Tien tips voor de Nationale Herdenking op 4 mei

Hoe kan uw gemeente meedoen?

1. Geef op zondag 5 mei in uw eigen kerkelijke gemeente aandacht aan de Tweede Wereldoorlog. Zoek hiervoor bijvoorbeeld naar lokale geschiedenis (plekken en verhalen). Geef ze een plek in de kerkdienst of tijdens een speciaal ‘herdenkingsprogramma’ daarna. Of laat mensen in de kerk die de oorlog hebben meegemaakt daar onder ‘leiding’ van een interviewer over vertellen, tijdens de dienst of een speciaal ‘herdenkingsprogramma’ daarna.

2. Dit jaar is het 74 jaar geleden dat Nederland bevrijd werd. Daar mogen we dankbaar voor zijn. Tegelijkertijd zijn er miljoenen mensen wereldwijd die niet in vrijheid leven. In Syrië lijden bijvoorbeeld miljoenen mensen onder de burgeroorlog die al meer dan zeven jaar duurt. Daarom heeft Kerk in Actie op zondag 5 mei 2019 een speciale bevrijdingscollecte voor de mensen in Syrië die niet in vrijheid leven. Uw gemeente kan deze collecte uiteraard ook houden.

3. Ga op zoek naar joods leven in de omgeving. In veel plaatsen was er vóór de oorlog een joodse gemeenschap. Vertel hun verhaal in of na de dienst op 5 mei, en herdenk op deze wijze de joodse slachtoffers van de shoah.

4. Organiseer een wandeling, bijvoorbeeld op zaterdag 4 of zondag 5 mei, naar concrete plekken in uw woonplaats die een rol hadden in/een link hebben met de Tweede Wereldoorlog. Denk aan stolpersteine (struikelstenen), gebouwen, een monument.

5. Hoe legt u de Dodenherdenking uit aan een kind? En wat doet u om 5 mei een gedenkwaardige dag te laten zijn voor kinderen? Lees deze zeven tips om met kinderen stil te staan bij 4 mei en bekijk de drie werkvormen die passen bij Bevrijdingsdag.

6. Bekijk het Rotterdamse project 'Jij hoort in onze klas,' waarbij schoolkinderen de levens van joodse kinderen die de Tweede Wereldoorlog niet hebben overleefd in kaart brengen. Misschien is een soortgelijk project in uw omgeving ook mogelijk.

7. Organiseer, samen met andere kerken en organisaties in uw woonplaats, een vrijheidsmaaltijd. Kijk hier hoe u zo’n maaltijd organiseert.

8. Leer van de oorlog. Zie dit bijzondere project in Winterswijk.

9. Waarschijnlijk is dit op de meeste plekken in Nederland al het geval, maar mocht dat niet zo zijn, sluit dan als kerk aan bij de plaatselijke herdenking van 4 mei. Kijk waar de kerk een aanvullende rol kan spelen, bijvoorbeeld in het organiseren van een (gebeds)bijeenkomst voorafgaand aan de herdenking. Wordt plaatselijk geen herdenking gehouden, neem dan als kerk het initiatief om een herdenking te organiseren. Zoek partners, zoals andere kerkgenootschappen, de burgerlijke gemeente en scholen.

10. Kijk op de website van 4 en 5 mei voor meer informatie en inspiratie.

Een extra tip:

De Raad van Kerken heeft liturgisch materiaal ontwikkeld voor de herdenkingen en vieringen op 4 en 5 mei.

 »lees verder»

 

Preken in het buitenland

Oostenrijk

Voor de Nederlandstalige zomerkerkdiensten in Maishofen (Oostenrijk) wordt er gezocht naar mannelijke predikanten of evangelisten die in deze omgeving op vakantie zijn en zouden willen voorgaan. Het gaat om de periode 7 juli tot en met 25 augustus. U kunt mailen naar info@apartmentswaldemar.at voor tijden en meer informatie.

Spanje, Portugal en Turkije

Ook de IPNZE (Interkerkelijk Pastoraat onder Nederlanders in Zuid-Europa) is nog op zoek naar nieuwe predikanten, voor een periode van twee tot drie maanden. IPNZE ondersteunt vanuit Nederland twaalf Nederlandstalige gemeenten in Spanje, Portugal en Turkije. In deze gemeenten worden wekelijks Nederlandstalige interkerkelijke kerkdiensten gehouden.

Geïnteresseerde predikanten kunnen solliciteren via de website van de IPNZE; de gemeenten beslissen vervolgens zelf wie ze uitnodigen. Meer over de IPNZE vindt u op http://www.ipnze.nl/. Op http://www.ipnze.nl/predikanten/solliciteren/ kunt u de criteria voor predikanten vinden. Er wordt een leeftijdsgrens van 73 jaar gehanteerd.

Zuid-Frankrijk

Liever wat vrijblijvender? In Anduze in Zuid-Frankrijk worden elke zomer verschillende predikanten gezocht voor een preekbeurt in het kerkgebouw Le Grand Temple de l’Eglise Réformée Evangèlique. Voor 11 en 18 augustus zoeken ze nog een predikant. Alles over de kerkdiensten in Anduze vindt u op www.kerkdienstinanduze.nl. Geïnteresseerde predikanten kunnen contact opnemen via info@kerkdienstinanduze.nl.

Liever onder het gehoor zitten?

De website www.kerkdienstenbuitenland.nl biedt een overzicht van Nederlandstalige en plaatselijke kerkdiensten in heel Europa.

 »lees verder»

 

Vakantieboekje Op reis met Petrus: Vraag nu gratis aan!

Op vakantie gaan is een prettig vooruitzicht! Tijd voor ontspanning, een boek lezen, een puzzel maken, spelletjes doen én een nieuwe omgeving verkennen. Een heerlijke tijd om er tussenuit te zijn. Even weg uit de vertrouwde omgeving, nieuwe wegen ontdekken.

In dit vakantieboekje vindt u voor iedere dag een bijbeltekst over geloof, hoop of liefde. Zo ontdekt u 28 dagen lang het goede verhaal dat de Bijbel ons wil vertellen. Daarnaast is er voor iedere dag een vraag om over na te denken of een oproep om zelf aan de slag te gaan.

U kunt een gratis exemplaar van het vakantieboekje Op reis met Petrus aanvragen via www.protestantsekerk.nl/vakantieboekje.

Het vakantieboekje bestellen voor uw gemeente

Misschien wilt u als kerk uw gemeenteleden verrassen met een vakantieboekje. Op reis met Petrus kost vanaf twee en meer exemplaren 0,50 eurocent per stuk en is te bestellen via de webwinkel van de Protestantse Kerk. Vanaf half juni a.s. wordt het boekje naar u toegestuurd.

Vraag het vakantieboekje gratis aan



 »lees verder»

 

Hoe een vraag van de diaconie aan de school een hele wijk in beweging zet

Contact is er altijd geweest tussen de Protestantse Ontmoetingskerk en basisschool de Piramide. De panden huizen naast elkaar en toen de school werd verbouwd, huurde de school een ruimte in de kerk voor de speel-o-theek, ouderbijeenkomsten en koffie-ochtenden. Diaken Immy Nieboer hoorde vanuit een missionaire cursus inspirerende voorbeelden van kerken die samenwerkingen zochten met scholen. Denk aan huiswerkbegeleiding. “Op De Piramide was geen huiswerkbegeleiding nodig, maar werd de vraag gesteld of we wilden knutselen met de kinderen.”

Breien, punniken, schilderen en knutselen

"De basisschool vond onze vraag of we als gemeente iets voor hen konden betekenen, heel leuk. In de klas werd niet zo veel geknutseld, maar de kinderen hadden er wel behoefte aan. Onder leiding van de (toenmalige) jeugdwerker werd er op woensdagmiddag een knutselsactiviteit georganiseerd. Twee keer in het schoolgebouw en tweemaal in een van de kerkzalen."

Seizoensknutsels

"Vanuit de gemeente is er een oproep gedaan en tal van ouderen waren enthousiast om te helpen. Gemeente en school werden verrast door het succes. Het duurde niet lang of de groep paste niet meer in een klaslokaal. Inmiddels worden de voorbereidingen van de knutselmiddag gedaan door de diaconale werker en een vrijwilliger (voormalige lerares). In het najaar hebben de kinderen vogelhuisjes gemaakt van melkpakken, ze maakten uiltjes van dennenappels en versierden jampotjes. Ze knutselen steeds vier weken, dan enkele weken pauze, om daarna weer te starten."

Sneeuwbaleffect

De school staat midden in de multiculturele wijk Schalkwijk, met een diversiteit aan bewoners. De kinderen betalen € 1,- voor de activiteit. De moeders komen ook mee, omdat het een ouder-kindactiviteit is. Veel moeders van Turkse en Marokkaanse afkomst knutselen enthousiast mee. Ze helpen de kinderen tijdens het knutselen, ruimen mee op en er wordt heel wat afgekletst. Immy: “We merken dat de moeders behoefte hebben aan ontmoeting, ze genieten ervan om samen met hun kinderen bezig te zijn. Opvallend is dat ze ook heel graag leren knutselen. En wat ze leren, pakken ze ook thuis op. Ze maken dan nog een vogelhuisje van een pak melk en wat knijpers.

Vrouwen koken voor ouderen

Louiza El Aichi en Marja Stam, werkzaam op de basisschool, geven taallessen en zetten zich in voor de vrouwen in de wijk. Zij kwamen met het voorstel om een kookactiviteit te organiseren voor de ouderen in de wijk. Immy: “Dat soort ideeën omarmen we vanuit de diaconie natuurlijk! We hebben een dag afgesproken en de vrouwen hebben heerlijk gekookt voor zo’n vijftig senioren in de wijk. We zaten met elkaar aan een lange tafel, het was gezellig en we hebben gesmuld."

Brede samenwerking

Immy: “Het is bijzonder om te merken dat we als kerkgemeenschap vergrijzen, maar er op onverwachte wijze moeders op ons pad komen die van alles willen doen. Maar dit soort initiatieven gebeuren niet allemaal gelijk. Tijdens het project 'Week van het geloof' hebben de kleuters van basisschool De Piramide een rondleiding door de kerk gekregen en uitleg bij het doopvont en de paaskaars. Kortom, de kerk was vertrouwd terrein voor ze. We werken al jaren vanuit relaties. En als kerk zoeken we ook samenwerking op het diaconale vlak, met de Marokkaanse Vereniging, de Mormonen, het Apostolisch Genootschap, de Rooms-Katholieke Kerk, de Voedselbank, enz. Met elkaar verzorgen we de Actie Vakantietas van Kerk in Actie en iedere organisatie neemt een aantal tasjes voor zijn rekening. Er wordt dus eigenlijk al jaren prachtig samengewerkt in de wijk!"

 »lees verder»

 

Ruim veertig Nederlandse kerken tekenen eenheidsverklaring

De essentie van de verklaring van verbondenheid te vinden in het volgende citaat: “Wij spreken uit dat wij elkaar liefhebben en op elkaar rekenen en dat wij bereid zijn elkaar te helpen. In het verleden hebben wij vaak langs elkaar heen geleefd. Wij leven nu in een totaal andere tijd, waarin christen-zijn betekent tot een minderheid in ons land te horen. Wij verootmoedigen ons en wij verklaren dat wij elkaar blijvend zullen zoeken.”

¨De aanleiding voor het opstellen van deze verklaring is de ervaring van tien jaar gezegend samenwerken binnen de stuurgroep Nationale Synode”, aldus ds. Barend Kamphuis, lid van deze stuurgroep.

Herkennen in het geloof in Jezus Christus

“In deze stuurgroep zitten mensen uit alle hoeken van het protestantisme: protestant, remonstrant, pentecostaal, migrant, gereformeerd, baptist. Er bleek heel goede samenwerking mogelijk. Er was veel meer dat ons verbindt dan wat ons scheidt. We hebben een gezamenlijk 'Credo' kunnen opstellen, we hebben tot nu toe drie maal prachtige vieringen in Dordrecht kunnen organiseren, met een geweldige opkomst. We hebben 'geloofsgesprekken'  kunnen organiseren, waarin christenen van heel verschillende herkomst elkaar herkennen in het geloof in Jezus Christus. Het werd onze overtuiging dat wij na de afsluiting van de herdenking van de Synode van Dordrecht niet zomaar uit elkaar konden gaan en weer als vanouds langs elkaar heen konden gaan leven. Dat heeft ons ertoe gebracht deze verklaring op te stellen.”

De stichting Nationale Synode heeft als doelstelling de verbrokkelde protestantse kerken in Nederland dichterbij elkaar te brengen. Initiatiefnemer daartoe was voormalig voorzitter van de Protestantse Kerk in Nederland ds. Gerrit de Fijter. Het moderamen van die kerk riep een interkerkelijke stuurgroep in het leven die vervolgens een credotekst opstelde. Deze stuurgroep organiseerde geloofsgesprekken en grote bijeenkomsten in Dordrecht in 2010, 2013 en 2016, waar leden en vertegenwoordigers en leden van tientallen kerkgenootschappen aanwezig waren. Ook de migrantenkerken zijn betrokken. Met de ondertekening van een ‘Verklaring van verbondenheid’ worden de goede bedoelingen die in die bijeenkomsten zijn uitgesproken, voor het eerst geformaliseerd. Na tien jaar voorbereidingen legt de stichting op 29 mei met genoemde verklaring het werk in handen van de officiële kerken en geloofsgemeenschappen zelf.

Kamphuis: “De tijd is voorbij dat we als christenen in Nederland onze kracht kunnen zoeken in het benadrukken van verschillen. We kunnen elkaar werkelijk niet missen. We zullen nog veel meer bereid moeten zijn van elkaar te leren en met elkaar samen te werken. We geloven in de katholiciteit van de kerk. Ik ben ervan overtuigd dat dat geloof niet beschaamd zal worden, dankzij de kracht van de Geest van onze Heer Jezus Christus.”

Bijwonen?

De Nationale Synode vindt plaats in de Grote Kerk in Dordrecht. Woensdag 29 mei van 13.00-17.30 uur. Deze bijeenkomst is vrij en voor iedereen toegankelijk. Aanmelden kan hier.

 »lees verder»

 

Dorpskerkenbeweging voorziet in behoefte

Sinds de start van de dorpskerkenbeweging in september vorig jaar is heel wat gebeurd. De beweging voorziet duidelijk in een behoefte. De dorpskerkambassadeurs reizen het hele land door. Ze gaan van gemeenteavond naar ringbijeenkomst, van netwerken Veilig Platteland naar de landelijke pastorale dag. Sinds de start van de beweging hebben de dorpskerkambassadeurs al met ruim 250 dorpskerken contact gehad. En nu ik toch met getallen bezig ben: er zijn 300 mensen lid van de facebookgroep en bijna 600 mensen ontvangen de nieuwsbrief. En inmiddels is het boek Sporen van God in het dorp toe aan een tweede druk.

Het team van de dorpskerkenbeweging bestaat uit drie dorpskerkambassadeurs (Jolanda Tuma, Mathilde Meulensteen en Betsy Nobel) en ikzelf als projectleider. Mijn taak is om de dorpskerkenbeweging op de kaart te zetten. Omdat het dorpskerkelijk leven gaat over diaconaat, pastoraat, jeugdwerk, vieren en kerkgebouwen is het goed om geregeld overleg te hebben met collega’s in de dienstenorganisatie die op deze terreinen werkzaam zijn. Maar ook daarbuiten onderhoud ik contact met tal van organisaties en initiatieven die van belang zijn voor dorpskerken, en andersom. Dat varieert van het praktijkcentrum van de Gereformeerde Kerk vrijgemaakt tot het Katholiek Nieuwsblad. Maar ook andere organisaties zoals de Landelijke Vereniging van Kleine Kernen en Kerkelijk Waardebeheer, waarmee raakvlakken zijn. Onlangs had ik een video-conferentie met de Engelse Revd. Elizabeth Clark, die vanuit de United Reformed Church en de Methodist Church is aangesteld als national rural officer bij het Arthur Rank Centre. Het Arthur Rank Centre heeft bijvoorbeeld informatiefolders voor dorpskerken over open kerk-zijn, toegankelijkheid voor minder-validen en een toolkit over sociaal isolement en eenzaamheid. Prachtig materiaal dat heel goed bewerkt zou kunnen worden voor de Nederlandse context.

Ik probeer ervoor te zorgen dat de ambassadeurs de handen vrij hebben om in dorpskerken te zijn. Ik ben blij om te zien dat dorpskerken de ambassadeurs goed weten te vinden. Soms zelfs zo goed dat ze op één avond gevraagd worden voor een gemeenteavond, een ringbijeenkomst én een vergadering van een classis. Hoewel de dorpskerkambassadeurs heel flexibel zijn, is hun agenda dat niet altijd. Daarom is het goed om tijdig contact op te nemen met de ambassadeur in uw regio om een afspraak te maken. De ambassadeurs reizen heel wat af en leren hun eigen regio goed kennen. Om te zorgen dat dorpskerken zoveel mogelijk hebben aan het netwerk dat de ambassadeurs opbouwen, concentreren ze zich op hun eigen regio. Hier vindt u welke ambassadeur in uw provincie actief is. Landelijke bijeenkomsten verdelen we in onderling overleg.

Samen bundelen we de vragen en verhalen, om zo de eigenheid van kerk op het dorp op het spoor te komen, hun unieke waarde, en de theologische aanknopingspunten die het mogelijk maken om kerk in het dorp te zijn.

Jacobine Gelderloos, projectleider dorpskerkenbeweging

 »lees verder»

 

Materiaal Startzondag 2019 beschikbaar

‘Een goed verhaal’ is een vervolg op het thema van vorig jaar, ‘een goed gesprek’, licht projectleider Floor Barnhoorn toe. Prof. dr. Maarten Wisse schreef op verzoek van de synode een nota over het geloofsgesprek, met de titel ‘De Bijbel in het midden’. “Daarin pleit hij ervoor geloofsgesprekken te voeren rondom de Bijbel. De Bijbel ligt als boek van God immers aan de basis van ons geloven. En als we leren met de verschillende stemmen in de Bijbel om te gaan, zijn we ook beter in staat om elkaars verschillende manieren van geloven te begrijpen en te aanvaarden.” Het voeren van gesprekken rond de Bijbel is niet vanzelfsprekend, ziet Barnhoorn. “In veel gemeenten is er een bepaalde verlegenheid om met de Bijbel aan de slag te gaan. Dat komt ook omdat bijbelteksten of -verhalen niet automatisch als ‘goed verhaal’ worden ervaren. Een bijbelverhaal moet je eigen verhaal raken, anders blijft het te abstract. Door de vraag te stellen: ‘Wat betekent dit voor mij?’, of: ‘Wat zegt God hierdoor tegen mij?’ ontstaat een wisselwerking tussen het verhaal uit de Bijbel en je eigen verhaal. Dan wordt de Bijbel een spiegel voor ons dagelijks leven.”

Aanbod

Rond het thema ‘Een goed verhaal’ wordt allerlei materiaal aangeboden. “Vrijwel elke gemeente heeft met de predikant of kerkelijk werker natuurlijk al een expert in huis als het gaat om de Bijbel. Die doet elke zondag haar of zijn best om ‘het goede verhaal’ bij de mensen te brengen. De materialen die de dienstenorganisatie aanbiedt, zijn een aanvulling daarop. Allereerst is er allerlei bijbelstudiemateriaal beschikbaar, waaruit gemeenten kunnen kiezen. Maar er worden ook werkvormen aangeboden om op een nieuwe, levendige manier met de Bijbel aan de slag te gaan, in de kerk en daarbuiten. Zo zijn er werkvormen beschikbaar die gebaseerd zijn op bibliodrama. Daarbij stap je letterlijk in een verhaal: je verplaatst je in een bijbels personage en stelt je voor: wat zou deze persoon denken, voelen en zeggen? Ook worden meditatieve werkvormen aangeboden, waarbij het gaat om stil worden, een tekst lezen en herlezen, en afdalen in je binnenste. Je vraagt je af: ‘Wat heeft deze tekst mij te zeggen?’ Of: ‘Wat heeft God mij door deze tekst te zeggen?’”

Voor de hele gemeente

Naast creatieve en meditatieve werkvormen zijn er werkvormen voor kinderen en jongeren, liturgische suggesties voor de kerkdienst en een spel dat met de hele gemeente gespeeld kan worden. Barnhoorn: “Daarnaast is er materiaal voor het nieuwe seizoen dat in september van start gaat. Zo is er bijvoorbeeld een opzet beschikbaar voor groothuisbezoek en worden er ideeën aangeboden voor bijbelgebruik in het pastoraat.” Het aanbod is divers en gemeenten kunnen zelf kiezen van welk materiaal ze gebruik willen maken, benadrukt hij. “Het zou mooi zijn als het aanbod gemeenten stimuleert om vaker de Bijbel te openen.”

Op protestantsekerk.nl/startzondag vindt u alle materialen bij de Startzondag.

 »lees verder»

 

Bent u tevreden over het functioneren van uw kerkenraad?

Zomaar wat vragen die ter sprake komen tijdens de bijeenkomst 'Kerkenraad 2025' op 20 mei in Duiven.

Voorbeelden uit Enschede en Duiven

Sommige kerkenraden hebben de bakens verzet of zitten in een veranderingsproces. Zij willen efficiënter besturen en meer de tijd nemen voor ontmoeting en gesprek. Bijvoorbeeld de kerkenraden van de protestantse gemeente Enschede en de protestantse gemeente Duiven.

Vertegenwoordigers van deze kerkenraden vertellen over de veranderingen die zij hebben ingevoerd, wat het hen heeft opgeleverd en waar zij tegenaan lopen. Vanuit het spoor van ’Kerk 2025’ zoeken deze lokale kerkgemeenten naar hun manier om eenvoudiger kerk te zijn en toe te komen aan waar het om gaat. In de presentaties komen organisatieverandering, kerkenraadsmodel, draagvlak, leiderschap, en imago van het ambt aan de orde.

Ds. B. Olde vertelt over ervaringen van andere kerkenraden in Nederland. Aan het eind van de bijeenkomst gaat u met behulpzame handvatten naar huis.

Van harte welkom! 

Aanmelden

 »lees verder»

 

Zeven opdrachten in zeven gemeenten vormen samen pinksterviering

De protestantse kerk in Duiven vouwt honderden papieren duiven die in de kerk komen te hangen. In Denekamp wordt het pinksterverhaal in graffiti uitgebeeld, dat te zien is tijdens de schriftlezing. De Kruispuntgemeente in Amersfoort zamelt kaarsvet in voor de grote pinksterkaars en vóór de kerk komt een mozaïek van bloemen te liggen uit Rijnsburg. De protestantse gemeente Poortugaal en gereformeerde kerk Rhoon decoreren de stola van de predikant en het kleed op de liturgische tafel in de kleuren en symboliek die passen bij Pinksteren.

De scriba van de Protestantse Kerk in Nederland, ds. René de Reuver, preekt over het thema ‘Verstaan wij elkaar?’. In reactie op de preek is een spoken word te horen door mensen uit de Veenkerk in Amersfoort.

Tijdens de viering brengt zanger Stef Bos een moderne bewerking van het bekende pinksterlied Geest van Hierboven ten gehore, met Jongerenkoor Samen Op Weg uit Houten onder leiding van dirigent Rienk Bakker. De muzikale begeleiding van de samenzang wordt verzorgd door Frank van Essen en combo. 

Pinksteren is een christelijke feestdag, waarop de uitstorting van de Heilige Geest wordt herdacht. Met deze uitstorting wordt ook het begin van de christelijke kerk gemarkeerd.

De Met hart en ziel Pinksterviering is een samenwerking van de KRO-NCRV met de Protestantse Kerk in Nederland.

Met hart en ziel Pinksterviering, zaterdag 8 juni om 17.10 uur op NPO2.
Herhaling: donderdag 13 juni om 16.10 uur op NPO2.
Commentaar tijdens de viering: presentator Jos van Oord.

Onderweg naar Pinksteren

De voorbereidingen van alle gemeenten zijn in de weken vooraf te zien in het televisieprogramma Met hart en ziel. Dit programma wordt wekelijks uitgezonden op donderdagmiddag om 16.10 uur op NPO2.

Afleveringen

  • 2 mei Honderden papieren duiven, Duiven
  • 9 mei De grootste pinksterkaars, Amersfoort
  • 16 mei Pinksterverhaal in graffiti, Denekamp
  • 23 mei Bloemenmozaïek, Rijnsburg
  • 30 mei Stef Bos en Jongerenkoor Samen Op Weg, Houten
  • 6 juni Compilatie: zeven kerken, zeven opdrachten voor de Met hart en ziel Pinksterviering

https://www.kro-ncrv.nl/programmas/met-hart-en-ziel

 »lees verder»

 

Let op: nog maar acht weken om uw ANBI-gegevens te publiceren

1. Wat houdt de ANBI-status in?
“ANBI staat voor Algemeen Nut Beogende Instelling. Als je een ANBI bent mogen mensen die jou een gift geven, deze aftrekken van de inkomstenbelasting. Bovendien hoef je als ANBI geen schenk- of erfbelasting te betalen over erfenissen of legaten. Ook op andere vlakken levert de ANBI-status voordeel op: zo hoeven gemeenten bij een fusie geen overdrachtsbelasting over registergoederen te betalen.”

2. Hebben gemeenten automatisch een ANBI-status?
“De Protestantse Kerk heeft een ANBI-groepsbeschikking gekregen. Die geldt voor alle onderdelen van de Protestantse Kerk, dus voor de landelijke kerk, voor de classicale vergaderingen en voor alle gemeenten en diaconieën. Als aparte rechtspersonen hebben die laatste twee een aparte ANBI-status.”

3. Wat voor verplichtingen brengt de ANBI-status met zich mee?
“Elke ANBI-instelling is verplicht om online transparant te zijn over bestuur, beloning, doel en beleidsplan, over jaarrekening en jaarverslag. Voor gemeenten en diaconieën zijn veel van die onderwerpen al geregeld: zo kunnen ze verwijzen naar het landelijke beleidsplan en beloningsbeleid. De belangrijkste verplichting voor hen is om elk jaar vóór 1 juli een verkorte staat van baten en lasten over het voorgaande jaar te publiceren, op hun eigen website of op een gezamenlijke website. De URL van die webpagina moet vervolgens ingevuld worden op een speciale LRP-pagina. De dienstenorganisatie geeft de link daarna door aan de Belastingdienst, die deze opneemt in het ANBI-register. Zo kunnen gevers een indruk krijgen waaraan hun bijdrage wordt besteed.”

4. Kan de ANBI-status ook worden ingetrokken?
“Ja, als gemeenten of diaconieën hun gegevens niet op tijd publiceren kunnen ze hun ANBI-status kwijtraken. Voor penningmeesters van kerkrentmeesters en diaconieën zou het dan ook een automatisme moeten zijn om meteen na het vaststellen van de jaarrekening de verkorte staat van baten en lasten op hun website te laten plaatsen.”

5. Waar kunnen gemeenten meer informatie vinden?
“Op protestantsekerk.nl/anbigemeenten is aangegeven welke informatie gemeenten en diaconieën moeten publiceren. Ook zijn er voorbeeldteksten en formats beschikbaar. Gemeenten hoeven dus niet zelf het wiel uit te vinden!”

 »lees verder»

 

Kerkdienst saai? Niet met deze filmpjes van jongeren

Twee keer per maand maken jongeren van de Protestantse Gemeente Lelystad onder de naam YO filmpjes. Die laten ze op zondag zien tijdens de kerkdienst.

“Het begon uit verveling tijdens de dienst”, vertelt Joram van Doodewaard (17). “Voor kinderen is er kindernevendienst, maar voor jongeren is er weinig te doen. Tom Bolhuis (19) kwam met het idee om filmpjes te maken en die tijdens de dienst te laten zien. De filmpjes linken aan het thema van die week en geven een eigen interpretatie aan de preek. “Als je niet geluisterd hebt, krijg je van YO in vijf minuten toch een uitleg die je aanspreekt”, legt Margit Dullaart (18) uit.

Koffievraag

De inhoud bedenken de jongeren van YO tijdens een redactieoverleg. Ook overleggen zij met de dominee zodat het filmpje goed aansluit op de dienst. Aan de hand van het leesrooster lezen ze de bijbeltekst, kiezen daar een opvallend detail uit en werken dat uit tot een eigen ‘moraal van het verhaal’. “Soms is het even zoeken, want een bijbelverhaal lonkt niet meteen”, zegt Tom. Dus raadplegen de jongeren Google, doen ze onderzoek en praten ze met elkaar over de bijbeltekst.

Op zaterdag gaan de jongeren in de kerk aan de slag met het decor en nemen ze alles op. “Heel erg leuk”, vindt Tom deze zaterdagen. “Het teamgevoel overheerst en ’s middags eten we samen tosti’s.”

Elk filmpje sluiten ze af met een koffievraag. Deze biedt na de dienst of thuis stof tot nadenken en napraten. “De koffievraag is inmiddels een bekende uitdrukking in onze kerk”, zegt Margit trots. “De dominee heeft dit begrip geïntegreerd in de dienst.”

Zelf verantwoordelijk

Door de filmpjes zijn de jongeren van YO op verschillende manieren creatief bezig met de Bijbel en het geloof, geeft jongerenwerker Wim Warnar aan. Zij zijn er zelf verantwoordelijk voor. Wim: “Ik hoef hier niets voor te doen, het is hun project. Soms draag ik ideeën aan of denk ik mee om bijvoorbeeld de koffievraag iets scherper te formuleren. Daarna laat ik het weer los.”

Samen met de kerk heeft YO een crowdfundingsactie gehouden voor een goede laptop om de filmpjes te kunnen monteren. Ook heeft de kerk geholpen met de aanschaf van een camera. Maar verder, zo onderstreept Wim, blijft “het echt van de jongeren.”

Inmiddels heeft YO haar repertoire uitgebreid. De filmpjes draaien niet meer alleen om één tekst, maar hebben steeds vaker een thematische insteek. Denk aan thema’s als de Veertigdagentijd, Pasen en Kerst, maar ook het afscheid van een voorzitter of het doel van de dankdagcollecte.

Meegenieten

De filmmakers hopen dat andere jongeren in de dienst zich meer betrokken voelen bij de kerk door de filmpjes. “We willen de dienst toegankelijker en leuker maken voor hen. Ook de ouderen willen we een ander beeld laten zien van de kerk”, vertelt Tom.

Volgens jongerenwerker Wim Warnar komen jongeren graag naar de kerk als er een filmpje van YO te zien is. De ouderen genieten mee. “Voor hen is het prachtig om de jongeren te zien in de kerk, en om te zien hoe zij creatief aan de slag zijn gegaan.”

Het maken van de filmpjes levert ook de makers zelf veel plezier op. Het hebben van een leuke dag samen en lol maken is belangrijk, volgens Margit. Het eindresultaat vindt zij het leukst: “In de kerk zitten en dan de reactie van de mensen te zien.” Zij zit er dan met een gevoel van trots, want: “Kijk, dit hebben wij gemaakt”.

Joram geeft aan dat hij de feedback van mensen in de kerk waardeert. Ook vindt hij het leuk dat ze aan de hand van de koffievraag met elkaar in gesprek gaan. Door mee te doen met YO wordt Tom uitgedaagd om dingen te doen die hij anders niet zou doen. Het maken van de filmpjes levert volgens hem nóg iets moois op: “Het instituut kerk is op deze manier toegankelijker geworden voor ons.”

Bekijk filmpjes van YO op linktr.ee/yopglelystad.

Dit artikel verscheen eerder in magazine Jong Protestant. Neem een abonnement op het gratis magazine voor ambts- en taakdragers.

 »lees verder»

 

Uw gemeente van binnen én naar buiten toe laten stralen? Focustraject voor kerken blijkt verrassend effectief!

Iedere gemeente die een Focustraject start, krijgt zo´n 2 jaar begeleiding door een professional om het geloofsgesprek binnen de eigen gemeente op gang te brengen en daarna aan de slag te gaan met een hernieuwde beweging naar ´buiten´. Iedere gemeente die ervoor openstaat, kan meedoen. ´Het is belangrijk dat we als kerkelijke gemeenten onze ogen, ons hart en ons leven openen voor de mensen om ons heen,´ aldus Jan-Maarten Goedhart, hoofd IZB Focus, ´en dat is precies wat het Focustraject beoogt.´

Subsidie voor plaatselijke gemeenten

Dat er subsidie vanuit de Solidariteitskas kan worden aangevraagd voor de begeleiding van een Focustraject, is bij de meeste gemeenten niet bekend. ´Men vindt dat verrassend´, vertelt Jan-Maarten, ´er is nog wel eens een aarzeling in kerkenraden om aan Focus te beginnen. Gemeenteleden staan al zo vaak onder druk door de vele werkzaamheden. Het is dus echt een overweging of een Focustraject moet worden ingezet. Gelukkig kan de trajectbegeleider veel overnemen en horen wij van alle gemeenten terug dat het traject verrijkend is voor de gemeente.´

´Eerst wordt een voortraject gestart om te kijken of Focus aansluit bij wat nodig is in een gemeente. Als dat aan beide kanten positief wordt bevonden, kan de gemeente subsidie aanvragen,´ vertelt Jan-Maarten, ´zo´n 23 gemeenten hebben nu meegedaan.´

Subsidie uit de Solidariteitskas is uitsluitend bestemd voor plaatselijke gemeenten. IZB zelf krijgt geen subsidie. Ieder jaar kunnen 15 gemeenten een subsidieaanvraag doen om geld te krijgen voor een deel van de begeleidingskosten van het traject.

Vraag naar eigen geloof

Als een gemeente een Focustraject start, trekt een begeleider van IZB zo´n 2 jaar op met met kerkenraad, kringleiders en jeugdleiding. ´Een intensief traject,´ aldus Jan-Maarten, ´maar deze periode is nodig om gemeentebreed, van jong tot oud, het geloofsgesprek op gang te brengen. Om zoveel mogelijk gemeenteleden te laten aanhaken, dat vraagt begeleiding.´

Jan-Maarten: ´De insteek van Focus is niet het organiseren van nieuwe activiteiten, maar meer dat we het gewone gemeentezijn, het gewone leven uit het geloof ánders doen. Dat je door een andere houding, een ander gedrag, kunt laten zien wat jou beweegt. Kunt stralen naar je omgeving.´ Voor de beweging naar buiten toe gemaakt kan worden, moet eerst de beweging naar binnen gemaakt worden. Vragen als ´Wat is geloof in mijn eigen leven, wie is God voor mij?´spelen een belangrijke rol. Het geloofsgesprek binnen de gemeente wordt gestimuleerd.

Rode draad

Samen met de IZB begeleider wordt een focusteam gevormd, waarin zowel kerkenraadsleden als gemeenteleden meedoen. Zij verzorgen samen met de trajectbegeleider de coördinatie en de toerusting van kring- en jeugdleiders.

´De rode draad van het traject is het gespreksmateriaal wat speciaal hiervoor is ontwikkeld,´ vertelt Jan-Maarten, ´de thema´s in het materiaal komen in kerkdienst, catechese en jeugdwerk aan de orde. Dat werkt heel herkenbaar voor mensen.´

Wat IZB beoogt met Focus? ´Laten zien dat evangelisatie niet bestaat uit een commissie die wat bijzondere activiteiten uitvoert, maar dat het een belangrijk aspect is van het gewone gemeenteleven,´ legt Jan-Maarten uit, ´het werkt bevrijdend voor mensen om te leren verwoorden wat je gelooft, zonder bang te worden voor vragen die op je af komen. Om bijvoorbeeld in gesprek te kunnen met je kinderen en kleinkinderen die niet (meer) geloven. We merken dat het traject gemeenten niet alleen toerusting brengt, maar ook de onderlinge samenhang versterkt. Een stukje focus op waar het echt om gaat.´

Procedure subsidie solidariteitskas

Iedere gemeente binnen de Protestantse Kerk kan een aanvraag indienen voor de Solidariteitskas. En dat is eenvoudiger dan u misschien denkt. Natuurlijk komt er wat papierwerk bij kijken, want er moet zorgvuldig omgegaan worden met het geld van de kerken. De Commissie Steunverlening heeft eenvoudige en transparante procedures. Soms kan er heel snel een toezegging gedaan worden. Bij ingewikkelder aanvragen kan afhandeling gemiddeld drie maanden duren.

Heeft uw gemeente een toekomstgericht idee waar geld voor nodig is? Mail het naar steunverlening@protestantsekerk.nl. Misschien kan uw gemeente ook subsidie vanuit de Solidariteitskas krijgen.

Meer informatie over het IZB Focustraject

 

 »lees verder»

 

Melodie 'Geest van hierboven, leer ons geloven' is Italiaanse dans. Dit en andere interessante feiten over dit pinksterlied.

In de Met Hart en Ziel pinksterviering die in het pinksterweekend samen met de KRO-NCRV wordt uitgezonden, zal lied 675 niet ontbreken: Geest van hierboven, leer ons geloven, hopen, liefhebben door uw kracht! Sterker nog: tijdens de Met Hart en Ziel pinksterviering brengt zanger Stef Bos een moderne bewerking van het bekende pinksterlied ten gehore, met Jongerenkoor Samen Op Weg uit Houten onder leiding van dirigent Rienk Bakker.

Geloofslied

Een ‘gouwe ouwe’ zou je op het eerste gezicht denken, maar dat valt nog wel mee! De tekst is pas door Muus Jacobse (Klaas Heeroma) voor het Liedboek-1973 geschreven.

Het lied noemt de Geest als bron van geloof, hoop en liefde en ook als bron van de opstanding. Dat is theologisch inventief en spannend. Het brengt Bijbelse teksten als 1 Korintiërs 13, over geloof, hoop en liefde, maar ook vele andere, in verband met de Geest. De Geest is in het lied ook actor als het gaat om de opstanding en schenker van eeuwig leven. Liedboek-1973 koos er dan ook voor het lied onder de rubriek ‘andere liederen’ op te nemen, omdat het een breed geloofslied is en niet specifiek een pinksterlied.

Niettemin plaatste Liedboek-2013 het lied wél bij de pinksterliederen, waardoor Pinksteren onder een bredere Bijbels-theologische noemer wordt geplaatst.

Melodie is Italiaanse dans

Wat maakt een lied populair? Niet zelden is het bij algemeen populaire liederen zo dat de melodie in de beleving een dominantere rol speelt dan de tekst. Ook als de meesten zullen zeggen dat het de combinatie van beiden is. Met dit lied is dat zeker het geval.

De melodie is oud en van oorsprong een Italiaanse dans Pijl naar beneden (uit Giovanni Gastoldi’s Balletti (1591)). Al snel is het in de Lutherse traditie verbonden geraakt met het Nieuwjaarslied In dir ist Freude. Bachs orgelvoorspel Pijl naar beneden  voor dit lied is dan ook één van de uitbundigste die hij schreef.

De combinatie van de huidige tekst met deze melodie is dus vrij nieuw, al is de tekst natuurlijk helemaal bepaald door de melodie, omdat het behouden van de melodie in het Liedboek het uitgangspunt was. Verrassend is dan ook dat in tegenstelling tot andere populaire liederen, dit niet in eerste instantie een spontane flow van de dichter was, maar echt uit een opdracht voortkwam. Dat heeft de bezieling echter niet beperkt.

Stuwende kracht

Zoomen we in op de melodie, dan vallen drie dingen op. De coupletten zijn lang, de meeste regels kort en er zit veel herhaling in. De structuur van het hele lied is 3 regels-3 regels-5 regels-5 regels. Daarvan zijn de beide stukjes van 3 regels een herhaling en die van 5 regels ook. Schematisch levert dat een A-A-B-B-structuur op (terwijl het klassieke Duitse kerklied een A-A-B-structuur kent).

Van de zestien regels bevatten er twaalf slechts vijf lettergrepen. Alle regels met vijf lettergrepen rijmen ook nog eens paarsgewijs. Daardoor ontstaat er een heel eenvoudige, maar stuwende kracht: je hoeft niet lang te wachten op de rijm-regel, en dat houdt de vaart erin, qua zang-beleving (‘wij mogen zingen, van grote dingen, als wij ontvangen, al ons verlangen, …’).

De stukjes van 3 regels zijn steeds een herhaling van drie keer een dalend muzikaal motief, met de beperkte omvang van vijf tonen (‘Geest van hierboven, leer ons geloven, hopen, liefhebben door uw kracht’). De stukjes van 5 regels stuwen het omhoog, maar de omvang van het aantal tonen blijft beperkt. Hierin kunnen we lezen dat de Geest neerdaalt en de gelovigen mee omhoog sleept naar de hogere sferen van geloof, hoop en liefde. Of dat de Geest opstanding wekt. Toegegeven, dat is interpretatie achteraf, omdat de melodie er immers eerder was dan de tekst, maar wel mooi spelen met interpretatie. En dat dat sinds het nieuwe Liedboek niet alleen meer voor ‘Gods zonen’ geldt, maar voor ál ‘Gods kinderen’, maakt de vreugde alleen maar groter!

Zing licht

Ik geef twee tips: omdat het een dansmelodie is, komt hij veel fraaier uit de verf door hem ‘licht’ te zingen en het tempo erin te houden. Het lied moet niet de zwaarte hebben van een geloofsstatement, maar het spontane van het geraakt-zijn door de Geest op de eerste pinksterochtend mag erin doorklinken. De structuur 3-3-5-5 vraagt erom om in verschillende groepen te zingen, die elkaar de vreugde van het geloof toezingen. Dat hoeven niet mannen-vrouwen te zijn, maar kan ook links-rechts, jong-oud, cantorij-gemeente.

Bron: o.m. Liedboek Compendium

 »lees verder»

 

De ziel van Europa

Donderdag 23 mei mag heel Europa weer naar de stembus. In ons land is de opkomst voor de Europese verkiezingen traditioneel laag. Waarschijnlijk zal dat deze keer niet anders zijn. De stemmen in ons land over Europa zijn zeer verdeeld. Er zijn politieke partijen die, in navolging van onze Engelse overburen, zelfs ervoor pleiten uit de Europese Unie te treden. De oorspronkelijke euforie over Europa heeft plaats gemaakt voor cynisme. Volgens de laatste peilingen wint in Engeland de partij van Nigel Farage de komende Europese verkiezingen. Dit vanwege zijn anti-Europese en pro-Brexit verhaal.

Nu is er op de Europese Unie ook veel aan te merken. Is het geen reus op lemen voeten? Een bureaucratische kolos, gedreven door economische belangen? Hoe terecht deze kritiek ook moge zijn, het is de vraag of je daarom niet moet gaan stemmen. Kritiek is pas vruchtbaar als ze ingebracht wordt. Bovendien vragen diverse grote vragen om een Europese aanpak. migratie Pijl naar beneden , milieu en veiligheid - om er slechts drie te noemen - vragen om gezamenlijk beleid.

Menselijke waardigheid en vrede

Nu ging het de voorlopers van de Europese Unie om meer dan één Europese markt en de gezamenlijke aanpak van grensoverschrijdende problemen. Met de Tweede Wereldoorlog nog scherp op het netvlies ging het hen om menselijke waardigheid en vrede in Europa. Ofwel om de ziel van Europa. En, ook al leven we nu in een andere tijd, is het geding om de ziel Europa, om de waardigheid van elk mens en vrede in ons continent, niet nog even actueel?

Tijdens een bijeenkomst in Edinburgh van afgevaardigden uit protestantse kerken Pijl naar beneden uit zo’n 25 Europese landen werd ik hier sterk bij bepaald. Centraal stond de vraag: ‘Europa, een verdeeld continent? Welke rol kunnen kunnen protestantse kerken spelen door op te komen voor eenheid en vrede?’ Het antwoord op deze vraag lag in de verhalen van een aantal afgevaardigden over de situatie in hun land. De rode draad was dat elk land op zoek is naar de eigen nationale identiteit. Een zoektocht die gekenmerkt wordt door het zich onderscheiden en afzonderen van anderen en het claimen van een christelijk verleden.

Opkomen voor eenheid en vrede

In Polen, het communisme voorbij, zoekt men naar een gesloten rooms-katholieke nationaliteit. Precies zo in Griekenland, alleen daar wordt de Griekse nationaliteit gekoppeld aan lidmaatschap van de Griekse Orthodoxe Kerk. In Hongarije voltrekt zich een vergelijkbaar proces: tegenover de toestroom van vluchtelingen en de westerse democratie stelt men een gesloten ‘christelijke democratie’. Opvallend was ook het verhaal uit Denemarken. Denen zijn voor alles Deen en vervolgens Luthers. Herkennen we in Nederland niet eenzelfde tendens? Op zoek naar een eigen exclusieve identiteit wordt nogal eens teruggegrepen op het christelijke Nederland van vroeger. Seculiere populistische partijen kapen het christendom voor eigen politieke doeleinden.

De Europese collega’s deden een dringend appèl op ons om, juist als kerk-in-de-minderheid, op te komen voor eenheid en vrede. Ofwel voor de ziel van Europa: voor gezamenlijkheid tegenover toenemend nationalisme en isolationisme, voor de waardigheid van elk mens, voor vrijheid en respect tegenover toenemende intolerantie tegenover ieder die anders is.

Door de verhalen van de collega’s uit Europa verdampten mijn aarzelingen over de Europese verkiezingen. Juist omdat de Europese Unie niet zaligmakend is, moeten we als christenen opkomen voor eenheid en vrede in Europa. Omwille van de menselijke waardigheid. Omwille van de vrede. Omwille van de ziel van elk mens en dus ook van Europa.

 »lees verder»

 

Hoe drie kleine gemeenten samen groot werden

Peter Tillema en Peter Heidema weten daarover mee te praten. Zij maakten van zeer nabij de fusie van drie gemeenten mee en kijken daar nu tevreden op terug. Peter Tillema als voorzitter van de kerkenraad van gereformeerd Stedum, Peter Heidema als voorzitter van de kerkenraad van de kersverse GTSTP-gemeente (Garmerwolde, Thesinge, Stedum en Ten Post). Wat zijn hun ervaringen, en wat geven zij andere gemeenten graag mee als advies?

Een ‘klik’

Gemeenten verschillen vaak in grootte, identiteit en cultuur. Om samen te gaan werken is er meer nodig dan de noodzaak vanwege krimp. Het zou mooi zijn als er een ‘klik’ is, dat je elkaar begrijpt en aanvoelt. Peter Tillema: “Die klik ontstond jaren geleden aan een tafeltje op een bijeenkomst van de commissie ‘regionalisering en revitalisering’. We zaten bij elkaar aan tafel en hadden het idee dat we elkaar heel goed begrepen. Zonder direct al aan een fusie te denken, ontstond daar wel het idee om met drie gemeenten samen een musical op te voeren. Dat bleek een gouden greep. Gemeenteleden uit de verschillende dorpen leerden elkaar kennen door samen een project vorm te geven. Samenwerken begint met ontmoeten Pijl naar beneden en elkaar leren kennen.”

De gesprekken gingen verder en er werden enkele gezamenlijke diensten gehouden. Andere gemeenten zochten toenadering maar haakten toch weer af of bleven betrokken zonder direct mee te kunnen gaan in het fusieproces. Tot de gelegenheid zich voordeed om een clusterpredikant te beroepen die inhoudelijk het proces van samengaan kon begeleiden. Ds. René Kok werd in 2015 als eerste clusterpredikant in Nederland bevestigd in de gemeenten Garmerwolde-Thesinge, gereformeerd Stedum en Ten Post. Daarnaast werden achtereenvolgens gemeenteadviseur Piet Beintema en Tineke Klei betrokken.

Peter Heidema: “Deze professionals hebben een enorm belangrijke rol gespeeld. De formaliteiten waaraan voldaan moet worden om als drie gemeenten te fuseren zijn zo omvangrijk en complex dat dit voor gewone gemeenteleden bijna niet te doen is. De gemeenteadviseurs Pijl naar beneden waren hierin een grote steun. Daarnaast had de clusterpredikant de ruimte en de tijd om zowel pastoraal als organisatorisch goed werk te verrichten. Naast gesprekken met allerlei groepen ging hij zo nu en dan voor in een dienst, wat hem de gelegenheid gaf om gemeenteleden te ontmoeten die niet in kerkenraden of taakgroepen zaten. Ook dat werkte heel goed.”

Nieuw elan

Ontmoeting en communicatie vormden de rode lijnen door het fusieproces. Peter Tillema: “De kerkgemeenschappen zijn door de eeuwen heen gegroeid en hebben een heel eigen cultuur. Die verander je niet zomaar, en dat hoeft ook niet. Behoud wat je kunt behouden in je eigen dorp, en zoek waar mogelijk naar vormen om samen dingen op te pakken, zoals kerkdiensten, jeugdwerk, pastoraat en diaconaat. Blijf voortdurend in gesprek, met iedereen.”

In 2018 werd het fusietraject afgesloten met een feestelijke dienst waarin de drie gemeenten opgingen in de nieuwe fusiegemeente. Met nieuw elan wordt de toekomst tegemoet gezien. Elke zondag is er een kerkdienst in een van de drie kerken. De gemeenteleden zijn inmiddels gewend aan dit reizende bestaan. Peter Tillema: “Fijn dat we nu met zoveel mensen zijn en dat we elkaar steeds beter leren kennen, ook na de dienst bij het koffiedrinken.”

Er zijn ook aandachtspunten. Peter Heidema: “‘Het blijft moeilijk om ambtsdragers Pijl naar beneden te vinden. Straks nemen acht mensen afscheid, er komen maar twee voor terug. De vacature voor een kerkelijk werker heeft nog geen enkele reactie opgeleverd. Dat baart mij zorgen. We hebben een prachtige gemeente, maar het moet ook in de toekomst gedragen worden.”     

Voortdurend proces

Samenwerking begint met ontmoeting en elkaar leren kennen, is de les die Tillema en Heidema willen meegeven. “Schep voorwaarden voor ontmoeting en omzien naar elkaar. Dat proces stopt niet op het moment dat de nieuwe gemeente een feit is; het vraagt voortdurende aandacht, tijd en wederzijdse waardering.”

 »lees verder»

 

Wat als mensen niet meer willen leren? - De rol van de Bijbel in de gemeente

Een vraag ook die de zaak meteen op spanning zet. Ik citeer de app:
Je signaleert in de nota een crisis in catechese, en een opkomende vrijetijds- en gevoelscultuur. Die herken ik. En in mijn waarneming leidt dat tot ernstige onbekwaamheid om geloofsgesprek te voeren c.q. Bijbel te interpreteren. Is er een begaanbare weg zonder de bereidheid van mensen om iets te leren?

Eerst zal ik teruggrijpen op de nota Pijl naar beneden om duidelijk te maken wat ik bedoel met de crisis in de catechese, of preciezer een crisis in de catechetische cultuur in combinatie met de opkomende vrijetijds- en gevoelscultuur. Maar vervolgens gaat het natuurlijk over de slotvraag: Is er een begaanbare weg zonder de bereidheid van mensen om iets te leren?

Het verdwijnen van de catechetische cultuur

Ontwikkelingen in de kerk staan nooit los van ontwikkelingen in de cultuur. De kerk is in de afgelopen eeuw beslissend van positie veranderd. Haar positie is verschoven van een centrale plek in de cultuur naar een positie aan de zijlijn. Die centrale plek in de cultuur betekende dat kerken als vanzelf aanspraak konden maken op een rol in de opvoeding. De kerk had macht, want ze had de sleutel in handen tot eeuwig heil. Vanuit die positie kon ze de mensen ook bijbrengen wat ze over het geloof moesten weten. Kerken voedden gelovigen op tot goede deelnemers aan het kerkelijk en maatschappelijk leven. Daar hoorde kennis bij en daarom catechese.

De catechetische cultuur strekte zich veel verder uit dan alleen een wekelijks uur catechese voor de jeugd. Het ging om alle aspecten van het leven waarin jongeren en latere volwassenen in de wereld van geloof en kerk werden ingevoerd. Ik noem het ook een catechetische cultuur omdat heel veel onderdelen van het kerkelijke leven op de catechetische elementen in het kerkelijke leven voortbouwden. Een preek waarin kennis van bijbelverhalen verondersteld wordt, is van een catechetische cultuur afhankelijk. Een liturgie volgens de mores van de klassieke liedcultuur wordt totaal niet begrepen als er geen catechetische cultuur mee gepaard gaat. Het idee ‘dat de mensen het maar moeten leren want het is zo mooi’ is totaal bepaald door een catechetische cultuur waarin de kerk nog een machtsfactor is.

De catechetische cultuur is in veel gemeenten binnen de Protestantse Kerk aan het verdwijnen of is al verdwenen. In sommige gemeenten is kerkelijke catechese helemaal van de radar verdwenen. In veel andere gemeenten is catechese al lang niet meer primair gericht op het bijbrengen van kennis. In gezinnen is in heel veel gevallen de catechetische cultuur afwezig of drastisch van vorm veranderd. Er wordt lang niet meer overal dagelijks uit de Bijbel gelezen.
De teloorgang van een catechetische cultuur heeft enorme gevolgen voor het geloofsleven, het geloofsgesprek en het besturen van de Protestantse Kerk. Kennis van de inhoud van het geloof, van bijbelverhalen en van theologische tradities neemt in snel tempo af. De tijd waarin je als voorganger achteloos naar bijbelverhalen kon verwijzen om een tekstgedeelte in een breder verband te plaatsen, is in veel gemeenten voorbij. De manieren waarop we geloofsgesprekken met elkaar voeren, verandert. Niet langer knopen we als vanzelf aan bij vaste kaders die we in onze geloofsopvoeding hebben meegekregen.

De catechetische cultuur van de afgelopen eeuwen zal niet meer terugkeren op plaatsen waar ze verdwenen is. We kunnen er over treuren, maar dat heeft geen zin. Het is een kans: om opnieuw en op andere manieren de wereld van het geloof te ontdekken. Een kans ook om los te komen van oude patronen van spreken en denken binnen de kerk.

De teloorgang van de catechetische cultuur is niet per se een kerkelijk verschijnsel. Het is een cultureel verschijnsel. Nog even daarnaar kijken kan ons helpen om de diagnose scherper te stellen. Onze omgang met kennis is heel dubbelzinnig, streng gekoppeld aan de verschillende levenssferen. Enerzijds: op veel gebieden van het leven proberen we tegenwoordig met een minimum aan kennis toe te kunnen. Wie van u leest de handleiding bij de nieuw iPhone? Juist, bijna niemand. Leercurves zijn kort. Anderzijds zitten opleidingen vol met stof waarvan leerlingen tot op grote hoogte de relevantie niet kunnen zien, vooral in het lager en middelbaar onderwijs. Scholen zijn op dit moment de belangrijkste plekken waar jonge mensen getraind worden zich in een structuur te voegen die geen onmiddellijke relevantie of rationaliteit heeft. Waarom moet je spelling leren als de computer dat ook kan? Waarom moet je leren rekenen als je rekenmachine het ook kan? De enige verantwoording die de overheid, jazeker, pure macht, zelfs voorbij de mening van de ouders!, aflegt over ons huidige schoolsysteem is: het is belangrijk voor je toekomst! Daardoor handhaaft de school zich in de ruimte van de zaken die van levensbelang zijn. De meeste mensen, de leden van de Tweede Kamer voorop, vinden die dwang tot kennis heel normaal.

Religie is entertainment

Maar in de kerk is die dwang tot kennis omstreden. Hoe komt het nu ten principale dat die catechetische cultuur in de kerk verdwenen is of verdwijnt? Dat komt doordat de urgentie van de geloofswerkelijkheid afneemt. Die constatering kun je uiteraard ook inzetten als een soort thermometer. Als in jouw gemeente de betrokkenheid op catechese en kennis van de Bijbel afneemt, neemt dus kennelijk in de harten van je gelovigen de urgentie van de geloofswerkelijkheid af. En dus kun je je vervolgens afvragen hoe dat komt. Komt het misschien doordat elke preek in enigerlei vorm als kernboodschap heeft: alles sal reg kom?
De afname van de urgentie van de geloofswerkelijkheid heeft in heel veel gemeenten al lang plaatsgevonden. Religie is verschoven van de wereld van het dagelijks voedsel naar de wereld van het entertainment. Als je niet eet, ga je dood. Als je niet gelooft, ga je naar de hel. Binnen zo’n context heeft religie een ultieme urgentie en dus is ook een catechetische cultuur vanzelfsprekend. Maar op heel veel plaatsen vervult religie die rol al heel lang niet meer en dus is daarom de simpele vraag aan de orde: waarom zou ik naar de kerk gaan? Van mijn baas hoeft het niet, naar de hel ga ik niet, hoe ik leef zoek ik zelf wel uit, dus welke redenen zou ik nog meer kunnen bedenken?

Als iemand wel gaat, is het antwoord in de meeste gevallen: omdat daar voor mij iets te halen valt. En daarmee zijn we bij de opkomst van de ervaringscultuur. Geloven is nuttig omdat het ons iets te bieden heeft en wat het ons biedt is de ervaring van God. Daar horen troost bij en bemoediging als primaire wensen. Meer dan de helft van de preken heeft ook dat doel. De reacties zijn er dan ook naar: Het was mooi! Ik heb er iets aan gehad! Dat zijn de gewenste reacties na een kerkdienst, ook bij de dominee. Niets ten nadele van die reacties trouwens, ik hoor ze ook graag. Maar ze zijn symptomatisch voor een ervaringscultuur.

Welke plek kan de Bijbel in die cultuur hebben?

Ik herhaal de vraag nog even: Is er een begaanbare weg zonder de bereidheid van mensen om iets te leren?
Is de constatering in de vraag juist? Willen mensen niets meer leren? Wie ben ik om de constatering te ontkennen? Ik heb niet dagelijks met gemeenteleden te maken. In de collegezaal heb ik allemaal theologiestudenten voor me. Logisch dat die interesse in theologie hebben.

Ik heb een paar stukjes van een antwoord op de vraag, niet meer dan dat, want ik ben grotendeels een stuurman die aan wal staat. Ik gooi er een paar stellingen in:

Stelling 1: De rol van de Bijbel als kennisbron is afhankelijk van de rol van de Bijbel als heilige tekst.
Willen we aan gelovigen duidelijk maken dat de Bijbel als kennisbron de moeite waard is, dan moeten we vertrekken vanuit de overtuiging, maar niet alleen een overtuiging maar ook een belichaamde praktijk, waarin de Bijbel als heilige tekst centraal staat. De Bijbel zoals we die voor ons hebben, overleeft niet als kennisbron zonder dat er een gelovige urgentie mee gepaard gaat, onder ligt en doorheen straalt. Daar zijn een paar intellectuele uitzonderingen op: mensen die de Bijbel reuze interessant vinden als cultureel fenomeen, maar dat zijn er maar weinig en ze zijn moeilijk tot een commitment aan het christelijk geloof te brengen.
De Bijbel is een heilig boek, het Woord van God. Ik bedoel dat niet alleen theologisch. Ik bedoel het net zozeer cultureel en antropologisch. De kerk is hoeder van geheimen, is hoeder van vragen op leven en dood, van goed en kwaad, en het ergste wat de kerk kan doen, is zich uit al die domeinen terugtrekken om het alleen nog maar over prettige dingen te hebben en dingen waarover iedereen het eens is.

Je hoeft maar een paar afleveringen van Game of Thrones te kijken, een of andere post-apocalyptische film te zien, rockmuziek te draaien, games te spelen of het wordt je duidelijk dat in de wereld van het entertainment de vragen op leven en dood overal present zijn. Ook al willen de meesten van u de hel waarschijnlijk liever niet meer terugzien in de kerk, toch is er met het vertrek van de hel iets verloren gegaan, niet alleen theologisch, maar ook antropologisch. Er is het inzicht teloorgegaan dat het leven fundamenteel op spanning staat en dat ons geloof daarover gaat.

Stelling 2: De rol van de kerk als verschaffer van entertainment is niet in tegenspraak met de rol van de kerk als tegenover en daarom als instituut dat kennis vraagt.
Vanuit de rol van de kerk als verschaffer van entertainment, is er desondanks een diepe behoefte aan kennis mits we bereid zijn te zien dat entertainment veel meer is dan alleen plat vermaak. Entertainment is ook: contact maken met je diepste angsten en je diepste vragen. Iets anders horen dus dan je prettig vindt. En van daaruit kan ook kennis weer binnenkomen. Kijk maar naar allerlei werelden van entertainment waarin kennis een enorme rol speelt. Wie zoals ik aan analoge fotografie doet (en dat doen jongeren in toenemende mate!), is bereid te leren over diafragma, sluitertijd, scherptediepte, ontwikkelen van film, afdrukken in de doka, de magie van het foto’s maken. Het is simpelweg antropologisch niet waar dat een mens van nature lui is en liefst nergens moeite voor doet. Integendeel, ook in ons technologische tijdperk beulen mensen zich voortdurend af om iets te bereiken. Niet alleen in het domein van hun werk, maar ook in het domein van entertainment. En dus past de kerk daar in principe prima bij. Sterker nog: de core business van de kerk is de omgang met de grootste vragen van het leven. Het zou toch vreemd zijn als je daar geen moeite voor zou willen doen!

Stelling 3: kennis staat in onze cultuur in functie van ervaring en moet daarom ook in de kerk vanuit dat perspectief worden ingebracht.
Ik heb in het voorafgaande feitelijk voortdurend betoogd dat ook mensen vandaag wel degelijk te interesseren zijn voor kennis van de Bijbel, maar van belang is wel de volgorde in de gaten te houden. Kennis wordt vergaard in nauwe samenhang met wat ervaren kan worden en de urgentie ervan valt heel snel weg als het daarvan wordt losgemaakt. Je kunt mensen heel veel vertellen, zolang ze het gevoel hebben te weten waarom ze dit moeten weten. Wat ze eraan hebben. Om eerlijk te zijn, zo ben ik exegetisch gezien maar zeer ten dele opgeleid. In de klassieke theologieopleiding van de jaren negentig ging het toch veelal om kennis om de kennis, zeker bij de bijbelvakken. De vakken die daarop een uitzondering waren, hielden zich bezig met narratieve exegese of structuuranalyse.

Ik zeg soms tegen de studenten: als iemand over de lengte van je preek moppert, moet je aan iets anders denken dan die lengte op zich. Dat geldt ook voor een preek met veel uitleg. Als iemand zegt dat het veel uitleg is, bedoelt die persoon waarschijnlijk iets anders, namelijk dat zij of hij die uitleg niet goed met het eigen leven wist te verbinden. Iets soortgelijks geldt voor ‘moeilijk’. Soms is ‘moeilijk’ synoniem voor ‘ver van mijn bed’.

Wat betekent dat voor de praktijk? Een paar suggesties:

  • Dat je met verstand met de Bijbel omgaat. De Bijbel mag een heilig boek zijn, maar dat betekent nog niet dat je mensen met elk bijbelgedeelte even effectief kunt raken. Overvraag je mensen niet. Hoe breder het publiek, hoe nauwer de band met de ervaring. En realiseer je in welke gemeente je zit. Een gemeente vol met intellectuelen in de Randstad, vraagt iets heel anders dan een gemeente op het platteland. En sommige gemeenten zijn zo veelvormig dat ze verschillende dingen tegelijk vragen.
  • Dat je kenniselementen het liefst moet verweven met elementen die een beroep doen op de ervaring van de hoorders. Een preek is geen lezing met een liturgie er omheen. Het is ook niet puur een uitleg van de Schrift. Een preek is in de meeste gevallen in protestantse gemeenten het sacrament van de Godsontmoeting, juist omdat het eigenlijke sacrament ontbreekt. Dat geldt zeker niet alleen de rechtervleugel van de kerk, waar dat vaak nog functioneert. Mensen in de hele breedte van de Protestantse Kerk zoeken een ontmoeting met God in de kerkdienst. En dan kijk ik ook naar mezelf: hoeveel van onze preken zijn zo geconstrueerd dat ze die Godsontmoeting faciliteren of zelfs, al zijn we daar als protestanten vuurbang voor, organiseren?
  • Dat je kenniselementen omwille van de kennis alleen in kleine kring moet presenteren. Er zijn zeker gemeenteleden geïnteresseerd in kennis om de kennis. Maar verwacht dat niet van de hele gemeente. Wees blij met een kring van een man of tien op een gemeente van een paar honderd. Dat is geen vergeefse moeite, maar een investering in het creëren en voeden van liefhebbers. Die liefhebbers kunnen dragende krachten in je gemeente zijn.

Tot slot

Terug naar de beginvraag: “Is er een begaanbare weg zonder de bereidheid van mensen om iets te leren?” Het korte antwoord is: ja, er is een begaanbare weg.  Daarvoor heb ik een aantal suggesties gegeven. Deze zijn nog zeker niet volledig, maar ze kunnen een eerste aanzet bieden voor een gesprek.

 »lees verder»

 

Zeven is voldoende: vijf en twee

Geachte collega Röselaers, beste Joost, dames en heren,

Hartelijk dank voor het eerste exemplaar van ‘de vijf artikelen van de remonstranten Pijl naar beneden ’. Op het eerste gezicht lijkt de geschiedenis zich te herhalen. Ruim vierhonderd jaar geleden, in 1610, stelden uw voorvaderen namelijk de eerste vijf artikelen van de remonstranten op. De gevolgen zijn bekend: enkele jaren later volgden de Dordtse Leerregels, ofwel ‘de vijf artikelen tegen de remonstranten’. Het geheel liep in 1619 uit op de eerste protestantse kerkscheuring, waardoor wij gescheiden wegen gingen.

Nu, vierhonderd jaar later, hebt u opnieuw vijf artikelen van de remonstranten opgesteld en biedt u ze aan de nazaten van de toenmalige gereformeerde kerk aan. Een moedige stap. We kennen immers allemaal het gezegde: ‘l’histoire se répète’ ...

Nu zijn de tijden grondig veranderd. We leven in een politiek, cultureel en religieus totaal andere tijd dan vierhonderd jaar geleden. Tijdens de herdenking van vierhonderd jaar Nationale Synode van Dordrecht, op 10 november 2018, heeft mr. Piet Hein Donner Pijl naar beneden de Synode van Dordrecht in historisch perspectief geplaatst. Het geding van toen was niet alleen theologisch. Gedurende het twaalfjarig bestand (1609-1621) smeulde het conflict tussen - in de woorden van Donner - een bestuurlijke elite en een populistische meerderheid, tussen Holland en de andere provincies, tussen Maurits en Van Oldenbarnevelt.

Het ging hierbij om de relatie tussen kerk en staat: heeft de staat zeggenschap over de kerk? Van Oldenbarnevelt was vanuit bestuurlijk oogpunt vóór die zeggenschap; Maurits was ertegen. Daarnaast ging het om buitenlandse politiek: de relatie tussen de jonge Republiek en Spanje. Van Oldenbarnevelt wilde onderhandelen met Spanje; Maurits wilde de politieke onafhankelijkheid militair veiligstellen. Bovenop deze geschillen kwam een oud theologisch debat over de predestinatie. Augustinus en Pelagius, Luther en Erasmus streden hier al over. De koppeling van politieke geschillen en een theologisch verschil van inzicht leidde tot een gevaarlijk mengsel. Volgens Donner stond voor de gewone man in dit conflict de zekerheid van het heil op het spel. Citaat: “Het idee dat de hemel een kwestie zou zijn van eigen verdienste, was even explosief als wanneer men nu de AOW zou afschaffen en alleen nog zou toekennen als onderscheiding voor maatschappelijke verdienste. Bovendien klonk het - de verwoording van de remonstranten - allemaal erg rooms. Waren de Reformatie en de oorlog tegen Spanje dan voor niets geweest? De gewone burger moest er allemaal niets van hebben; ‘hij was boos’, zou men nu zeggen.”

De ontknoping van het conflict vond plaats tijdens de Nationale Synode van Dordt. De synode was geen poging tot verzoening, maar een bevestiging van de dominante positie van de calvinisten, aldus Donner. Het leidde tot de eerste kerkscheuring op protestants erf. Een pijnlijk moment, in het bijzonder voor de remonstranten. De verbanning van remonstrantse predikanten en de beroepsverboden van talloze remonstrantse bestuurders hebben hen diep geraakt en veel stuk gemaakt. Bovendien raakte de kerk van Christus hierdoor verder verdeeld. Op de gruwelijke dood van Van Oldenbarnevelt kijken we nu met schaamte terug.

Nuchter en ietwat onderkoeld wijst Donner erop dat door de synode wél de splitsing van kerk en staat en tussen Holland en de andere provincies is voorkomen. Hij vergelijkt de uitkomst van het conflict met de conflicten in het toenmalige Duitsland, Frankrijk en Engeland. Daar leidde een vergelijkbare politiek-theologische strijd tot duizenden doden. Zijn conclusie is: de Nationale Synode legde het conflict niet bij, maar zorgde wel voor rust. Het nieuwe kerkgenootschap, de Remonstrantse Broederschap, werd gedoogd. Na de dood van Maurits keerden remonstrantse predikanten gewoon terug naar de Nederlanden en de remonstranten kregen hun eigen kerken. Hij concludeert Donneriaans: “Je moet Nederlanders nooit zeggen dat ze gelijk zijn, want dan krijgen ze ruzie over wiens gelijk, maar als je erkent dat ze verschillend zijn, kunnen ze vaak vrij redelijk met elkaar omgaan.” Deze conclusie, en impliciete oproep tot verdraagzaamheid, klinkt mij goed remonstrants in de oren.

Overigens stelt Donner dat het mooi zou zijn als de remonstranten en de nazaten van de contraremonstranten, de Protestantse Kerk, tot een gemeenschappelijk standpunt komen over wat hen toen verdeelde. Ik duid het conflict van vierhonderd jaar geleden als de interne worsteling van een jonge zelfstandig wordende republiek die zocht naar haar eigen identiteit, waarbij het theologisch ging om de predestinatie, maar waarbij het geloofsmatig, spiritueel draaide om de radicaliteit van de genade.

Treffend en hoopvol vind ik het dan ook dat het in een van de vijf V-woorden van de huidige ‘vijf artikelen van de remonstranten’ gaat over vrede, maar draait om genade. ‘Als het geloof helemaal uit onszelf komt’, zo schrijft Tjaard Barnard, ‘is het spannend of het ooit bij God uitkomt.’ Tegenover de genadeloze boodschap van het neoliberalisme, waarbij succes een keuze is, iets voor de geslaagden - ofwel waar je je AOW of een uitkering moet verdienen door goed gedrag - staat het woord genade. In genade als fundament van vrede hoor ik de grondtoon voor het vervolg: vrede op grond van genade, niet als prestatie maar als geschenk dat om niet ontvangen mag worden. Wat mij betreft kunnen we met deze grondtoon de komende vierhonderd jaar aan!

Uw vijf V-woorden stellen vragen en nodigen uit tot debat. Als ik u goed begrijp, wat u betreft niet alleen intern kerkelijk, maar vooral maatschappelijk. En ik lees in deze artikelen een uitnodiging om hierin gezamenlijk op te trekken. Niet als kopieën van elkaar, maar complementair. Elkaar aanscherpend en verdiepend.

Zoals ik al opmerkte, zet, wat mij betreft, uw toespitsing van het V-woord ‘Vrede’ de toon. Ook de andere vier V-woorden zijn een wezenlijke bijdrage aan het maatschappelijk debat over waarden in onze samenleving, vanuit de christelijke traditie.

‘Vrijheid.’ Geen ontaarde vrijheid, maar vrijheid tot, in relatie tot verdraagzaamheid. Sigrid Coenradie koppelt dit, in de lijn van Kierkegaard, aan angst. Angst voor de sprong naar de vrijheid. Als calvinist voeg ik hier graag de notie van Luthers ‘vrijheid van een christenmens’ aan toe. Die notie komt uit wat mij betreft een van zijn meest waardevolle geschriften.

‘Verdraagzaamheid’, niet alleen ten opzichte van mensen waar je het grotendeels mee eens bent, maar ook ten opzichte van die ander die echt anders is. Annemieke van der Woude spitst dit toe op een Nashville-ondertekenaar. Verdraagzaamheid is niet eenvoudig, het doet pijn. Je hoeft de sociale media maar een beetje te volgen om te zien hoe waar dit is.

‘Verantwoordelijkheid’, tegenover onverschilligheid en hebzucht. Als heilige verplichting om zorg te dragen voor wat aan je zorg is toevertrouwd. Als tegengif tegen het doorgeschoten individualisme waar we slechts een boodschap aan elkaar lijken te hebben als de ander mij iets oplevert. Terecht wijst Koen Holtzapffel erop dat we moeten oppassen dat deze verantwoordelijkheid geen nieuwe wet moet worden - een soort ‘(on)heilig moeten.

En als vijfde: ‘Vriendschap’. Joost Röselaers herkent dit in de drieslag van de Franse revolutie, maar fundeert het in de bekering van Paulus. Van een zwart-witdenker die anderen bestrijdt, wordt hij de apostel die Jood en heiden open tegemoet treedt om aan hen het evangelie van Jezus Christus te communiceren.

Aan deze vijf V-woorden, die uitnodigen tot debat, voeg ik er graag nog twee toe. Zeven is immers het getal van de volheid.

Niet om hiermee te suggeren dat remonstranten en protestanten samen de volheid van Gods volk vertegenwoordigen. Dat zou een hovaardige overschatting van ons beiden zijn. De kerk is, Goddank!, breder dan remonstranten en protestanten. En toch: zeven woorden, als uitdaging. Om als remonstranten en protestanten te participeren in de volheid van het lichaam van Christus, van zijn Kerk.

De twee V-woorden die ik, vanuit mijn protestantse traditie, graag toe wil voegen zijn ‘Vertrouwen’ en ‘Verbinden’.

In de introductie van ‘de vijf artikelen van de remonstranten’ noemt Joost Röselaers de kern van de vierhonderd jaar oude remonstranten ‘een diep vertrouwen in God, dat ons draagt en overstijgt.’ Graag zet ik hier een dikke streep onder. ‘Vertrouwen’, synoniem voor geloven. Vertrouwen in Hem, die ons te boven gaat en tegelijkertijd draagt. Vertrouwen als grondhouding. Niet omdat ‘alles wel recht sal kommen’, maar omdat aan God de toekomst is en er tenslotte maar één Heer is aan wie wij gebonden zijn: Christus, die ons in de vrijheid stelt. Vertrouwen dat zelfs de Kierkegaardiaanse angst voor de vrijheid overwint.

Ten slotte, als zevende V-woord: ‘Verbinden’. De maatschappelijk waarde van verbinden is evident. Die komt in de vijf door jullie aangereikte V-woorden duidelijk naar voren. Graag voeg ik hier de noodzaak van de onderlinge verbinding als kerken en christenen aan toe, ofwel de katholiciteit. Dit vanuit de overtuiging dat we niet zonder elkaar kunnen als het gaat om het verstaan van de waarheid. Als calvinisten is het noodzakelijk om uw stem te horen. De nadruk op vrijheid en verdraagzaamheid. De spiritualiteit van Erasmus.

Als calvinisten brengen wij de stem van Luther en Calvijn in. De nadruk op de genade voor prutsers. Om een beeldspraak van dé hervormde theoloog van de vorige eeuw, Oepke Noordmans, te gebruiken: we trekken op het orgel hierbij dan wel het zware 16-voets register open. Een register dat de grondtoon verklankt van de mens die de mens een wolf is. Immers, in een aforisme van Noordmans: de zonde gaat even ver als de schepping. Of, in een moderne variant, in de woorden van juf Ank uit De Luizenmoeder - juf op de kleine openbare basisschool ‘De Koepel’: “We zijn allemaal mensen, Pjotr Jan, en er is één hardnekkige overeenkomst: we hebben allemaal de onweerstaanbare drang om elkaar op een goed moment de hersens in te slaan.”

Alleen samen met alle heiligen verstaan we iets van het geheimenis van God.

Ik ben dan ook dankbaar dat wij, samen met diverse andere kerken, straks op 29 mei in Dordrecht, vierhonderd jaar na dato, de Verklaring van Verbondenheid Pijl naar beneden gaan ondertekenen. Ik weet dat de tekst van de verklaring u hoofdbrekens heeft gekost. Toch doet ook u straks mee. Als teken van verbondenheid met Christus en met elkaar, om gezamenlijk onze roeping in de samenleving te aanvaarden.

De tijden zijn veranderd. Toch zou ik, net als vierhonderd jaar geleden collega Bogerman, ook vandaag ‘ite, ite’ willen roepen. Niet tegen u, maar tegen ons beiden: ga, ga! Erop uit! De samenleving heeft u, ons, meer dan ooit nodig!

 »lees verder»

 

Modern devoot leven, NU

De groeiende belangstelling voor en oriëntatie op ‘het monastieke’ in protestantse kringen is opmerkelijk. De boeken van hedendaagse ‘monniken’ als Henri Nouwen, Anselm Grün en Wil Derkse vinden gretig aftrek onder protestantse gelovigen. Ook zijn er allerlei spirituele praktijken uit de monastieke traditie in opkomst. Vacare, een beweging voor meditatief leven binnen de Protestantse Kerk - stimuleert de beoefening van christelijke meditatie, individueel en in groepen overal in het land. Individuele gelovigen en groepen gemeenteleden gaan pelgrimeren of op retraite in kloosters en retraitecentra. Plaatselijke kerken organiseren stiltevieringen en getijdengebeden. Er wordt geestelijke begeleiding aangeboden, bijvoorbeeld vanuit de beroepsvereniging Gaandeweg en het Netwerk Geestelijke Begeleiding van de Protestantse Kerk.

Onrustig is ons hart

Er is kennelijk een toenemend verlangen naar verstilling en verinnerlijking, naar contemplatie en zorg voor de ziel. Ongetwijfeld als reactie op de hectiek en druk van het dagelijks leven, de 24-uurs economie en de constante prikkels van sociale media. Ook het kerkelijk leven, waarin vaak de nadruk ligt op organisatie en activiteit, ontkomt hier niet aan. Een grootschalige enquête onder leden van de Protestantse Kerk toonde nog niet zolang geleden aan dat een groot deel van het kerkelijk kader ‘vermoeid en belast’ is. In dat licht is het niet vreemd dat ‘het monastieke’ aantrekkingskracht heeft.

Maar de vraag komt op of alles wat zich onder de vlag ‘monastiek’ aandient deze aanduiding ook verdient. Thomas Quartier, theoloog, filosoof en ingetreden bij de Willibrordsabdij in Doetinchem, schrijft in zijn boek Anders leven dat ‘monastiek’ allereerst verwijst naar een manier van leven, een levenshouding, die alle terreinen van het leven betreft en niet ‘los’ verkrijgbaar is in de vorm van spirituele praktijken. De kern van het monastieke bestaan - het zoeken naar God - is volgens Quartier iets dat je niet in je eentje doet, maar in gemeenschap met anderen. Hoewel ‘monastiek’ is afgeleid van het Griekse ‘monos’ (alleen), is het een bestaanswijze die zich in ‘communio’ (gemeenschap) voltrekt.

Zo zijn ook de eerste kloosters ontstaan, in de vierde eeuw na Christus. Kluizenaars die zich afzonderden in de woestijn om God te zoeken, gingen na verloop van tijd bij elkaar wonen. De vorming van leefgemeenschappen van broeders en zusters was ook één van de kenmerken van de beweging van de Moderne Devotie. Hoewel de protestantse traditie na de reformatie weinig op had met het kloosterleven, ontstaan er in de twintigste eeuw ook protestantse en oecumenische leefgemeenschappen van mensen die zich geroepen weten tot de navolging van Jezus Christus in het dagelijkse leven met en voor mensen.

Inspiratie vanuit Taizé

In en na de Tweede Wereldoorlog vormen zich in het buitenland oecumenische leefgemeenschappen die ook van betekenis zullen worden voor kerken en gelovigen in Nederland. De bekendste daarvan is de communiteit van Taizé in het gelijknamige dorpje in Frankrijk en gesticht door de Zwitserse protestant Roger Schutz, beter bekend als frère Roger. In de loop der tijd groeit Taizé uit tot een gemeenschap van zo’n honderd broeders, van wie een aantal in kleine fraterniteiten in Azië, Afrika en Zuid-Amerika wonen. Daar delen zij hun leven met armen, straatkinderen, gevangenen en stervenden. De broeders leggen bij hun intrede in de gemeenschap een gelofte af en laten zich in hun samenleven leiden door een gemeenschappelijke leefregel.

Taizé is een open gemeenschap, ontvangt jaarlijks duizenden gasten en oefent een sterke aantrekkingskracht uit op met name jongeren uit heel Europa en verder. De vieringen van Taizé en de meditatieve liederen die daar worden gezongen vinden ook hun weg naar kerken Nederland. Zo ontstaat bijvoorbeeld vijf jaar geleden Taizé Amsterdam, een jongerencommunity in en rond de Nassaukerk waar vooral studenten aan deelnemen. Deze gemeenschap organiseert niet alleen maandelijkse Taizé-vieringen, maar probeert via verschillende maatschappelijke activiteiten ook een diaconale grondhouding bij jongeren te cultiveren.

Keltisch-christelijke gemeenschappen

In de jaren dertig van de vorige eeuw wordt door de Schotse predikant George McLeod de Iona Community gesticht. Samen met werkloze arbeiders, studenten en predikanten herstelt hij de tot ruïne vervallen abdij op het eilandje Iona en zo ontstaat een gemeenschap die nu 250 leden, 1400 geassocieerden en 1500 vrienden wereldwijd telt. De leden delen een gemeenschappelijke leefregel van dagelijks gebed, wederzijds verantwoording afleggen van de besteding van tijd en geld, onderlinge ontmoeting en inzet voor gerechtigheid en vrede. De betrokkenen bij deze gemeenschap leven (met uitzondering van de stafleden en vrijwilligers op Iona) niet samen, maar zijn door de leefregel en regionale huisgroepen nauw met elkaar verbonden. Ook in Nederland zijn er mensen bij deze gemeenschap betrokken, onder andere via de Nederlandse Iona Groep. Net als in Taizé ontwikkelt zich ook binnen de Iona Community een eigen liturgische praktijk, met onder andere nieuwe liederen. Veel van deze liederen hebben via onder andere het Nieuwe Liedboek hun weg naar kerken in Nederland gevonden.

Een soortgelijke oecumische gemeenschap die haar wortels heeft in de Keltisch-christelijke traditie is de Northumbria Community, met een ‘moederhuis’ annex retraitecentrum in het noordoosten van Engeland. Ook deze gemeenschap leeft verspreid over het Verenigd Koninkrijk en daarbuiten en wordt bijeengehouden door een leefregel rond de woorden ‘beschikbaarheid’ en ‘kwetsbaarheid’. Het recent gestarte oecumenische stadsklooster in Arnhem, een kleine christelijke leefgemeenschap, richt zich op deze leefregel.

Nieuwe monastiek

In Nederland is een bont palet aan christelijke leefgemeenschappen te vinden. En regelmatig komen daar weer nieuwe bij. Veel van deze gemeenschappen - katholiek, protestants en oecumenisch - hebben recent een netwerk gevormd onder de naam ‘Vereniging Religieuze Leefgemeenschappen Nederland’. Er zijn leefgemeenschappen die zich richten op zorg voor kwetsbare medebewoners, op buurtbewoners in achterstandswijken, op duurzaamheid en ecologisch verantwoord leven of (in veel gevallen) op een combinatie hiervan. Niet al deze gemeenschappen leven vanuit een gemeenschappelijke leefregel, een levenslang commitment en/of de beoefening van spirituele praktijken zoals het getijdengebed. De gemeenschappen die dat wel doen zou je kunnen scharen onder de term ‘nieuwe monastiek’.

Dankzij de Amerikaanse protestantse theoloog Shane Claiborne en de opname van zijn gedachtegoed in de Anglicaanse literatuur rond ‘fresh expressions’, is ook in Nederland de term ‘nieuwe monastiek’ gangbaar geworden. Shane Claiborne stichtte eind jaren negentig in een achterstandswijk in het Amerikaanse Philadelphia de gemeenschap ‘The Simple Way’. Het programma van deze gemeenschap is: eenvoudig leven; anders leren denken over arm en rijk; wat je hebt met anderen delen; scheiding tussen groepen in de samenleving doorbreken. Kortom, leven volgens de tegencultuur van het Koninkrijk van God.

Wat is ‘monastiek’?

Rosaliene Israël, bezig met een promotieonderzoek naar christelijke leefgemeenschappen, heeft in het kader van een verkenning monastiek pionieren Pijl naar beneden in opdracht van het missionair werk van de Protestantse Kerk de kenmerken van ‘monastiek’ als volgt omschreven:

  • het gaat om een manier van leven waarin het zoeken naar God centraal staat en van waaruit diverse praktijken voortkomen, zoals lectio divina, getijdengebeden, geestelijke begeleiding en retraites
  • deze manier van leven vraagt vanwege haar aard om een vorm van commitment, bijvoorbeeld aan een gemeenschappelijke leefregel of roeping
  • het is gericht op het volgen van het evangelische voorbeeld van Jezus Christus als bron voor gemeenschap, hetgeen hand in hand gaat met gastvrijheid en openheid voor bezoekers en gasten, vanuit de overtuiging dat we bij uitstek in de ontmoeting met hen, Christus ontmoeten
  • het staat, juist vanwege de nadruk op orthopraxis, die wortelt in aloude monastieke tradities en gericht is op de toekomst van kerk en wereld, in een positief-kritische verhouding tot de kerk Met deze omschrijving van ‘monastiek’ wordt de lat behoorlijk hoog gelegd. Wat is de betekenis hiervan voor zoekers, gelovigen en kerken die zich op de ‘monastieke’ weg begeven?"

Spannende vragen

Een spannende vraag die hierdoor wordt opgeworpen is die naar ‘commitment’ of ‘toewijding’. In een cultuur die gekenmerkt wordt door vluchtigheid en tijdelijke verbindingen is duurzame toewijding, bijvoorbeeld aan een leefregel en/of aan een gemeenschap van mensen, geen vanzelfsprekendheid. De radicaliteit van ‘oude’ (kloosters) en ‘nieuwe monastiek’ (christelijke leefgemeenschappen) houdt christenen en kerken daarom een kritische spiegel voor, net zoals de beweging van de moderne devotie dat destijds deed. Een ander spannend thema is de vanuit monastiek oogpunt noodzakelijke verbinding tussen ‘bidden’ en ‘werken’, tussen ‘contemplatie’ en ‘actie’. Spirituele praktijken uit de monastieke traditie zijn in dat licht geen doel in zichzelf. De weg naar ‘binnen’ zal ook altijd weer naar ‘buiten’ moeten leiden en vice versa. Ook in dit opzicht kan de monastieke traditie en beweging fungeren als een ‘luis in de pels’ van kerken en christenen.

 »lees verder»

 

Onderlinge verschillen: wegpoetsen of bespreken?

“Waar mensen in het geding zijn, moet je spreken”

- Trinette Verhoeven, classispredikant in Utrecht

“In mijn classis zijn grote onderlinge verschillen, dat bleek bijvoorbeeld rond de Nashville-verklaring. Als je in verklaringen gaat communiceren, loop je het gevaar over zaken te spreken, terwijl het om mensen gaat. Als je dan zwijgt, loop je kans dat je mensen doodzwijgt. Waar mensen in het geding zijn, moet je spreken. Zwijgen is wat mij betreft nooit de oplossing.

Ik ben een geboren lutheraan. Voor mij is de Lutherroos heel sprekend, met een rood hart in het midden en daarin een kruis. Het kruis in het rode hart zegt dat het uiteindelijk gaat om de liefde van God, daar komen we altijd bij terug. Voor mij is dat de motivatie om te kijken naar alles wat er aan de hand is in de kerk, en de grond om alles te bespreken. Mensen herkennen dat, ook mensen die het niet met me eens zijn.

Vanuit dat beeld probeer ik mensen met tegengestelde meningen met elkaar in gesprek te brengen. In een gemeente waar ik predikant was, ging dat goed bij het huwelijk van twee mannen waar mensen waren die daar veel moeite mee hadden naast anderen die het toejuichten. We gingen met elkaar het gesprek aan, we benaderden het onderwerp vanuit het geloof en de liefde van God, en dat heeft ertoe geleid dat er begrip voor elkaar kwam. Juist als je je concentreert op de kern, de liefde van God, vind je de verbinding, dwars door de verschillen heen."

 

“Voer eerst het geloofsgesprek”

- Jan van der Meijden, predikant Hervormde Gemeente Bergambacht (tot en met maart Hervormde Gemeente Rijssen)

“De gemeenten die ik heb mogen dienen, waren nogal verschillend; gemeenten met één modaliteit waar de neuzen aardig dezelfde kant op staan naast veelkleuriger gemeenten waarin de onderlinge verschillen groot zijn. Maar ook als neuzen dezelfde kant op staan, kunnen bij een onderwerp als bijvoorbeeld liturgie hevige verschillen boven komen.

In de Protestantse Kerk is veel pluraliteit: iedereen mag geloven wat hij of zij wil geloven. Maar wil je werkelijk samen optrekken, dan is het nodig dat het geloofsgesprek gevoerd wordt. Waar sta je? Wat bezielt je? Waar zit het verschil? Dat is best spannend want het komt dichtbij. Mijn ervaring is dat als het geloofsgesprek niet gevoerd wordt, mensen vanuit rationele overwegingen praten. Voer je het geloofsgesprek wel, dan kan er iets openbreken. De verschillen worden daarmee niet weggepoetst, maar er ontstaat openheid naar elkaar.

Als je niet inhoudelijk met elkaar in gesprek bent in de kerk, dan wordt het niet wat, dan blijft het Geestloos. Zoek elkaar in wat bindt én in wat onderscheidt, maar wel altijd vanuit de bedoeling elkaar vast te houden. Voer het inhoudelijke gesprek in de kerkenraden maar ook bijvoorbeeld als predikanten onderling. Bezin met elkaar, luister naar elkaar, bevraag elkaar en zoek elkaar in de schaduw van kruis en open graf. Als je elkaar daar vindt, kom je voorbij je eigen standpunten, voorbij de verschillen. Je vindt ruimte en verdraagzaamheid.”

 

“Je kunt ook té voorzichtig zijn in de omgang met elkaar”

- Henk Stokking, voorzitter van de wijkkerkenraad van de Barbaragemeente in Culemborg

“In 2011 zijn onze gereformeerde kerk en hervormde gemeente gefuseerd, in 2017 is het besluit tot verdere integratie genomen. Dat proces van samenvoegen vindt bijna zijn afronding. Tijdens dat hele proces spelen cultuurverschillen een rol.

In aanloop naar het besluit tot integratie hebben groepjes van acht tot tien gemeenteleden uit de beide wijken aanbevelingen gedaan. Elk groepje boog zich over een onderwerp: de diaconie, het pastoraat, de gebouwen, enzovoort. Overeenstemming over de nieuwe inrichting van veel van die aandachtsvelden verliep soepel. Het besluit over de gebouwen moet nog worden genomen, daar zullen veel emoties bij loskomen. Welk kerkgebouw wordt behouden? Kunnen we bijvoorbeeld de historische kerk verkopen maar toch blijven gebruiken? Als kerkenraden nemen we de wijkgemeenten goed mee in de informatiestroom en laten we zien dat we bezig zijn met oplossingen.

Tussen de beide kerkenraden blijken ook cultuurverschillen, bijvoorbeeld in de besluitvorming. Je kunt als kerkenraad niet altijd een compromis bereiken, je moet soms een moeilijk besluit durven nemen. Je kunt ook té voorzichtig zijn in de omgang met elkaar. Dingen onder de pet houden om de lieve vrede te bewaren leidt tot kleurloze besluiten. Met kleurloosheid ben je niet gediend. Maar het kan ook kwalijker uitpakken. Als zaken onbesproken blijven, kan dat leiden tot verlies van onderling vertrouwen en misverstanden. Bij een integratieproces zoals bij ons loop je dan de kans dat een groep mensen zich niet meer thuis voelt.”

“Gevaar dat mensen zich vervreemd gaan voelen van elkaar”

- Maarten Wisse, hoogleraar dogmatiek aan de PThU en auteur van een nota voor de synode over het geloofsgesprek

“Verschillen in de gemeente kunnen heel blokkerend zijn. Bijvoorbeeld als de een God ziet als een gebeuren tussen mensen en de ander als degene die voor onze zonden is gestorven. Als je niet spreekt over die verschillen, loop je het gevaar dat mensen zich vervreemd gaan voelen van elkaar. De ander kan gaan denken: ‘wat jij gelooft, dat is toch geen geloven…’

Het staat of valt met het proces om elkaar beter te leren kennen. Dat hoeft natuurlijk niet per se in een gesprek; niet iedereen kan woorden vinden voor wat hij gelooft. Er moet een context gecreëerd worden waarin je elkaars geloofsbeleving kunt proeven. De leiding van de gemeente, predikant of kerkenraad, kan daar een rol in spelen. Het is een voortdurend proces van elkaar ontmoeten.

Ik was laatst op een gemeenteavond over het avondmaal. Ik had drie liederen meegenomen, vertelde er iets over en liet ze zingen. Vervolgens vroeg ik een paar mensen welk lied hun voorkeur had en waarom. Mensen gingen op elkaar reageren, het leverde mooie gesprekken op.

Als je blijft steken bij de gedachte ‘wat jij gelooft, dat is toch geen geloven’ wordt het lastig in een gemeente. Als je van elkaar proeft wat de ander ten diepste beweegt, kun je tot het niveau komen dat je zegt: we geloven allebei anders, maar we geloven in dezelfde Heer."

> Bekijk de videoserie ‘Het geloofsgesprek’

Dit artikel verscheen in het meinummer van woord&weg. Meer lezen? Neem een gratis abonnement:

Abonneer gratis

 »lees verder»

 

‘De cijfertjes’: een geestelijke zaak

Beheer over geld en goederen is even geestelijk als pastoraat en eredienst’. Deze prikkelende uitspraak stond te lezen in ‘Waar een Woord is, is een weg Pijl naar beneden ’ (p.28). Voor een vreemdeling in Jeruzalem heeft deze stelling iets raadselachtigs. Wat is er zo geestelijk aan het ontvangen en uitgeven van geld, de zorg voor het kerkgebouw, het vermogensbeheer en de boekhouding? ‘De cijfertjes’. Zo noemen we graag het agendapunt in de kerkenraadsvergadering waar de financiële jaarstukken aan de orde komen. Die laten wij graag over aan de specialisten.

‘Even geestelijk als pastoraat en eredienst.’ In het jargon van Kerk 2025 betekent dit: beheer raakt aan de kern van kerk-zijn. Ook het beheer behoort dus transparant te zijn. In de wijze waarop het beheer wordt ingericht en uitgevoerd, kan iets oplichten van wat de kerk, de plaatselijke gemeente, bezielt.

Het beheer kunnen we dan ook niet overlaten aan enkele deskundigen. Het is een verantwoordelijkheid van de hele kerkenraad. De zorg voor de vermogensrechtelijke aangelegenheden, zoals het beheer deftig in de kerkorde Pijl naar beneden heet, berust bij de kerkenraad (ord. 11-1-1). De begroting en de jaarrekening worden vastgesteld door de kerkenraad. Dat is logisch, want die stukken bevatten de financiële vertaling van het beleid van de gemeente. En daar gaat de kerkenraad over. In dat beleid klinkt bovendien de stem van de gemeenteleden door. De gemeente mag de kerkenraad afrekenen op het beleidsplan, ook in financieel opzicht.

Specialisatie binnen de kerkenraad

Maar de meesten van ons hebben geen verstand van financiën. Althans, dat wordt in de kerk vaak beweerd. In de praktijk valt dat waarschijnlijk mee, want iedereen moet immers zien rond te komen. Toch heb je voor kerkbeheer een zeker charisma nodig, net als voor pastoraat of jeugdwerk. In deze tijd worden aan het beheer de nodige eisen gesteld. Financiële transparantie en integriteit zijn een must. En het beheer van gebouwen moet maatschappelijk verantwoord zijn. We moeten voldoen aan regelgeving van de overheid op het gebied van veiligheid en milieu. De verzorging van deze taak vraagt om gemeenteleden met een meer dan gemiddeld zakelijk en financieel inzicht.

Het college van kerkrentmeesters

Daarom voorziet de kerkorde voor het beheer in een vorm van specialisatie binnen de kerkenraad: de kerkenraad vertrouwt de verzorging van de beheerszaken van de gemeente toe aan een college van kerkrentmeesters (ord. 11-1-2). Deze kerkrentmeesters worden, net als de ambtsdragers, gekozen door en uit (deskundige) gemeenteleden. Voor hen gelden dezelfde integriteitseisen als voor ambtsdragers.

Dit college staat met één been stevig in de kerkenraad. Sinds Kerk 2025 zijn minimaal twee ouderlingen, die deel uitmaken van de kerkenraad, tevens kerkrentmeester. Deze ouderlingen-kerkrentmeesters vormen de linking-pin tussen de kerkenraad en het college. Hiermee willen we bereiken dat het beleid van de kerkrentmeesters wordt afgestemd op de geestelijke roeping en het beleid van de gemeente. Anderzijds kunnen gemeenteleden worden aangetrokken met een vermogensrechtelijk charisma, zonder dat zij ouderling en lid van de kerkenraad behoeven te worden. En natuurlijk kan het college geheel uit ouderlingen-kerkrentmeester bestaan. Dat hangt af van de visie en mogelijkheden ter plaatse.

Aan dit college vertrouwt de kerkenraad de (praktische) verzorging van de beheerszaken van de gemeente toe. Dat betekent dat het college binnen de beleidskaders van de kerkenraad een eigen mandaat heeft in beheerszaken. In de kerkorde worden de taken tussen de kerkenraad en het college helder onderscheiden. Alles wat met beleid en geldwerving te maken heeft, geschiedt in overleg tussen college en kerkenraad. De dagelijkse uitvoering van het beheer, zoals het beheer van de goederen en het personeelsbeleid, is een zaak voor het college. De kerkenraad blijft eindverantwoordelijk en stuurt via beleidsplan en begroting het college aan.

Het college van diakenen

Een kern van kerk-zijn is dat zij is geroepen tot getuigenis en dienst in de wereld, dichtbij en veraf. Daarin belichaamt de kerk de zending van Jezus Christus die is gekomen om te dienen en zijn leven te geven tot heil van mens en wereld. Dit diaconale hart behoort in de hele kerk merkbaar te kloppen. Een kerk zonder diaconaat is geen kerk van Christus. Volgens de kerkorde is elke gemeente dan ook geroepen om dit diaconaat handen en voeten te geven. In de protestantse kerktraditie ziet een speciaal ambt binnen de kerkenraad erop toe dat de gemeente diaconaal van hart blijft: het ambt van diaken.

Een kerntaak van deze diakenen is dat zij de ‘liefdegaven’ van de gemeente bijeenbrengen teneinde mensen te helpen die in de knel komen. Ook diakenen hebben iets met geldzaken. En vaak ook met beheerstaken, over financiële reserves, vastgoed en/of landerijen. Zij moeten dus ook kunnen omgaan met ‘de cijfertjes’.

Om er voor te zorgen dat de ‘gelden voor de armen’ niet worden uitgegeven aan leuke dingen voor de gemeenteleden zelf, kent onze kerk vanouds de discipline om de diaconale gelden en goederen apart te beheren. Dit brengt de kerkorde tot uitdrukking in de regel dat in elke gemeente ook een college van diakenen is (ord. 11-1 en 2). Dit college heeft dezelfde taken en positie ten opzichte van de kerkenraad als het college van kerkrentmeesters, maar dan op het gebied van de diaconale vermogensrechtelijke aangelegenheden. Deze regel geldt ook voor de kleinste gemeenten. Het is een kwestie van principe.

Het college van diakenen bestaat tegenwoordig uit minimaal twee diakenen, die als ambtsdrager deel uitmaken van de kerkenraad. Kerk 2025 heeft daarnaast de figuur van diaconaal rentmeester geïntroduceerd die voortaan deel kan uitmaken van het college van diakenen, zonder tegelijk ambtsdrager te zijn. Hierdoor kunnen meer gemeenteleden betrokken raken bij het werk van de diakenen. Een college van louter diakenen is natuurlijk ook mogelijk.

Zorgvuldig en behoorlijk bestuur

Van kerkbeheerders mag worden verwacht dat zij doelmatig, zorgvuldig, transparant handelen. Gemeenteleden moeten er op kunnen rekenen dat hun bijdragen besteed worden aan de opbouw van de gemeente, de voortgang van de evangelieverkondiging en de dienst aan de naaste. De colleges hebben de opdracht om dit proces van kerk-zijn te faciliteren. Zij draaien de beschikbare euro’s wel twee keer om. Het is tenslotte geld voor de dienst aan de Heer.

Tegelijkertijd wordt van de colleges gevraagd dat hun beheer voldoet aan algemeen geldende maatstaven van zorgvuldig en behoorlijk bestuur. Inkomsten en uitgaven moeten nauwkeurig worden geadministreerd zodat jaarlijks daarover verantwoording kan worden afgelegd aan de kerkenraad en de gemeente. Bovendien houdt ook de overheid een kritisch oogje in het zeil. Onder andere met ANBI-wetgeving die het mogelijk maakt dat bijdragen aan de gemeente of de diaconie -als charitatieve instellingen- aftrekbaar zijn van de belastingen. De overheid vraagt in dit verband om transparantie van de gemeente naar de samenleving over de besteding van de ingezamelde gelden. Alle gemeenten en diaconieën zijn verplicht om hun gegevens openbaar te maken op een toegankelijke website Pijl naar beneden .

Omdat zorgvuldig beheer een belang is voor de hele kerk, wordt op het plaatselijk beheer toegezien vanuit de bovenplaatselijke kerk. Gemeenten vormen samen de kerk. Zij houden elkaar in het oog en staan elkaar bij als dat nodig is. Het toezien door het classicale college voor de behandeling van beheerszaken (CCCB Pijl naar beneden ) is daar de uitdrukking van. Vanuit het toezicht worden richtlijnen gegeven voor de inrichting van de administratie en het beheer van de verschillende vermogensbestanddelen. Het doel is ook hier dat gemeenten in staat zijn aan hun geestelijke roeping toe te komen.

Toekomstperspectief

Op weg naar 2025 zullen volgens de statistieken veel gemeenten kleiner worden. De last van bestuur en beheer drukt zwaarder op een kleinere groep mensen. Soms is die last binnen één gemeente te zwaar, omdat colleges onderbezet raken. Zaken kunnen dan uit de hand lopen of onbeheersbaar worden. Het is zaak dat we dit tijdig signaleren en maatregelen nemen. Vaak wachten we daarmee (te) lang, omdat we als gemeenten zo graag zelfstandig willen blijven.Maar van beheerders mag je juist een vooruitziende blik verwachten. Wat kunnen we samen met andere gemeenten doen om te voorkomen dat onze gemeente in de problemen komt?

Als colleges toch in zwaar weer komen, kunnen zij de hulp inroepen van het breed moderamen van de classis en het CCBB. Kerk 2025 heeft deze instanties duidelijk omschreven bevoegdheden gegeven om in zulke situaties orde op zaken te stellen. Dit zal vaak een kwestie van maatwerk zijn. Daarbij zal de vraag steeds zijn: hoe kan deze (kleine) gemeente nog kwaliteit leveren, in beheersmatige en in geestelijke zin?

Laten we hopen dat we als kerkbeheerders met deze vernieuwde regelgeving vooruit kunnen.

 »lees verder»