Gemeente Den Bosch stuurt de agenda twee weken voor de kerkenraadsvergadering al rond. Kerkenraadsleden kunnen daar inhoudelijk op reageren. Daar vindt al meningsvorming plaats. Op grond van de reacties doet het moderamen voorstellen tot besluitvorming en stuurt de definitieve agenda met die voorstellen naar de kerkenraad. Op de kerkenraad blijken de voorstellen veelal hamerstukken. Daardoor is er meer tijd voor bezinning en ontmoeting. De kerkenraad begint de vergadering in de kerkzaal bij het Licht van Christus rond een thema. Daarna gaat men vergaderen. De kerkenraad heeft overigens bewust een bepaald type voorzitter gezocht.

5. Wees je bewust van generatieverschillen en wees flexibel

Jonge mensen hebben een andere vergaderstijl dan oudere mensen. Hun vergaderstijl uit zich in snel communiceren en mobiel bereikbaar zijn. Een klassiek opererende kerkenraad, met notulen die 2 of 3 weken later per mail verstuurd worden, is niet aantrekkelijk voor jonge gemeenteleden. Regelmatig zie je jonge mensen tijdens vergaderingen op hun mobiel bezig. Ze regelen via Whatsapp soms direct een klus. Snel communiceren heeft voordelen. Uiteraard moet het zorgvuldig gebeuren. Met elkaar kun je afspraken maken over vergadergedrag.

Uit de praktijk: Duiven
De Protestantse Gemeente Duiven koos behalve voor een verandering van de organisatie ervan voor een efficiënt alternatief voor notuleren. De voorzitter schrijft tijdens een agendapunt notities op een flap, omcirkelt een aantal woorden, voegt er soms beschreven memoblaadjes aan toe en maakt een foto van de flap die hij direct met de andere kerkenraadsleden deelt. Iedereen weet dan de conclusie en de afgesproken taken. 

Uit de praktijk: Koog-Zaandijk
In Koog-Zaandijk besloot de kerkenraad op verzoek van een aantal kerkenraadsleden om niet meer vast op dinsdagavond te vergaderen maar op verschillende avonden. Wel met de onderlinge afspraak dat iedere ambtsdrager dan op alle avonden aanwezig is. Eén of twee keer per jaar iets thuis regelen of de kooravond missen vonden de ambtsdragers te doen. 

Stappenplan om tot een andere werkwijze te komen

  1. Benoem als kerkenraad concreet de wensen in uw situatie, bijvoorbeeld
    a. de wens om meer tijd te nemen voor bezinning en ontmoeting
    b. de wens om minder te vergaderen 
    c. de wens om een andere stijl van leiderschap te gebruiken
    d. de wens om vacatures anders in te vullen 
  2. Ga na wat u als moderamen en kerkenraad samen met de gemeente anders kan en wil doen.
  3. Neem de tijd voor meningsvorming (draagvlak en eigenaarschap).
  4. Neem op grond daarvan besluiten, zoals een andere agenda voor de kerkenraadsvergadering, een andere rol van moderamen en kerkenraad, het instellen van werkgroepen.
  5. Communiceer hierover in kerkenraad, colleges en werkgroepen, daarna ook naar de gemeente.
  6. Voer de stappen uit, in eerste instantie voor een half jaar.
  7. Evalueer de nieuwe werkwijze en de nieuwe verhoudingen, en stel desgewenst bij.

Tips om zinvol en efficiënt te vergaderen

  • Geef uw voorzitter en scriba de training leiderschap met lef en/of de training leiding geven aan veranderingen. Het is belangrijk om
    • een keuze te maken voor een bepaalde stijl van leidinggeven
    • na te denken over de roeping, de invulling en het imago van het ambt
    • na te gaan of u uw kerkenraad ziet als persoonlijke of gezamenlijke roeping, als bestuur en/of als lerende kerkenraad.
  • Start de vergadering bezinnend. Materiaal om het geloofsgesprek te voeren vindt u hier.
  • Stuur als moderamen de agenda twee weken voor de kerkenraadsvergadering toe en vraag de kerkenraadsleden binnen een week inhoudelijk te reageren. Op grond daarvan bepaalt het moderamen voorstellen tot besluitvorming en stuurt de definitieve agenda met die voorstellen. Dat bevordert een effectieve vergadering; besluiten zullen soms een hamerstuk zijn.

  • Om effectief te vergaderen kan de agenda er zo uitzien:
    • 19.30 uur gezamenlijke bezinning rondom het Licht van Christus in de kerkzaal
    • 20.15 uur agendapunten 
    • 21.00 uur gelegenheid voor colleges/commissies om hun eigen agenda te bespreken
    • 21.30 uur gezamenlijke afsluiting
  • Vraag alle werkgroepen en het college van kerkrentmeesters/diakenen en commissies of zij aan het begin van hun bijeenkomst tijd willen nemen voor een kort geloofsgesprek of moment van bezinning/ontmoeting. Reik suggesties aan.

  • Geef gemeenteleden de gelegenheid om als niet-ambtsdrager deel te nemen aan het college van kerkrentmeesters/diakenen.

  • Voorzitters van kerkenraden en colleges zouden elkaar in ringverband of classis kunnen opzoeken en ervaringen over leiderschap delen, of een eenmalige intervisiegroep vormen, al dan niet onder leiding van een gemeentebegeleider.

Voor advies over een andere organisatie van uw kerkenraad, bel (030) 880 18 80 of mail naar info@protestantsekerk.nl

Voor begeleiding bij een veranderingsproces, benader een van de zelfstandige begeleiders.

 »lees verder»