Kerk en veiligheid: preventief beleid is zinvol

Nee, het is niet zo dat plaatselijke gemeenten nu voor het eerst zullen gaan nadenken over veiligheid, haast Van der Meulen zich te zeggen. “Veel gemeenten hebben veiligheidsplannen op de plank liggen. Maar mijn advies is wel om die er weer eens bij te pakken. De samenleving is veranderd. Er zijn aspecten bijgekomen. We hebben het bij ‘Kerk en veiligheid’ over situaties waarin de fysieke veiligheid van personen in het geding is door bewuste handelingen van derden tegen kerkgebouwen en haar gebruikers. Met alleen een vluchtplan in geval van brand ben je er dus niet.” 

Bij stilstaan

Gemeenten kloppen zelf ook aan bij de dienstenorganisatie met vragen naar protocollen en tips. En bijvoorbeeld met de vraag hoe gastvrij willen zijn zich verhoudt tot veiligheid van het kerkgebouw. “Cameratoezicht en gesloten deuren staan haaks op de wens een open kerk te zijn”, zegt Van der Meulen. Zichtbare veiligheidsmaatregelen kunnen het gevoel van onveiligheid zelfs versterken. “Maar denk je eens de volgende gebeurtenis in. De crècheruimte in de kerk heeft maar één deur. Als daar wat gebeurt, kunnen de oppaskinderen en hun begeleiders geen kant op. Dat zijn situaties om bij een preventieve scan mee te nemen en aan te pakken.”

De uitdaging is om als plaatselijke gemeente een inschatting te maken van de veiligheidsrisico's, zinvolle preventieve maatregelen te nemen, een veiligheidsplan op te stellen, relevante onderdelen te oefenen en de gemeente op de hoogte te stellen. “Zo voorkom je gevoelens van onveiligheid; gemeenteleden weten dat er goed nagedacht is over het veiligheidsbeleid. En overhandig de concrete uitwerking aan degenen die moeten handelen in geval van nood en neem het samen door. Denk weer even aan die crècheruimte: de begeleiders van de kinderen moeten weten waar ze met de kinderen naartoe moeten bij brand of een andere noodsituatie.

Voortrekkersrol

Wat voor alle gemeenten hetzelfde geldt, is het belang om contact te hebben met de maatschappelijke organisaties in de plaats, zoals de politie, de burgerlijke gemeente, het inloophuis, de moskee, het azc, en de veiligheidsregio. Nederland is ingedeeld in 25 veiligheidsregio’s die onder meer verantwoordelijk zijn voor de brandweerzorg en de rampenbestrijding. Van der Meulen: “Het is helemaal geen gek idee om als kerk de wijkagent eens uit te nodigen. En nodig daar dan direct de maatschappelijke organisaties bij uit. Je kunt als kerk prima het voortouw nemen.”

Meer informatie

Op de themapagina 'Veiligheid' staan FAQ’s als: ‘Wat zijn eigenlijk de veiligheidsrisico's voor een kerk?’, ‘Wat moet er allemaal in een veiligheidsplan staan?’ en ‘Waar moeten we op letten bij een veiligheidsscan?’ Deze zijn voorzien van een uitgebreid antwoord. Ook vindt u een link naar de themapagina veiligheid van de Vereniging Kerkrentmeesterlijk Beheer met links naar relevante documenten.

 »lees verder»

 

“Meegaan met de jongerenreis naar Israël? Gewoon doen!”

Als dochter van twee mensen die elkaar in Nes Ammim leerden kennen had Talya al twee keer vakantie gevierd in Israël. “Maar toen was ik nog klein. Omdat ik in mijn tussenjaar lang van huis zou zijn, wilde ik graag deel uitmaken van een groep. Toen ik me ging verdiepen in Nes Ammim leek dat me wel wat. Ik ben als vrijwilliger begonnen in de housekeeping, daarnaast was ik assistent van de dialoogcoördinator. Nes Ammim heeft projecten die Joodse en Palestijnse mensen bij elkaar brengen. Ik hielp de dialoogcoördinator met de administratie en kwam zelf ook in contact met de mensen om wie het gaat.”

In de elf maanden dat ze er verbleef leerde Talya het land goed kennen. “Nes Ammim biedt de vrijwilligers een studieprogramma aan. Elke maand kon ik studietrips maken en lezingen volgen. Ik deed aan alles mee. Zo bezocht ik onder andere de Negev, de WestBank en de grens met Gaza. Daardoor ontmoette ik bewoners met wie ik anders niet zo snel in contact zou komen.”

Hoe kun je zo samenleven?

Ze kreeg veel mee van zowel joodse als Palestijnse zijde. “Ik hoorde heftige dingen. Er zijn veel mensen met haatgevoelens ten opzichte van de andere ‘partij’. Er zijn gelukkig veel mensen die vreedzaam naast elkaar willen leven maar er zijn ook mensen die dat niet willen. Hoe kun je zo samenleven, vroeg ik me af.” Als het begin van een oplossing ziet Talya de dialooggroepen die worden georganiseerd tussen Joodse en Palestijnse jonge mensen. “Dat biedt hoop dat de nieuwe generatie goed met elkaar op kan schieten.”

Ze is van het land gaan houden. “Het is een heel mooi land, een interessant land, en de cultuur is fantastisch. Het straatbeeld is er heel kleurrijk. In Jeruzalem zie je bijvoorbeeld veel orthodoxe joden naast Arabische handelaren. In Tel Aviv zie je veel hipsters, dat is echt de stad van alternatieve dingen. Hier heeft iedereen haast en is alles georganiseerd. Daar leer je steeds weer nieuwe mensen kennen, is het vrolijk, spontaan en gezellig. Het is er ook één grote chaos. Ik moest heel erg wennen toen ik weer terug was, ook omdat iedereen hier voor het rode stoplicht stopt.” 

Gewoon doen!

Ze is blij dat ze vanuit Nes Ammim het land en zijn bewoners zo goed heeft leren kennen. “Als toerist lukt je dat niet. Dat is ook het mooie van de georganiseerde jongerenreis volgend jaar. Die is zo opgezet dat je in contact komt met mensen die je anders niet tegenkomt. Contact met de mensen die echt over het land kunnen vertellen, zowel aan joodse als Palestijnse zijde. Het wordt er zoveel leuker en interessanter van als je van alles wat meekrijgt. Als je geïnteresseerd bent in het land is de jongerenreis echt een goede optie.” 

Zelf gaat Talya deze zomer alweer terug naar Israël, voor een vakantie. “Samen met een Duitse vriendin die ik in Nes Ammim heb leren kennen. We hebben acht dagen dus kunnen niet alles doen, maar we gaan in ieder geval een paar dagen naar Nes Ammim.”

Tegen jongeren die overwegen om mee te gaan met de jongerenreis wil ze zeggen: “Gewoon doen! Zo ben ik ook gegaan. Ik had nog niet zoveel met het land, maar wist dat het bijzonder moest zijn. Ik ben uit mijn comfortzone gestapt. Ik heb veel geleerd, een nieuwe cultuur ontmoet en een prachtig land gezien. Alles was nieuw en interessant, heel gaaf! Laat je niet afschrikken door alle conflicten waarover je in het nieuws hoort. Mijn ervaring is vooral dat je zult ontdekken hoe mooi, gastvrij en interessant dit land is.

Over de reis
De reis vindt plaats van 19 tot 28 juli 2020 en is bedoeld voor jongeren van 18 jaar en ouder. Er zal een aantal bijeenkomsten aan de reis voorafgaan. Op woensdagavond 25 september 2019 is er een informatiebijeenkomst in Utrecht, voor iedere jongere die geïnteresseerd is in deze reis. Daarna pas volgt de definitieve aanmelding voor de reis. De kosten voor de reis bedragen ongeveer 1200 euro per persoon.  Kent u jongeren die u op deze reis wilt attenderen? Jongeren kunnen meer informatie krijgen bij Floor Barnhoorn (f.barnhoorn@protestantsekerk.nl).

 »lees verder»

 

God en kerk zijn terug - 9 tips voor dorpskerken

‘Doorbreek de sprakeloosheid’ is een van de negen punten in de lezing die journalist en programmamaker Leo Fijen onlangs hield in het Karmelklooster in Drachten. Dorpskerkambassadeur Jolanda Tuma woonde de lezing bij. Ze herkent veel van wat Fijen vertelt. Ze legt zijn negen punten op de situatie van dorspkerken zoals zij die in haar werk in en voor dorpskerken heeft leren kennen.

  1. Begin bij God. Het aantal mensen dat op zondagmorgen een kerk bezoekt is afgenomen. Mensen gaan niet meer vanzelfsprekend naar de kerk maar kiezen bewust om erbij te horen. En juist daardoor wordt vaak nagedacht over het waarom van de kerk. De identiteit van de eigen gemeente, als plek waar God ter sprake komt en waar God present is in woorden en daden, wordt juist in deze tijd weer van groot belang, zo hoor ik in dorpskerken.
  2. De kerk als plek om thuis te komen. Na de kerkdienst is er bijna overal koffie. Men vertelt me vaak hoe belangrijk de kerkelijke gemeenschap is. Als plek waar je thuis bent, als plek waar je wordt opgevangen als het leven tegenzit, als plek waar je wordt gezien en gehoord. Men kijkt om naar elkaar; je wordt gemist als je er niet bent.
  3. Mensen hebben verlangens. Fijen noemde zeven verlangens: goedheid, hoop, vertrouwen, liefde, God, gemeenschap en schoonheid. Wat me in de dorpskerken waar ik kom altijd opvalt is de zorg en aandacht voor de kerkruimte. Alleen al de wijze waarop de kaars wordt aangestoken en de bloemen een plek krijgen, getuigen van aandacht voor schoonheid. Met de woorden ‘in schoonheid word je opgetild’ verbeeldt Fijen precies wat in honderden dorpskerken elke zondagmorgen gebeurt.
  4. Luister naar de mensen om je heen. De vraag op welke wijze de kerk er is voor het dorp wordt op allerlei manieren beantwoord: de bloemen gaan naar iemand in het dorp, al dan niet lid van de kerk; de dominee is dominee voor het hele dorp; de namen van alle overledenen worden genoemd op eeuwigheidszondag. Dorpskerken zijn ook als gemeenschap zichtbaar in het dorp.
  5. Zorg dat je er bent op scharniermomenten. Huwelijk en overlijden werden vroeger ‘beleefd’ in de kerk. Tegenwoordig is dat vaak anders. Maar wanneer zo’n scharniermoment toch in een kerkdienst plaatsvindt, zijn dat mooie gelegenheden om present te zijn. Daarnaast zijn er jaarlijks terugkerende momenten, zoals het herdenken van overledenen of het vieren van Kerst, waarop de kerk present kan zijn in het dorp.
  6. Doorbreek de sprakeloosheid. God en kerk mogen er weer zijn, ook in de dorpen. Dit zie je terug in de manier waarop dorpskerken activiteiten organiseren waarin God, geloof en kerk weer ter sprake komen. Bijvoorbeeld door het organiseren van een pelgrimstocht, kliederkerk, een stiltevieringen of een bijbelgespreksgroep voor niet-gelovigen.
  7. Belang van een persoonlijke relatie. In een dorp kennen veel mensen elkaar. Men weet van elkaar wie wel en wie niet bij een kerk hoort. Dat is een groot goed maar heeft ook een keerzijde. Het is soms lastig om verbindingen aan te gaan met een openbare school als je namens de kerk komt. En toch is elkaar persoonlijk kennen van groot belang. Alleen dan kun je iets voor elkaar betekenen.
  8. Belang van vrijwilligers. Dorpskerken hebben soms moeite voldoende kerkenraadsleden te vinden, maar aan vrijwilligers is vrijwel nooit gebrek. Er wordt ontzaglijk veel werk verzet door vrijwilligers in bijvoorbeeld de voorbereiding van de diensten, het verzorgen van het gebouw, het omzien naar elkaar. Ook als mensen niet op zondagmorgen naar de kerk komen zijn zij vaak zeer betrokken.
  9. Jongeren? Niets mee doen. Tijdens een gemeenteavond werd de zorg geuit dat er geen jongeren meer naar de kerk komen. Even later werd verteld dat de jongeren een actie hadden georganiseerd en duizenden euro’s inzamelden voor een goed doel. Jongeren zitten niet meer om half tien in de kerk maar vinden hun eigen wegen. Geef ze de ruimte en leg hen niet op wat wij, oudere generatie, zo belangrijk vinden. Wees geïnteresseerd in wie zij zijn en wat hen inspireert; je zult versteld staan wat er leeft in die jonge hoofden en harten.
 »lees verder»

 

Gouda: veilig jeugdwerk heeft de hoogste prioriteit

Een veilige gemeente zijn, je kunt er niet meer omheen. De algemene kerkenraad van de Protestantse Gemeente Gouda riep een commissie van vier personen in het leven om beleid te maken en uit te rollen: jeugdwerker Heidi Koster, een predikant en twee gemeenteleden. “We hebben als commissie eerst het thema ‘veilige gemeente’ verkend en besproken wat er allemaal voor nodig is”, vertelt Koster over de start van de commissie. “Helpend daarbij was de de themapagina veilige gemeente op de website van de landelijke kerk en de aanpak van andere gemeenten. Je hoeft het wiel niet helemaal opnieuw uit te vinden.” De commissie stelde vervolgens een notitie op met als basisvisie ‘Veilige kerk ben je samen!’ Koster: “Twee aspecten hebben we grondig uitgewerkt, waarvan ‘veilig jeugdwerk’ het grootste is.” 

Drie speerpunten

Veilig jeugdwerk kreeg drie doelstellingen. Het eerste was dat alle betrokkenen bij het jeugdwerk een Verklaring Omtrent Gedrag zouden aanvragen, het tweede dat zij een gedragscode zouden ondertekenen en het derde dat veilig jeugdwerk met regelmaat een gespreksonderwerp is bij de leiders in het jeugdwerk. Daarnaast kwam er een protocol voor als het misgegaan is. Koster: “Elke vrijwilliger is hierdoor op de hoogte van de stappen die je moet zetten als een melder bij je komt met een vermoeden of een ervaring van onveiligheid.”

Gratis VOG aanvragen? Kijk hier hoe dat kan.

Over de inhoud van de gedragscode is in de commissie intensief gesproken; wat is wenselijk veilig gedrag? In de conceptfase hebben de ambtsdragers in het jeugdwerk meegelezen en feedback gegeven. Om te zorgen voor draagvlak en brede betrokkenheid vertelde en schreef Koster regelmatig over veilig jeugdwerk en het belang van beleid. Soms waren er sceptische reacties. “Bijvoorbeeld dat een VOG schijnveiligheid biedt. Ik legde dan uit dat de VOG onderdeel is van een zorgvuldig proces dat de algemene kerkenraad heeft uitgezet. Alle onderdelen samen vormen de kracht van veilig jeugdwerk. Een andere reactie was dat we toch een kerk zijn die is gebouwd op liefde en vertrouwen; het verplicht stellen van een VOG zou dan een motie van wantrouwen zijn. Het basisprincipe van de kerk als veilige betrouwbare haven is prachtig en daar staat iedereen achter, maar de praktijk is helaas weerbarstiger en daar willen wij onze ogen niet voor sluiten.”

Concreet maken

De officiële implementatie was op 1 januari van dit jaar. De ambtsdragers in het jeugdwerk waren op dat moment voorzien van alle nodige informatie en de stappen die genomen moesten worden. De gedragscode is in de vergaderingen van de kindernevendienst, de catechese en de clubleiding besproken en ondertekend. Koster: “Daar kwamen ook vragen uit voort, zoals: hoe zorg jij ervoor dat een kind zich op zijn gemak voelt op de club? Omdat het best lastig is om er woorden aan te geven heb ik stellingen en praktijkvoorbeelden aangedragen om over in gesprek te gaan. Dat maakt het concreter. Het leverde ook vragen op over de wenselijkheid van officieel beleid. ‘Mag ik een kind nog troosten met een knuffel?’ 

Naar mijn mening is veiligheid onlosmakelijk verbonden met onze geloofsovertuiging. God geeft ons onvoorwaardelijke liefde. Wij mogen ons veilig voelen bij Hem, en het is onze opdracht om die veiligheid te borgen en door te geven aan anderen.”

 »lees verder»

 

Friese kerken: financiën op orde, vrijwilligers en ideeën genoeg. Maar niemand wil kerkenraadslid worden...

“Wij kijken niet in de kaartenbak of iemand kerkelijk is of niet. Iedereen die het nodig heeft, krijgt bezoek van de kerk.” Aan het woord is ds. Margarithe Veen van de protestantse gemeente Achlum-Hitzum. Een aantal van de kerkenraadsleden zit instemmend te knikken. Het is voor hen vanzelfsprekend dat ‘hun’ kerk er voor het hele dorp is.

Deze vanzelfsprekendheid loopt als een rode draad door de gesprekken die ds. René de Reuver, scriba van de generale synode, en Jurjen de Groot, directeur van de dienstenorganisatie, tijdens hun werkbezoek aan Friesland voeren. Iedere maand brengen zij een bezoek aan een andere classis. Met deze werkbezoeken willen zij horen wat er leeft en speelt in het land. In juli was dat de classis Friesland waar de classispredikant van deze provincie, ds. Wim Beekman, onder andere ontmoetingen met drie kerkenraden had georganiseerd.

Achlum: kerk in, van en voor het dorp

Tijdens de laatste zondag van het kerkelijk jaar worden alle overledenen uit het dorp herdacht in de kerk van Achlum. De nabestaanden worden voor deze kerkdienst uitgenodigd. Vorig jaar waren er meer niet-leden dan leden overleden. Ds. Veen: “We hebben ze daarom een week van te voren uitgenodigd in de pastorie. Gewoon even uitleggen wat er in de kerkdienst gaat gebeuren. Voor mensen die niet gewend zijn om naar de kerk te komen, is het prettig om te weten wat ze kunnen verwachten. Dat werd zeer gewaardeerd.”

Ook vinden er tegenwoordig vaker begrafenissen vanuit de gymzaal in het dorpshuis plaats dan vanuit de kerk. Regelmatig wordt ds. Veen gevraagd om ook deze bijeenkomsten te leiden. “Ze vragen dan soms of ik niets wil zeggen over God, maar daar werk ik niet aan mee. Ik ben geen sociaal werker. Ik zal altijd de link met het mystieke leggen.”

De protestantse gemeente Achlum-Hitzum heeft overwogen om een pioniersplek te starten. Ds. Veen: “Het voelt soms alsof je vanuit de landelijke kerk missionair moet zijn. We hebben het hier serieus overlegd, maar we hoeven geen banners en 8000 euro. We doen gewoon het werk dat voorhanden is in het dorp. Dat is ons inziens missionair genoeg.”

Zo komt er inmiddels een jongetje van 10 op eigen gelegenheid naar activiteiten van de kerk. Ds. Veen bezocht het gezin toen ze nieuw in het dorp kwamen wonen. De ouders zijn niet-kerkelijk, maar het jongetje gelooft wel in God. Hij komt zelfs af en toe in zijn eentje naar de kerkdienst.

De tieners zie je niet in de kerkdienst. Toch zijn ze wel betrokken bij de kerk. Ds. Veen: “Niet in de kerkdienst, maar bij mij aan de keukentafel waar we goede gesprekken voeren.  Normaal gesproken eindig ik deze ontmoetingen met gebed waarin ik hen bij name noem, maar enige tijd geleden bood één van de tieners - die onbekend is met de kerk en het geloof - aan om te bidden. Dat is toch ontroerend.”

Langezwaag en Lippenhuizen: kansen grijpen waar het kan en lef tonen

“Aan één bos bloemen op zondag hebben we niet genoeg”, aldus de voorzitter van de kerkenraad van de protestantse gemeente Langezwaag. Alle dorpsbewoners die het nodig hebben krijgen namelijk bloemen van de kerk. Gelukkig is de diaken van deze gemeente tevens bloemist.

Deze praktische en opgewekte houding kenmerkt de piepkleine gemeenten van Langezwaag en Lippenhuizen. Ze delen samen één dominee. 

In Langezwaag hebben ze het beleid dat het werk dat uitbesteed kan worden ook uitbesteed wordt. Zo wordt de tuin van de kerk onderhouden door een hoveniersbedrijf, de financiën worden gedaan door een boekhoudkantoor en de betaalde koster is geen lid van de kerk. Geertjan Fekken is voorzitter van de kerkenraad van Langezwaag: “We besteden het ‘dagelijks’ werk uit aan betaalde krachten, zodat wij als gemeente ons kunnen richten op wat wezenlijk voor kerk-zijn is. Gelukkig zijn de financiën van onze gemeente op orde en kunnen we ons dat permitteren.”

Het bruist dan ook van ideeën en activiteiten in deze gemeenten die 10 kilometer van elkaar vandaan liggen. En dat voor gemeenten waar op zondag zo’n dertig mensen naar de kerkdienst komen. Die dertig mensen is trouwens niet iets van de laatste jaren, dat is al twintig jaar zo. Dus in Langezwaag en Lippenhuizen ervaren ze deze kleinschaligheid niet als krimp, maar als vanzelfsprekend. “Die kleinschaligheid heeft ook grote voordelen. We kennen elkaar goed en kunnen snel schakelen.”

Zo hebben de gemeenten een diaconale woning Pijl naar beneden in bezit die ze verhuren aan mensen die woningnood hebben. Fekken: “Twaalf jaar geleden kregen we een reeks van echtscheidingen in het dorp. We vroegen ons af wat we als kerk daarin kunnen betekenen. We hebben weinig menskracht, maar wel de financiën om een huis te kopen. Nu bieden we de vertrekkende ouder onderdak voor een half jaar, zodat hij of zij het leven weer op orde kan krijgen.”

De woning voorziet in een behoefte en heeft in de afgelopen jaren maar één keer drie maanden achter elkaar leeg gestaan. In de regio is deze woning bekend en binnen het dorp heeft het een belangrijke functie. “Iedereen houdt het wel in de gaten. Ik krijg een telefoontje als iemand het moeilijk heeft.”

Ook de huisartspraktijk is door de kerk ‘gered’. De vorige huisarts vertrok en een eventuele nieuwe huisarts zag meer in de consistorie dan in de oude huisartsenpraktijk. De consistorie werd omgebouwd tot huisartsenpraktijk en apotheek en wordt nu door de diaconie aan de huisarts verhuurd. Het hele dorp is de kerk dankbaar voor deze actie. 

De nieuwste aanwinst is een stukje grond dat de kerk samen met plaatselijk belang heeft gekocht. Deze grond ligt pal tegenover de school. Het plan is om er een boomgaard aan te leggen en om samen met de kinderen van de school de boomgaard te onderhouden. De kerk denkt ook aan het lezen van bijbelverhalen met de kinderen.

Net als in Achlum heeft de kerk een vanzelfsprekende plek in het dorp. De financiën zijn op orde en ook vrijwilligers zijn wel te vinden. Alleen is het heel moeilijk om mensen te vinden die kerkenraadslid wil worden. Zo’n functie duurt te lang voor mensen en het kost te veel tijd. Jan Quarré, voorzitter van de kerkenraad van Lippenhuizen: “We willen ons graag aan de regels van de kerkorde houden, maar een kerkenraad bestaande uit zeven ambtsdragers redden we gewoonweg niet. Het zou fijn zijn als de kerk hiervoor een oplossing verzint.“

Volgens classispredikant Wim Beekman zijn de verhalen van deze kerkenraden typerend voor zijn regio. Trots weet hij te melden dat Friesland de hoogste kerkdichtheid van Europa kent en dat het de classis is met de meeste gemeenten: namelijk 230. ¨Dit zijn slechts drie voorbeelden van hoe Friese kerken er voor zorgen dat de lamp Gods brandende blijft.”

 »lees verder»

 

Bent u predikant, geestelijk verzorger of kerkelijk werker? Meld u aan als mentor

1. Hoe ziet het mentoraat eruit?

“Beginnend predikanten en kerkelijk werkers worden als onderdeel van de Permanente Educatie in hun eerste jaar begeleid door een ervaren collega. In gesprekken met die collega kunnen praktische vragen aan bod komen als: hoe deel ik mijn tijd in? Maar gesprekken kunnen ook gaan over de identiteit van de gemeente in verhouding tot je eigen identiteit en spiritualiteit, of over specifieke zaken in het pastoraat of jongerenwerk.”

2. Wat houdt het mentorschap in?

“Als mentor word je door de dienstenorganisatie aan een beginnend predikant of kerkelijk werker  gekoppeld, op basis van regio, identiteit en specifieke wensen van de mentorant. Als het klikt, voer je gedurende een jaar tien à twaalf gesprekken met je mentorant. Daarin geef je vanuit je eigen ervaring advies, en kijk en denk je mee. Ter ondersteuning volg je kosteloos de mentorentraining, waarin je gedurende vier dagen met collega’s werkt aan je vaardigheden als begeleider.”

3. Wat voor predikanten en kerkelijk werkers zoeken jullie?

“Per jaar stromen ongeveer vijftig beginnend predikanten en kerkelijk werkers in. Om hen van een geschikte mentor te voorzien, hebben we een divers bestand nodig van ongeveer vierhonderd mentoren. We zijn op dit moment met name op zoek naar kerkelijk werkers, geestelijk verzorgers en wat jongere predikanten. Iedereen met minimaal vijf jaar ervaring kan zich opgeven.”

4. Waarom zou je je als mentor opgeven?

“Het mentoraat is nooit eenrichtingsverkeer: we horen van mentoren dat het inspirerend is om met een jongere collega naar het werk te kijken. Het laat je kritisch kijken naar je eigen manier van werken. En bovendien ontwikkel je door het mentorschap en de mentorentraining je vaardigheden als begeleider.”

5. Waar is meer informatie te verkrijgen?

“Via mentoraat@protestantsekerk.nl is meer informatie op te vragen en kunnen geïnteresseerde predikanten, kerkelijk werkers en geestelijk verzorgers zich opgeven als mentor. Op protestantsekerk.nl/mentorentraining is meer informatie over de mentorentraining te vinden.”

 »lees verder»

 

Hoe overleven we de drukke septembermaand?

“Kwestie van keuzes maken”

- Jan Bos, predikant van de Protestantse Gemeente Rolde

“Ik vind de vraag ‘hoe overleven we de septembermaand?’ wat jammer. Overleven lijkt op: hoe lang houden we het nog vol? Natuurlijk kun je als gemeente niet alles doen, het is een kwestie van keuzes maken en van planning. Als het overleven wordt ben je niet goed bezig en heb je te veel op je bord. Het moet leuk blijven. Ik heb de indruk dat mijn gemeente in september altijd weer zin heeft om te beginnen. Het is het begin van nieuwe plannen, die sfeer heerst ook altijd. 

Wat bepaalt de septembermaand? Dat is bij ons het dorpsfeest van de Roldermarkt, begin september, waar onze kerkdienst onderdeel van het programma is. Een week later de Pijl naar beneden Startzondag, vooral gericht op de eigen gemeente, en de week daarna de Vredesweek die we samen met het dorp organiseren.

Vorig jaar hebben we de Startzondag besteed aan het thema van de Vredesweek, en die beide weken gecombineerd. Dat was handig en zinvol. Het hele dorp ging vol met vredesvlaggen, we hadden een wake op de Brink, er was een stiltekring, een startdienst en een extra vredesdienst. Dat we het dorp mee kregen vonden we geweldig. 

Dit jaar hebben we die combinatie niet, maar de Vredesweek blijven we wel samen met het dorp organiseren. Die verbinding tussen kerk en dorp willen we niet meer kwijt.” 

 

“We laten zien dat we geen eilandje zijn”

- Gertie van Dijk, kerkelijk werker in de Protestantse Gemeente Harderwijk

“De septembermaand is zeker vol, bovendien zitten de vrije zomermaanden ertussen. Daarom beginnen wij voor de zomer al met de organisatie van de septemberactiviteiten. Voor Startzondag pakken we ieder jaar groot uit. Aan Pijl naar beneden Kerkproeverij hebben we als protestantse gemeente nog niet geproefd.

Voor mijzelf gaat veel tijd zitten in de Walk of Peace, een wandeltocht tijdens de Vredesweek die start in de kerk. We zijn daar drie jaar geleden mee begonnen toen de Raad van Kerken aan plaatselijke gemeenten vroeg om dit te organiseren. We vonden het in Harderwijk, na een lang traject van samenvoegen van wijken en met onszelf bezig zijn, tijd om naar buiten te stappen. De kerk is groter dan het gebouw en de gemeente. We zijn de vredeswandeling daarom gaan organiseren, samen met plaatselijke partners zoals het Apostolisch Geloofsgenootschap, het Humanistisch Verbond en later ook de Turkse gemeenschap. Prachtig vinden we dat, de handen ineenslaan en samen de vrede uitdragen. Bovendien laten we hiermee zien dat we als kerk geen eilandje zijn. De Vredesweek heeft daarmee veel meer aandacht gekregen. In de kerk zelf wijden we er een zondag aan.

Of ik blij ben als september voorbij is? Integendeel! In de zomer tanken we allemaal even bij, in september gaan we weer van start en dat vind ik heerlijk.”

 

“Alsof je faalt zonder programma”

- Els van der Wolf-Kox, predikant in de Protestantse Gemeente Voorburg

“September is inderdaad een waanzinnig drukke maand; er komt van alles bij en er gaat eigenlijk niets af. Startzondag is nog een beetje van vroeger, ik herinner me van mijn jeugd dat we zelfs een hele startweek hadden. Eigenlijk raar, alsof je in de maanden juli en augustus geen gemeente van Christus bent en geen kerkdiensten houdt. We hadden hier in Voorburg een slotzondag; die hebben we afgeschaft.

De keuze voor waar je aandacht aan besteedt hangt ook wat af van wat voor gemeente je bent. Startzondag is bij ons een beetje aan het wegebben, het draagvlak is er wat onder vandaan. We houden een mooie kerkdienst, we hebben wat lekkers bij de koffie en het jaarprogramma is dan klaar, je kunt je aanmelden voor het winterwerk. Kerkproeverij doen we al een aantal jaren, maar of die blijft moet nog blijken. We hebben dat ook wel eens op een andere zondag georganiseerd. Mensen uitnodigen voor een kerkdienst kan altijd. Wij nodigden mensen die ooit bij ons gedoopt zijn uit voor de dienst in de paasnacht. Dat is toch het effect van Kerkproeverij.

Het geeft mij - in alle drukte - rust om te bedenken: waarvoor zijn we ook alweer kerk? Er lijkt wel sprake van dwang: als we geen activiteiten hebben, dan gaat het niet goed. Alsof je als kerk faalt als je geen programma hebt staan.”

 

“Plaatselijke oecumene is bepalend”

- Aleida Blanken, predikant in de Protestantse Gemeente Hengelo (Gelderland)

“Omdat wij al vroeg beginnen met de voorbereiding van de septembermaand kunnen we de organisatie ervan wat spreiden. Daarbij bepaalt de plaatselijke oecumene grotendeels hoe onze septembermaand eruitziet. We hebben veel oecumenische diensten in het jaar; dat is hier al meer dan 25 jaar heel gewoon. De dienst op Startzondag is daar een van. Deze wordt georganiseerd door de geloofsgemeenschap van de rooms-katholieke Willibrordkerk, de Vrijzinnige Geloofsgemeenschap en onze protestantse gemeente. Omdat het koor van de Willibrordkerk en de cantorij van onze protestantse gemeente daaraan meewerken, bepalen we het thema en de liturgie al ver voor de zomer. De zangers in de koren zijn met name fitte senioren die vaak in de periode vanaf mei tot half september op vakantie zijn. Ik kan het thema aandragen dat door de landelijke kerk wordt aangereikt, maar moet wel de oecumenische achterban meekrijgen.

September is bij ons ook Open Monumentendag, Vredesweek, en de Nationale Ziekendag. De organisatie van de Open Monumentendag ligt in handen van de stichting Vrienden van de Remigiuskerk, daar hebben we niet veel omkijken naar. De Vredesweek valt wel eens samen met Startzondag en pakken we in dat geval dan ook samen met de andere kerken op. Aan de Nationale Ziekendag, altijd op een zondag in september, besteden we aandacht als de plaatselijke Zonnebloemafdeling daarom vraagt.” 

 »lees verder»

 

Joden en christenen: "Ondanks alles horen we bij elkaar"

Houtman bestudeert de verhouding tussen jodendom en christendom. Ik spreek haar in de week nadat SGP, ChristenUnie en het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI) het groeiende antisemitisme en de strijd daartegen op de politieke agenda zetten. 

Hoe leeft dit bij uw Joodse gesprekspartners?

“Sommige mensen zijn erg bezorgd en voelen zich ernstig bedreigd. Anderen zeggen: ‘Wij zijn niet de enige groep die het zwaar heeft. Moslims, transgenders en homo’s ook. We willen niet als groep apart worden gezet. We willen gewoon, net als zij, in vrijheid leven.’ Het is goed wanneer Europa duidelijke straffen afspreekt in geval van antisemitisme. Frankrijk doet dat al. Tegelijk: met alleen straffen kom je er niet, het kan zelfs voer zijn voor nieuwe Jodenhaat. Ik geloof dat wij vooral moeten inzetten op onderwijs.

Aan de PThU leren we aankomende predikanten gevoelig te zijn voor antisemitisme, en stereotiepe vooroordelen te herkennen en te ontkrachten. De prediking vanaf de kansel is een machtig wapen. Als het daar fout gaat, worden er nieuwe zaadjes van antisemitisme geplant.

Ook de christelijke traditie kent antisemitisme. Denk aan Anderson, de evangelische haatprediker die naar Nederland wilde komen. Hij ontkent glashard dat de Holocaust plaatsvond. Gelukkig is hij een uitzondering. Binnen de evangelische beweging en de behoudende kant van onze kerk vind je stromingen die volhardend voor het volk Israël zijn. Maar ook andere richtingen die geloven dat het jodendom heeft afgedaan, dat christenen nu het legitieme ‘volk van God’ zijn. 

Binnen de hoofdstroom van de Protestantse Kerk in Nederland zie ik vooral lauwheid en angst om over het thema te praten.”

Waarom is het belangrijk om te weten waar wij als christenen vandaan komen?

“Het besef dat ons geloof Joodse wortels heeft, is in onze kerk niet groot. Om Jezus en Paulus te kunnen begrijpen, moeten we moeite doen om het jodendom van hun tijd te begrijpen. Het christendom begint als een joodse sekte, wij zijn daaruit ontstaan. 

De heilsgeschiedenis van God met onze wereld begint met het volk Israël. God kiest dat volk om zich tot de andere volken te richten. Jezus is aanvankelijk onduidelijk over het verstaan van zijn roeping. Als niet-Joden een beroep op hem doen, is hij terughoudend. Hij ziet zichzelf als Messias voor de Joden.

Na zijn dood komt wonderbaarlijk snel een Jezusbeweging op gang. Zijn volgelingen denken: misschien is dit het moment dat het heil via Jezus naar de volkeren gaat. De beweging neemt een enorme vlucht, dat is prachtig. De schaduwkant ervan is een arrogant christendom voor wie Israël vanaf dat moment heeft afgedaan.”

Houtman heeft passie voor de joodse traditie. 

“Ik groeide op in een Vrij-Evangelische Gemeente in Groningen, met grote liefde voor Israël en besef van het belang van het Joodse volk. Ik woonde en studeerde enige tijd in Israël, ondergedompeld in het jodendom. Ik hou van het land en de cultuur.

Toen ik voor deze functie werd gevraagd, aarzelde ik. Ik ben geen theoloog, ik ben judaïst, semitist en niet per se van de dialoog. Die dialoog zat, na een bloeitijd, op dood spoor. De tijd was rijp om de academische kant van de verhouding tussen jodendom en christendom aan te pakken. Ik doe dat vanuit mijn kennis van het jodendom en passie voor het onderwerp. Ik ben onder andere betrokken bij een onderzoeksproject, waarin levensbeschouwelijke onderwerpen worden bezien vanuit joods en christelijk perspectief.”

In de Protestantse Kerk bestaan tegengestelde meningen over ‘Israël’.

“De PThU organiseert daarom sinds 2014 met als titel ‘Onopgeefbaar verbonden!?’ een tweejaarlijkse Israëlreis voor predikanten, binnen de permanente educatie voor voorgangers. In het programma is veel ruimte voor onderlinge gedachtewisseling en reflectie op verschillende posities die in de kerk worden ingenomen ten opzichte van Israël en Palestina. Predikanten uit de volle breedte van de kerk reizen samen en ontmoeten Joden uit de nederzettingen, Palestijnen uit de bezette gebieden, orthodoxe Joden, liberale Joden, mensenrechtenactivisten. Deze winter gaan we voor de vierde keer. De opdracht is: je open blijven stellen voor de ander. Als je bereid bent je hart te openen en vooroordelen opzij te schuiven, dan kunnen er wonderbaarlijke dingen gebeuren.”

De dialoog staat op een laag pitje.

“Maar lijkt niet minder nodig dan voorheen. Joden en christenen zijn hoe dan ook familie van elkaar. Het kan knallen binnen families. Natuurlijk gaat er van alles fout, ook religieuze mensen zijn mensen van vlees en bloed. Ondanks alles horen we bij elkaar. Wie dat ontkent, ontkent de eigen geschiedenis.

Wie altijd voorzichtig is, komt nergens. Als je alleen praat over ‘hoe vier jij je feesten’ of ‘hoe bereid jij je eten?’ dan kom je niet nader tot elkaar. Het is een goede basis, tegelijk moeten we een spade dieper graven.

Ik zie een kentering aan Joodse zijde. In gesprek met orthodoxe rabbijnen ontdek ik meer waardering en minder angst voor het christendom. Sommigen zien het christendom als een geschenk aan de volken. Rabbijnen zeggen: ‘Wij zijn geen christenen, wij willen dat ook niet worden. Wij zien wel hoe God werkt door het christendom. Misschien is dit de manier om het geloof in de ene God te verspreiden.’ Zo krijgen de drie grote monotheïstisch godsdiensten jodendom, christendom en islam ieder een functie in Gods plan.

Lang is de dialoog belemmerd door het trauma van de Holocaust en het terechte schuldgevoel om ons aandeel daarin. De dialoog wordt nu gevoerd door nieuwe generaties, nuchterder, minder problematisch. 

In haar lezing op 5 mei jl. zei Rosanne Hertzberger: ‘Ik heb geen zin om nog slachtoffer te zijn. Het moet een keer klaar zijn!’ Wij als christenen kunnen zeggen: ‘Het is gebeurd, we zullen het nooit ontkennen en altijd de herinnering levend houden. Maar we moeten verder, met een schone lei. Op weg naar een nieuwe, respectvolle relatie.’”

 »lees verder»

 

Jongeren in de protestantse gemeente Muiderberg leren lessen uit levensverhalen van ouderen

Sinds enige jaren richt de protestantse gemeente Kerk aan Zee heel bewust haar blik naar buiten, en wil voor meer en verschillende mensen in Muiderberg van waarde zijn, als ontmoetingsplek waar dingen gebeuren die mensen met elkaar verbinden. Binnen de pioniersgroep van de gemeente ontstond daarom het initiatief Verhalen aan Zee, waarin kinderen tussen 10-12 jaar ouderen interviewen en zij hun (levens)verhaal vertellen aan de jongeren. Het doel hiervan is om bewustzijn te creëren bij kinderen over de rol van ouderen in het dorp en de dingen die zij in hun leven allemaal hebben meegemaakt. 

Verhalen over de generaties heen

Het plan wordt uitgevoerd door een onderwijsgerichte expert, Liselore Ammerlaan en Mechteld Woutman, docent begaafdheid. Liselore: "Verhalen aan Zee is een educatief initiatief met als doel kinderen verhalen te vertellen over de generaties heen. Ouderen vertellen aan kinderen leuke en minder leuke dingen uit hun leven en geven hen daarmee levenslessen mee."

De kinderen worden goed voorbereid op de gesprekken. "In een aantal workshops geven wij ze handvatten mee, bijvoorbeeld over wat een goed gesprek is, wat ze van de ander verwachten, en hoe je daarmee om kunt gaan", vertelt Liselore. "We merken bij de kinderen dat hun interesse voor hun omgeving hierdoor groeit en ze iets gaan beseffen van de historie van mensen uit eigen woonplaats."

Ook op de ouderen werkt het initiatief door. Liselore: "Het doorgeven van hun levensverhaal werkt helend voor ouderen. Ze kunnen rauwe randjes van minder leuke gebeurtenissen eraf halen voor zichzelf." Kinderen leren op hun beurt weer dat het leven ook tegenslagen kent.

Vernieuwend project

Liselore heeft dit concept zelf bedacht en vervolgens samen met Mechteld gefinetuned met betrekking tot het educatieve deel voor kinderen. Via de pioniersgroep in Muiderberg hoorde ze van de mogelijkheid subsidie aan te vragen via de Solidariteitskas. De aanvraag werd ingediend en door de commissie Steunverlening werd een bijdrage van 7500 euro verleend. "Men zag dat dit een vernieuwend project is en nog nooit eerder uitgevoerd", vervolgt Liselore. 

Inmiddels is een tweede ronde financiering aangevraagd. "We willen dit graag voortzetten, omdat we zien hoe goed het werkt." Via de basisschool worden kinderen gevraagd mee te doen. De kosten voor Verhalen aan Zee zaten initieel vooral in het inhuren van mensen om een design te maken voor het beeldmerk, de handleidingen voor de interviews en het ontwikkelen van de workshopprogramma’s. In tweede instantie kwam daar ook het editen van de video´s die gemaakt worden bij. "Met name communicatie is een heel groot deel van het project", vertelt Liselore. "Het is een heel zorgvuldig proces. We gaan met ouderen eerst verschillende gesprekken aan voor ze hun levensverhaal vertellen. Kinderen worden in verschillende sessies voorbereid op de gesprekken. Goede afstemming met ouderen, kinderen en ouders is hierbij van essentieel belang." 

De gesprekken worden opgenomen en hiervan worden fragmenten getoond in de kerkdiensten. "Bepaalde passages uit de gesprekken worden in de dienst uitgelicht door kinderen het verhaal terug te laten vertellen." Een ander belangrijk onderdeel is het creatief optekenen van dit verhaal. "Oud en jong werken hier ook samen en dat geeft leuke uitkomsten", aldus Liselore. "Door kinderen worden bijvoorbeeld strips van de verhalen gemaakt die in de kerk te zien zijn."

Wisselwerking op jong en oud

Haar motivatie? Liselore: "Allereerst ben ik zelf begaan met de historie van Muiderberg en de dingen van vroeger. Ook het doorgeven van levenslessen vind ik belangrijk. Vroeger kregen kinderen een ander voorbeeld van hun ouders dan nu. Tegenwoordig is iedereen druk en is er weinig tijd om echt met aandacht bij iemand te zijn. Alles gaat tegenwoordig digitaal en snel, en is het zo belangrijk, ook voor kinderen, om ook eens te kunnen vertragen."

Dat het concept werkt, merkt Liselore alleen al aan het feit dat kinderen in het dorp nu soms even een praatje met een oudere durven te maken. "Omdat ze hun verhaal kennen, stappen ze eerder op iemand af." Vooral de wisselwerking van het project op zowel jong als oud vindt Liselore goed om te zien. "Jongeren worden bewust van het verleden, en voor ouderen is het helend om hun verhaal door te vertellen. Alleen al te zien dat dat gebeurt, is voor mij de motivatie om hiermee door te gaan."

Vraag ook subsidie aan bij de Solidariteitskas

Heeft uw gemeente financiële steun nodig of juist geld om een vernieuwend plan uit te voeren? In beide gevallen kunt u subsidie aanvragen bij de Solidariteitskas. Er is geld beschikbaar voor o.a. deskundige hulp bij gemeentevernieuwing en stimulerende kerkelijke projecten. Meer informatie is te vinden op www.protestantsekerk.nl/solidariteitskas.

 

 »lees verder»

 

Kinderen en kunst, een kleurrijke combinatie

Tskerkepaad

Iedere zomer openen zo’n 250 kerken in Friesland hun deuren voor toeristen. Al die kerken hebben ieder jaar een centraal thema. Dit jaar is dat ‘kunst’. Tienduizenden bezoekers leggen een deel van het ‘Tsjerkepaad’ af. Een van de kerken die ze kunnen bezoeken is de Grote of St. Martinuskerk in Dokkum. In deze kerk zijn het niet lokale kunstenaars die er met hun werk exposeren, maar leerlingen van cbs De Hoeksteen.

Kinderkunst

“Bij het bedenken van het idee hebben we ons laten inspireren door de kindertheologie,” vertelt Arda de Boer, een van de organisatoren. “Hierbij is het belangrijk dat kinderen uitgedaagd worden om zelf betekenissen te geven aan wat ze zien en wat ze horen uit de Bijbel en de christelijke traditie en dat ze zelf aan de slag gaan.” Ze zochten een bijbelverhaal waarmee kinderen goed aan de slag konden en vonden dit in de Samenleesbijbel Junior, waarin het in het laatste verhaal gaat over God die alles nieuw maakt. “De opdracht die erbij stond, was: ‘Maak een collage van die nieuwe wereld’. Dit paste prachtig bij ons project. Kinderen hebben allerlei beelden van een nieuwe wereld. Met zo'n opdracht hebben ze alle ruimte om die eigen beelden verder te verkennen.”

Samenwerken op school

Om het idee concreet te maken legden de organisatoren contact met cbs De Hoeksteen. Daar reageerden ze direct enthousiast op het idee. Juf Jeltsje Bijlstra: “Steeds minder leerlingen komen in de kerk. Dit vonden wij een prachtige manier om hen op een toegankelijke manier kennis te laten maken met de kerk. Daarnaast hadden wij net een schoolbreed project over kunst afgerond. Dit bracht het thema nog dichterbij.

Rembrandt

De kinderen van groep 3 tot en met 6 kwamen per klas naar de kerk. “Toen mijn leerlingen de kerk binnen stapten, werden ze eigenlijk vanzelf stil. Ze raakten onder de indruk van het hoge plafond, de kroonluchters en de grote ramen,” aldus Jeltsje.

Voor in de kerk wachtte een gepensioneerde leraar van cbs De Hoeksteen, verkleed als Rembrandt hen op. Het is tenslotte het Rembrandtjaar. Hij vertelde: “Jullie gaan zo schilderen, maar daarvoor heb je wel ideeën nodig. Rembrandt gebruikte hiervoor de Bijbel.” Vervolgens las hij het laatste verhaal uit de Samenleesbijbel Junior voor. Hij eindigde met de vraag: “Hoe zou jouw nieuwe wereld eruit zien? Denk er maar eens goed over na.”

Zelf schilderen

Na het verhaal gingen de kinderen naar een andere ruimte. Hier was alles door de organisatoren klaar gezet. De tafels stonden in groepjes, er was verf en voor ieder kind was een schildersdoek beschikbaar. De kinderen mochten zelf het formaat kiezen waarop ze wilden werken. “De meeste kinderen gingen gelijk aan de slag en hadden al een idee. Anderen moesten een klein beetje op weg geholpen worden. Maar juist omdat we kinderen zelf de ruimte wilden geven hun beeld van die nieuwe wereld te schilderen was het voor ons als vrijwilligers de kunst om op tijd op onze handen te gaan zitten en niet teveel te sturen”, vertelt Jan de Boer, een van de vrijwilligers die alle groepen ontving. “De aanmoediging om nog even rustig na te denken, was voor veel leerlingen al voldoende om zelf te kunnen starten.” Al snel waren alle kinderen geconcentreerd aan het schilderen en ontstonden de prachtigste werelden.

Nadat het grootste deel van de tijd erop zat, vroegen we alle kinderen een voor een wat en wie ze geschilderd hadden. Dit schreven we op. “We vonden het heel belangrijk dat de kinderen eigenaar bleven, dus checkten we steeds bij hen of het klopte wat we opschreven naar aanleiding van hun verhaal.”

De expositie

Van alle schilderijen en toelichtingen maakte de projectgroep een mooie expositie. Deze is nu al een flink succes te noemen. Zo’n 3000 mensen uit binnen- en buitenland bezochten de tentoonstelling al, terwijl het echte hoogseizoen nog moet beginnen. “Het is bijzonder om te zien wat er gebeurt als bezoekers de expositie bekijken. Ze worden geraakt door de schilderijen en de teksten van de kinderen. Sommige mensen blijven wel anderhalf uur hangen. Anderen maken foto’s van schilderijen en appen die door als bemoediging naar bekenden”, vertelt Jan. Doordat het om kinderkunst gaat, zijn ook bezoekende kinderen heel geïnteresseerd.

En de kinderen zelf? Natuurlijk zijn ze allemaal al een keer met hun ouders of grootouders wezen kijken. In de klas van juf Jeltsje hebben ze er nog kort over doorgewerkt. De kinderen schreven een kort gedichtje over wat ze meemaakten in de excursie. Die las Jeltsje vervolgens tijdens de opening van de expositie voor. Zo kwam op verschillende manieren de school in de kerk en de kerk in de school.


JOP Trainingtour 2019

Wil je zelf ontdekken hoe het maken van kunst je helpt om met andere ogen naar een bijbelgedeelte te kijken en wil je leren hoe je dit met de kinderen of tieners doet aan wie je leiding geeft? Meld je dan snel aan voor de JOP Trainingstour en volg deze dag onder andere de workshop ‘Met andere ogen - Kunst en de Bijbel’.

Lees meer over de JOP Trainingstour 2019

 »lees verder»

 

Kerk2025 inspireert kerkenraad Enkhuizen tot minder vergaderen en meer eenheid

“In de nota stond dat we back to basic moesten. Nadenken over ‘waar draait het om?’. Net als veel andere kerken hebben ook wij te maken met minder gemeenteleden en willen er minder gemeenteleden ambtsdrager worden."

Kritisch naar onszelf kijken

"De aftredende voorzitter van de kerkrentmeesters stelde voor om een denktank op te richten, bestaande uit een aantal mensen van binnen de kerk en een aantal van erbuiten, met als doel om kritisch naar onszelf te kijken. Deze meeting met mensen van binnen én van buiten de kerk leverde ons op dat we na gingen denken over de toekomst. We keken naar hoe de kerkenraad efficiënt ingericht zou kunnen worden. Wat als er bijna geen mensen meer zijn, wie hebben we dan nodig? De landelijke kerk heeft daar een en ander over gezegd, maar het leek ons interessant om het ook op plaatselijk niveau te bekijken."

Ideeën vanuit de denktank

"Een van de ideeën was om te bekijken welke functies minimaal nodig zijn. Zo ontstond het idee voor één voorzitter en secretaris voor de kerkenraad, kerkrentmeesters en de diaconie. Het initiatief kwam niet geheel van de grond, maar er is nu nog wel steeds één voorzitter van de diaconie en van de kerkenraad.

Het verbeteren van de samenwerking tussen de colleges was ook een wens. Dat men meer op de hoogte is van elkaars projecten en activiteiten. We moeten het immers met steeds minder ambtsdragers doen, dus is het fijn als men op de hoogte is van wat men doet. Om meer samen te werken kwamen we erop uit om tijdens de kerkenraad informatie van de kerkrentmeesters en de diaconie meer te delen. Er is nu een vast agendapunt waarop beiden hun verhaal doen.

Om goed zicht te houden op wat er georganiseerd wordt in de kerk nodigen we voor elke kerkenraad een werkgroep uit. Bijvoorbeeld een werkgroep die zich bezig houdt met kerkmuziek, liturgie, PR en communicatie of kunst. De verschillende werkgroepen doen verslag op de vergadering op een manier die zij kiezen, door de gehele werkgroep of door één vertegenwoordiger, en zo zijn we op de hoogte van wat er speelt."

Verdieping en samen eten

"Wat ook een punt was, was de vergaderdruk - en dan met name de efficiëntie van de vergaderingen. Inmiddels vergadert de diaconie op dezelfde dag als de kerkenraad. Na de diaconievergadering beginnen we met een gezamenlijke maaltijd. Tijdens de maaltijd bespreken we een verdiepings- of bezinningsonderwerp, iets waar we tijdens de vergadering niet aan toekomen. Zo vertelden leden van de kerkenraad die naar Taizé gingen over wat het hen en de kerk heeft opgeleverd. Ook een onderwerp van gesprek: wat doen we met nieuwe gemeenteleden? Koppelen we ze aan een maatje? Deze gesprekken maken dat onze vergaderingen efficiënter zijn en in een andere sfeer beginnen. Het om de beurt samen koken voor de kerkenraad en met elkaar eten geven een gevoel van verbinding.

Er was aanvankelijk verzet tegen het voorstel om samen te eten en meer te delen, maar in de kerkenraad zei iemand: 'Waarom geven we het niet een jaar de kans? Dan evalueren we het na een jaar en als het niet mocht bevallen, kunnen we teruggaan naar hoe het was.' Na paar maanden gezamenlijk eten vond iedereen het al heel fijn. Als je eerst met elkaar eet, dan kom je nader tot elkaar en begin je de kerkenraadsvergadering anders. Je bent er met elkaar als kerk en dat wil je uitstralen. Dat is volgens mij het wezenlijke van een kerk."

Ondersteuning door Kerk2025

"Het hele proces leverde mij energie op. Kerk2025 voelde als een ondersteuning: er is landelijk oog voor de problemen waar we tegenaan lopen en dat maakt het makkelijker om efficiënte keuzes in een andere richting te maken. Het gaf mij ruimte om out of the box te denken, te kijken naar wat er wat er echt nodig is

Ik denk dat gemeenteleden zien dat wij een groep zijn, dat we het fijn hebben met elkaar. In juni hebben we een gemeenteavond gehad, waarop de jaarrekening van beide colleges werd gepresenteerd. We aten vooraf met elkaar, dus ook met de gemeenteleden die interesse hadden in de jaarrekening. Zo trekken we het stukje ‘ontmoeting’ door. We hopen dat gemeenteleden hierdoor de stap naar de kerkenraad makkelijker weten te maken." 

Realistisch over de toekomst

"We zien dat mensen wel ingezet willen worden, maar niet voor een ambt. We zijn geen jonge gemeente. Het is dus realistisch om te beseffen dat het steeds lastiger wordt om nieuwe ambtsdragers te vinden. In plaats van je te focussen op wat niet lukt, te gaan sippen en te roepen: 'We hebben steeds minder ambtsdragers, de gemeente krimpt!', kan je beter meer energie stoppen in de groep die er al is. Heb het fijn met de mensen die er wél zijn, daar gaat het om!"

Tips van Fenna Smit

  1. Zoek verbinding met elkaar op
    Naast dat we vaak samen eten voordat we vergaderen, gaan we voortaan met nieuwe ambtsdragers in gesprek over hoe wij als kerkenraad zijn en hoe we werken. Dan weten ze hoe we samenwerken. 
  2. Laat je inspireren door anderen
    In de denktank lieten we mensen van buiten de kerk aan het woord die werkten bij een adviesbureau of in de consultancy. Die blik van mensen van buiten bleek goed om los te komen van wat er al bestaat en is opgebouwd. 

In de nota Kerk2025 van de generale synode voor de Protestantse Kerk staat het streven om terug te gaan naar de kern centraal. Voor kerkenraden kan dit betekenen: minder vergaderen en meer tijd voor bezinning en ontmoeting. In de generale synode is dit doorgevoerd en ook in sommige lokale kerken gebeurt het al. Maar hoe ziet zo’n veranderingsproces naar efficiënter besturen en meer tijd nemen voor ontmoeting en gesprek er in de praktijk uit? Kost dat niet ontzettend veel tijd en energie? In deze serie komen ambtsdragers die betrokken zijn bij de verandering in hun kerkelijke gemeente aan het woord. Deze serie wordt geschreven door Neeltje Waagmeester.

 »lees verder»

 

Kerk in Actie start campagne voor Syrische kerken: 'Kerken cruciaal voor wederopbouw'

Na ruim acht jaar oorlog is de situatie in Syrië schrijnend. Hele steden zijn verwoest, mensen hebben geen werk of verdienen te weinig om in hun levensonderhoud te kunnen voorzien, schoolklassen zitten overvol. Rob van Ooijen reisde in april namens Kerk in Actie naar Syrië en zag de ravage met eigen ogen. “Steden als Aleppo, Daraa, Homs en Zabadani zijn grotendeels verwoest en er zijn veel spooksteden waar bijna niemand meer woont. In andere steden is dan weer sprake van overbevolking, werkloosheid en armoede. Vóór de oorlog was er gratis goed onderwijs, gratis goede gezondheidszorg, volop werkgelegenheid. Nu vragen mensen zich af: welke toekomst hebben mijn kinderen hier nog?” 

Springlevend

Tijdens de oorlog zijn miljoenen mensen gevlucht, waaronder veel christenen. Van Ooijen: “Christenen in Syrië zijn vaak hoogopgeleid en hebben vaak contacten in het buitenland. Daarom was het voor hen relatief makkelijk om te vertrekken.” Toch zijn er ook christenen die heel bewust in het land zijn gebleven. “Zij vinden het heel belangrijk dat het christendom, dat daar een lange geschiedenis heeft, niet uit Syrië verdwijnt. Bovendien is de kerk de grootste en meest effectieve hulporganisatie in het land.” De kerken in steden als Damascus zijn springlevend, vertelt hij. “De Syrisch-Orthodoxe en Grieks-Orthodoxe kerk in Damascus zijn zelfs gegroeid, vanwege aanwas uit de rest van het land.”

Wederopbouw

Kerk in Actie werkt in Syrië samen met verschillende kerken, zoals de Syrisch-Orthodoxe, Grieks-Orthodoxe en protestantse kerken. Kerk in Actie heeft de hulpprojecten van die kerken steeds ondersteund en begeleid. 

Tijdens de oorlogsjaren boden de kerken vooral noodhulp: van het aanbieden van voedselpakketten tot hulp bij traumaverwerking. Nu gaat het om wederopbouw. Van Ooijen: “Om de verwoeste steden en de samenleving weer op te bouwen, is het nodig dat mensen kunnen terugkeren naar hun stad. Voor christenen is het herstel van de kerken in die steden daarvoor een belangrijke voorwaarde. Vanuit de kerken kunnen dan weer projecten gestart worden om mensen aan werk te helpen, bijvoorbeeld door het verstrekken van microkredieten.” 

In de steigers

Kerk in Actie hoopt de komende tijd te helpen een groot aantal kerken te herstellen. “In Aleppo hebben we zeven of acht kerken bezocht die beschadigd of zelfs helemaal verwoest waren. Bij de helft daarvan stonden de steigers al klaar om de kerk te herstellen. Ook in Daraa, Homs, Lattakia en Zabadani hebben we gemeenten bezocht die klaarstaan om de kerken weer op te bouwen. Daar moet deze campagne een bijdrage aan leveren.”

Voor de meeste christenen in Syrië is hun kerkgebouw belangrijker dan hun huis, zag Van Ooijen. “Een kerkgebouw is een plek van gemeenschap, en de gemeenschap is een reden om te blijven of terug te keren. De hoop en verwachting is dat steeds meer mensen die uit Syrië gevlucht zijn, terug zullen komen. Dat heeft het land hard nodig.”

Op 15 september wordt er landelijk gecollecteerd voor de wederopbouw van Syrische kerken. Doet uw gemeente mee met de actieweek? Kijk op kerkinactie.nl/najaarscampagne voor meer informatie over de collecte, liturgiesuggesties en collectematerialen.

 »lees verder»

 

Beleef het Graceland Festival met een monastiek tintje

Reisgenoten is een eenvoudige leefregel en helpt je door het jaar heen te oefenen op vijf waardevolle gebieden van het leven.

Op het Graceland Festival wordt met alle Reisgenoten en geïnteresseerden een soort “Graceland Community” gevormd: een festival meemaken met extra verdieping en vriendschap. De Graceland Community kan zo een oefenplek worden in geloof, hoop en liefde. 

Wat gaat de Graceland Community op het festival doen?

  • Samen kamperen op een deel van het stilte-terrein (een festival camping waar het stil is tussen 23-07 uur).
  • Elke dag een kort morgengebed als een spirituele oefening.
  • Elke dag ‘s avonds samen eten: een oefening in samenleven.
  • Elke dag het festival helpen met een corveetaak: een oefening in mooi maken. 
  • Samen naar een lezing.
  • Doorpraten over de mogelijkheden van een Reisgenotenlidmaatschap door het jaar heen. 

Meedoen aan de Graceland Community van Reisgenoten? 

[shortcode type="formstack" id="reisgenoten_graceland"]
 »lees verder»

 

Kerken in heel Nederland zetten hun deuren open voor gasten

Bijna 20 kerkgenootschappen in Nederland doen mee. Een houding van gastvrijheid, het lef om uit te nodigen, gebed en een kerkdienst die open en gastvrij aanvoelt voor gasten, zijn ingrediënten voor een geslaagde Kerkproeverij. René de Reuver, scriba van de Protestantse Kerk, is enthousiast: ´Voor mij is Kerkproeverij een aansporing om het goede van God niet voor mezelf te houden, maar te delen met anderen.´

Het blijkt dat mensen eerder naar de kerk gaan als ze met iemand mee kunnen. Veel mensen wachten ook op een uitnodiging. Is de drempel om uw gemeente te bezoeken laag, zodat buren, vrienden en collega's de stap durven te zetten om de viering een keer te bezoeken? Een simpele uitnodiging kan het verschil betekenen! Michael Harvey, initiator van Kerkproeverij in Engeland, verwoordt het zo: ‘We tellen de uitnodigingen, niet de hoeveelheid mensen die komen. Het eerste kunnen wij doen, het tweede is werk van de Geest.´

Meedoen als kerk

Veel gemeenten van de Protestantse Kerk doen al mee aan Kerkproeverij, anderen voor het eerst, zoals de hervormde gemeente in Benschop. Evert Wiegeraad is er evangelisatie-ouderling en organiseert voor het eerst Kerkproeverij. Hij wil zelf ook graag mensen uit zijn omgeving laten zien waar hij iedere zondag naar toe gaat: ´Iedereen die een sport uitoefent of hobby heeft vindt het fijn als anderen daarin interesse tonen door te komen kijken of ook een keer meedoen. Ik ga wekelijks naar de samenkomst in mijn kerk en zou het fijn vinden als mensen uit mijn naaste omgeving eens samen met mij mee zouden willen gaan om te proeven en te ervaren wat deze samenkomst mij biedt.´

Uiteraard kan Kerkproeverij ook op een andere zondag worden gedaan. Tijdens het landelijke weekend op 28 en 29 september is er extra ondersteuning van de media en u kunt als gemeente makkelijker samen optrekken met andere deelnemende kerken.

Meer informatie en materialen over Kerkproeverij zijn te vinden op www.kerkproeverij.nl. Hieronder een aantal tips voor de organisatie van Kerkproeverij en voor gemeenteleden om mensen uit te nodigen een keer mee te gaan naar uw kerk.

Voor de organisatie:

  • Besteed er meerdere keren aandacht aan in kerkblad, de zondagsbrief én de kerkdienst. Begin daar tijdig mee, niet pas een week van tevoren.
  • Stel mensen gerust: er wordt in deze dienst nadrukkelijk rekening gehouden met gasten. Vertel ook hoe en/of vraag om ideeën.

Voor gemeenteleden:

  • Nodig mensen persoonlijk uit, niet via een briefje door de brievenbus.
  • Denk goed na over wie u uitnodigt. Mensen uitnodigen met wie u weinig relatie hebt, werkt meestal niet. Het gaat om buren, kennissen of vrienden die niet (meer) naar de kerk gaan en met wie u een relatie hebt, die u vertrouwen. 
  • Vertel erbij dat er niets van hen verwacht wordt, en dat ze kunnen gaan ‘zoals ze zijn’.

Meer informatie over Kerkproeverij


 »lees verder»

 

Pakketpost woord&weg stopt; neem nu een gratis persoonlijk abonnement

De pakketpost van woord&weg, afwisselend aangevuld met Jong Protestant, Diakonia of Kerk&Israël Onderweg, stopt met ingang van september. Gemeenten die maandelijks exemplaren van het magazine in een pakket ontvangen en uitdelen aan de ambts- en taakdragers, krijgen deze vanaf dan niet meer. Wel blijft elke gemeente ten name van de scriba een los exemplaar ontvangen. 

Sinds januari van dit jaar vragen we gemeenten om hun ambts- en taakdragers te stimuleren een persoonlijk abonnement te nemen. Ze krijgen daardoor woord&weg maandelijks thuisgestuurd: alle relevante informatie en inspiratie gebundeld op de mat. Voordeel voor de ontvangers is dat ze niet meer hoeven te wachten tot ze het magazine in de kerk in postvak of leesmap vinden.

Ook voor de dienstenorganisatie heeft dat een voordeel. Het versturen van pakketpost is relatief duur. Overstappen op het versturen van enkele exemplaren scheelt per nummer ruim € 4.000,- in de kosten, op jaarbasis ruim € 44.000,-. Stoppen met de pakketpost levert dus jaarlijks een forse besparing op. Daarom is besloten met ingang van het septembernummer de pakketpost op te heffen. 

Persoonlijk abonnement

Al uw ambts- en taakdragers kunnen zich eenvoudig en gratis abonneren op woord&weg. Sinds januari hebben we op deze manier veel nieuwe abonnees mogen verwelkomen. Wilt u uw ambts- en taakdragers op deze mogelijkheid wijzen? In minder dan twee minuten tijd hebben zij zich opgegeven voor een gratis abonnement.

Gratis abonneren

 »lees verder»

 

Aandacht voor joodse roots zet Protestantse Gemeente Oisterwijk aan het denken

“Levi, wil jij de deur open zetten voor de profeet Elia?” Een van kinderen loopt tussen de tafels door en opent de deur naar de hal van het Lodewijkskerkje van de protestantse gemeente. De kinderen worden nauw betrokken bij de maaltijd. Ze weten bijna alle plagen op te noemen waarmee God de Egyptenaren trof. De jongste stelt traditiegetrouw de vraag: ‘Waarom is deze avond zo anders dan andere avonden?’ Het is de vraag van de Sedermaaltijd, de maaltijd op de avond voor Pesach waarop de Joden de uittocht uit Egypte herdenken. Er staat bitter kruid op tafel, dat verwijst naar het leven in slavernij, maar ook zoetigheid dat staat voor het geluk na de bevrijding. Ongezuurde matses symboliseren de ellende en de haast, een ei verwijst naar nieuw leven.

Brood en wijn

De Sedermaaltijd is vanavond uitgebreid met een driegangenmenu. Eerst linzen-tomatensoep, vervolgens rundergehaktballetjes met tuinbonen, rijst en verschillende salades, yoghurt met honing en dadels toe. Met hulp van kookboeken van Ottolenghi, Tamimi en Han Wilmink is alles zelf bereid. “Het was een groene oase bij ons thuis, de laatste weken”, vertelt Aede Oostra. In een ver verleden opgeleid aan de hotelschool, verzorgde hij onder meer de kruiden. Zo’n veertig deelnemers laten zich de maaltijd goed smaken. Samen eten zijn de meesten wel gewend. Regelmatig wordt gekookt en gegeten in de gemeentezaal naast de kerk.

Tussen de gangen door geeft gemeentepredikant Winanda de Vroe uitleg bij de joodse gebruiken tijdens de Sederavond. Baroech atta Adonai klinkt: gezegend zijt Gij, Heer onze God, Koning van het al. Wanneer de vierde beker wijn geschonken wordt, de beker van de lofprijzing, legt ze uit dat Jezus deze waarschijnlijk niet meer gedronken heeft toen hij voor het laatst de maaltijd met zijn leerlingen vierde. ‘Neem deze beker en geef hem aan elkaar door. Want ik zeg jullie: vanaf nu zal ik niet meer drinken van de vrucht van de wijnstok tot het koninkrijk van God gekomen is.’ (Lucas 22: 17, 18)

Na de Sederviering worden brood en wijn gedeeld met woorden die gangbaar zijn in protestantse gemeenten: ‘Dit is mijn lichaam dat voor jullie gegeven wordt’ en ‘Dit is het nieuwe verbond dat door mijn bloed gesloten wordt’. 

Aansluiting bij het avondmaal

Heel bewust werd gekozen voor een duidelijke scheiding tussen de joodse en de christelijke maaltijd. “Je moet niet de suggestie wekken dat je joods bent”, vindt De Vroe. "Maar wil je iets begrijpen van wat Jezus met zijn discipelen deed, dan moet je de maaltijd toch eens vieren zoals zij dat deden. De nadruk ligt dan op wie Jezus oorspronkelijk was, en niet op wie Jezus voor de christenen is geworden. Of hij werkelijk de Messias was, blijft dan open.”

De instelling van het avondmaal was het bijbelverhaal dat de gemeente vergezelde gedurende het seizoen dat helemaal in het teken stond van ‘onze Joodse roots’. “Daar zijn we uitgebreid mee bezig geweest”, legt De Vroe uit. “Wat doet Jezus daar nou eigenlijk en wat zegt Hij precies?” Dat sloot mooi aan op het thema van het voorgaande jaar, legt Jantsje Bakkeren, diaken en lid van de Commissie Vorming & Toerusting, uit. “Toen besteedden we aandacht aan de Maaltijd van de Heer Pijl naar beneden , een onderwerp dat door de landelijke kerk werd aangereikt.” Zeker over de instellingswoorden is toen stevig gediscussieerd, herinnert De Vroe zich. “Er zijn mensen die niets willen horen van verzoenend bloed. Anderen, die de klassieke verzoeningsleer volgen, kunnen juist niet zonder.” 

Over de viering op Witte Donderdag werden de gemeenteleden uitgebreid geïnformeerd, onder meer via het kerkblad. Op basis daarvan konden ze zelf beslissen om wel of niet te komen. Kennelijk werkte die uitgebreide informatie; diaken Joop Vlottes hoorde veel positieve geluiden bij de uitgang van de kerk. Er kan wel wat in deze kleine protestantse gemeente in het katholieke Brabant, vertelt hij. “We zijn heel divers, van behoorlijk vrijzinnige ouderen tot meer evangelische jongeren. En we zijn heel verdraagzaam, we gunnen elkaar veel.” 

Weten waar we vandaan komen

De aandacht voor het jodendom in de gemeente is ontstaan door verschillende opeenvolgende predikanten die er belangstelling voor hadden. De Joodse begraafplaats in de plaats en de synagoge in het nabijgelegen Tilburg wakkerden de aandacht aan. Het jaarthema was geboren. 

Op de startzondag vorig jaar september werd de Joodse begraafplaats bezocht. Een gemeentelid dat nauw betrokken is bij deze begraafplaats, vertelde over de Joden die in deze streek geleefd hebben. Te gast bij de Liberaal-Joodse Gemeente Brabant kreeg de gemeente een uitgebreide rondleiding. “We hebben de mikwe gezien, het rituele bad, en ook hoe de boekrollen bewaard worden”, vertelt Bakkeren. “Ze willen daar graag uitleg geven, om begrip voor het jodendom te kweken.” Marja van den Beld, predikant en betrokken bij het Platform Appèl Kerk en Israël, verzorgde een leerhuis over de verbanden tussen het Oude en het Nieuwe Testament en het uit elkaar groeien van de joodse en de christelijke tradities. De Vroe vindt het belangrijk dat christenen zich blijven realiseren waar ze vandaan komen. Ze verdiept zich daar sinds haar studietijd al in. “We zijn schatplichtig aan de joodse traditie.”

“Gemeenteleden geven aan dat het thema ze op allerlei manieren aan het denken gezet heeft. Ook over de relatie Israël-Palestina Pijl naar beneden en de huidige problemen daar”, weet Bakkeren. “De meningen daarover verschillen enorm. Daar wordt stevig over gesproken, en dat is ook goed, maar uiteindelijk respecteren de mensen elkaars opvattingen”, vult De Vroe aan. “Uiteindelijk moet je het toch samen zien te rooien. Hier lukt dat, en dat is het mooie van Brabant.”

pkn-oisterwijk.nl

 »lees verder»

 

“Ik help jongeren graag op weg om de Bijbel te lezen"

In een sfeervol bovenzaaltje van de Ichthuskerk in Zoetermeer zet Jeanette Vos haar catechesegroep aan het werk. De kerkelijk werker gebruikt het kersverse materiaal over de Bijbel van de catechesemethode Overhoop. Er valt nog veel te leren, concludeert een van de tieners al snel. “We weten er best weinig van.”

Nadat alle tieners een kaarsje hebben aangestoken voor iemand uit hun omgeving, volgt een kort, vlot introductiefilmpje over de Bijbel. Vervolgens gaan ze in twee groepen uiteen. De ene groep vergelijkt wel veertig bijbels met elkaar. “Raar”, merkt een tiener op, “in de ene Bijbel is het Oude Testament heel dik, in een andere juist het Nieuwe Testament.” De bijbels worden zelfs gewogen.

De andere groep buigt zich op de grond over een tijdlijn. De catechisanten moeten kaartjes met namen van bijbelboeken neerleggen bij het moment waarop het boek is geschreven. “Prediker? Echt géén idee.”

Zelf aan de slag

Wesley (16) vindt het thema interessant. “Dit is de tweede avond, vorige week hadden we het over de indeling van de Bijbel. In groep 8 kreeg ik een bijbel als afscheidscadeau. Toen ben ik in de zomervakantie begonnen om de Bijbel te lezen. Ik houd van lezen, dus ik dacht: ik ga er lekker in lezen. Het leuke van deze avonden is dat je eerst zelf aan de slag gaat met opdrachten. Daarna is er een goede uitleg.”

De Bijbel is voor Wesley vooral een boek waar je lessen uit kunt halen. “Je leert wat goed en slecht is, en hoe je met andere mensen om kunt gaan.” Toen Wesley in de brugklas kwam, stopte hij met bijbellezen. “Ik had er geen tijd meer voor. Nog steeds niet, want ik zit nu in m’n eindexamenjaar. Na mijn examens pak ik het misschien weer op.”

Huiswerk

Op de eerste avond hadden de tieners een huiswerkopdracht meegekregen: interview iemand uit je eigen omgeving over de Bijbel. Anniek (12) bevroeg haar moeder. “Ik ontdekte dat zij haar Bijbel op haar trouwdag heeft gekregen.” Niet iedereen heeft de opdracht gemaakt. “Een week is best kort en ik was het eigenlijk ook vergeten”, vertelt een catechisant eerlijk.

Anniek leest zelf niet in de Bijbel, maar soms lezen ze aan tafel met het hele gezin. “Mijn ouders hebben veel verschillende bijbels, dat vinden ze interessant. Ik lees liever andere boeken. Misschien zou ik meer in de Bijbel lezen als ik ergens mee zou zitten.” Ze komt met plezier naar catechisatie, maar het onderwerp Bijbel spreekt haar niet zo aan. “Meestal hebben we het over onderwerpen die dichter bij me staan, bijvoorbeeld over het kwaad of de dood. Dat zijn dingen die me bezighouden.”

Mooiste boek

Jeanette geeft voor het eerst catechisatie, want de gemeente is op dit moment vacant. “De methode Overhoop helpt me enorm. Het werkt prettig en combineert meerdere manieren van leren, dat spreekt me aan. Het programma is speels, actief en sluit goed aan bij de leefwereld van tieners.”

Het thema is Jeanette uit het hart gegrepen. “Ik vind de Bijbel het mooiste boek dat er is. Ik wil jongeren heel graag op weg helpen om de Bijbel te lezen. Ik wil hen vooral meegeven, dat de Bijbel geen ingewikkeld of geheimzinnig boek is. Met dit programma ontdekken ze dat de Bijbel een verzameling boeken is en hoe de Bijbel is ingedeeld. Ik denk dat tieners tegenwoordig minder weten van de Bijbel dan toen ik opgroeide. Een van de tieners vertelde dat ze op school wel bijbelverhalen horen, maar dat dat steeds dezelfde zijn: de verhalen rond de christelijke feestdagen. Er is op school, en misschien ook wel thuis, volgens mij minder aandacht en tijd voor bijbelverhalen.”

Ouders

Jeanette heeft de avond gedegen voorbereid. “De filmpjes bekijken, bijbels verzamelen, kaartjes knippen, een tijdlijn maken, de ruimte klaarzetten ... Ik denk dat ik wel anderhalf uur bezig ben geweest. Maar dat is beslist de moeite waard. Je kunt ook voor de groep gaan zitten en alles vertellen, maar kinderen leren juist door te ontdekken en te beleven.“ Wel merkt Jeanette dat sommige opdrachten pittig zijn. “Als kinderen weinig van de Bijbel weten, frustreert het maken van zo’n tijdlijn enigszins. Wil je goed aansluiten bij het kennisniveau, dan moet je een opdracht soms aanpassen.”

Ze had ook ouders en gemeenteleden uitgenodigd. “Er waren twee ouders aanwezig, dat vond ik tegenvallen. Ze deden heel actief mee en vertelden hoe zij met de Bijbel zijn opgegroeid. Ik vind het belangrijk om in de gemeente de verbinding tussen verschillende leeftijden te leggen. We organiseren alles zo in hokjes. Ouders en ouderen kunnen veel leren van jongeren, en andersom. Daarom gaan we door met het betrekken van ouders.”

Tips

  • Laat jongeren zelf de Bijbel ontdekken. Laat hen verschillende bijbels inkijken, vergelijken en zelfs wegen.
  •  De catechesemethode Overhoop biedt goede werkvormen, maar bereid ze goed voor.
  •  Veronderstel niet te snel dat jongeren een bepaalde voorkennis hebben. Pas opdrachten aan als ze te moeilijk blijken.
  •  Besteed met de hele gemeente aandacht aan de Bijbel. Dit is juist belangrijk in een tijd waarin kennis over de Bijbel afneemt. Bekijk de werkvormen voor Startzondag 2019 
  •  Op www.jop.nl/catechese vindt u meer informatie over Overhoop en ander catechesemethoden.
  •  Meer inspiratie opdoen over bijbelgebruik in het jeugdwerk? Kom dan dit najaar samen met andere vrijwilligers in het jeugdwerk van uw gemeente naar één van de vijf JOP Trainingsdagen ‘Back to basics’.


Beeld: Heiko Bertram

 »lees verder»

 

Toerusting voor ambts- en taakdragers: 'Nóg meer werk?'

“Het gaat ook om maatwerk”

Florida de Kok, interim-predikant en predikant-directeur bij stichting Ruimzicht

“Ik vind een training heel zinvol maar kan me goed voorstellen dat een ambtsdrager bij een aangeboden cursus of training denkt: ‘Moet dat ook nog? Er wordt al zo veel van me gevraagd.’ We doen met steeds minder mensen hetzelfde werk in de kerk. Houden we wel voldoende rekening met de draagkracht van de gemeente? Ik vind dat de gemeente eerst duidelijke keuzes moet maken: wat doen we wel en wat niet? En als je iets doet, doe het dan goed, en zorg dat de betrokken mensen zich kunnen ontplooien. Voor ambtsdragers die bijvoorbeeld op zondag een praatje in de kerk moeten houden en daar tegenop zien, kan een training heel concreet en goed zijn. Maar ambtsdragers mogen zich ook afvragen wat het voor hen persoonlijk toevoegt. Een training mag aansluiten bij de vraag van de mensen zelf. Het gaat ook om maatwerk.

Ik volgde zelf de training ’presentatie voor voorgangers’. Mijn leervraag was: lukt het me om minder van papier te spreken? We waren tijdens de training met negen theologen bij elkaar. Je gaat dan al gauw over de inhoud praten, maar de trainingsleidster deed dat juist niet. Zij kwam telkens terug op de vorm en gaf leuke opdrachtjes mee: doe het eens zo! Het was een training voor negen personen, maar leverde ook maatwerk. Mij heeft het erg geholpen.”

 

“We combineren het met de slotavond”

Aveline de Kroon, voorzitter van de pastorale kerkenraad van de protestantse gemeente Andijk

“Omdat het lastig bleek om ouderlingen te vinden, zijn we overgegaan op een andere organisatie van het pastorale werk. We hebben nu zeven wijkteams die bestaan uit drie ouderlingen (waaronder een jeugdouderling en een seniorenouderling), een diaken en vijf contactpersonen. Daarin hebben de contactpersonen een signalerende functie; zij zijn de ogen en oren van de wijk. De ouderling wordt erbij gehaald als daar om gevraagd wordt. 

We vinden het belangrijk om de contactpersonen goed toe te rusten. Het gaat erom dat ze erachter komen wat er speelt achter de voordeuren. Waar lopen ze tegenaan als ze bij mensen op de stoep staan? En hoe komen ze verder als ze eenmaal binnen zijn? We hebben nu de indruk dat ze aan de voordeur soms snel afgewimpeld worden. Maar we weten ook dat sommige contactpersonen het zelf lastig vinden om op mensen af te stappen en de juiste vragen te stellen.

We zijn met de vraag om toerusting naar de dienstenorganisatie gestapt. Daar werden we verder geholpen met twee opties die we kunnen volgen. Maar intussen bleek een ouderling in onze gemeente graag de toerusting te willen verzorgen. Zij is in opleiding bij de Christelijke Hogeschool Ede en moet praktijkervaring opdoen. We combineren dat met de slotavond van de wijkteams. Dan kost het niet weer een extra avond.”

 

“Ik wilde beter weten wat de taken inhouden”

Irina Angyal, voorzitter van de diaconie in de wijkgemeente Open Pastoraat in Gorinchem

“Ik kwam in de diaconie op een moment dat er net iemand met veel kennis uitging. En na mij kwam er nog een nieuwe diaken bij. Je mist dan echt de ervaring van zo’n bedreven persoon. Omdat de diaconie geen voorzitter had, heb ik die taak op me genomen; een aanspreekpunt is toch handig. Maar ik wilde wel beter weten wat de taken inhouden. Toen ik via de scriba een uitnodiging voor een training kreeg, heb ik me daarvoor aangemeld. Anders dan ik dacht, was het een training voor nieuwe ambtsdragers. Maar ik heb er veel aan gehad. Het bestond uit een e-learning waarin je kennismaakt met het ambt en bijvoorbeeld leert over de structuur en opbouw van de Protestantse Kerk en de kerkorde. Ik kon zo in mijn eigen tijd de basiskennis bijspijkeren. Daarna waren er twee bijeenkomsten waar ook de andere ambten vertegenwoordigd waren. Daar konden we echt kennis en ervaring met elkaar uitwisselen.

Er is een vervolgtraining waar ik graag aan wil deelnemen. Ik wil daarvoor meer mensen uit de verschillende diaconieën van Gorinchem uitnodigen. Voor een goede uitoefening van je ambt is zo'n training eigenlijk onmisbaar, ook als je al jaren diaken bent. En door interactie met anderen word je bovendien geïnspireerd voor je eigen werk.” 

 

“Elke termijn minimaal één training”

Hanna Oosterlee, medewerker vrijwilligerstrainingen bij de Academie van de Protestantse Kerk

“Wil je je werk in de kerk geïnspireerd blijven doen of wil je nieuwe vaardigheden aanleren, dan kun je niet zonder inspiratie van buiten. Wij raden ambtsdragers aan om elke termijn minimaal één training te volgen om op te laden. Juist als je druk bent, ben je erbij gebaat als iemand van buiten met je meekijkt, je even op scherp zet: waarom doe je dit en waarom doe je het zo? Door een nieuwe focus leer je dingen soms anders te doen en creëer je juist meer tijd.

Onze trainers zijn heel vaardig. Ze staan met de voeten in de klei, ze kennen het kerkenwerk en het gemeenteleven door en door. Daarbij bieden de trainingen maatwerk; er wordt altijd rekening gehouden met de eigen praktijk in de gemeente. En oefenen is altijd onderdeel van een training; als je iets geoefend hebt, durf je het meestal ook buiten de training te doen. 

Als het gaat om tijdsdruk, de jeugdwerktrainingen bijvoorbeeld doen we verspreid over een heel seizoen. Het zijn vaak ouders met jonge kinderen die dit werk doen; zo belast je hen niet te veel. Verder maken we bij een paar trainingen gebruik van e-learning; deze volg je thuis op de momenten dat het jou uitkomt. Soms is er een combinatie van e-learning en fysieke bijeenkomsten waarin je oefent en verdieping krijgt. Uitwisseling is nog altijd het meest effectief.”

Kijk op protestantsekerk.nl/training voor trainingen voor vrijwilligers en professionals in de kerk.

 »lees verder»

 

Startzondag 2019: door Verhalen van Hoop wisselen gemeenteleden met elkaar van gedachten over de Bijbel

Rond het thema ‘Een goed verhaal’ wordt allerlei materiaal aangeboden, waaronder de Verhalen van Hoop. Dit zijn negen bijbelstudies waaruit een keuze gemaakt kan worden. Aan de hand van bijbelgedeelten worden deelnemers uitgenodigd om die op hun eigen manier te benaderen en te ontdekken.

Bijbelverhalen beter begrijpen

Het materiaal is ontwikkeld door ds. Ina Veldhuizen van de protestantse gemeente Doetinchem. Al van jongs af aan werd ze geïnspireerd door bijbelverhalen. ´Toen ik jong was, spraken de woorden uit de Bijbel mij aan en dit heeft mijn leven sterk beïnvloed. Ik heb ontdekt dat God door die woorden uit dat oude boek tot op de dag van vandaag spreekt.´ Ina ontwikkelde het bijbelstudiemateriaal rond Verhalen van Hoop. Ze vindt het heel belangrijk dat gemeenteleden met elkaar van gedachten wisselen over de Bijbel: ´Woorden van de Bijbel zijn soms moeilijk te begrijpen, erg weerbarstig en door allerlei mensen verschillend uitgelegd. Het is mijn verlangen dat mensen de Bijbel beter leren begrijpen.´ 

Net als het echte leven

Het materiaal ´Verhalen van hoop´ bevat bijbelgedeelten die op verschillende manieren laten zien hoe hoop zich een weg baant. ´Soms zijn dit duistere bijbelgedeelten, en dat kan niet anders. Hoop schittert op z’n mooist als de situatie vol duisternis en crisis is´, aldus Ina. ´Net als het echte leven zijn ook bijbelverhalen weerbarstig. Het gaat over gewone mensen in heftige omstandigheden. Over mensen die mooie keuzes maken, maar soms ook slechte.´

In Doetinchem zijn maar liefst zes gespreksgroepen aan de slag gegaan met de Verhalen van Hoop. Ze komen zo´n tien keer in een seizoen bij elkaar bij een gemeentelid thuis en bespreken alle bijbelverhalen. De leiding ligt in handen van een gemeentelid, dat wordt toegerust door Ina. 

Als predikant blijft Ina zoeken naar wat God wil zeggen door de woorden van de Bijbel heen: ´Ik ben benieuwd hoe het zal gaan met de kerk en waar de Geest ons naar toe zal leiden. God gaat zijn gang door deze wereld, door al onze goede en bedenkelijke bedoelingen en handelingen heen. Dat geeft hoop! In Doetinchem wil ik samen met de gemeente verder gaan met deze zoektocht.´ 

Op protestantsekerk.nl/startzondag vindt u alle materialen bij de Startzondag, waaronder de Verhalen van Hoop.

 »lees verder»

 

De classis en het beroepen van een predikant

Laatst bezocht ik een vergadering van het breed moderamen van één van de elf nieuwe classicale vergaderingen. Een vast punt op de agenda was gewijd aan het beroepingswerk in de gemeenten. Sinds 1 mei 2018 heeft het breed moderamen er namelijk een nieuwe taak bij gekregen. Dat is eigenlijk wonderlijk, want Kerk2025 wilde nu juist meer ruimte voor gemeenten en minder bemoeienis van de classis. Toch koos de kerk onlangs voor invoering van een nieuwe taak van de classis in het beroepingswerk. Wat is hier aan de hand?

Predikantschap staat onder druk

In het project Kerk2025 Pijl naar beneden was ‘mobiliteit’ (van predikanten) een hoofdthema. In het rapport ‘Waar een Woord is, is een weg’ (2015, p. 25 e.v.) is geconstateerd dat in onze tijd veel verandert in de manier waarop de roeping van de predikant - als ambt voor het leven - in onze kerk gestalte krijgt. Lang niet elke gemeente heeft tegenwoordig nog een ‘eigen’ dominee. In 2025 zal dat nog vaker het geval zijn. Bovendien is de cultuur waarin de predikant een vaste rol en plaats had, bezig te veranderen. Er worden nieuwe eisen gesteld aan het predikantschap. De traditionele rol van herder en leraar verschuift naar die van apostel. Het gesprek met tijdgenoten over de relevantie van het evangelie wordt steeds belangrijker. Van predikanten wordt verwacht dat zij de gemeente daarin met elan, visie en kennis van zaken voorgaan. Niets minder dan geestelijk leiderschap wordt van hen gevraagd.

Predikanten kunnen zich daardoor onzeker gaan voelen. Zijn zij wel voldoende toegerust voor deze nieuwe uitdagingen? Waar halen zij zelf de inspiratie vandaan om gemotiveerd hun rol met vrucht te blijven vervullen? Bovendien komt door de krimp van de kerk hun positie steeds meer onder druk te staan. Is het in de toekomst nog wel mogelijk om het ambt van academisch gevormde predikant als professional of ‘vrijgestelde’ uit te oefenen?

Mobiliteit als succesfactor

Met het predikantschap is gegeven dat men predikant van de kerk is ‘voor het leven’. De rol van de predikant als apostel vraagt om onafhankelijkheid om het evangelie vrank en vrij te verkondigen. Tegelijkertijd is er een binding aan een gemeente. De rol van herder en leraar vraagt om nabijheid en betrokkenheid van de predikant met de gemeenteleden die aan zijn of haar zorg zijn toevertrouwd. Deze binding is in principe tijdelijk. ‘Predikanten komen en gaan, gemeenten blijven’ is een gevleugelde uitspraak in de kerk. Predikanten dienen in hun arbeidzame leven in de regel meerdere gemeenten. Een predikant is tegenwoordig gemiddeld acht jaar aan een gemeente verbonden.

Mobiliteit is volgens Kerk2025 dan ook een belangrijk aspect van het predikantenbestaan. Het is heilzaam voor predikanten en voor gemeenten. Predikanten krijgen de kans om te groeien in hun ambt en hun competenties te ontwikkelen in verschillende situaties. Gemeenten worden geregeld geestelijk opgeschud en zo uitgedaagd om hun gemeenteleven te vernieuwen en te verrijken. Mobiliteit zorgt voor een aantrekkelijk ambt en een gezond gemeenteleven en voorkomt dat men op elkaar raakt uitgekeken.

Versnippering van werkgelegenheid

Maar dan moeten die kansen voor mobiliteit er wel zijn. En dat is nu juist het zorgpunt in onze krimpende kerk. Want gemeenten worden in omvang en draagkracht kleiner, waardoor de beschikbare predikantsformatie terugloopt. Parttime verbintenissen zijn eerder regel dan uitzondering geworden. In bepaalde regio’s groeit het aantal kleine gemeenten dat niet langer een minimale bezetting van een derde van de volledige werktijd kan aanbieden. Omdat gemeenten meestal zo lang mogelijk zelfstandig willen blijven en het liefste een ‘eigen’ dominee hebben, groeit de versnippering van de werkgelegenheid voor predikanten. Hierdoor kunnen zij minder gemakkelijk verkassen naar een andere predikantsplaats met een vergelijkbare omvang. 

“Het beroepingswerk dreigt in onze tijd vast te lopen. Predikanten die willen muteren, blijven noodgedwongen staan waar ze staan. En gemeenten die de input van een nieuwe predikant goed zouden kunnen gebruiken, komen geestelijk tot stilstand.”

Het beroepingswerk dreigt in onze tijd hierdoor vast te lopen. Predikanten die willen muteren, blijven noodgedwongen staan waar ze staan. En gemeenten die de input van een nieuwe predikant goed zouden kunnen gebruiken, komen geestelijk tot stilstand. De zegenrijke werking van de mobiliteit gaat zo teloor. Bovendien brengt deze ontwikkeling met name vacante kleine gemeenten ertoe om een kerkelijk werker aan te trekken omdat predikanten niet beschikbaar zijn en de kerkelijk werker bovendien financieel voordeliger is.

Naar een cultuur van mobiliteit en flexibiliteit

Zo heette het rapport van een werkgroep van de synode die in het voorjaar van 2017 de synode adviseerde tot het nemen van maatregelen die de mobiliteit kunnen bevorderen en de versnippering van werkgelegenheid voor predikanten kunnen tegengaan. Een van die maatregelen was het toekennen aan het breed moderamen van een nieuwe bevoegdheid om vooraf toestemming te geven aan een vacante gemeente die met het beroepingswerk wil beginnen.

In alle gevallen toestemming vereist

Als een vacante gemeente met het beroepingswerk wilde beginnen, had zij tot 1 mei 2018 alleen een zogenaamde solvabiliteitsverklaring nodig. Daarin verklaart het classicale college voor de behandeling van beheerszaken (CCBB) of en in welke mate de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen jegens de toekomstige predikant te voldoen. Indien men een predikant in deeltijd wilde beroepen, was daarvoor bovendien medewerking en goedvinden nodig van het breed moderamen (BM) van de classicale vergadering.

“Per 1 mei 2018 moeten vacante gemeenten die met het beroepingswerk willen beginnen, daarvoor vooraf toestemming vragen aan het breed moderamen van de classicale vergadering.”

Per 1 mei 2018 moeten vacante gemeenten die met het beroepingswerk willen beginnen, daarvoor vooraf toestemming vragen aan het breed moderamen van de classicale vergadering. Dit geldt voor alle gevallen, niet alleen voor een beroep in deeltijd. Daarnaast blijft het vragen van een solvabiliteitsverklaring van het CCBB verplicht. Een en ander staat te lezen in ord. 3-3-1.Hier vindt u de kerkorde

De voornaamste taak van het breed moderamen is hier om te toetsen of de gemeente een predikant ‘in werktijd van voldoende omvang’ kan beroepen. De kerkorde laat aan het BM de ruimte om te beoordelen welke omvang in de betreffende gemeente voldoende is, waarbij een kerkordelijk minimum geldt van een derde van de volledige werktijd. Het BM heeft ook de bevoegdheid gekregen om in voorkomende gevallen te bezien of de vacante gemeente met een te geringe bezetting in samenwerking met andere gemeenten alsnog tot een voldoende omvang van de bezetting kan komen. De vacante gemeente moet eventueel aantonen ‘dat zij voldoende heeft gezocht naar samenwerking met andere gemeenten’.

De gedachte achter deze nieuwe classicale bevoegdheid is dat het BM en de classispredikant als makelaar kunnen optreden tussen verschillende vacante gemeenten met een kleine bezettingsgraad, zodat zij samen een predikant gaan beroepen. Ook kan het BM zijn invloed uitoefenen om kleine vacante gemeenten ertoe te brengen om de blik naar buiten te werpen. En grotere gemeenten, die een behoorlijke arbeidsplaats in stand kunnen houden, kunnen door het BM worden aangemoedigd om kleine gemeenten in de buurt met weinig draagkracht te hulp te schieten.

Gaat het werken?

De praktijk zal moeten uitwijzen of deze nieuwe bevoegdheid aantrekkelijker formatieplaatsen voor predikanten oplevert waardoor hun mobiliteit wordt bevorderd. Dit kan alleen slagen als iedereen bereid is ‘te bewegen’.

“Mobiliteit is niet alleen een aandachtspunt voor predikanten. Het is ook de verantwoordelijkheid van gemeenten om attent te zijn op mogelijkheden die zich aandienen om samen met andere gemeenten te zorgen voor aantrekkelijke formatieplaatsen.”

Mobiliteit is niet alleen een aandachtspunt voor predikanten. Het is ook de verantwoordelijkheid van gemeenten om attent te zijn op mogelijkheden die zich aandienen om samen met andere gemeenten te zorgen voor aantrekkelijke formatieplaatsen. Het gaat om mobiliteit van predikanten én om flexibiliteit van gemeenten.

Intussen zien de brede moderamina nu al kleine vacante gemeenten met 33% bezettingsgraad of minder, die in een predikantsvacature een kerkelijk werker aanstellen zonder dat zij tevoren bij het breed moderamen langsgaan. De redenering lijkt hier te zijn: wij beginnen niet met beroepingswerk van een predikant, dus hoeven we ook geen toestemming te vragen. Later hebben deze gemeenten het BM vaak toch weer nodig voor het verlenen van een preekconsent en/of de bevoegdheden als van de predikant. Dit wordt dan een ongemakkelijk gesprek voor beide partijen.

Dit kan niet de bedoeling zijn van de nieuwe regeling. Mijns inziens hoort elke gemeente die vacant raakt, bij het BM langs te gaan om te overleggen of en hoe de ontstane vacature kan worden vervuld. Het ambt van de academisch gevormde predikant is een gezichtsbepalende functie in onze kerk. In principe heeft elke gemeente een predikant nodig. Dat is de dragende visie van onze Protestantse Kerk. En die hebben we nog (lang?) niet opgegeven.

Wordt vervolgd

Er zijn of worden nog enkele andere maatregelen ingevoerd met het oog op mobiliteit en flexibiliteit. In een volgend artikel hopen we hierop terug te komen. Intussen kunt u hier alle basisinformatie over het beroepingswerk vinden.

 »lees verder»