Ds. Bram Maarleveld: “Samen zoeken naar hoe we Jezus kunnen volgen”

  • Master gemeentepredikant aan de PThU Amsterdam, daarvoor de bachelor theologie. Tijdens de studie ook een halfjaar christelijke spiritualiteit gestudeerd aan de TU Kampen
  • Sinds 2022 gemeentepredikant van de Hervormde Gemeente Numansdorp
  • Wil niet in een hokje geplaatst worden. “Ik voel me nergens echt thuis, maar overal toch ook een beetje.”

Hoe ervaar je je roeping? 

“Ik was vroeger al veel met het geloof bezig, de roeping om predikant te worden kwam later. Het voelt voor mij als een roepstem van God, Hij heeft mij deze richting in gestuurd. De woorden van Luther ‘Hier sta ik, ik kan niet anders’ gelden ook voor mij. Welke kant ik ook op ging, mijn pad kwam steeds weer bij theologie terecht. Ik ervaar dat als leiding van God in mijn leven.”

Wat heb je nodig om met vrucht en vreugde te werken? 

“Dat ik de focus houd op de kern van het evangelie. Ik ben geen manager van een kerk die we overeind moeten houden, het gaat alleen om het werk van Jezus. Zolang het daarom draait, kan ik mijn werk met vreugde doen. Niet alleen in de kerk en de studeerkamer, maar ook in de buurt.”

Hoe zorg je ervoor dat je niet opbrandt? 

“Door bewust vrije tijd in te plannen. Privé en werk kun je bijna niet scheiden in dit ambt. Ik prik bewust momenten in mijn agenda dat ik niet bereikbaar ben. Dat lukt alleen minder vaak dan ik zou willen. Ik heb mensen om me heen nodig die me erop blijven wijzen.” 

Welk onderdeel van je werk doe je het liefst? 

“De diensten op zondag. Daar vindt de ontmoeting plaats tussen mensen onderling en tussen God en mensen. Dat is in de gemeente in Numansdorp ook waar het gebeurt. Op zondagochtend zijn de mensen er, gaat het Woord open en wordt er gezongen en gebeden. Daar ontmoeten we Christus en elkaar, en Christus ontmoet ons.”

Welke (na)scholing heb je voor het laatst gevolgd?

“Ik heb recent de opleiding mentoraat afgerond, en ben daarna begonnen met de training ‘Undefended preaching’ van IZB. Het blijft als voorganger een eenzaam avontuur om Gods stem te verstaan en daar woorden aan te geven. In de training leren we hoe je vrijmoedig kunt preken.”

Met welke andersgelovige in je omgeving zou je graag eens om de tafel gaan? 

“Met mijn buren. Afgelopen zomer hebben we uitgebreid rosé gedronken in de tuin. We maakten een vervolgafspraak om samen te eten, maar het is er nog niet van gekomen. Mijn buren waren niet gewend aan een dominee als buurman. Ze zijn ook niet bekend met de kerk. Als je elkaar spreekt, blijk je best veel raakvlakken te hebben. Het was voor ons allemaal een openbaring.”

Welk boek, welke serie, film of welke podcast raad je je collega’s aan?

‘Het hele dorp wist het’, een boek van Rinke Verkerk. Ze schrijft over het seksueel misbruik van een leeftijdsgenoot in haar eigen jeugd. Ze vertelt over de rol van omstanders, waaronder zijzelf, en hoe zij omgaan met het seksueel misbruik. De rol van de lokale kerk komt ook naar voren en is neutraal beschreven. Het is voor predikanten goed om te weten wat wel of niet kan in zo’n situatie. Het is goed om je ervan bewust te zijn dat je omstander bent en dat het ook in jouw kerk kan gebeuren.”

Is er een bijbeltekst die met je meegaat?

“Galaten 2:20: ‘Ikzelf leef niet meer, maar Christus leeft in mij’ (NBV21) komt sinds mijn studietijd heel vaak terug in alles wat ik doe. Deze tekst helpt me om te beseffen dat het Christus is die in mij werkt, ook als ik faal. Het gaat niet om mij, maar om Hem.”

Wat hoop je voor de toekomst van de kerk?

“Dat we als kerk terugkeren naar de kern. Soms bekruipt me het gevoel dat we vooral een vereniging zijn, en het mijn taak is om het bestaan ervan te waarborgen. Op die manier hoeft het niet van mij. Het gaat niet om de structuur en de gewoonten, maar om het samen zoeken naar hoe we Jezus kunnen volgen. Als we dat doen, blijven we gericht op Christus. Alleen Hij geeft ons hoop voor de toekomst.”

Lees meer in de serie over de voorgangers in de Protestantse Kerk:

 

 lees verder
 
Beleef The Passion in de gemeente met een kijkavond

Muzikaal paasverhaal

Op Witte Donderdag 28 maart vindt de 14e editie van het KRO-NCRV-programma The Passion plaats in Zeist. The Passion brengt het paasverhaal op een vernieuwende, muzikale manier onder de aandacht van veel mensen die niet (meer) in een kerk komen.

Jaarlijks ritueel

“The Passion brengt het paasverhaal over het sterven en de opstanding van Jezus dicht bij miljoenen Nederlanders”, zegt Jurjen de Groot, directeur van de dienstenorganisatie. “Het is een jaarlijks ritueel geworden waar veel mensen stilstaan bij waar het echt om draait in het leven. Daarbij is een grote rol weggelegd voor de kerkgemeenschappen in het hele land. Het samen kijken van The Passion is namelijk een mooie missionaire kans.”

Gratis The Passion pakket

Organiseer daarom een laagdrempelige kijkavond waarbij mensen van buiten de kerk samenkomen om in jouw kerkgebouw live The Passion te kijken. In het pakket vind je materialen die je ondersteunen om deze avond goed te organiseren. Naast promotiematerialen zoals posters en uitnodigingen zit er een beknopte handleiding in het pakket. Hier wordt stap voor stap beschreven wat belangrijke aandachtspunten zijn. Daarnaast zitten er setjes gesprekskaarten in het pakket om na afloop van The Passion door te praten over het paasevangelie.

Je kunt deze avond aangrijpen als een start van bijvoorbeeld de Alphacursus, de campagne Samen tegen Armoede, de Paaschallenge of een andere samenkomst waarmee je mensen de kans geeft om op een laagdrempelige manier kennis te maken met jouw gemeente.

Passionpakket voor gemeenten

The Passion 2024 wordt live vanuit Zeist uitgezonden op Witte Donderdag 28 maart om 20.30 uur bij KRO-NCRV op NPO 1.

 lees verder
 
Voedt het lijdensverhaal anti-joodse gevoelens?

Woorden hebben kracht

Het waren de woorden van een bezoeker aan Yad Vashem, het monument en herinneringscentrum voor de zes miljoen omgekomen Joden in de Tweede Wereldoorlog: ‘En dat allemaal omdat ze geroepen hebben: ‘Zijn bloed kome over ons en over onze kinderen!’

Woorden hebben kracht. In het Duits wordt wel gesproken over de ‘Wirkungsgeschichte’ (de werkingsgeschiedenis) van een bijbelgedeelte of een bijbeltekst. Hoezeer deze uitdrukking van toepassing is, blijkt wel uit deze tekst uit het lijdensverhaal. Zo zei Maarten Luther in een preek over de uitroep in Matteüs 27:25: ‘Ook vandaag de dag nog, nu al bijna 1500 jaar lang, zitten zij in hun ellende en hebben nergens een blijvende stad. De joden gaan vandaag nog gebukt onder het bloed van Christus, dat zal ze uiteindelijk ook in de hel neerdrukken.’ 

In een kinderbijbel

Een meer recent voorbeeld kwam ik tegen in een kinderbijbel, waar we verplaatst worden naar het moment dat Jezus voor Pilatus staat. De Romeinse gouverneur over Judea laat een schaal met water komen, waarin hij vervolgens zijn handen in onschuld wast. De vertelling gaat verder: ‘En dan? O, ik durf het haast niet te vertellen, dan antwoordt die verdwaasde menigte: "Dat nemen wij voor onze rekening. Wij zijn voor dat bloed niet bevreesd. Het bloed van die Nazarener? Wel, dat mag over ons en over onze kinderen komen.” Die dwazen! Ze weten niet wat ze zeggen. Ze beseffen de gevolgen niet van die gruwelijke woorden. Schaamteloos roepen zij het bloed van Christus, in zijn straffende en wrekende kracht, over zichzelf én over hun kinderen uit. Hoe durven ze! Dat bloed is over hen gekomen! (...) In de eeuwen die daarop volgden, zijn de Joden verdrukt en vervolgd. Overal werden ze gehaat en veracht. Nergens waren ze veilig. Nergens kregen ze rust. Dat bloed achtervolgt de Joden tot de dag van heden. Ze hebben het geweten dat ze die vreselijke woorden onbedacht uitgesproken hebben.’

Antisemitisme werd gevoed

Wanneer je dit op je in laat werken, begrijp je dat ds. Nico ter Linden schrijft: 'Hadden die woorden maar nooit in het evangelie gestaan!’ Want bewust, en ongetwijfeld vaak ook onbewust, zijn deze woorden uit het lijdensverhaal een aanjager geweest voor negatieve uitingen en gedragingen van christenen ten opzichte van het Joodse volk. Ze werden gebruikt als een ‘christelijke verklaring’ voor de ellende die de Joden overkwam: ze hebben het over zichzelf en hun nageslacht afgeroepen en zullen daarom deze vervloeking moeten dragen. Het antisemitimse Pijl naar beneden Lees ook de vierdelige serie van Bart Wallet over antisemitisme werd erdoor gelegitimeerd en gevoed. 

Zelfonderzoek en correctie

De roeping die we als kerk hebben in het ontmaskeren en bestrijden van dit hardnekkige kwaad begint dus dicht bij huis. Hoe lezen en begrijpen wij de Bijbel? Zijn we ons - ook in deze tijd van het kerkelijk jaar - bewust van vooroordelen die ons lezen en verstaan bepalen? Het is goed dat we onszelf op dit punt voortdurend kritisch onderzoeken en waar nodig laten corrigeren. 

Eerlijk beeld krijgen

Daarbij hoeven we lastige bijbelteksten niet weg te exegetiseren, maar we moeten er evenmin in lezen wat er niet staat. Om een eerlijk beeld van de hierboven aangehaalde tekst uit Matteüs te krijgen, moet je deze lezen tegen de achtergrond van het Oude Testament. Daar is de roep om het bloed op iemands hoofd geen zelfvervloeking, maar ergens ‘verantwoordelijkheid voor nemen’. Dr. Simon Schoon verwijst in dit verband naar 2 Koningen 2 en schrijft: ‘In het geval dat een moord of een ander vergrijp nog niet is gepleegd, is de term een waarschuwing dat men verantwoordelijk gehouden zal worden wanneer de misdaad begaan wordt. Dat laatste lijkt aan te sluiten bij Matteüs 27:26: 'De misdaad is nog niet gepleegd, maar het volk is bij voorbaat bereid de volle verantwoordelijkheid voor de veroordeling van Jezus van Pilatus over te nemen.’ 

Geen legitimatie

Dat is ernstig genoeg, maar mag toch nooit gezien worden als een legitimatie van alles wat het Joodse volk de geschiedenis door heeft moeten ondergaan. Wie zal durven beweren dat de aanwezigen toen en daar - hoeveel konden er eigenlijk staan op de binnenplaats van de burcht Antonia? - representatief waren voor het volk als geheel, laat staan voor het volk van alle eeuwen? 

En als we in deze weken Lied 576 van Paul Gerhardt zingen: ‘O Heer, uw smaad en wonden, ja, alles wat Gij duldt, om mij is het, mijn zonden, mijn schuld, mijn grote schuld’, dan kunnen we toch onmogelijk tegelijkertijd zeggen: maar het Joodse volk is tot in de verre toekomst in de beklaagdenbank gezet, omdat zij daarvoor voor altijd schuldig zouden zijn? Had ik toen en daar voor Pilatus gestaan, dan zou ik zo mee geroepen kunnen hebben. 

Verbonden met zijn volk

Onwillekeurig zie ik het schilderij De witte kruisiging voor me dat Marc Chagall in 1938, het jaar van de Kristallnacht, schilderde. Chagall beeldt Jezus af als Jood met een gebedsmantel als een lendendoek te midden van zijn lijdende Joodse volk. Aangrijpend en diep. En in het evangelie hoor ik Hem bidden: ‘Vader, vergeef hun, want ze weten niet wat ze doen.’ (Lucas 23:34) Zou dat gebed naast de Romeinse soldaten die het vonnis uitvoerden, niet evengoed gelden voor hen die de verantwoordelijkheid voor Jezus’ kruisdood op zich genomen hadden?

 

 lees verder
 
In actie voor de Voedselbank? Bestel de gratis voedseltas!

De armoede in ons land groeit: een miljoen Nederlanders leeft onder de armoedegrens. Een groeiend aantal kinderen gaat met een lege maag naar school. Vanuit 172 lokale voedselbanken en met 13.000 onbetaalde vrijwilligers helpt de Voedselbank wekelijks zo’n 120.000 mensen, waarvan een derde kind is. Gezinnen die gebruikmaken van de Voedselbank zouden anders niet genoeg te eten hebben.

Tekort aan houdbare producten

De Voedselbank is volledig afhankelijk van voedseldonaties, waardoor de voedselvoorziening verschilt per week. Veel voedsel komt van bedrijven en supermarkten. Het goede nieuws is dat zij steeds minder voedsel verspillen. Het minder goede nieuws is: daardoor blijft er minder over voor de voedselbanken. 

Er is vooral een tekort aan houdbare producten als zonnebloemolie, rijst en koffie. Daarom heeft de Voedselbank de hulp van de Protestantse Kerk en Kerk in Actie ingeroepen, en gevraagd of kerkleden kunnen meehelpen deze producten in te zamelen. Het complete lijstje vind je hier.

Organiseer je met je gemeente een actie voor de Voedselbank? Wijs je gemeenteleden op de voedseltas van Kerk in Actie. Via kerkinactie.nl/tas kunnen ze deze tas gratis bestellen. 

Dit berichtje kun je in het kerkblad of in de kerkapp plaatsen:

Een gratis tas voor inzameling producten Voedselbank

Meer dan een miljoen mensen in Nederland leven in armoede. De Voedselbank kan de vraag nauwelijks aan. Jij kunt in actie komen! Door het inzamelen van lang houdbare producten wordt de Voedselbank enorm geholpen. Kerk in Actie heeft een hippe, duurzame gratis tas beschikbaar, waarin je de producten naar de kerk kunt brengen. Bestel de gratis tas via kerkinactie.nl/tas.

Lees ook:

Tassen vol voor de Voedselbank

 lees verder
 
Aandachtspunten en tijdlijn voor jaarrekening 2023

Over een paar maanden wordt het boekjaar 2023 afgesloten. De Classicale Colleges voor de Behandeling van Beheerszaken (CCBB’s)zijn, mede in verband met de ANBI-status van de Protestantse Kerk, verplicht een strak schema aan te houden voor de inleverdatum van de jaarrekening. Uiterlijk 15 juni 2024 moeten de jaarrekeningen over 2023 ingeleverd zijn. Daarvoor is het goed dat gemeenten intern maatregelen treffen. In onderstaand overzicht een tijdlijn, die je ook kunt afstemmen met een extern boekhoud- of accountantskantoor.

Tijdlijn 2024

  • 29 februari 2024: afsluiting van het grootboek;
  • maart-april: verwerking van gegevens in FRIS en ontwerp van het bestuursverslag;
  • mei: bespreking en controle van de jaarstukken in controlecommissie, colleges en kerkenraad; 
  • juni: jaarstukken ter inzage voor de gemeente; 
  • vóór 15 juni 2024: jaarrekening indienen bij CCBB;
  • vóór 1 juli 2024: gegevensverwerking op de ANBI-pagina van de website van de gemeente.* 

Deze tijdlijn is een advies. Je kunt de tijdlijn aanpassen aan de vergaderdata van je colleges. De einddatum is wel van belang; alleen om gegronde redenen kan uitstel worden aangevraagd bij het CCBB. 

ANBI

Vrijwel alle gemeenten en diaconieën hebben informatie op de ANBI-pagina van hun website staan. Volgens de ANBI-regels is het noodzakelijk dat deze informatie actueel is, dat er een up-to-date beleidsplan te vinden is, en dat het KvK-nummer wordt vermeld. De link die onder Ai2 in FRIS getoond wordt en die in LRP is opgegeven, moet rechtstreeks naar de ANBI-pagina van de gemeente leiden. Check de website of alles goed is ingevuld. Zie voor een verdere toelichting en eventuele automatische koppeling de handleiding.  

* In verband met de ANBI-status van de Protestantse Kerk is het verplicht dat de gegevens vóór 1 juli 2024 op de website van de plaatselijke gemeenten zijn bijgewerkt. Lees er hier meer over.

Aandachtspunten bij jaarrekening 2023

1. Maak een juiste waardering voor vaste activa en beleggingenVrijwel alle gemeenten hebben inmiddels de stap naar de nieuwe waarderingsgrondslagen gemaakt. Daarbij moeten herwaarderingen en koersverschillen, die door FRIS als incidentele baten worden verantwoord, nog worden toegevoegd aan de bestemmingsreserves op de balans. Let op de splitsing van onroerende zaken en de daarmee verband houdende herwaarderingsreserves in kerkelijke (21.95) en niet-kerkelijke activa (21.94). Mogelijk moeten zowel in de eigen administratie als in FRIS overboekingen gedaan worden.

2. Verantwoord de voorzieningenDe voorzieningen op de jaarrekening moeten toereikend zijn en gebaseerd op een onderhoudsplan. Deze vallen niet onder de bestemmingsreserves in rubriek 21 maar onder de voorzieningen in rubriek 22. Als ze wel in rubriek 21 staan, moeten ze worden overgeboekt. Zie de handleiding onder ‘Balans C5 Eigen vermogen’. 

3. Voeg een bestuursverslag toeBij de jaarrekening moet een bestuursverslag worden gevoegd met daarin een toelichting op de financiële cijfers, op bijzondere ontwikkelingen in het afgelopen jaar en op mogelijke ontwikkelingen in 2024.

4. Schrijf een beleggingsstatuutElke gemeente, diaconie of protestantse stichting die belegt moet vrijwel altijd een of meerdere beleggingsstatuten hebben en naar het CCBB sturen. Het CCBB beoordeelt of het statuut voldoet aan de richtlijn beleggingen van de Protestantse Kerk in Nederland. Deze richtlijn, met een toelichting en een aantal voorbeelden van beleggingsstatuten, is te vinden op de themapagina Beleggen. Het beleggingsstatuut is pas definitief als het CCBB akkoord is en dit schriftelijk heeft meegedeeld aan de (algemene) kerkenraad.

5. Voeg financieel overzicht bij eigen begraafplaats toeGemeenten met een eigen begraafplaats voegen een financieel overzicht van de begraafplaats als bijlage aan de jaarrekening toe. Een sjabloon hiervoor is, net als het controleprogramma, te downloaden op de website of in FRIS onder de bijlagen. 

Zoekfuncties en hulp in FRIS

Op elk FRIS-scherm kun je het vraagtekentje en de betreffende handleiding aanklikken voor een toelichting. Daar vind je informatie over onder meer jaarrekeningen, meerjarenramingen en de richtlijnen. Als je ‘richtlijnen GCBB’ hebt aangeklikt kun je daarna met Ctrl-F onder A, B, C, D en E zoeken op het woord ‘naam’. Voor andere vragen en verdere ondersteuning kun je terecht bij de FRIS-helpdesk via fris-help@protestantsekerk.nl.

 lees verder
 
Materialen voor Biddag voor gewas en arbeid

De wereld om ons heen vertelt ons dagelijks dat alles maakbaar is. We gaan om met de aarde alsof die ons bezit is. In werkelijkheid zijn we geschapen in afhankelijkheid van elkaar, van de aarde en uiteindelijk van onze Schepper. Biddag is een dag die ons erbij bepaalt dat alles wat we ontvangen een geschenk is. 

Biddend ons werk doen

We mogen biddend ons werk doen, in de verwachting dat God ons geeft wat we nodig hebben. ‘De gemeente van Christus is een biddende gemeenschap. In het gebed wordt haar antwoord openbaar op het Woord van God dat haar heeft geschapen. Daarom is het gebed als dankzegging en aanbidding, als belijdenis en voorbede, als regelmatig vragen en aanroeping in de nood, als verhaal van vrede en als kreet uit de diepte. Het meest onvervreemdbaar kenmerk van het kerk-zijn.’ In de samenkomsten van de gemeente bidden we gezamenlijk tot God en worden we gestimuleerd om het gebed vol te houden als we weer de wereld in gezonden worden. (Uit: ‘De weg van het gebed’ van dr. K.H. Miskotte)

Liedsuggesties 

Kinderliedjes

Gebed

Eeuwige boer,Ploeg onze verlamming om tot moed.Zaai liefde in de voren van onze angst.Laat kracht groeien uit onze onmacht.Oogst toekomst voor ons samen. 

(Otto de Bruijne)

Preekschetsen en kindermoment 

Op theologie.nl zijn diverse preekschetsen en suggesties voor het kindermoment te vinden. 

Raad van Kerken: Van crisisjaar naar jubeljaar

Kerk in Actie verzorgt in samenwerking met de Raad van Kerken materiaal voor de bid- en dankdagen. De brochure biedt bij het onderwerp 'van crisisjaar naar jubeljaar' verdieping en bezinning. De brochure bevat een achtergrondartikel, ervaringsverhalen, meditatieve teksten die aanhaken bij de teksten van de Bid- en Dankdag voor gewas én arbeid en de Zondag van de arbeid, en tot slot een artikel met betrekking tot jongeren en het thema.

Proeven en praten

Waar komt jouw dagelijks brood vandaan? 'Proeven en praten over jouw dagelijks brood’ is een gezellige en leerzame manier om inzicht te krijgen in ons complexe voedselsysteem. Bereid samen een heerlijk driegangenmenu, en luister tijdens de maaltijd welke weg de producten op je bord hebben afgelegd. Kerk in Actie, Arocha en Micha Nederland ontwikkelden deze actuele werkvorm.

Lees hoe 8 protestantse gemeenten uit de kop van Noord-Holland deze avond beleefden:

Ontmoetingskerk Middenmeer: proeven en praten gaat prima samen

3 feb 2023 Pijl naar rechts

Seizoenspakketten jeugdwerk

Voor iedere leeftijdscategorie zijn er seizoenspakketten voor het jeugdwerk in de kerk beschikbaar. In de maand maart zijn er werkvormen te vinden die passen bij biddag. 

Bid- en dankdag map HGJB

Ontvang iedere biddag en dankdag een complete map met inhoudelijke doordenking van een bijbelgedeelte en uitgewerkte verwerkingsvormen. Verbindt kerk, school en gezin.

Benieuwd naar de theologische achtergrond van biddag? Lees dan dit artikel:

Biddag vieren in de Protestantse Kerk in Nederland

14 feb 2020 Pijl naar rechts
 lees verder
 
Vierde zondag van Pasen is voortaan Roepingenzondag

Voortaan is iedere vierde zondag van Pasen - zondag van de Goede Herder - ook Roepingenzondag. Dit is de derde zondag na Eerste Paasdag. Gemeenten worden gevraagd om in hun eredienst aandacht te besteden aan het onderwerp ‘roeping’ en te bidden om nieuwe voorgangers en werkers in de kerk. Binnenkort worden er liturgische suggesties voor deze zondag aangereikt via het leesrooster+ op deze site en er wordt materiaal ontwikkeld over het predikantschap voor jongeren en zij-instromers.

Oecumenische traditie

De Protestantse Kerk sluit hiermee aan bij een oecumenische traditie. Ook de Rooms-Katholieke Kerk, Church of England en de Evangelische Kirche Deutschland houden op deze dag hun Roepingenzondag. De Protestantse Kerk sluit zich daar nu bij aan. 

Nieuwe voorgangers nodig

In de Protestantse Kerk dreigt een tekort aan predikanten. De komende jaren stoppen veel gemeentepredikanten - vanwege emeritaat - met hun werk, terwijl ook steeds minder studenten voor een opleiding theologie kiezen. Om het predikantentekort te bestrijden, is het van belang dat meer studenten kiezen voor de opleiding theologie. Scriba René de Reuver onderstreept het belang hiervan: “Steeds minder jongeren kiezen voor een studie theologie en het ambt van voorganger. Dat is jammer voor de kerk, en een gemiste kans. De kerk kan veel nieuwe voorgangers gebruiken. Bovendien is de studie uitdagend en het werk verrijkend. Op Roepingenzondag moedigen we daarom mensen aan om bij zichzelf na te gaan of ze zich geroepen weten om voorganger in onze kerk te worden.”

Tegemoetkoming in studiekosten

Kortgeleden is er een studiefonds opgericht om zij-instromers die theologie willen studeren om gemeentepredikant te worden in de Protestantse Kerk financieel te ondersteunen. Onder andere het instellingsgeld kan hier gedurende de studieperiode mee gefinancierd worden.

 lees verder
 
Bied je gemeenteleden informatie over nalaten aan de kerk

Nalaten aan lokale, landelijke of wereldwijde kerk

Er zijn verschillende mogelijkheden om aan de kerk na te laten: aan de lokale gemeente, aan de landelijke kerk en aan Kerk in Actie. Een combinatie van deze drie is ook mogelijk. De nieuwe brochure beschrijft verschillende manieren waarop je kunt geven, praktische tips om tot een goede opzet en afwikkeling te komen en persoonlijke verhalen van een aantal mensen die een deel van hun nalatenschap voor de plaatselijke kerk bestemmen. “We willen graag dat onze gemeente nog lang een plek mag blijven waar geloof, hoop en liefde worden gedeeld”, schrijft iemand daarover in de brochure.

Gratis folders 

Om de brochure onder de aandacht te brengen van leden van de Protestantse Kerk zijn gratis folders beschikbaar die je in de kerk kunt neerleggen of kunt uitdelen aan je gemeenteleden. Zij kunnen indien gewenst daarna zelf de gratis brochure met meer informatie aanvragen en/of een adviesgesprek aanvragen.

Bestel gratis folders 

 lees verder
 
Wie was Karl Barth?

Predikant en hoogleraar

Op 10 mei 1886 wordt in Bazel Karl Barth geboren, als zoon van Fritz Barth en Anna Sartorius. Hij trouwt in 1913 met Nelly Hoffmann. Net als zijn vader studeert Barth theologie. Na tien jaar predikant geweest te zijn, wordt hij in 1922 hoogleraar, eerst in Göttingen, daarna in Münster en Bonn. In Bonn maakt hij de machtsovername door Hitler mee. Wanneer hij in 1935 weigert de eed op Hitler af te leggen, wordt hij door de regering geschorst en ontslagen. Kort daarna wordt hij tot hoogleraar benoemd aan de Universiteit van Bazel. Daar werkt hij tot zijn emeritaat in 1961. Hij overlijdt op 10 december 1968 en wordt in Bazel op de begraafplaats Hörnli begraven.

Wanneer hoorden wij voor het eerst van hem?

Al in 1918 wordt een preek van Barth, die hij in 1916 in zijn gemeente te Safenwil gehouden heeft, in het Nederlands gepubliceerd. Barth is dan nog nauwelijks bekend. In die preek naar aanleiding van Ezechiël 13:1-16 gaat Barth in op de onrust die zijn radicale prediking in zijn gemeente oproept. Het is te gemakkelijk, stelt hij, die onrust toe te schrijven aan het karakter van de dominee. Hij wijst erop dat tussen Gods Geest en de geest van de mammon vrede onbestaanbaar is. God die onze vrede of behoefte aan rust verstoort is een thema dat in zijn werk telkens terugkeert.

Waarmee is hij bekend geworden? 

Uit verbijstering over de steun van zijn theologische leermeesters aan de Duitse oorlogspolitiek in 1914 ziet Barth zich genoodzaakt tot een grondige herziening van zijn theologie. Hij grijpt terug op de Bijbel en de grote denkers uit het verleden. Hij gaat Paulus’ brief aan de Romeinen lezen vanuit de vraag wat daarin over ons en onze wereld gezegd wordt. Het leesverslag dat daaruit voortkomt publiceert hij in 1919, en het trekt de aandacht omdat hij daarin afscheid neemt van een optimistisch vooruitgangsdenken. 

Het levert Barth de uitnodiging op om in 1919 in het Duitse Tambach een lezing te geven op een bijeenkomst van religieus-socialisten. In deze lezing met de titel Der Christ in der Gesellschaft neemt hij afstand van een directe verbinding van geloof met socialisme, in die zin dat God in het socialisme te herkennen zou zijn. Wat hij in deze lezing aanduidt, werkt hij breed uit en scherpt hij aan in de tweede druk van zijn boek over de brief aan de Romeinen die hem in Duitsland maar ook in Nederland pas echt bekend maakt. De dragende gedachte van deze tweede druk is dat God God is en de mens mens. Er is geen enkel aanknopingspunt tussen onze wereld en God. Voor ons is en blijft God de vreemde, de onbekende. Bekend wordt God als Hij zich in Jezus Christus aan ons openbaart. Het nieuwe van zijn toekomst komt niet vanuit onze (denk)wereld op, maar raakt ons bestaan van buiten. Daarvoor gebruikt Barth het beeld van de loodlijn die ‘loodrecht van boven’ ons bestaan raakt.

Deze fundamentele gedachte werkt Barth uit in zijn hoofdwerk, de Kirchliche Dogmatik. Het accent op de ‘diastase’, de absolute grens tussen hemel en aarde, nuanceert hij later. Het gaat niet alleen om de goddelijkheid van God, maar ook om de menselijkheid van God. Christus openbaart niet alleen wie God is, maar tegelijk ook wie de mens is. Van ons wordt niet alleen deemoed gevraagd, maar ook om mens te worden naar zijn hart dat Hij in Jezus Christus voor ons geopend heeft.

Wat kunnen we in de plaatselijke gemeente in Nederland met zijn gedachtegoed?

De theologie van Barth is en blijft voor de kerk en de gemeenten een waarschuwing om de volgorde van de heilige Schrift in het oog te houden. Godskennis begint niet bij ons, bij ons denken, onze twijfels, onze systemen. Wanneer we bij onszelf beginnen, wordt ons geloof de expressie van onze diepste gedachten, wensen of verlangens. Dan is het goed om kennis te nemen van de publicaties waarin Barth voor de gemeente de Apostolische geloofsbelijdenisVerder lezenWat wordt er beleden in de Apostolische Geloofsbelijdenis? uitlegt. Een voorbeeld daarvan is Dogmatik in Grundriß, in het Nederlands vertaald als De hoofdsom van de heilige leer (te vinden op karlbarth.nl).

Zien we de doorwerking van zijn gedachtegoed ergens terug?

Een directe doorwerking van Barths theologie vinden we in de kerkorde van onze kerk. Daarin wordt de betekenis van de Verklaring van BarmenVerder lezenDe ‘theologische verklaring’ van Barmen (1934) erkend voor het belijden van heden. De voornaamste opsteller van deze verklaring is Karl Barth. De verklaring werd in 1934 opgesteld om de kerk weerbaar te maken tegen de ideologie van de ‘Duitse christenen’ die het geloof in God, de Vader van Jezus Christus, met het nationaalsocialisme verbonden. 

Deze verklaring kan de kerk ook nu behoeden voor een verbinding van het geloof met de in onze tijd heersende ideologieën en opvattingen. Zij kan haar ook helpen om belijdend te spreken en te handelen. 

Lees meer in de serie theologische profielen: 

Wie is Riet Bons-Storm?

 

 lees verder
 
Kerk in Actie haalt 650.000 euro op voor kinderen in Oekraïne

Meer dan 6.200 collectanten en 475 coördinatoren werkten mee om de landelijke collecteweek van Kerk in Actie in november 2023 mogelijk te maken. Nog eens 568 online collectanten collecteerden via de social mediakanalen. Jurjen de Groot is dankbaar dat er zoveel geld is opgehaald om kinderen in Oekraïne te helpen deze verschrikkelijke tijd door te komen. “Hoewel de politieke steun voor Oekraïne lijkt af te brokkelen, krijgen wij bij Kerk in Actie een heel ander beeld. Gelukkig leven veel Nederlanders juist enorm mee. De opbrengst van de huis-aan-huiscollecte die we voor Oekraïne hebben gehouden, is een van de hoogste tot nu toe."

Hulp in heel Oekraïne

Veiligheid, stabiliteit en psychosociale ondersteuning. Dat is wat Kerk in Actie wil bieden aan kinderen in Oekraïne. Door de jarenlange contacten met Oekraïense kerken kan Kerk in Actie hulp bieden in het hele land. “In veel kerkelijke centra zijn permanente speelplekken ingericht met psychosociale begeleiding voor kinderen”, vertelt Daan Verbaan, relatiebeheerder Oost-Europa bij Kerk in Actie. “Daarnaast ontvangen Oekraïense gezinnen voedsel- en zadenpakketten, zodat ze toch eten op tafel hebben. Op centrale plekken in getroffen steden staan mobiele locaties waar kinderen en hun ouders kunnen opwarmen en hun verhaal kwijt kunnen.”

Hulp onverminderd nodig

In honderden plaatsen in Nederland gingen collectanten met een collectebus langs de deuren, en daarnaast collecteerden veel anderen met een online collectebus. Jurjen de Groot realiseert zich hoeveel werk er is verricht, en hoort ook dat er door het organiseren van deze collecte weer veel contacten in de buurt en tussen kerken onderling zijn aangehaald, een win-winsituatie. "Al die euro's die zijn opgehaald getuigen van de tomeloze inzet van onze vrijwilligers. Er zijn ook veel mooie gesprekken aan de deuren gevoerd over de noodhulp die Kerk in Actie biedt in Oekraïne en waarom dat zo belangrijk is."

Kerk in Actie blijft helpen

Kerk in Actie biedt wereldwijd noodhulp aan slachtoffers van conflict en geweld, zoals nu in Oekraïne. En in landen waar de wapens zijn neergelegd of de vrede is getekend, werkt Kerk in Actie samen met lokale kerken aan wederopbouw, herstel van vrede en recht, verzoening tussen daders en slachtoffers en toekomstperspectief voor hen die alles verloren zijn. Van 18 t/m 23 november 2024 houdt Kerk in Actie opnieuw een landelijke huis-aan-huiscollecte voor kinderen in Oekraïne. Aanmelden als collectant of als collectecoördinator kan nu al via kerkinactie.nl/huisaanhuiscollecte.  

 lees verder
 
De kerkwebsite anno 2024: 7 verbetertips 

De meeste kerkwebsites zijn erg op de eigen achterban gericht, terwijl het een prachtig medium is om mensen in je directe omgeving te bereiken. Een website is namelijk laagdrempelig, open naar de hele wereld, je hebt er als kerk volledige zeggenschap over en het is een relatief goedkoop medium.

Actueel en laagdrempelig

“Een moderne kerkelijke website is allereerst toegankelijk en gebruiksvriendelijk. Daarnaast is het van belang dat de site actuele informatie bevat, zoals de tijden van kerkdiensten, activiteiten en contactgegevens”, zegt Jannieke Lindhout van De Aanjagers. De Aanjagers is een groep professionals die scholen, kerken en maatschappelijke organisaties helpt op het gebied van communicatie en ontwerp. Lindhout refereert aan de 'toptaken' van een kerkwebsite: dat wat een websitebezoeker het liefst zo snel mogelijk op een website doet. Het is een benadering van de Ierse ontwerpgoeroe Gerry McGovern die bepleit dat een website aantrekkelijk is als de 5 dingen die een kerkwebsitebezoeker het graagst wil doen, direct zichtbaar en aanklikbaar is. 

Gezicht naar buiten

Uiteraard staan dan de zondagse kerkdiensten op #1. De preek terugluisteren van de predikant hoort erbij, op #2. Daarna volgen activiteiten, bij wie je moet zijn, en actueel nieuws uit de gemeenschap. Sommige kerkwebsites schieten vervolgens bestuurlijk door: de kerkwebsite staat als organisatie-uiting vol details over missie, visie, allerlei zinvolle commissies, werkgroepen, contactpersonen. Maar vergeten vervolgens een iDeal-knop. Jannieke Lindhout herkent het. “Het opschrijven van de missie en visie geeft voor mij te weinig invulling aan evangelisatie of betekenis voor de maatschappelijke omgeving van een kerk.” Doe het niet, je kerkwebsite is geen vergaderclub maar een marketinginstrument: je gezicht naar buiten.

Laat mensen zien

Op dat vlak kan een kerkwebsite flink verbeteren. Een doorsnee kerkwebsite is erg op de eigen achterban gericht. Voor hen hebben we interne digitale nieuwsbrieven, het kerkbladVerder lezenHet kerkblad maken: zes tips ter verbetering en de kerkapp. Een kerkwebsite die vol extern gaat zonder het noemen van de kerkdiensten zijn gedurfde concepten, maar ze zijn er wel. Mensen uit de buurt komen niet snel in de kerk voor het zondagse evangelie, maar voor een klassiek concert, Open Monumentendag of de buurtbazar. En: mensen trekken mensen, zoals de glimlach van een baby de ouders doet glimlachen. Maak van dit inzicht gebruik op je kerkwebsite. “De uitstraling van een website loopt vaak achter op de warmte en levendigheid van een gemeente. We delen ons leven door verhalen”, zegt Lindhout. Dus laat mensen zien, interview hen en geef hun het podium op de kerkwebsite. Dat kan de slager op de hoek zijn of de scholier die in de pauze in het trapportaal zit te chillen, maar ook de gelovige bankier uit het dorp die zijn zaterdagmorgen opoffert om Nederlandse les te geven aan Oekraïnse vluchtelingen. Inspirerende verhalen trekken mensen. 

Zeven verbetertips om direct mee te beginnen

  1. Denk van buiten naar binnenIn bedrijven kennen ze het idee van 360 gradenfeedback. Je vraagt een collega wat zij/hij van jouw werk vindt. Doe eens gek, en vraag je niet-gelovige buren naar 3 dingen die ze goed en 3 dingen die ze beroerd vinden aan je kerkwebsite. Het helpt je om van buiten naar binnen te denken.
  2. Verwijder 80% van je contentIn websiteprojecten die ik begeleid, evalueren we wat er aan content op een kerkwebsite staat en wat mee kan naar een nieuwe site. Doe als Marie Kondo: neem in liefde op een KonMari-manier afscheid van materiaal dat je websitebezoekers nu niet meer helpt: verouderde informatie, alle details van de orgelpijpen, de preek uit 2004 van de voor-vorige predikant, oude downloads, activiteiten van twee jaar geleden ... Je website is geen archief. Hup, in de digitale kliko ermee.
  3. Verbeter de contentOok om de content van je kerkwebsite te verbeteren is het goed om van buiten naar binnen te denken. Jannieke Lindhout noemt een mooi voorbeeld. “Kerken kunnen hun rol pakken in het digitale domein door buurtbewoners te stimuleren een vraag te stellen die een pastoraal werker kan beantwoorden.” De kerkwebsite als vraagbaak voor levensvragen, ik vind dat een prikkelend denkbeeld. Het is een voorbeeld van hoe je een match vindt tussen de organisatiedoelen van een kerk en de taken van een websitebezoeker.
  4. Trek nieuwe mensenOnline zijn bezoekers de baas. Vinden ze niet wat ze zoeken, dan zijn ze weg. Dat wil overigens niet zeggen dat je moet draaien wat zij vragen. Integendeel. Juist door het vertalen van je unieke, christelijke waarden naar aantrekkelijke content op je kerkwebsite, trek je nieuwe mensen. Bovendien: je hoeft niet iedereen te bereiken via de website, dat is een utopie. Maar, zegt Jannieke Lindhout, “hoe mooi zou het zijn als de lokale kerk, gemeente of parochie weer het middelpunt gaat zijn van onze levensvragen. Niet omdat we het zo goed weten, maar omdat we een luisterend oor bieden.”
  5. Laat zien waar de gemeente enthousiast over isZorg dat de professionele uitstraling van je kerkwebsite overeenkomt met het innerlijk van je gemeente: waar de gemeente enthousiast over is. Denk daarbij in beelden. Huur liever een keer een goede fotograaf in voor inspirerende portretten dan je eigen houtje-touwtje kiekjes of stockfoto’s te plaatsen. (Overigens, let op met stockfoto’s. Ze zijn geen spiegel van je gemeente én kunnen worden verwijderd door de fotograaf die een tijdje later vrolijk met een rekening komt)
  6. Mobile secondHet optimaliseren van je website voor mobiel is erg belangrijk, omdat steeds meer mensen je kerkwebsite via hun telefoon opvragen. Trap niet in de valkuil vanuit mobiel een website te ontwerpen. Mobile first wordt dat genoemd. Maar dit maakt een website vaak erg functioneel en saai, want alle franjes moeten eraf. Begin gewoon op desktop en vertaal dit naar een mobielvriendelijke versie.
  7. Besteed de techniek uitBesteed de bouw en het onderhoud van je kerkwebsite uit aan professionele bureaus, tenzij je alles weet van SEO, UX/UI, wireframes, klikpaden en human centered solutions.

Prikkelende kerkwebsites

  • Sint Vitus BlaricumVrij druk visueel dat past bij een levendige parochie. Er is snel te kiezen welke route voor jou van toepassing is als bezoeker.
  • City Life Church Den HaagVlotte video-opener. Contact via WhatsApp en meertalig. Doeltreffende navigatie. Duidelijke contentstrategie.
  • Holy HubVernieuwende (of gedurfde) mix van lifestyle en zingeving. De drempel voor bezoekers om verder aan de slag te gaan met zingeving en levensvragen en vanuit die behoefte kennis te maken met geloof is een denkwijze waar veel kerken en gemeenten van kunnen leren. Het ‘instapniveau’ van de bezoeker is goed uitgedacht.
  • Move Community Move is een jonge community, gebaseerd op het beeld van reisgenoten. De website is het uithangbord van de community, met persoonlijke verhalen, welkomstcadeaus en spraakmemo’s. En inderdaad: kerkdiensten zie je er niet. 

Aanbieders kerkwebsites

Lees meer in deze serie:

Het kerkblad maken: zes tips ter verbetering

 lees verder
 
Ook jouw gemeente kan inleverpunt worden voor de Voedselbank!

Meer informatie en/of jouw kerk aanmelden als inleverpunt

Inleverpunt worden betekent dat je op een of meer momenten per week je kerkgebouw openstelt om producten van mensen uit je buurt in ontvangst te nemen voor de Voedselbank. Een prachtige manier om als kerk relevant te zijn! Kerk in Actie helpt om hiervoor PR te maken in jouw omgeving. 

Gratis materialen voor je inleverpunt

Kerk in Actie stelt gratis materialen beschikbaar die het inleverpunt in jouw kerk ondersteunen, zoals een spandoek met de gegevens van jouw gemeente en persoonlijke flyers die je in je buurt kunt verspreiden. Daarnaast zijn er posters om op te hangen in je kerk en voedseldozen om de producten in te verpakken als je ze naar je lokale voedselbank brengt. Wil je eerst meer informatie? Neem contact op met de Kerk in Actie-consulent in jouw regio.

Waarom deze actie nodig is

Het aantal aanvragen bij de Voedselbank groeit snel. Er is dus meer voedzaam eten nodig. Veel voedsel komt van bedrijven en supermarkten. Het goede nieuws is dat zij steeds minder voedsel verspillen, maar daardoor blijft er veel minder over voor de voedselbanken. De Voedselbank is volledig afhankelijk van voedseldonaties, waardoor de voedselvoorziening per week verschilt. “Met deze actie probeert Kerk in Actie de voedselbanken het hele jaar door van voedsel te voorzien”, vertelt Jurjen de Groot, directeur van Kerk in Actie. “Op sommige plekken komt veel voedsel binnen, in andere regio’s een stuk minder. Met het vaste pakket aan levensmiddelen van Kerk in Actie kunnen voedselbanken elkaar helpen door pakketten voor elkaar beschikbaar te maken.”

De Voedselbank heeft een lijstje samengesteld van producten waar het meest behoefte aan is. Dit lijstje staat ook op de flyer en de voedseldozen. 

Samen tegen armoede

Met de campagne ‘Samen tegen armoede’ komt Kerk in Actie in actie tegen de groeiende armoede in Nederland. Op korte termijn door te helpen met voedselpakketten voor de Voedselbank, op lange termijn door samen met SchuldHulpMaatje Nederland mensen te helpen uit de schulden te komen of te voorkomen dat ze daarin terechtkomen. 

Meer informatie en/of jouw kerk aanmelden als inleverpunt

Lees ook:

Tassen vol voor de Voedselbank

 lees verder
 
Doe mee met Actie Vakantietas in 2024

Rugzak vol verrassingen

Kinderen uit kwetsbare gezinnen in Nederland kunnen meestal niet op vakantie. Wanneer klasgenootjes erop uit trekken, blijven zij achter. Met de Actie Vakantietas kunnen kerkelijke gemeenten deze kinderen verrassen met een rugzak vol verrassingen voor de zomervakantie. 

Toch een leuke zomer

Kerk in Actie organiseert Actie Vakantietas dit jaar opnieuw. “Door de stijgende prijzen zal het aantal thuisblijvers deze zomer alleen maar toenemen”, vertelt coördinator Daniëlle Leder. “Wij leveren de tasjes, gemeenten vullen ze met leuke spulletjes, speelgoed, waardebonnen voor dagjes uit of cadeaubonnen. Zo kunnen kinderen toch een leuke zomer beleven, en er ook eens op uit trekken.” De spullen worden bij elkaar verzameld door gemeenteleden, maar vaak worden ook sponsoren gezocht, in de lokale samenleving. “Het is mooi dat kerken hiermee echt de diaconale samenwerking zoeken met organisaties buiten de kerk”, aldus Leder. 

Kerk naar buiten

De Protestantse Gemeente Dongen-Rijen deelde eerder 280 tasjes uit aan kinderen in de buurt. Harrie Broeders, lid van de diaconie: “Wij doen mee aan Actie Vakantietas omdat we kerk naar buiten willen zijn. Ook voor mensen buiten de gemeente willen we er zijn.” Broeders is dankbaar dat de actie veel kinderen een lichtpuntje biedt. “De reacties zijn hartverwarmend: kinderen komen naar de deur gesneld en zijn zo blij met hun rugzak. We zijn blij dat we dit aan hen kunnen geven.”

Tassen bestellen

Je kunt duurzame tasjes bestellen bij Kerk in Actie. Deze tasjes zijn gemaakt van gerecycled katoen en gerecycled polyester met trekkoorden en lange draaghengsels. Afmeting van deze tasjes is 38 x 42 cm, kleuren zijn blauw en rood. De tasjes kun je voor 1 euro per stuk bestellen via de webshop van Kerk in Actie. Bestel de tasjes en bekijk ook een stappenplan om de actie te organiseren in je gemeente.

Tasjes bestellen voor Actie Vakantietas

Lees ook:

Actie Vakantietas zorgt voor blije gezichtjes in hele land

19 aug 2022
 lees verder
 
Ds. Franc de Ronde: 'Ik beleef veel voldoening aan huisbezoek"

  • gemeentepredikant in Barendrecht, wijkgemeente Dorpskerk. Begonnen in Koudekerk aan den Rijn, vervolgens in Fijnaart, Heijningen en Standdaarbuiten
  • studeerde theologie aan de Universiteit van Utrecht en in Straatsburg
  • voelt zich verwant met de midden-orthodoxie

Hoe ervaar je je roeping?

"Ik ervaar mijn roeping steeds opnieuw. Bij het voorbereiden van de preek bijvoorbeeld realiseer ik me dat ik de gemeente verder wil helpen te begrijpen wat de oude teksten ons nu te zeggen hebben. Zoals afgelopen najaar bij de bespreking van het bijbelboek Jona, toen ik opeens besefte: dit gaat over mij, over ons: wij zijn Nineve. Ik krijg dat ook terug van gemeenteleden, dat de boodschap van het bijbelboek Jona op een nieuwe manier tot hen spreekt. In die wisselwerking wordt mijn roeping bevestigd. Ik ervaar dan dat ik op mijn plek ben."

Wat heb je nodig om met vrucht en vreugde te werken?

"Het teamgevoel met de kerkenraad en met mijn collega-predikanten. Het gevoel dat ik gesteund word, bijvoorbeeld als iemand zegt voor me te bidden bij een lastige situatie. En de afwisseling in het werk. Ik heb het nodig om allround te werken."

Hoe zorg je ervoor dat je niet opbrandt?

"Ik kan best last hebben van stress. Wat mij helpt is om echt vrije tijd in te bouwen, mijn vrije dagen te bewaken en dan iets leuks te gaan doen. Naar buiten, naar een museum, een dagje naar Antwerpen. En soms haal ik het bevestigingsformulier van ambtsdragers erbij, om te lezen wat mijn taak is. Meer dan dat hoef ik niet te doen. Dat werkt relativerend. "

Welk onderdeel van je werk doe je het liefst?

"Ik beleef veel voldoening aan huisbezoek. Ik ben nu anderhalf jaar predikant in Barendrecht, en ben nog bezig met de kennismakingsbezoeken. Ik vind het iedere keer weer heel bijzonder als mensen mij hun levensverhaal toevertrouwen, als ze vertellen wat ze met zich meedragen. Ook het uitdelen van het brood bij het heilig avondmaal vind ik bijzonder. Een eenvoudige handeling met een grote betekenis die me iedere keer weer ontroert. En een echt contactmoment met de gemeenteleden."

Welke scholing heb je voor het laatst gevolgd?

"Vorig jaar heb ik de PThU-cursus 'Van U is de aarde' gevolgd, over hoe we ons als kerkelijke gemeenten theologisch verhouden tot de aarde die we bewonen en bewerken. De Dorpskerk heeft een mooie kerktuin. Er kwam een strook vrij, waar we een project van gemaakt hebben. We laten het deels een wilde tuin zijn, een ecologische groenstrook voor insecten en andere beestjes. Het was een zinvolle cursus, en een mooi samenwerkingsproject met de werkgroep kerktuin." 

Met welke andersgelovige in je omgeving zou je graag een keer aan tafel zitten?

"Ik vind de joods-christelijke dialoog heel inspirerend, en ik had graag gesproken met rabbijn Jonathan Sacks en met de joodse filosoof Emmanuel Levinas. Dicht bij huis denk ik aan burgemeester Aboutaleb van Rotterdam. Ik zou met hem willen spreken over hoe je onvrede in je stad te lijf gaat, hoe je opkomt voor mensen aan de onderkant van de samenleving, hoe je echt iets voor hen kunt betekenen."

Welk boek, welke film of podcast raad je collega’s aan? 

"Het boek 'De tuinen van Buitenzorg' van Jan Brokken, een familiedocument waarvoor hij brieven van zijn ouders heeft gebruikt die in het toenmalige Nederlands-Indië hebben gewoond. Het boek geeft inzicht in de koloniale verhoudingen en de verschillende kanten van zending. Zending was verweven met de koloniale verhoudingen, maar de zendelingen kwamen echt op voor de lokale bevolking. Een heel interessant boek. Ook de podcast 'Leven na de groei' van Paul Schenderling wil ik noemen, over hoe je de economie anders in kunt richten. Een heel zinvolle bijdrage aan het publieke debat."

Is er een bijbeltekst die met je meegaat?

"De tekst uit Filippenzen 2 die ik meekreeg bij mijn intrede in Koudekerk aan den Rijn. Over Christus die waarlijk mens is geworden, en wat dat zegt over hoe je met elkaar omgaat in de gemeente. Die tekst spreekt me altijd weer aan."

Wat hoop je voor de toekomst van de kerk?

"Ik hoop dat de gemeenschappen hun vreugde bewaren, ook als ze kleiner worden en als de samenleving minder op heeft met het christelijk geloof. Dat ze volhouden, doorgaan, het plezier van het geloof bewaren. Ik denk dat deze hoop reëel is."

Lees meer in de online serie over voorgangers in de Protestantse Kerk:

Martijn de Jong: “Er zijn steeds weer kleine vonkjes van nieuw geloof”

 lees verder
 
Jaarthema 2024/2025: ‘Als nieuw!’

‘Als nieuw!’

‘Als nieuw! Leven in het licht van Gods Koninkrijk’ is inhoudelijk gebaseerd op het hoofdstuk ‘Van U is het Koninkrijk’ uit de visienota van de Protestantse Kerk. Scriba René de Reuver zegt daarover: “We bidden om de komst van het koninkrijk van God. Tegelijkertijd weten we door het woord van Jezus dat het koninkrijk nabij is, onder ons, hier en nu. Het is overal waar Jezus zich laat vinden en wij ons door Hem laten vinden. Dit vraagt om de levenskunst van scherp zien en onderscheiden waar het op aankomt. Zoals Paulus zegt: ‘Laat u niet overwinnen door het kwade, maar overwin het kwade door het goede.’ Deze levenshouding daagt ons uit om ‘als nieuw’ te leven. Door te bidden, te zingen, te vieren en het goede te doen voeden we deze hoopvolle levenshouding.

Concreet maken

Het jaarthema ‘Als nieuw!’ bemoedigt, maar daagt ook uit om verantwoordelijkheid te nemen voor de medemens, de schepping en de samenleving. In de materialen bij het jaarthema komen daarom de volgende concrete thema’s terug:

  • God dienen in het leven van alledag
  • Bidden, thuis en in de kerk
  • Zingen en vieren

Uit de visienota

De jaarthema’s van de Protestantse Kerk zijn gebaseerd op de visienota ‘Van U is de toekomst’. Achtereenvolgens waren de thema’s ‘Van U is de toekomst’ (2021/2022), ‘Aan tafel! Van maaltijd van de Heer naar tafel van verbinding’ (2022/2023) en ‘Ga mee! Samen getuigen van geloof, hoop en liefde’ (2023/2024).

Materialen

Rond 1 mei zijn de eerste materialen bij het jaarthema beschikbaar, zoals een bloemschikking voor Startzondag, gespreksmateriaal en een lied bij het jaarthema. Ook Sirkelslag, de Paas- en de Kerstchallenge sluiten inhoudelijk aan bij het jaarthema, net zoals de materialen rond Advent/Kerst en de Veertigdagentijd/Pasen.

 

 lees verder
 
De ‘theologische verklaring’ van Barmen (1934)

Hoe is deze geloofsbelijdenis tot stand gekomen? 

Toen Adolf Hitler op 30 januari 1933 in Duitsland aan de macht kwam, waren met name de protestanten in Duitsland in overgrote meerderheid positief en velen zelfs euforisch. De levensbeschouwelijk ‘neutrale’ republiek van Weimar was verleden tijd, eindelijk was er weer een regering ‘op de grondslag van een positief christendom’! Bij kerkelijke verkiezingen in de zomer van 1933 behaalde de ‘geloofsbeweging’ Deutsche Christen een twee derde meerderheid in de synode. Deze Deutsche Christen waren van mening dat de nationaalsocialistische ideologie naadloos aansloot op de Bijbelse boodschap, hetgeen in de praktijk betekende dat prediking en kerkelijke praktijk onderhorig werden aan de nazistaat. Een minderheid in de protestantse kerken keerde zich tegen deze vermenging van ideologie en evangelie, wat overigens niet per se inhield dat men Hitler en de nazistaat afwees en politieke oppositie vormde.

Er was Hitler veel aan gelegen om de Duitse protestantse kerken als een gesloten blok achter zich te krijgen. Andere ‘spelers’ in het publieke domein, zoals de politieke partijen en de vakbonden, werden voortvarend en probleemloos uitgeschakeld of ingelijfd, maar met de kerk zou dat veel moeilijker zijn. Daarom oefende hij op een indirecte manier druk uit op de kerken om zich samen te voegen tot één Duitse protestantse kerk, in de geest van de Deutsche Christen. De nieuw gekozen synode die begin september 1933 vergaderde, zette predikanten en andere kerkelijke functionarissen van joodse oorsprong op non-actief, wat velen in de kerk tot het besef bracht dat de belijdenis zelf in het geding was. Toen enkele maanden later, op 13 november 1933, op een grote manifestatie van de Deutsche Christen in Berlijn werd geëist dat de kerk het Oude Testament als joods boek met zijn ‘hoeren’ en ‘loonmoraal’ moest afzweren, zwol het protest daartegen sterk aan en verlieten velen de Deutsche Christen

Tegelijk werd van regeringszijde de druk op de kerk om zich aan te passen opgevoerd, met als gevolg dat een aantal protestantse kerken voor eind mei 1934 een synode in Wuppertal-Barmen bijeenriepen. Men vroeg een drietal theologen, onder wie de bekende gereformeerde professor Karl Barth, om een verklaring op te stellen die de Duitse christenheid oriëntatie zou bieden en naar de overheid duidelijkheid zou verschaffen. Hoewel de aanwezigen heel verschillend over de nieuwe nazistaat dachten – een afgevaardigde uit Beieren zat er met de gouden lidmaatschapsspeld van de NSDAP! – werd de ‘theologische verklaring’ van Barmen unaniem aangenomen. Ze werd tot het ‘Magna Carta’ van de Belijdende Kerk.

Wat is de essentie van deze geloofsbelijdenis?

De opbouw van de zes stellingen van deze ‘theologische verklaring’ van Barmen is steeds: eerst (een) bijbelwoord(en), steeds bewust gekozen uit het Nieuwe Testament – het deel van de Bijbel dat de Deutsche Christen nog wel als gezaghebbende Heilige Schrift erkenden –, daarna een daarop gebaseerde positieve belijdende uitspraak, uitlopend op een ‘nee’ tegen wat met de Bijbelse boodschap niet strookte.

Boven de eerste stelling staan woorden uit het evangelie naar Johannes: dat alleen Jezus Christus ‘de weg, de waarheid en het leven’ (14:6) mag heten, en dat niemand tot God komt dan door Hem (10:1,9). Alleen Hem hebben we in leven en sterven te vertrouwen en te gehoorzamen. Dat leidt direct tot de afwijzing van de opvatting dat de kerk daarnaast andere gebeurtenissen - zoals de machtsovername van Hitler -, machten, gestalten en waarheden als Gods openbaring zou kunnen en mogen erkennen.

De tweede stelling belijdt dat Jezus Christus, even werkelijk als Hij Gods toezegging van zijn vergeving is, ook zijn aanspraak op heel ons leven is. Hij bevrijdt ons uit de god-loze bindingen van deze wereld tot een vrije en dankbare dienst aan zijn schepselen. Er zijn geen terreinen in ons leven waar we niet aan Jezus Christus maar aan andere heren zouden toebehoren. We mogen de staat of wie of wat dan ook geen eigen speelruimte buiten Gods openbaring toekennen, met eigen wetten. Nergens kunnen we zonder de rechtvaardiging en heiliging door Jezus Christus.

Men heeft wel gezegd dat deze ‘theologische verklaring’ van Barmen de mogelijkheid open liet om tegelijk belijdend christen en nationaalsocialist te zijn. Maar al spreekt de synode niet in directe zin politiek, tegelijk is het zo dat Barmen iedere totalitaire staat in het hart treft. Voor het nationaalsocialisme was het wezenlijk dat de gehoorzaamheid aan Hitler boven alles ging. Daar ging in Barmen een streep doorheen.

De ‘theologische verklaring’ van Barmen mocht van de meerderheid geen ‘belijdenis’ heten. Toch valt moeilijk te ontkennen dat ze dat wel degelijk was. De kerk verwoordde er eenvoudig en ondubbelzinnig in wie Jezus Christus vandaag voor ons is, om het vervolgens aan de heilige Geest over te laten om de mensen ertoe te brengen in echte vrijheid te doen beseffen wat dat concreet betekent, en daar dan ook in de praktijk ernst mee te maken. 

De aanleiding tot de vorming van een ‘Belijdende Kerk’, namelijk het verwijderen van christenen van joodse origine uit kerkelijke ambten en functies, ontbreekt helaas in de ‘theologische verklaring’ van Barmen. Ze is erin geïmpliceerd, maar ze had ook benoemd moeten worden. Tegelijk gebiedt de nuchterheid te erkennen dat er dan naar alle waarschijnlijkheid geen ‘theologische verklaring’ van Barmen tot stand zou zijn gekomen.

Hoe klinkt deze geloofsbelijdenis door in het huidige kerk-zijn?

In ons land heeft de ‘theologische verklaring’ van Barmen een aantal hervormde theologen ertoe gebracht om in 1939 de zgn. ‘Amersfoortse stellingen’ te formuleren, waarin men een stap verder ging dan Barmen, in die zin dat men het kwaad van het antisemitisme helder benoemde en afwees. 

Na de Tweede Wereldoorlog heeft de belijdenis van Barmen inhoudelijk in vele landen en kerken doorgewerkt. Ze heeft christenen geholpen om in politiek opzicht nieuwe wegen te gaan, positief-kritisch mee te werken aan de opbouw van de samenleving. Daarnaast heeft de structuur van de belijdenis van Barmen christenen als een soort ‘format’ gediend voor concrete belijdenissen en stellingnames, zoals de Belijdenis van Belhar in Zuid-Afrika (1986) en de oproep van een groot aantal theologen uit onder meer Oekraïne en Rusland tegen de ideologie achter de Russische inval in Oekraïne. Ook de Protestantse Kerk in Nederland erkent in haar kerkorde ‘de betekenis van de Theologische Verklaring van Barmen voor het belijden in het heden’.

Wat je ook nog moet weten over deze geloofsbelijdenis …

Barmen heeft van begin af aan onder vuur gelegen, met name van de kant van de lutheranen. Barth zelf grapte naderhand dat, terwijl de ‘lutherse kerk’ – daarmee doelde hij op de andere leden van het voorbereidingsgroepje, de lutheranen Hans Asmussen en Thomas Breit – had geslapen, de ‘gereformeerde kerk’ de stellingen op papier had gezet. Dat deze ‘theologische verklaring’ zo kon worden ingediend was overigens ook en nog meer te danken aan het feit dat de strikte lutheraan Hermann Sasse, die ook was aangewezen voor de voorbereidingsgroep, door ziekte niet in staat was aan het voorbereidend overleg deel te nemen. In augustus 1933 had hij al samen met Dietrich Bonhoeffer een proeve van belijdenis – het ‘Betheler Bekenntnis’ – geschreven, waarin wél over de joden werd gesproken. Sasse was wel aanwezig op de synode van Barmen, maar had er bezwaar tegen dat de synode met de ‘theologische verklaring’ in feite een belijdenis deed uitgaan. Hij verliet de synode vóór de stemming, om niet de unanimiteit te schaden. 

Lees meer in de serie 'Belijdenissen afgestoft':

De Nederlandse Geloofsbelijdenis

 lees verder
 
Waar gaat de ambtsdiscussie in de Protestantse Kerk eigenlijk over?

De Protestantse Kerk heeft 1470 gemeenten. Dat zijn lokale kerken. De meeste gemeenten hebben een voorganger. Vaak een predikant, soms een kerkelijk werker, soms meerdere predikanten of een combinatie van een predikant en kerkelijk werker.

Kerkdiensten leiden, dopen en avondmaal

Een predikant is een theoloog die is opgeleid aan een universiteit. Na de predikantsopleiding mag hij of zij een kerkdienst leiden, mensen dopen en het avondmaal bedienen. 

Een kerkelijk werker is een theoloog die is opgeleid aan een hbo-instelling. Hij of zij heeft niet de bevoegdheid om voor te gaan in een kerkdienst. Die bevoegdheid kunnen ze via de classis, een regionale onderverdeling in de Protestantse Kerk, aanvragen. De manier waarop die bevoegdheid wordt gegeven verschilt per classis.

Arbeidspositie

De arbeidspositie van predikanten is goed geregeld. Zij hebben meteen een ‘vast contract’ en een duidelijke salarisopbouw gedurende hun loopbaan.De arbeidspositie van kerkelijk werkers is op papier ook goed geregeld, maar wordt in de praktijk door gemeenten regelmatig niet goed toegepast. Kerkelijk werkers hebben bijvoorbeeld vaak tijdelijke contracten met weinig uren. Daarnaast verdienen zij minder dan predikanten.

Afnemende aantallen

Het aantal gemeentepredikanten neemt in de komende jaren met 38 procent af. Dit komt doordat een groot aantal predikanten binnenkort met emeritaat (pensioen) gaat. Deze daling is groter dan het aantal nieuwe mensen dat zich geroepen voelt om predikant te worden. Hetzelfde geldt voor kerkelijk werkers. Dat aantal neemt de komende jaren met 21 procent af. 

De daling van het aantal predikanten en kerkelijk werkers gaat sneller dan de krimp van de kerk. Daardoor zijn er in 2030 niet voldoende voorgangers meer voor het aantal geloofsgemeenschappen binnen de Protestantse Kerk. (En dan is de droom van groei nog buiten beschouwing gelaten …)

Niet voldoende geld

Veel gemeenten geven de voorkeur aan een predikant als voorganger. Van veel gemeenten nemen echter de financiën af door het teruglopende aantal leden en/of minder opbrengsten via Actie Kerkbalans. Dat betekent dat zij steeds vaker niet voldoende geld hebben om een fulltime predikant aan te nemen. Zij zouden misschien samen met een andere gemeente een predikant kunnen beroepen, maar ze kunnen ook denken aan een kerkelijk werker als voorganger. Een kerkelijk werker heeft een hbo-bachelor theologie en is dus niet academisch opgeleid. Dat is de reden dat hij of zij over het algemeen een lager salaris heeft dan een predikant en daarmee goedkoper is voor een gemeente. Maar een kerkelijk werker heeft niet automatisch de bevoegdheid om voorganger in kerkdiensten te zijn. 

Pioniersplekken

Naast alle (wijk)gemeenten telt de Protestantse Kerk inmiddels ruim 150 pioniersplekken en kerngemeenten. De initiatiefnemers van deze plekken zijn niet altijd theoloog. Ook past een academisch geschoolde predikant lang niet altijd bij zo’n nieuwe vorm van kerk-zijn. Wat doe je dan als mensen de behoefte hebben om gedoopt te worden of als men samen het avondmaal wil vieren? De oplossing is nu dat een pionier bij uitzondering de bevoegdheid krijgt om te dopen en het avondmaal te vieren, alleen voor de pioniersplek. Een kerkelijk werker - pionier - met de bevoegdheid om te dopen en het avondmaal te bedienen zou hier een oplossing kunnen zijn.

Conclusie

Al deze feiten bij elkaar maakt dat de generale synode - het landelijk bestuur - al een aantal jaren over het volgende nadenkt:

  • De waarde van een academisch geschoolde voorganger blijft. Dat staat niet ter discussie. Om het dreigende tekort aan predikanten te keren, wordt sterk ingezet op het werven van studenten theologie en ‘late roepingen’: mensen die op latere leeftijd de roeping ervaren om predikant te worden en daarom theologie gaan studeren. 
  • Het toevoegen van de rol ‘pastor’ in de Protestantse Kerk: een hbo-theoloog die de bevoegdheid heeft om een kerkdienst te leiden en de sacramenten (doop en avondmaal) te bedienen. Hij of zij kan dus volwaardig voorganger worden van een gemeente of pioniersplek. Er wordt over nagedacht welke opleiding deze hbo-theoloog zou moeten volgen, bijvoorbeeld een hbo-master.
  • Het verbeteren van de positie van kerkelijk werkers door duidelijke profielen te creëren, zoals die van jeugdwerker, ouderenwerker, pastoraal werker en pionier. Daarnaast wordt gezocht naar de verbetering van hun rechtspositie: een duidelijker toepassing van de regelingen en het mogelijk maken van grotere contracten. 

Door deze diversiteit aan te brengen wil de Protestantse Kerk ervoor zorgen dat in de toekomst iedere geloofsgemeenschap de juiste voorganger kan vinden.

Lees ook:

‘De gemeente ziet ons als een team dat elkaar aanvult’

14 nov 2023

In dit dossier is de voorgeschiedenis van de ambtsdiscussie te lezen

 lees verder
 
Vasthouden aan beleid of doen wat er op je pad komt?

Lang niet alle diaconieën hebben een beleidsplan, zien Jojanneke Dekker en Evelien Vrolijk. Of het is er wel, maar het is niet up-to-date. Of het ligt in een la. “Een beleidsplan past ook niet bij alle diakenen”, merkt Dekker. “Vaak zijn het doeners. Sommige diaconieën schrijven een beleidsplan omdat het moet, maar of ze er veel mee doen…?” Een jaarplanning, die zien Dekker en Vrolijk vaker voorbij komen. Die loopt dan van september tot juni, het kerkelijk seizoen. Het collecterooster staat daarop, en activiteiten die de diaconie organiseert, zoals een bijvoorbeeld een kledingbeurs of een inzameling voor de Voedselbank Pijl naar beneden Is jouw gemeente al inleverpunt voor de voedselbank?. Handig om dat op een rijtje te hebben, want dan zie je precies waar je vrijwilligers bij nodig hebt.

Ruimte en energie

“Zo’n jaarplanning is praktisch, maar zegt niets over de focus die je als diaconie kiest”, zegt Vrolijk. “Juist daar heb je beleid voor nodig. Wil je bijvoorbeeld van betekenis zijn in je directe omgeving? Of staat jouw kerk in een goede buurt en wil je een armere wijk steunen? Welke verhouding binnenland/buitenland kies je? Als je dat helder hebt, weet je: we doen dit, dus dan doen we niet ook nog dat.” Natuurlijk hoort er meer in een beleidsplan: hoe kom je mensen in armoede op het spoor, hoe ben je als diaconie benaderbaar, wat doe je met je geld: beleggen of uitgeven? Dat soort dingen. Dekker: “Een beleidsplan lijkt misschien beperkend, maar het geeft juist ruimte en energie. Je weet waarom je dingen doet en dat levert tijd op. Als je goed beleidsmatig werkt, ben je bijvoorbeeld veel minder tijd kwijt met de post. Je hebt een kader en hoeft dus niet bij elk verzoek te denken: doen we dit wel of niet?” 

Een diaconaal beleidsplan staat niet op zichzelf. Het moet onderdeel zijn van het totale beleid van een gemeente. Dekker: “Bij gemeenten die voor een diaconale identiteit kiezen is dat niet zo ingewikkeld, maar uiteindelijk hoort diaconaat tot de kern van élke gemeente. Het is deel van de goede boodschap en dus deel van wie je bent. Niet alleen diakenenVerder lezenWat zijn de taken van een diaken? maar alle gemeenteleden zijn geroepen tot diaconaat, net zoals Christus was en deed. Als diaconieën al volgens een beleidsplan werken, dan zien we nog te vaak dat het een opzichzelfstaand iets is.” Is je diaconaal beleid onderdeel van een groter beleid, dan is er meer draagvlak en kun je meer impact maken. Je voelt je als diaconie deel van het geheel en je krijgt je verhaal gemakkelijker voor het voetlicht. 

Samen optrekken

Dekker en Vrolijk hebben wel een paar tips voor diakenen: “Neem minimaal 1 keer per jaar goed de tijd om met elkaar in gesprek te gaan. Plan een heidag en bespreek waartoe jullie diaconie geroepen is op de plek waar jullie kerk zijn. Het praktische werk dat daaruit voortvloeit, gaat dan zoveel beter. Het diaconale werk is dan iets van samen, en dat geeft energie. Wees wél realistisch. Vrolijk: “Ik ken een diaconie die zo’n heidag had georganiseerd. Er werd van alles bedacht en aan het eind van de dag werden de taken verdeeld. Wat niet werd opgepakt, werd uit het beleidsplan geschrapt. Met andere woorden: durf te kiezen. Dan maar een keer geen kerstgroeten. Kerken krimpen, diaconieën ook. Dat is pijnlijk, maar zie het onder ogen en kijk of je kunt samenwerken. Wil je iets doen met vluchtelingen? Je kunt dat vanuit je eigen kerk doen, maar je kunt ook contact opnemen met Vluchtelingenwerk en kijken hoe je samen kunt optrekken. Wat kan jouw gemeente doen wat nog niet wordt gedaan?” Dekker: “Wij zeggen ook tegen diakenen: doe wat bij je past en waarin jij iets te geven hebt. Ben je nieuw, is de penningmeester net vertrokken en wordt er verwacht dat jij die taak overneemt? Misschien ben je veel beter in iets anders. Het maakt een diaconie sterker als iedereen vanuit zijn kracht werkt. Vergeet daarbij niet dat het niet altijd om dóen gaat. Soms is het ook belangrijk dat je er gewoon voor iemand bént.” 

Vind je het lastig om een goed beleid te maken? Daar weten Dekker en Vrolijk wel iets op: misschien zit er een bestuurder in je gemeente die het leuk vindt om een mee te denken. Of misschien ken je een diaconie uit een dorp verderop die het goed voor elkaar heeft en tips wil delen. Je classispredikant kan hierbij adviseren. 

Noodhulp

Het is helder: Dekker en Vrolijk pleiten voor werken volgens een diaconaal beleidsplan dat is ingebed in het totale beleid van de gemeente. Maar, zeggen ze, wendbaarheid is heel belangrijk. Dat kan zich uiten in het reserveren van een bedrag voor noodhulp, maar ook heel praktisch. “Toen de oorlog in Oekraïne uitbrak, kon er opeens van alles. Er werden gebouwen gevonden, mensen gemobiliseerd, spullen ingezameld. Als er nood is, moet je daarop kunnen inspelen. Het blijft fijn als je er al over hebt nagedacht hoe je dat doet. Je kunt gemakkelijker in actie komen als je je niet eerst nog hoeft voor te stellen aan de burgemeester.”

 lees verder
 
Martijn de Jong: “Er zijn steeds weer kleine vonkjes van nieuw geloof”

  • opleiding hbo theologie op de Christelijke Hogeschool Ede
  • werkt sinds 2020 als buurtpastor bij de kerngemeente Geloven in Spangen. Daarnaast is hij pionierbegeleider bij de IZB en heeft hij een designstudio voor non-profits, pioniersplekken en kerken. Daarvoor was hij jongerenpastor in Alphen aan den Rijn.
  • voelt zich verwant met de hervormde en protestantse stromingen binnen de kerk, maar voelt zich door zijn werk thuis in de hele breedte.

Hoe ervaar je je roeping?

“Ik voel me een klein onderdeel van een grotere gemeenschap die geroepen is om God beter te leren kennen en te delen met de mensen om haar heen. Daarvoor zet ik graag mijn talenten in. Daarnaast ervaar ik mijn roeping ook in mijn eigen bedrijf als designer en de opdrachten die ik uitvoer voor christelijke organisaties in de non-profitsector. Goed nieuws heeft een goed verhaal nodig. Ik help mensen om dat te kunnen vertellen. Verder ondersteun ik onze stichting Geloven in de wijk in Spangen in communicatie en relatiebeheer. Afgelopen jaar hebben we 550 kerstpakketten uit kunnen delen met deze opbrengsten van particuliere gevers. Kortom, ik heb een driedubbele droombaan.”

Wat heb je nodig om met vrucht en vreugde te werken?

“Het geeft me vreugde als ik de vrucht zie van mijn werk. Daarin kan juist het kleine groots zijn. Een vrouw uit de wijk die haar hele leven niet naar de kerk is geweest, komt met haar dochter naar onze vieringen. Ze vertelde me dat ze zich sindsdien rustiger voelt. En een man die zegt niet te geloven, zei me dat hij zich door mijn preken een beter mens voelt. Als ik dat soort dingen hoor, kan ik weer een tijd vooruit.”

Hoe zorg je ervoor dat je niet opbrandt?

“Ik start en eindig mijn dag altijd met iets wat niet aan werk gerelateerd is. Ik begin de dag met de lezingen uit het Anglicaanse leesrooster, en daarna ga ik naar de sportschool. Hoe laat een vergadering ‘s avonds ook afgelopen is, ik probeer altijd de dag in rust los te laten. Dat kan door het lezen van een boek, het kijken van een serie met mijn vrouw of door een wandelingetje te maken.”

Welk onderdeel van je werk doe je het liefst?

“Preken maken en houden vind ik erg mooi. Ik kan er echt van genieten als datgene wat ik opdiep uit een bijbelgedeelte op zondag ook echt overkomt in de dienst. De spontane momenten met de gezinnen en kinderen in de wijk zijn ook een onderdeel van mijn werk dat ik niet zou willen missen.”

Welke (na)scholing heb je voor het laatst gevolgd?

“Vijf jaar geleden heb ik de cursus ‘aanvullende homiletische en liturgische vorming’ gevolgd, twee jaar later de cursus ‘doop en avondmaal’ voor het bedienen van sacramenten. Daarnaast volg ik trainingsdagen via de IZB en heb ik een externe coach/supervisor die met mij optrekt.”

Met welke andersgelovige in je omgeving zou je graag eens om de tafel gaan?

“In Spangen wonen mensen van 85 verschillende nationaliteiten, het overgrote deel heeft een niet-westerse migratieachtergrond. Ik spreek daarom bijna dagelijks met andersgelovigen. Ik zou wel eens in gesprek willen met iemand die voor mij op afstand staat, geografisch, politiek of qua levensvisie. Het zou voor mij een uitdaging zijn om me in te leven in iemand met een heel ander beeld van de wereld dan ik.”

Welk boek, welke serie, film of welke podcast raad je collega’s aan?

“Ik ben gecharmeerd van het werk van Tomáš Halík. ‘De nacht van de biechtvader' vind ik een van de mooiste boeken die hij geschreven heeft. Hij zet daarin bepaalde thema’s uit de Bijbel en de christelijke traditie op een heel andere manier neer. De betekenis is daardoor niet weg, maar wordt verdiept. Het lezen ervan geeft ruimte en vrijheid om op andere manieren naar God, naar mensen en naar mezelf te kijken.”

Is er een bijbeltekst die met je meegaat?

“De tekst in Handelingen 17:28: ‘Want in Hem leven wij, bewegen wij en zijn wij.’ (NBV21) Dat is onze trouwtekst, maar ook een tekst waarin ik heel veel ruimte zie om na te denken over wie God is en wie ik ben, en ook ruimte om het niet altijd zeker te weten hoe het allemaal zit. Er wordt ook gezegd dat we God al tastend vinden. God is niet ver weg van ons, maar Hij is de diepte van het leven zelf.”

Wat hoop je voor de toekomst van de kerk?

“Dat we op een liefdevolle manier steeds wegen vinden en oude wegen bewandelbaar houden om samen een voorproef van Gods koninkrijk te zijn. De kerk heeft allerlei vormen en dimensies: sommige zitten in een neergaande beweging, op andere plekken poppen juist kleine vonkjes op en ontstaat er nieuw leven en nieuw geloof. Ik hoop dat we dat steeds kunnen blijven zien en aanwakkeren. Dat we niet de moed verliezen, maar hoopvol blijven. Het gaat niet om aantallen, maar om harten van mensen.”

Lees meer in de online serie 'Wie zijn onze voorgangers?':

 lees verder
 
Het begin van de dienst zet de toon

Wat ooit als een informeel begin van de eredienst is bedoeld, heeft in de loop der jaren vaak een vaste vorm gekregen. Het welkomstwoord is een ritueel op zichzelf geworden, met wekelijks terugkerende elementen. Daarmee is het juist weer formeel geworden. Natuurlijk doet het de mensen goed wanneer zij welkom geheten worden. Het geeft een vertrouwd gevoel van thuiskomen. 

Kerkdienst is Godsontmoeting

Mensen komen naar de kerk om elkaar en God te ontmoeten. Maar wat de kerkdienst onderscheidt van allerlei andere sociale activiteiten, is dat in de kerkdienst de gelovige gemeente haar God ontmoet. Er is een ‘verticaal’ aspect in het spel, we zijn gericht op boven. Het is van belang hoe je de kerkdienst begint, want het begin van de dienst zet de toon.

Als de dienst met een ‘welkom’ begint, is het de kerkenraad die, bij monde van de ouderling, de gemeente begroet. Dat is een ‘horizontaal’ begin, alsof de kerkenraad de dienst heeft georganiseerd voor de gemeenteleden. Het ‘We wensen u een gezegende dienst’ onderstreept dat nog eens. Het klinkt als ‘Eet smakelijk!’ Alsof de gemeente gaat consumeren wat de kerkenraad haar voorschotelt.

De eredienst is niet een door de kerkenraad georganiseerde activiteit die door de kerkgangers wordt afgenomen en (al dan niet) genoten. De eredienst is het antwoord van mensen die zich geroepen voelen samen te komen om te danken voor Gods genade. Zij willen Hem ontmoeten. Het begint bij de genadevolle dienst van God aan de mensen. Kerkgangers komen niet om de kerkenraad te begroeten, maar om in het godshuis de eigenlijke Gastheer te ontmoeten, in Schrift, gebed en lied.

Wanneer begint de dienst?

In kerken waar de kerkdienst met een welkom begint, alsof de vergadering wordt geopend, lijkt het net alsof de ‘officiële’ dienst na dit informele toespraakje begint, hetzij met een lied, hetzij met de handdruk aan de voorganger. Het laatste kan de beleving oproepen dat de voorganger dan het ‘lijntje naar boven’ moet leggen, nadat de mensen elkaar eerst horizontaal begroet hebben. Daarmee krijgt de voorganger een te grote taak. Want is het, zeker in de protestantse traditie, niet zo dat niet de voorganger maar juist de gemeente als geheel direct in contact staat met haar God? De voorganger kan, met de andere aanwezige ambten, wel de weg wijzen maar bemiddelt niet. Dat is de taak van de gemeente zelf.

Hoe kan het anders?

Als het de intentie is om kerkgangers persoonlijk het gevoel te geven dat ze welkom zijn, dan kunnen kerkgangers bij binnenkomst van het gebouw door de ‘deurdienst’ welkom geheten worden en eventueel de weg gewezen. Daarmee worden ze nog persoonlijker benaderd dan wanneer ze goed en wel gesetteld als groep worden aangesproken.

Om te benadrukken dat het niet in de eerste plaats om een sociale of consumptieve activiteit gaat – in tegenstelling tot een concert of de soos – maar om de ontmoeting van de gemeente met de Gastheer van het godshuis, is er een oude traditie in de kerk om de allereerste publiek gesproken woorden niet ‘Goedemorgen gemeente’ te laten zijn, maar ‘Onze hulp is in de naam van de Heer die hemel en aarde gemaakt heeft’. Dat is een heel ander startschot, waarin de gemeente meteen in haar rol van geloofsgemeenschap wordt gezet en niet eerst in de watten gelegd wordt met een warm welkom, ‘Fijn dat u gekomen bent’. Kerkgangers kunnen er namelijk met heel verschillende gevoelens zitten, die zij liever met God alleen delen. Daar zou niemand zich aan het begin tussen moeten dringen.

Midden in de dienst

Maar waar plaats je dán de mededelingen? Het is überhaupt de vraag of je de kerkdienst moet beginnen met een vaste lijst aan mededelingen. Welbeschouwd heeft het iets merkwaardigs in zich om die buiten (‘voorafgaande aan’) de dienst te plaatsen. Wie voorganger, organist en koster zijn, kan eventueel via de beamer of op het liturgieblad bekendgemaakt worden. Maar de dienst aan de wereld – collectedoelen, bloemen, doordeweekse activiteiten – moet eigenlijk volop verbonden zijn met de dienst aan God. Daarom laten zij zich graag midden in de dienst aankondigen, het liefst vóór de voorbeden. Waarom? Dan kan de voorganger meteen collectedoel en pastoralia meenemen in die gebeden. Wel zo praktisch.

----

Twee voorbeelden uit het land

In de Maranathakerk in Den Haag is het begin van de dienst gericht op verstilling en inkeer. Er klinkt geen orgelspel vooraf. Nadat predikant en ambtsdragers zijn binnengekomen, klinkt een kort woord van welkom. “Daarbij wordt het moment van het kerkelijk jaar benoemd”, vertelt ds. Mark van der Laan, “en noemen we de namen van gemeenteleden die korter of langer geleden zijn overleden, met wie we ons verbonden voelen. Elke zondag. Dat draagt ook bij aan verstilling.” Vervolgens klinkt orgelspel, waarna de kaarsen worden aangestoken onder klokgelui. “Het heeft wel iets van de sfeer van een kloosterkapel”, vindt Van der Laan. De praktische mededelingen vinden plaats voor de collecte. 

In de Martinikerk in Groningen klinkt voor aanvang van de Martinidiensten, oecumenische vieringen voor student en Stadjer, orgel- of pianospel. “Om een meditatieve sfeer te creëren”, vertelt Hans van der Veen van de stuurgroep Martinidiensten. Daarna is het een korte minuut stil. “Die stilte ‘valt’ echt in de ruimte. Iedereen komt druk binnen, vanuit een gehaast leven. De stilte markeert de overgang naar de inkeer in jezelf: je lijf en gedachten tot rust brengen, bewust dingen aan de kant leggen.” De mededelingen worden ‘op de meest logische plek’ gedaan: voor de collecte of voor de voorbeden. Mededelingen over bijvoorbeeld activiteiten staan op de gedrukte orde van dienst.

 lees verder